Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en het Koninkrijk Marokko, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „Lid-Staten” te noemen, en
de Europese Gemeenschap,
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en
het Koninkrijk Marokko,
hierna „Marokko” te noemen, anderzijds,
Gelet op de nabijheid en de onderlinge afhankelijkheid van de Gemeenschap, haar Lid-Staten en het Koninkrijk Marokko, gebaseerd op de historische banden en hun gemeenschappelijke waarden;
Overwegende dat de Gemeenschap, de Lid-Staten en Marokko deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van wederkerigheid, solidariteit, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling tot stand wensen te brengen;
Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest;
Gelet op de politieke en economische ontwikkelingen van de laatste jaren op het Europese continent en in Marokko en de gezamenlijke verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien op het gebied van de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van het gehele Euro-mediterrane gebied;
Gelet op de belangrijke vorderingen van Marokko en het Marokkaanse volk bij de verwezenlijking van hun doelstellingen van volledige integratie van de Marokkaanse economie in de wereldeconomie en deelname aan de gemeenschap van democratische landen;
Zich bewust van het belang van de betrekkingen in de algemene Euro-mediterrane context, enerzijds, en van de doelstelling van integratie van de Maghreb-landen, anderzijds;
Verlangende de doelstellingen van deze associatie geheel te verwezenlijken door middel van de desbetreffende bepalingen van deze Overeenkomst, teneinde het niveau van economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap en dat van Marokko dichter bij elkaar te brengen;
Zich bewust van het belang van deze overeenkomst, die berust op wederkerigheid van belangen, wederzijdse concessies, samenwerking en dialoog;
Verlangende een politiek overleg over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te verdiepen;
Rekening houdend met de bereidheid van de Gemeenschap Marokko aanzienlijke steun te verlenen in zijn streven naar hervorming en aanpassing op economisch vlak en naar sociale ontwikkeling;
Gelet op de keuze van zowel de Gemeenschap als Marokko voor vrijhandel in overeenstemming met de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), zoals deze in de Uruguay-Ronde tot stand is gebracht;
Verlangende een samenwerking in te stellen die steunt op een regelmatige dialoog op economisch, sociaal en cultureel gebied, met het oog op een beter wederzijds begrip;
Overtuigd dat deze Overeenkomst een geschikt kader vormt voor de ontplooiing van een partnerschap dat is gebaseerd op particulier initiatief, de historische keuze van zowel de Gemeenschap als het Koninkrijk Marokko, en een gunstig klimaat schept voor de ontwikkeling van hun economische en commerciële betrekkingen en voor investeringen, een onontbeerlijke factor voor de ondersteuning van economische herstructurering en technologische modernisering,
Zijn als volgt overeengekomen [1] :
1.
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Marokko anderzijds.
2.
Deze associatie heeft ten doel:
een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de partijen met het oog op het versterken van hun betrekkingen op alle terreinen die zij in het kader van een dergelijke dialoog van belang achten;
de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer;
het bevorderen van de handel en van evenwichtige sociale en economische betrekkingen tussen de partijen, met name door middel van dialoog en samenwerking, teneinde de ontwikkeling en de welvaart van Marokko en de Marokkaanse bevolking te bevorderen;
het aanmoedigen van de Maghrebijnse integratie door bevordering van de handel en samenwerking tussen Marokko en de landen in de regio;
het bevorderen van de samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en financieel gebied.
Artikel 2
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals neergelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens , vormt de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Marokko en is een wezenlijk onderdeel van deze Overeenkomst.
1.
Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld. Via deze dialoog kunnen tussen de partners duurzame, op solidariteit gebaseerde betrekkingen worden ingesteld, die zullen bijdragen aan de welvaart, de stabiliteit en de veiligheid van het Middellandse-Zeegebied en een klimaat van begrip en tolerantie tussen culturen zullen scheppen.
2.
Doelstellingen van de dialoog en de politieke samenwerking zijn met name:
a. de partijen nader tot elkaar te brengen door het ontwikkelen van beter wederzijds begrip en door regelmatig overleg over internationale vraagstukken van wederzijds belang;
b. elke partij in staat te stellen het standpunt en de belangen van de andere partij in overweging te nemen;
c. te werken aan de handhaving van de veiligheid en de stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en in de Maghreb in het bijzonder;
d. het uitwerken van gemeenschappelijke initiatieven.
Artikel 4
De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang en met name op de noodzakelijke voorwaarden voor het waarborgen van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling door het bevorderen van de samenwerking, met name binnen de Maghreb.
Artikel 5
De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden, en met name:
a. op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;
b. op het niveau van hoge functionarissen die Marokko vertegenwoordigen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad en de Commissie, anderzijds;
c. met optimale gebruikmaking van de diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings, overleg ter gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;
d. zo nodig met gebruikmaking van alle andere middelen die kunnen bijdragen tot de intensivering en doelmatigheid van deze dialoog.
Artikel 6
De Gemeenschap en Marokko brengen in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone tot stand, overeenkomstig de hierna omschreven bepalingen en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in bijlagen bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna „GATT” te noemen.
Artikel 7
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Unie en Marokko, met uitzondering van de producten die zijn genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.
Artikel 8
Er worden geen nieuwe invoerrechten of heffingen van gelijke werking ingesteld in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko.
Artikel 9
Produkten van oorsprong uit Marokko worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking.
1.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, met uitzondering van de in bijlagen 3, 4, 5 en 6 vermelde produkten, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
2.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage 3, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema:
Bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75% van het basisrecht;
Een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
Twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25% van het basisrecht;
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
3.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij invoer in Marokko van toepassing zijn op de in bijlage 4 vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden geleidelijk afgeschaft volgens onderstaande tijdschema's:
Voor de lijst in bijlage 4:
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90% van het basisrecht;
Vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80% van het basisrecht;
Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70% van het basisrecht;
Zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60% van het basisrecht;
Zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50% van het basisrecht;
Acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40% van het basisrecht;
Negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30% van het basisrecht;
Tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20% van het basisrecht;
Elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10% van het basisrecht;
Twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten en heffingen afgeschaft.
4.
Indien zich met betrekking tot een bepaald produkt ernstige problemen voordoen, kan het op de lijst in bijlage 4 van toepassing zijnde tijdschema in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken produkt niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode van twaalf jaar. Indien het Comité geen besluit heeft genomen binnen dertig dagen na de kennisgeving van het verzoek van Marokko om herziening van het tijdschema, kan Marokko het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.
5.
Het basisrecht waarop de in de leden 2 en 3 vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het op 1 januari 1995 daadwerkelijk ten opzichte van de Gemeenschap toegepaste recht.
6.
Indien na 1 januari 1995 enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, treden de verlaagde rechten in de plaats van de in lid 5 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.
7.
Marokko deelt de Gemeenschap zijn basisrechten mede.
1.
Marokko verbindt zich ertoe uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de op 1 juli 1995 op de in bijlage 5 opgenomen produkten toegepaste referentieprijzen af te schaffen.
Deze referentieprijzen die van toepassing zijn op textielprodukten en kledingartikelen worden geleidelijk afgeschaft over een periode van drie jaar die ingaat op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Het tempo waarmee deze referentieprijzen worden afgeschaft garandeert een preferentieel voordeel voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap van ten minste 25% ten opzichte van de referentieprijzen die Marokko erga omnes toepast. In het geval dat deze preferentie niet kan worden gehandhaafd past Marokko een tariefverlaging toe op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap. Deze tariefverlaging mag niet lager zijn dan 5% van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de datum waarop zij van kracht wordt.
In het geval dat de verbintenissen van Marokko uit hoofde van de GATT voorzien in een kortere termijn voor de afschaffing van referentieprijzen bij invoer, is deze van toepassing.
2.
De bepalingen van artikel 11 zijn niet van toepassing op de produkten vermeld in de lijsten 1 en 2 van bijlage 6, onverminderd de volgende bepalingen:
a. Voor de produkten van lijst 1 zijn de bepalingen van artikel 19, lid 2, slechts van toepassing na het verstrijken van de overgangsperiode. Zij kunnen echter voor deze datum van toepassing worden door een besluit van de Associatieraad.
b. De op de produkten van de lijsten 1 en 2 toegepaste regeling wordt drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst door de Associatieraad herzien.
Bij die herziening stelt de Associatieraad het tijdschema vast voor de tariefafbraak voor de produkten van lijst 6, met uitzondering van de produkten van postonderverdeling 630900.
Artikel 13
De bepalingen betreffende de afschaffing van de invoerrechten zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.
1.
Marokko mag in de vorm van verhoogde of opnieuw ingestelde douanerechten buitengewone maatregelen van beperkte duur nemen die afwijken van het bepaalde in artikel 11.
Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.
De invoerrechten die krachtens deze maatregelen door Marokko worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25% ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar buiten werking.
Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen, indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.
Marokko stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Marokko aan het Comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen.
2.
In afwijking van de bepalingen van lid 1, vierde alinea, kan het Associatiecomité, teneinde rekening te houden met moeilijkheden in verband met het oprichten van een nieuwe industrie, Marokko bij uitzondering toestaan de krachtens lid 1 genomen maatregelen te handhaven voor een periode van maximaal drie jaar na de overgangsperiode van twaalf jaar.
Artikel 15
Met „landbouwproducten”, „verwerkte landbouwproducten” en „vis en visserijproducten” worden de producten bedoeld die zijn genoemd in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en in bijlage 1, punt 1, onder ii), bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.
Artikel 16
De Gemeenschap en Marokko stellen geleidelijk een grotere liberalisering in van het onderling handelsverkeer in landbouw- en visserijprodukten.
1.
Voor de invoer in de Gemeenschap van de in Protocol nr. 1 genoemde landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit Marokko gelden de regelingen van dat protocol.
De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor het door de Unie handhaven van een agrarisch element bij de invoer van fructose (GN-code 17025000) van oorsprong uit Marokko.
Dit agrarisch element houdt verband met de verschillen in prijs op de markt van de Unie van de landbouwproducten die geacht worden bij de productie van fructose te zijn gebruikt, en de prijs van dergelijke uit derde landen ingevoerde producten.
2.
Voor de invoer in Marokko van de in Protocol nr. 2 genoemde landbouwproducten, verwerkte landbouwproducten, vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie gelden de regelingen van dat protocol.
De bepalingen van dit hoofdstuk vormen geen beletsel voor Marokko om een agrarisch element te onderscheiden in de rechten die van toepassing zijn bij invoer van producten van GS-code 1902 (deegwaren) die vermeld zijn in de aan Protocol nr. 2 gehechte lijst 3.
1.
De partijen komen uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen om na te gaan of het mogelijk is om de preferentiële concessies wederzijds te verbeteren, zulks rekening houdend met het landbouwbeleid en met de gevoeligheid en de specifieke kenmerken van elk betrokken product.
2.
Onverminderd de in lid 1 opgenomen bepalingen en rekening houdend met de handelsstromen voor landbouwprodukten tussen de partijen, en de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, onderzoeken de Gemeenschap en Marokko binnen de Associatieraad, produkt per produkt, en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheid om elkaar op passende wijze concessies te doen.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.
2.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst afgeschaft.
3.
De Gemeenschap en Marokko stellen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in.
1.
Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van hun landbouwbeleid, kunnen de Gemeenschap en Marokko voor de betrokken produkten de in deze Overeenkomst vervatte regeling wijzigen.
De Partij die tot een dergelijke wijziging overgaat, stelt daarvan het Associatiecomité in kennis. Op verzoek van de andere Partij komt het Associatiecomité bijeen om op passende wijze rekening te houden met de belangen van genoemde Partij.
2.
Ingeval de Gemeenschap of Marokko op grond van lid 1 de in deze Overeenkomst vervatte regeling voor landbouwprodukten wijzigen, verlenen zij voor de invoer van produkten van oorsprong uit de andere Partij, een voordeel dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze Overeenkomst voorziet.
3.
Over de wijziging van de in deze Overeenkomst bepaalde regeling wordt op verzoek van de andere overeenkomstsluitende partij overleg gepleegd in de Associatieraad.
Artikel 21
Voor produkten van oorsprong uit Marokko geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de Lid-Staten onderling geldt.
De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden.
1.
Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere partij.
2.
Voor produkten die naar een der partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.
1.
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.
2.
De partijen plegen in het Associatiecomité overleg over de Overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Marokko als omschreven in deze Overeenkomst.
Artikel 24
Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27 van deze Overeenkomst.
Artikel 25
Indien een produkt wordt ingevoerd in hoeveelheden en onder omstandigheden die:
ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen, of
de enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied,
kan de Gemeenschap of Marokko naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 27.
Artikel 26
Wanneer de naleving van artikel 19, lid 3:
i. ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of
ii. ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,
en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van artikel 27. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.
1.
Indien de Gemeenschap of Marokko de invoer van produkten die de in artikel 25 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken partij de andere partij hiervan in kennis.
2.
In de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of Marokko, naar gelang van het geval, vóór zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of in de gevallen waarop lid 3, onder d), van dit artikel, van toepassing is, zo spoedig mogelijk het Associatiecomité alle ter zake dienende informatie ten- einde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren.
De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, die hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten.
3.
Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende:
a. de exporterende Partij wordt van de in artikel 24 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende partij een onderzoek hebben geopend. Indien geen einde is gemaakt aan de dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen na de kennisgeving van deze zaak, kan de importerende partij passende maatregelen nemen;
b. de moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 25 worden voorgelegd aan het Associatiecomité dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.
Indien het Associatiecomité of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen na kennisgeving van de zaak, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden;
c. de moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 26 bedoelde omstandigheden worden aan het Associatiecomité voorgelegd.
Het Associatiecomité kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien het geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt;
d. wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken kan de Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, in de in de artikelen 24, 25 en 26 bedoelde omstandigheden onverwijld de vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen. De andere Partij wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld.
Artikel 28
Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, en de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.
Artikel 29
Het begrip „produkten van oorsprong" voor de toepassing van deze titel en de desbetreffende methoden van administratieve samenwerking zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4.
Artikel 30
In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.
1.
De partijen komen overeen de toepassingssfeer van deze Overeenkomst uit te breiden tot het recht van vestiging van vennootschappen van een Partij op het grondgebied van de andere Partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een Partij aan ontvangers van diensten in een andere Partij.
2.
De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling.
Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de opgedane ervaring bij de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling en met de respectieve verplichtingen van de partijen overeenkomstig de aan de Overeenkomst tot oprichting van de WTO gehechte Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten , hierna „GATS” te noemen, met name artikel V .
3.
De Associatieraad verricht op zijn laatst vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een eerste onderzoek naar de verwezenlijking van deze doelstelling.
4.
Onverminderd lid 3 verricht de Associatieraad bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst een onderzoek naar de sector internationaal zeevervoer teneinde aanbevelingen te doen voor de meest passende liberaliseringsmaatregelen. De Associatieraad houdt rekening met de resultaten van de onderhandelingen die op dit gebied zijn gevoerd in het kader van de GATS na de afsluiting van de Uruguay-Ronde.
1.
In een eerste fase bevestigen de partijen opnieuw hun respectieve verplichtingen krachtens de GATS , met name de wederzijdse toekenning van de meestbegunstigingsbehandeling voor de dienstensector waarvoor deze verplichting geldt.
2.
Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op:
a. door een Partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;
b. andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule door een Partij aan de GATS zijn gehecht.
Artikel 33
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 35 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, tot alle betaalverrichtingen die verband houden met lopende transacties.
1.
Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de Gemeenschap en Marokko het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in Marokko in vennootschappen die in overeenstemming met de van kracht zijnde wetten zijn opgericht, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.
2.
De partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko en de volledige liberalisering ervan wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
Artikel 35
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Marokko ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de GATT en met de artikelen VIII en XIV van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen met betrekking tot lopende transacties. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Marokko, al naar gelang van het geval, brengen deze onverwijld ter kennis van de andere partij, en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen.
1.
Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Marokko daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn:
a. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
b. het misbruik maken van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Marokko, of op een wezenlijk deel daarvan;
c. alle steunmaatregelen van de Staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen, met uitzondering van afwijkingen die zijn toegestaan krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
2.
Alle handelwijzen welke met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de regels van de artikelen 85 , 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en voor onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende produkten, die van de artikelen 65 en 66 van dit Verdrag, en de regels betreffende overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.
3.
De Associatieraad stelt bij besluit genomen binnen een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de nodige voorschriften vast voor de uitvoering van de leden 1 en 2.
In afwachting van de vaststelling van deze voorschriften worden de bepalingen van deze Overeenkomst inzake de interpretatie en toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel toegepast als regels voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder c), en het ermee verband houdende gedeelte van lid 2.
4.
a. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder c), komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vijf jaren na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle door Marokko toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Marokko wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.
Tijdens deze zelfde periode mag Marokko bij wijze van uitzondering met betrekking tot onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende ijzer- en staalprodukten, overheidssteun voor herstructurering verlenen, mits:
deze steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode onder normale marktvoorwaarden levensvatbaar zijn;
het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt blijven tot hetgeen voor dit herstel van de levensvatbaarheid absoluut noodzakelijk is, en ze geleidelijk worden verminderd; en
het herstructureringsprogramma aansluit bij een algemene rationalisatie van de capaciteit in Marokko.
De Associatieraad besluit met inachtneming van de economische situatie in Marokko, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.
b. Elke partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene partij verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.
5.
Met betrekking tot de produkten vermeld in hoofdstuk II van titel II:
is het bepaalde in lid 1, onder c), niet van toepassing;
dienen alle praktijken die in strijd zijn met lid 1, onder a), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria welke door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.
6.
Indien de Gemeenschap of Marokko van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en:
deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat
bij ontstentenis van dergelijke voorschriften, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,
kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.
Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder c, van dit artikel kunnen indien de GATT erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel of in een andere in het kader daarvan tot stand gekomen handeling die op beide partijen van toepassing is.
7.
Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.
Artikel 37
De Lid-Staten en Marokko passen, onverminderd de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Marokko geen discriminatie meer bestaan wat de voorwaarden van de herziening en de afzet van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.
Artikel 38
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko verstoren of strijdig zijn met de belangen van de partijen worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen.
1.
De partijen waarborgen een adequate en effectieve bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, overeenkomstig de hoogste internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.
2.
De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 7 wordt regelmatig door de partijen onderzocht. In geval van problemen op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten die het handelsverkeer beïnvloeden wordt op verzoek van een partij dringend overleg gevoerd, ten einde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen.
1.
De partijen wenden passende middelen aan ter bevordering van het gebruik door Marokko van communautaire technische voorschriften en Europese normen betreffende de kwaliteit van industriële produkten en produkten uit de agro-levensmiddelensector, en de certificatieprocedures.
2.
Op grond van de in lid 1 bedoelde beginselen sluiten de partijen overeenkomsten van wederzijdse erkenning van certificatie wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
1.
De partijen stellen zich een wederzijdse en geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel.
2.
De Associatieraad neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering van lid 1.
1.
De partijen verbinden zich ertoe hun economische samenwerking te versterken, in hun wederzijds belang, en in de geest van partnerschap waarop deze Overeenkomst is gebaseerd.
2.
De economische samenwerking heeft als doel Marokko te steunen in zijn activiteiten ter bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling.
1.
De samenwerking is in de eerste plaats gericht op terreinen waar zich interne beperkingen en problemen voordoen of die de gevolgen ondergaan van het liberaliseringsproces van de gehele Marokkaanse economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Marokko en de Gemeenschap.
2.
Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Marokko en de Gemeenschap dichter bij elkaar brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.
3.
De samenwerking zal de intra-Maghrebijnse economische integratie bevorderen door de uitvoering van maatregelen die bijdragen tot de ontwikkeling van deze intra-Maghrebijnse betrekkingen.
4.
In het kader van de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking is de bescherming van milieu en ecologisch evenwicht een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.
5.
Eventueel stellen de partijen in overleg andere terreinen voor economische samenwerking vast.
Artikel 44. Middelen en modaliteiten
De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:
a. een regelmatige economische dialoog tussen de twee partijen die alle terreinen van het macro-economisch beleid bestrijkt;
b. uitwisseling van informatie en bevordering van de communicatie;
c. activiteiten op het gebied van raadgeving, expertise, opleiding;
d. gezamenlijke activiteiten;
e. technische en administratieve bijstand, en bijstand op het gebied van de regelgeving.
Artikel 45. Regionale samenwerking
Met het oog op een goede werking van deze Overeenkomst bevorderen de partijen alle activiteiten met een regionaal effect of waarbij andere derde landen betrokken zijn, met name op de volgende terreinen:
a. de intra-regionale handel op Maghreb-niveau;
b. milieu;
c. ontwikkeling van de economische infrastructuren;
d. wetenschappelijk en technologisch onderzoek;
e. cultuur;
f. douanezaken;
g. regionale instellingen en de uitvoering van gemeenschappelijke of geharmoniseerde programma's en beleid.
Artikel 46. Onderwijs en opleiding
De samenwerking is gericht op:
a. het omschrijven van de middelen om de situatie in de sector onderwijs en opleiding, waaronder beroepsopleidingen, aanzienlijk te verbeteren;
b. het bevorderen van met name de toegang van vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;
c. het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op het uitwisselen van ervaring en middelen.
a. het bevorderen van permanente banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de twee partijen, met name door middel van:
de toegang van Marokko tot communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling overeenkomstig de communautaire bepalingen inzake de deelname van derde landen aan deze programma's;
de deelname van Marokko aan gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;
bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek;
b. het versterken van de onderzoekscapaciteit van Marokko;
c. het stimuleren van technologische innovatie, de uitwisseling van nieuwe technologieën en know-how;
d. het bevorderen van activiteiten die gericht zijn op het creëren van synergie met regionaal effect.
Artikel 48. Milieu
De samenwerking is gericht op het voorkomen van de achteruitgang van het milieu en de verbetering van de kwaliteit ervan, de bescherming van de volksgezondheid en een rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen met het oog op een duurzame ontwikkeling.
De partijen komen overeen met name op de volgende terreinen samen te werken:
a. de kwaliteit van bodem en water;
b. de gevolgen van ontwikkeling, met name industriële ontwikkeling (veiligheid van installaties, met name afvalstoffen);
c. controle op en preventie van verontreiniging van de zee.
Artikel 49. Industriële samenwerking
De samenwerking is gericht op:
a. het bevorderen van samenwerking tussen het bedrijfsleven van de partijen, ook in het kader van de toegang van Marokko tot de communautaire netwerken voor samenwerking tussen bedrijven of tot gedecentraliseerde samenwerkingsnetwerken;
b. het steunen van de inspanningen van de Marokkaanse openbare en particuliere sectoren om de industrie te moderniseren en te herstructureren, met inbegrip van de agro-levensmiddelenindustrie;
c. het bevorderen van de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor particulier initiatief teneinde de voor lokale en exportmarkten bestemde produktie te stimuleren en te diversifiëren;
d. het optimaal gebruiken van de Marokkaanse menselijke en industriële hulpbronnen door een betere toepassing van beleid op het gebied van innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling;
e. het vergemakkelijken van de kredietverstrekking voor de financiering van investeringen.
Artikel 50. Bevordering en bescherming van investeringen
De samenwerking is gericht op het scheppen van gunstige omstandigheden voor investeringsstromen, en wordt met name verwezenlijkt door middel van:
a. het instellen van geharmoniseerde en vereenvoudigde procedures, regelingen voor gezamenlijke investeringen (met name in het midden- en kleinbedrijf), en de identificatie van en informatie over investeringsmogelijkheden;
b. waar nodig het instellen van een juridisch kader ter bevordering van investeringen, door de sluiting tussen Marokko en de Lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belasting.
a. het bevorderen van het gebruik van communautaire voorschriften op het gebied van de normalisatie, de metrologie, kwaliteitszorg en -borging, en de conformiteitsbeoordeling;
b. het op niveau brengen van de Marokkaanse laboratoria om op termijn overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van de conformiteitsbeoordeling te sluiten;
c. het ontwikkelen van de Marokkaanse structuren op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteit.
Artikel 52. Harmonisatie van de wetgevingen
De samenwerking is erop gericht Marokko te helpen bij het aanpassen van zijn wetgeving aan die van de Gemeenschap op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen.
Artikel 53. Financiële diensten
De samenwerking is gericht op de harmonisatie van gemeenschappelijke regels en normen, onder andere met het oog op:
a. de versterking en herstructurering van de financiële sectoren in Marokko;
b. de verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, het toezicht, de reglementering van financiële diensten en de financiële controle in Marokko.
Artikel 54. Landbouw en visserij
De samenwerking is gericht op:
a. modernisering en herstructurering van de landbouw- en visserijsectoren, ook door middel van de modernisering van infrastructuren en uitrusting en de ontwikkeling van technieken voor verpakking en opslag, en de verbetering van particuliere distributie en afzetmogelijkheden;
b. diversificatie van de produktie en de externe afzetmarkten;
c. samenwerking op sanitair en fytosanitair gebied en op het gebied van teeltmethoden.
Artikel 55. Vervoer
De samenwerking is gericht op:
a. de herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur van gemeenschappelijk belang in samenhang met de belangrijkste transeuropese verbindingen;
b. de definitie en toepassing van normen voor het functioneren die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn;
c. de vernieuwing van de technische installaties volgens communautaire normen, vooral wat betreft het multimodale vervoer, de containerisering, en de overslag;
d. de geleidelijke verbetering van de omstandigheden voor het transitovervoer over de weg en over zee en multimodaal transitovervoer, en van het beheer van havens en vliegvelden, het zee- en luchtverkeer en de spoorwegen.
Artikel 56. Telecommunicatie en informatietechnologie
De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:
a. het algemene kader van de telecommunicatie;
b. normalisatie, conformiteitsproeven en certificatie op het gebied van de informatietechnologie en telecommunicatie;
c. verbreiding van nieuwe informatietechnologieën, met name op het gebied van netwerken en hun onderlinge verbindingen (digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) en elektronische gegevensuitwisseling (EDI));
d. stimulering van onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe faciliteiten voor communicatie en informatietechnologieën, gericht op het ontwikkelen van de markt voor uitrusting, diensten en toepassingen in verband met informatietechnologieën en communicatie, diensten en installaties.
Artikel 57. Energie
De samenwerkingsactiviteiten zijn met name gericht op:
a. duurzame energie;
b. bevordering van energiebesparing;
c. toegepast onderzoek naar de netwerken van databanken op economisch en sociaal gebied van de twee partijen;
d. ondersteuning van de inspanningen voor modernisering en de ontwikkeling van energienetwerken en hun verbindingen met de netwerken van de Gemeenschap.
Artikel 58. Toerisme
De samenwerking is gericht op de ontwikkeling van het toerisme, met name op de volgende gebieden:
a. hotelmanagement en de kwaliteit van de dienstverlening in de verschillende met het hotelwezen verband houdende beroepen;
b. ontwikkeling van de marketing;
c. de ontwikkeling van het toerisme onder jongeren.
1.
De samenwerking is erop gericht de eerbiediging van de handelsbepalingen en een eerlijk handelsverkeer te waarborgen, met prioriteit voor:
a. de vereenvoudiging van de controles en de douaneprocedures;
b. de toepassing van het enig administratief document en de aansluiting van de transitoregelingen van de Gemeenschap en Marokko.
2.
Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder de artikelen 61 en 62 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 5.
Artikel 60. Statistische samenwerking
De samenwerking is gericht op het beter op elkaar afstemmen van de door de partijen gebruikte methoden en de toepassing van statistische gegevens betreffende alle door deze Overeenkomst bestreken terreinen zodra deze zich lenen voor het opstellen van statistieken.
1.
De partijen zijn het eens over de noodzaak van samenwerking om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.
2.
De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld, die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met inbegrip van de Financial Action Task Force (FATF).
1.
De samenwerking is gericht op:
a. het verbeteren van de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de produktie, het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
b. op het terugdringen van het illegale gebruik van die produkten.
2.
De partijen bepalen samen, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie.
Aan dit optreden kunnen bevoegde openbare en particuliere instellingen en internationale organisaties deelnemen in samenwerking met de regering van het Koninkrijk Marokko en de betrokken instellingen van de Gemeenschap en haar Lid-Staten.
3.
De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:
a. de oprichting of uitbreiding van informatiecentra en centra voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg met het oog op de behandeling en wederopname in de maatschappij van drugverslaafden;
b. de uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek;
c. het opstellen van normen voor de preventie van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen overeenkomend met de normen van de Gemeenschap en van de betrokken internationale organen, inzonderheid de Chemical Action Task Force (CATF);
d. het opstellen en uitvoeren van programma's voor de alternatieve ontwikkeling van de gebieden waar illegaal narcotische planten worden verbouwd.
Artikel 63
De twee partijen bepalen samen de nodige modaliteiten voor de verwezenlijking van de samenwerking op de terreinen van deze titel.
1.
Elke Lid-Staat past op de werknemers van Marokkaanse nationaliteit die werkzaam zijn op zijn grondgebied een regeling toe die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en zijn eigen onderdanen voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de lonen en het ontslag.
2.
Op elke Marokkaanse werknemer die gemachtigd is tijdelijk een beroepsactiviteit in loondienst uit te oefenen op het grondgebied van een Lid-Staat zijn de bepalingen van lid 1 van toepassing voor wat betreft de arbeidsvoorwaarden en de lonen.
3.
Marokko past dezelfde regeling toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten.
1.
Behoudens het bepaalde in de onderstaande leden vallen de werknemers van Marokkaanse nationaliteit en de bij hen woonachtige gezinsleden op het gebied van de sociale zekerheid onder een regeling die wordt gekenmerkt door het ontbreken van elke discriminatie op grond van nationaliteit tussen deze werknemers en de eigen onderdanen van de Lid-Staten waar zij werkzaam zijn.
Het begrip sociale zekerheid dekt alle takken van sociale zekerheid die betrekking hebben op uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, pensioenen bij invaliditeit, ouderdomspensioenen, pensioenen voor nabestaanden, uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, uitkeringen bij overlijden, werkloosheidsuitkeringen en kinderbijslag.
Deze bepaling kan echter niet tot gevolg hebben dat de andere coördinatieregelingen waarin de op artikel 51 van het EG-Verdrag gebaseerde communautaire regelgeving voorziet worden toegepast in andere dan de in artikel 67 van deze Overeenkomst vervatte voorwaarden.
2.
Deze werknemers komen in aanmerking voor samentelling van de tijdvakken van verzekering, van arbeid of van woonplaats die zij in de verschillende Lid-Staten vervuld hebben, voor wat betreft de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en -renten, kinderbijslag, uitkeringen bij ziekte en zwangerschap, alsmede de gezondheidszorg voor de werknemer en zijn binnen de Gemeenschap woonachtig gezin.
3.
Deze werknemers komen in aanmerking voor gezinsbijslagen voor de leden van hun gezin die binnen de Gemeenschap woonachtig zijn.
4.
Deze werknemers mogen ouderdoms- en overlevingspensioenen en -renten, pensioenen en renten wegens arbeidsongevallen of beroepsziekten en invaliditeitspensioenen en -renten ingevolge arbeidsongevallen of beroepsziekten, vrij overmaken naar Marokko tegen die koers die geldt krachtens de wetgeving van de Lid-Staat of de Lid-Staten die de desbetreffende bedragen moeten betalen, met uitzondering van bijzondere uitkeringen waarvoor geen contributie is betaald.
5.
Marokko past een soortgelijke regeling als vermeld in de leden 1, 3 en 4 toe op de op zijn grondgebied werkzame werknemers die onderdaan zijn van de Lid-Staten en op hun gezinsleden.
Artikel 66
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op onderdanen van een van de partijen die illegaal op het grondgebied van het gastland verblijven of werken.
1.
Voor het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst stelt de Associatieraad de nodige bepalingen vast ten- einde de toepassing van de in artikel 65 vervatte beginselen te verzekeren.
2.
De Associatieraad stelt de regels vast voor een administratieve samenwerking die de nodige waarborgen inzake beheer en controle biedt voor de toepassing van het bepaalde in lid 1.
Artikel 68
De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 67 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen welke voortvloeien uit de bilaterale overeenkomsten tussen Marokko en de Lid-Staten, voor zover deze voor de Marokkaanse onderdanen of de onderdanen van de Lid-Staten een gunstiger regeling inhouden.
1.
Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over elk onderwerp op sociaal gebied dat voor hen van belang is.
2.
De dialoog is het instrument voor onderzoek naar de manieren en voorwaarden om vooruitgang te bewerkstelligen wat betreft het verkeer van werknemers, de gelijke behandeling en de sociale integratie van ingezetenen van Marokko en van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van gastlanden verblijven.
3.
De dialoog heeft met name betrekking op alle problemen betreffende:
a. leef- en werkomstandigheden van de migrantengemeenschappen,
b. migraties,
c. clandestiene immigratie en de voorwaarden voor terugkeer van personen die niet voldoen aan de bepalingen van de wetgeving inzake verblijf en vestiging die in het gastland van toepassing is,
d. activiteiten en programma's ter bevordering van de gelijke behandeling van ingezetenen van Marokko en van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, de ontwikkeling van tolerantie en de afschaffing van discriminatie.
Artikel 70
De dialoog op sociaal gebied wordt gehouden op dezelfde niveaus en volgens dezelfde modaliteiten als die van titel I, die tevens als kader ervoor kan dienen.
1.
Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren worden activiteiten en programma's op elk gebied dat voor hen van belang is uitgevoerd.
Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit:
a. vermindering van de migratiedruk, met name door het scheppen van werkgelegenheid en de ontwikkeling van het onderwijs in de emigratiegebieden;
b. reïntegratie van personen die gerepatrieerd zijn wegens het illegale karakter van hun situatie op grond van de wetgeving van de betrokken Lid-Staat;
c. bevordering van de rol van de vrouw in het sociale en economische ontwikkelingsproces, met name door middel van onderwijs en de media, en dit in het kader van het Marokkaanse beleid op dit gebied;
d. ontwikkeling en versterking van Marokkaanse programma's voor geboorteregeling en de bescherming van moeder en kind;
e. verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;
f. verbetering van de ziektekostenverzekering;
g. de uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Marokkaanse jongeren die in de Lid-Staten verblijven ter bevordering van de kennis van elkaars cultuur en van de tolerantie.
Artikel 72
De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden verwezenlijkt in samenwerking met de Lid-Staten en de bevoegde internationale organisaties.
Artikel 73
De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst een werkgroep op. Deze is belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van hoofdstukken 1 tot en met 3.
1.
Met het oog op de vergroting van wederzijdse kennis en begrip en rekening houdend met reeds ondernomen activiteiten verbinden de partijen zich ertoe, met respect voor elkaars cultuur, de voorwaarden voor een duurzame culturele dialoog beter vast te leggen en een permanente culturele samenwerking te bevorderen, waarbij geen enkel terrein a priori wordt uitgesloten.
2.
Bij de vaststelling van de samenwerkingsactiviteiten en -programma's en de gemeenschappelijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren en aan geschreven en audiovisuele communicatie- en uitdrukkingsmiddelen, aan kwesties betreffende de bescherming van het erfgoed en de verbreiding van de cultuur.
3.
De partijen komen overeen dat de bestaande programma's voor culturele samenwerking in de Gemeenschap of in een of meer Lid-Staten tot Marokko kunnen worden uitgebreid.
Artikel 75
Teneinde zoveel mogelijk bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst wordt een financiële samenwerking ten gunste van Marokko ingesteld volgens de passende modaliteiten en met de passende financiële middelen.
Deze modaliteiten worden met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten.
Naast de in titel V en titel VI van deze Overeenkomst genoemde terreinen heeft deze samenwerking vooral betrekking op:
het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie;
het op peil brengen van de economische infrastructuur;
het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;
het rekening houden met de gevolgen voor de Marokkaanse economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van het op peil brengen en de omschakeling van de industrie;
het begeleiden van het beleid in de sociale sectoren.
Artikel 76
In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied en in nauwe samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten en andere partijen, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, onderzoekt de Gemeenschap de middelen die geschikt zijn ter ondersteuning van de structuurmaatregelen van Marokko die gericht zijn op het herstel van een algemeen financieel evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat een versnelde groei bevordert, waarbij echter de verbetering van het sociale welzijn van de bevolking niet uit het oog wordt verloren.
Artikel 77
Met het oog op een gecoördineerde benadering van de bijzondere macro-economische en financiële problemen die zouden kunnen voortvloeien uit de geleidelijke uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst besteden de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Marokko in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.
Artikel 78
Hierbij wordt een Associatieraad opgericht die eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op ministerniveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde.
Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
1.
De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de Regering van het Koninkrijk Marokko, anderzijds.
2.
De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
3.
De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
4.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en door een lid van de regering van het Koninkrijk Marokko zulks overeenkomstig de in het reglement van orde van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen.
Artikel 80
De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in de in deze Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.
Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de twee partijen.
1.
Hierbij wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Raad toegekende bevoegdheden.
2.
De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren.
1.
Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de regering van het Koninkrijk Marokko anderzijds.
2.
Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
3.
Het associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en een vertegenwoordiger van de regering van Marokko. In beginsel vergadert het Associatiecomité beurtelings in de Gemeenschap en in Marokko.
Artikel 83
Het Associatiecomité heeft een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze Overeenkomst, en op de terreinen waarop de Raad het comité bevoegdheden heeft toegekend.
Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.
Artikel 84
De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van deze Overeenkomst nodig zijn.
Artikel 85
De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de parlementaire instellingen van het Koninkrijk Marokko, en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de overeenkomstige instelling in het Koninkrijk Marokko.
1.
Elk van beide partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.
2.
De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.
3.
Elk van beide partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.
4.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk van beide partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één der beide partijen bij het geschil te zijn.
De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.
De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.
Elke partij bij het geschil moet het nodige doen om de beslissing van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.
Artikel 87
Niets in deze Overeenkomst zal een overeenkomstsluitende partij beletten maatregelen te nemen:
a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.
Artikel 88
Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:
de regelingen die het Koninkrijk Marokko ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van het Koninkrijk Marokko toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Marokkaanse onderdanen of vennootschappen.
Artikel 89
Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst heeft tot gevolg:
de uitbreiding van de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is;
het verhinderen van de vaststelling of toepassing door een partij van enige maatregel die gericht is op het voorkomen van fraude of belastingontduiking;
er afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de ter zake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden ten aanzien van hun woonplaats.
1.
De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
2.
Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.
Artikel 91
De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen 1 tot en met 7 en de verklaringen vormen een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst. De verklaringen en de briefwisselingen zijn opgenomen in de Slotakte die een integrerend onderdeel vormt van deze Overeenkomst.
Artikel 92
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt met de term „partijen" bedoeld de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Marokko, anderzijds.
Artikel 93
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elk van beide partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.
Artikel 94
Deze Overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig de bepalingen van genoemde verdragen, enerzijds, en op het grondgebied van het Koninkrijk Marokko, anderzijds.
Artikel 95
Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse, en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
1.
Deze Overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
2.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko, en de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Koninkrijk Marokko, die op 25 april 1976 te Rabat werden getekend.
GEDAAN te Brussel, de zesentwintigste februari negentienhonderdzesennegentig.
Inhoudsopgave
Artikel 1
+ Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
+ Artikel 5
+ Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
+ Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
+ Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
+ Artikel 30
Artikel 31
+ Artikel 32
Artikel 33
Artikel 34
+ Artikel 35
Artikel 36
Artikel 37
Artikel 38
Artikel 39
Artikel 40
+ Artikel 41
Artikel 42. Doelstellingen
Artikel 43. Toepassingssfeer
Artikel 44. Middelen en modaliteiten
Artikel 45. Regionale samenwerking
Artikel 46. Onderwijs en opleiding
Artikel 47. Wetenschappelijke, technische en technologische samenwerking
Artikel 48. Milieu
Artikel 49. Industriële samenwerking
Artikel 50. Bevordering en bescherming van investeringen
Artikel 51. Samenwerking op het gebied van de normalisatie en de conformiteitsbeoordeling
Artikel 52. Harmonisatie van de wetgevingen
Artikel 53. Financiële diensten
Artikel 54. Landbouw en visserij
Artikel 55. Vervoer
Artikel 56. Telecommunicatie en informatietechnologie
Artikel 57. Energie
Artikel 58. Toerisme
Artikel 59. Samenwerking op douanegebied
Artikel 60. Statistische samenwerking
Artikel 61. Witwassen van geld
Artikel 62. Drugsbestrijding
+ Artikel 63
Artikel 64
Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
+ Artikel 68
Artikel 69
+ Artikel 70
Artikel 71
Artikel 72
+ Artikel 73
+ Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76
+ Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86
Artikel 87
Artikel 88
Artikel 89
Artikel 90
Artikel 91
Artikel 92
Artikel 93
Artikel 94
Artikel 95
Artikel 96
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht