1.
De schuldenaar is steeds bevoegd aan de rechtbank de intrekking van de surseance te verzoeken, op grond dat de toestand des boedels hem weer in staat stelt zijn betalingen te hervatten. De bewindvoerders en, indien het een definitief verleende surseance betreft, de schuldeisers worden gehoord of behoorlijk opgeroepen.
2.
Deze oproeping geschiedt bij brieven door de griffier tegen een door de rechtbank te bepalen dag.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Van faillissement
- Titel II. Van surseance van betaling
+ Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht