Let op. Deze wet is vervallen op 27 april 2007. U leest nu de tekst die gold op 26 april 2007.

Artikel 12 Financieel besluit Warenwet

Uitgebreide informatie
Artikel 12
De toekenning der rijksbijdrage, als bedoeld in artikel 13 der wet, geschiedt, onverminderd de voorwaarde vervat in artikel 4 der wet, onder de navolgende voorwaarden:
1°. het financieel en administratief beheer van den dienst wordt gevoerd naar regelen door Gedeputeerde Staten, onder Onze goedkeuring, te stellen;
2°. de dienst werkt zonder onderscheid van gemeenten of personen ter uitvoering van de wet en van de krachtens de wet gegeven voorschriften;
3°. de dienst moet staan onder leiding van een directeur-scheikundige. Aan den dienst moeten zijn verbonden:
a. één of meer scheikundigen, die eene wetenschappelijke opleiding hebben genoten.
Bovendien kan door Ons worden toegestaan dat de dienst de beschikking heeft over één of meer veeartsen en wel, hetzij uitsluitend ten eigen behoeve, hetzij gezamenlijk met een anderen dienst;
b. een voldoende aantal keurmeesters en analisten.
Onze Minister kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de bevoegdheid om als keurmeester op te treden;
4°. aan de goedkeuring van Onzen Minister zijn onderworpen:
a. de algemeene organisatie van den dienst en het aantal ambtenaren in de verschillende rangen;
b. het koopen, huren of stichten van gebouwen voor dien dienst, benevens alle verbouwingen of uitbreidingen van tot den dienst behoorende gebouwen, alsmede het koopen, in erfpacht of opstal nemen van den voor de stichting of uitbreiding der dienstgebouwen benoodigden grond, onderscheidenlijk de aanwijzing van reeds aan de provincie krachtens eenig zakelijk recht toebehoorenden grond voor de stichting of uitbreiding der dienstgebouwen en de ter zake voorgenomen overeenkomsten;
c. de benoeming van de directeur-scheikundige, de scheikundigen en de dierenarts.
5°. Gedeputeerde Staten dragen zorg, dat een geneeskundig onderzoek naar de lichamelijke geschiktheid van het aan den dienst te verbinden personeel wordt ingesteld vóór de aanstelling en dat geen personeel in dienst wordt genomen of gehouden, dat gevaar oplevert voor verspreiding van nader door Onzen Minister aan te wijzen ziekten, alsmede dat personeel, zoolang dat gevaar aanwezig is, geen dienst doet.
Onder lichamelijke geschiktheid wordt, voor zoover het personeel van den keuringsdienst betreft, dat met onderzoek of met opsporing van overtredingen is belast, ook verstaan: "het afwezig zijn van kleurenblindheid".
Provinciale Staten stellen - onder Onze goedkeuring - bepalingen vast betreffende het toekennen van wachtgeld aan personeel.
6°. Aan den Hoofdinspecteur en aan de betrokken Inspecteurs, zoomede aan de door Onzen Minister aangewezen ambtenaren wordt te allen tijde toegang verleend tot de terreinen en gebouwen van den dienst.
7°. Gedeputeerde Staten zijn gehouden Onze Minister, benevens de onder 6°. bedoelde ambtenaren, desgevraagd alle verlangde inlichtingen den dienst betreffende, desgewenscht ook schriftelijk, te verschaffen.
8°. Gedeputeerde Staten zijn gehouden de gebouwen en goederen, tot den keuringsdienst behoorende, behoorlijk te onderhouden en zorg te dragen, dat de dienst naar behooren blijft werken. De gebouwen, voor zoover eigendom der provincie, en de goederen moeten ten genoegen van Onzen Minister worden verzekerd tegen brandschade.
9°. Indien gebouwen of grond worden verkocht of niet meer voor den keuringsdienst worden gebruikt, wordt aan het Rijk uitgekeerd eenzelfde gedeelte van de boekwaarde als het Rijk in de kosten van deze gebouwen of van dezen grond heeft bijgedragen; het verschil tusschen de boekwaarde en de opbrengst of taxatiewaarde wordt ten bate of ten laste van de exploitatie gebracht, zoo noodig over een door Onzen Minister te bepalen aantal jaren verdeeld. De taxatie heeft plaats op de wijze, bepaald in artikel 15, onder b.
10°. Jaarlijks zenden Gedeputeerde Staten, zoodra zij de begrooting van den keuringsdienst voor het volgend dienstjaar en de balans en verlies- en winstrekening van dien dienst over het afgeloopen dienstjaar gereed hebben, een afschrift van de desbetreffende stukken, vergezeld van de noodige toelichting, in drievoud ter goedkeuring respectievelijk vaststelling aan Onzen Minister.
Gelijktijdig zenden Gedeputeerde Staten een afschrift van de in het eerste lid bedoelde stukken aan de besturen der kringgemeenten.
De besturen der kringgemeenten kunnen binnen vier weken na de toezending van bovenbedoelde stukken hunne opmerkingen deswege aan Onzen Minister doen toekomen.
Het hierboven bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van aanvullende ramingen ten behoeve van den keuringsdienst.
11°. Jaarlijks vóór den eersten Juni zenden Gedeputeerde Staten aan Onzen Minister, aan den betrokken Hoofdinspecteur en den betrokken Inspecteur en aan de besturen der kringgemeenten een door den directeur van den keuringsdienst opgemaakt verslag omtrent de bevindingen en handelingen van den keuringsdienst in het afgeloopen kalenderjaar. Aan het voor Onzen Minister bestemde exemplaar van dit verslag, hetwelk van de onderteekening van den directeur van den keuringsdienst moet zijn voorzien, wordt toegevoegd een staat van het aan den dienst verbonden personeel, benevens een staat van de gebouwen en goederen van den dienst, welke staat tevens vermeldt den oorspronkelijken kostprijs of aanschaffingsprijs dier gebouwen en goederen.
In dit verslag bevinden zich één of meer verzamelstaten en tabellen, die een overzicht geven van:
a. de inspectiën van verkoop-, bereid- en bewaarplaatsen;
b. de in het laboratorium onderzochte en afgekeurde monsters;
c. de afgekeurde partijen;
d. de opgemaakte processen-verbaal;
e. de bijzondere onderzoekingen, als bedoeld onder 12° van dit artikel, met vermelding van den aard en de bijzonderheden van die onderzoekingen;
Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat nog andere gegevens dan de in de vorige alinea genoemde in het verslag moeten worden opgenomen en kan nadere voorschriften geven nopens de inrichting van dit verslag.
12°. Gedeputeerde Staten dragen zorg, dat van alle diensten, door den keuringsdienst ten behoeve van de provincie, van een kringgemeente of van particulieren, bewezen, voor zoover deze diensten buiten verband staan met de uitvoering van de bepalingen, krachtens de wet gegeven, afzonderlijke aanteekening wordt gehouden en dat afzonderlijk boek wordt gehouden van alle vergoedingen deswege genoten.
Bedoelde vergoedingen zijn verschuldigd volgens een bijzonder tarief, dat het bestuur der provincie met inachtneming van de artikelen 126 sexies , 126 decies en 126 undecies der Provinciale wet vaststelt.
Indien naar het oordeel van Onzen Minister door het verleenen van bijzondere diensten als bovenbedoeld den keuringsdienst te zeer aan zijne bestemming wordt onttrokken, is Onze Minister bevoegd te bepalen, dat het verleenen van bedoelde diensten telkens vooraf aan zijne goedkeuring moet worden onderworpen.
Inhoudsopgave
- Algemene bepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht