Europese Akte
(authentiek: nl)
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
De President van de Helleense Republiek,
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
De President van de Franse Republiek,
De President van Ierland,
De President van de Italiaanse Republiek,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
De President van de Portugese Republiek,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Bezield door de wil de op de grondslag van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen aangevatte taak voort te zetten en het geheel van de betrekkingen tussen hun Staten om te zetten in een Europese Unie, overeenkomstig de Plechtige Verklaring van Stuttgart van 19 juni 1983,
Vastbesloten deze Europese Unie ten uitvoer te leggen op basis van, enerzijds, de volgens hun eigen regels functionerende Gemeenschappen, en anderzijds de Europese Samenwerking tussen de ondertekenende Staten op het gebied van de buitenlandse politiek, alsmede deze unie van de noodzakelijke actiemiddelen te voorzien,
Besloten hebbende gezamenlijk de democratie te bevorderen uitgaande van de grondrechten die worden erkend in de grondwetten en de wetten van de Lid-Staten, in het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en in het Europees sociaal handvest, met name de vrijheid, de gelijkheid en de sociale rechtvaardigheid,
Ervan overtuigd dat de Europese gedachte, de bereikte resultaten op het terrein van de economische integratie en de politieke samenwerking alsook de noodzaak van nieuwe ontwikkelingen, beantwoorden aan de verlangens van de Europese democratische volkeren, voor wie het door middel van Algemene Verkiezingen gekozen Europese Parlement een onontbeerlijk middel is om zich uit te drukken,
Zich bewust van de verantwoordelijkheid die op Europa rust om te trachten steeds meer met één stem te spreken en eensgezind en solidair op te treden ten einde zijn gemeenschappelijke belangen en onafhankelijkheid doeltreffender te verdedigen en zeer in het bijzonder de democratische beginselen en de eerbiediging van het recht en van de rechten van de mens, die zij toegedaan zijn, te doen gelden, ten einde te zamen hun eigen bijdrage te leveren aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid overeenkomstig de door hen in het kader van het Handvest van de Verenigde Naties aangegane verbintenis,
Vastbesloten om de sociaal-economische toestand te verbeteren door intensivering van het gemeenschappelijk beleid en het nastreven van nieuwe doelstellingen en om te zorgen voor een betere werking van de Gemeenschappen door de Instellingen in staat te stellen hun bevoegdheden uit te oefenen op een wijze die zoveel mogelijk strookt met het Gemeenschapsbelang,
Overwegende dat de Staatshoofden en Regeringsleiders, tijdens hun Conferentie van Parijs van 19-21 oktober 1972, hun goedkeuring hebben gehecht aan de doelstelling van de geleidelijke totstandbrenging van de Economische en Monetaire Unie,
Overwegende de bijlage bij de conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad van Bremen van 6 en 7 juli 1978, alsmede de resolutie van de Europese Raad van Brussel van 5 december 1978 met betrekking tot de invoering van het Europees Monetair Stelsel (EMS) en aanverwante vraagstukken en opmerkende dat de Gemeenschap en de Centrale Banken van de Lid-Staten, overeenkomstig deze resolutie, een aantal maatregelen hebben getroffen ten einde de monetaire samenwerking ten uitvoer te leggen,
Hebben besloten om deze Akte op te stellen en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
De heer Leo Tindemans,
Minister van Buitenlandse Betrekkingen;
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
De heer Uffe Ellemann-Jensen,
Minister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
De heer Hans-Dietrich Genscher,
Bondsminister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Helleense Republiek,
De heer Karolos Papoulias,
Minister van Buitenlandse Zaken;
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
De heer Francisco Fernandez Ordonez,
Minister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Franse Republiek,
De heer Roland Dumas,
Minister van Buitenlandse Betrekkingen;
De President van Ierland,
De heer Peter Barry, T.D.,
Minister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Italiaanse Republiek,
De heer Giulio Andreotti,
Minister van Buitenlandse Zaken;
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
De heer Robert Goebbels,
Staatssecretaris bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
De heer Hans van den Broek,
Minister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Portugese Republiek,
De heer Pedro Pires de Miranda,
Minister van Buitenlandse Zaken;
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Mevrouw Lynda Chalker,
Onderminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken;
Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
De Europese Gemeenschappen en de Europese Politieke Samenwerking hebben tot doel er gezamenlijk toe bij te dragen dat de Europese Unie concrete vorderingen maakt.
De Europese Gemeenschappen zijn gegrond op de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsook op de verdragen en besluiten waarbij deze Verdragen naderhand zijn gewijzigd of aangevuld.
De Europese Politieke Samenwerking wordt geregeld door titel III. Het bepaalde in die titel bevestigt en vervolledigt de procedures die zijn overeengekomen in de verslagen van Luxemburg (1970), Kopenhagen (1973) en Londen (1981) alsmede in de plechtige verklaring over de Europese Unie (1983) en de geleidelijk tussen de Lid-Staten gevormde praktijk.
1.
De Instellingen van de Europese Gemeenschappen, waarvoor voortaan de hierna volgende benamingen zullen worden gebruikt, oefenen hun algemene en bijzondere bevoegdheden uit overeenkomstig de voorwaarden en met de doelstellingen die zijn neergelegd in de Verdragen tot oprichting van de Gemeenschappen en in de verdragen en besluiten waarbij deze verdragen naderhand zijn gewijzigd of aangevuld alsmede in de bepalingen van Titel II.
2.
[Vervallen.]
Artikel 4
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, Parijs, 18 april 1951.]
Artikel 5
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, Parijs, 18 april 1951.]
1.
Er wordt een procedure voor samenwerking ingesteld die van toepassing is voor de besluiten die berusten op de artikelen 7 en 49, artikel 54, lid 2, artikel 56, lid 2, tweede zin, artikel 57, met uitzondering van lid 2, tweede zin, de artikelen 100A, 100B, 118A, 130E en artikel 130Q, lid 2, van het EEG-Verdrag.
2.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
3.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
4.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
5.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
6.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
7.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 7
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 8
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 9
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 10
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 11
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 12
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 13
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 14
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 15
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
1.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
2.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
3.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
4.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
5.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
6.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 17
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 18
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 19
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
1.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
2.
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 21
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 22
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 23
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 24
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 25
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 26
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM), Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 27
[Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM), Rome, 25 maart 1957.]
Artikel 28
De bepalingen van deze Akte doen geen afbreuk aan de bepalingen van de instrumenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen.
Artikel 29
[Wijzigt het Besluit 85/257/EEG, Euratom van de Raad van 7 mei 1985 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen.]
Deze wijziging laat het rechtskarakter van voornoemd besluit onverlet.
Artikel 31
De bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie betreffende de bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de uitoefening van die bevoegdheid zijn slechts van toepassing op de bepalingen van Titel II en artikel 32; zij zijn op die bepalingen onder dezelfde voorwaarden van toepassing als op de bepalingen van voornoemde Verdragen.
Artikel 32
Behoudens het bepaalde in artikel 3, lid 1, in Titel II en in artikel 31, doet geen enkele bepaling van deze Akte afbreuk aan de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen of aan de Verdragen en besluiten waarbij deze Verdragen naderhand zijn gewijzigd of aangevuld.
1.
Deze Akte zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.
2.
Deze Akte treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de nederlegging van de akte van bekrachtiging van de ondertekenende Staat die deze formaliteit als laatste verricht, heeft plaatsgevonden.
Artikel 34
Deze Akte, opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Akte hebben gesteld.
GEDAAN te Luxemburg, zeventien februari negentienhonderd zesentachtig en te Den Haag achtentwintig februari negentienhonderd zesentachtig.
Inhoudsopgave
Europese Akte
+ TITEL I. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
+ TITEL II. BEPALINGEN HOUDENDE WIJZIGING VAN DE VERDRAGEN TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
+ TITEL III
+ TITEL IV. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht