Gewijzigde opzet van de carrièrepatronen voor het onderwijs ondersteunend personeel (OOP) en de aanpassingen in het RPBO in verband met de uniformering van de systematiek van de carrièrepatronen per 1 maart 2001
Inleiding
In de publicaties PO/PJ/016480, verbeteringen beloning schoolleiding per 1 maart 2001 , en AB/A&A/2000/38079, financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2001 en 1 maart 2001, respectievelijk gepubliceerd in Gele katern nr. 5/6 (2001) en nr. 29 (2000) bent u geïnformeerd over de wijzigingen van de carrièrepatronen voor leraren en schoolleiding Primair Onderwijs (PO). Met de werkgevers- en de werknemersorganisaties in de sector onderwijs is overeengekomen dat de systematiek van de carrièrepatronen zoals die per 1 maart 2001 is gaan gelden voor de leraren en de directieleden ook voor het onderwijsondersteunend personeel (OOP) in het PO gaat gelden per 1 maart 2001.
De uniformiteit houdt in dat een groot aantal artikelen in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO) kan komen te vervallen dan wel kan worden vereenvoudigd, hetgeen de leesbaarheid van het Rpbo ten goede komt.
In deze publicatie zal ik nader ingaan op de OOP-carrièrepatronen en vooruitlopend op de aanpassing van het Rpbo zal ik aangeven wat de uniformiteit in grote lijnen betekent voor verschillende zaken die in het Rpbo geregeld zijn.
Aanpassing carrièrepatronen OOP met
De aanpassing van de carrièrepatronen OOP betekent dat er vanaf 1 maart 2001 alleen nog maar sprake is van één bepaald patroon per functie dat niet meer afhankelijk is van een aanloopschaal of een maximumschaal. De aanpassing heeft zowel op het moment dat de wijziging ingaat als in het verloop van het carrièrepatroon geen (nadelige) financiële gevolgen voor het betrokken OOP.
Het salaris voor jeugdigen zal in de betreffende patronen worden ingepast. Voor de carrièrepatronen OOP verwijs ik u naar bijlage 1 (categorie 4) van deze publicatie en voor de conversie van de OOP-schalen verwijs ik u naar bijlage 2 van deze publicatie.
Ten aanzien van de betrokkenen die worden benoemd in een I- of D-baan zoals bedoeld in de regeling I/D-banen ( I-S102a van het RPBO ) bestaan aparte carrièrepatronen (zie ondermeer publicatie AB/A&A/2000/52429 , Gele katern nr 2/3 (2001), onderdeel 5) die u terug kunt vinden in Bijlage 1 (categorie 5) van deze publicatie.
RPBO van Gewijzigde opzet van de carrièrepatronen voor het onderwijs ondersteunend personeel (OOP) en de aanpassingen in het RPBO in verband met de uniformering van de systematiek van de carrièrepatronen per 1 maart 2001">
Toepassing nieuwe carrièrepatronen in relatie tot het RPBO
Door de uniforme benadering van de carrièrepatronen met ingang van 1 maart 2001 zal een groot aantal artikelen worden aangepast of komen te vervallen. Aangezien de definitieve aanpassing van het Rpbo niet op kortstondige termijn is te verwachten, zal zoveel mogelijk, maar niet uitputtend, worden ingegaan op een aantal zaken die van belang zijn bij bijvoorbeeld een inpassing.
De aanpassing van de teksten leidt niet tot andere uitkomsten dan de situatie van voor 1 maart 2001. Om aan te sluiten bij de nieuwe systematiek zal om die reden de inpassingsvoorschriften zoals die voor de artikelen I-P10 en I-P11 gelden, die zijn gepubliceerd in circulaire DI/AB 89-21, Gele katern nr. 28, te zijner tijd bij de aanpassing van het RPBO worden vernieuwd en bekendgemaakt via een aparte publicatie.
Begripsbepalingen
Art. I-P1
Door de gewijzigde systematiek zijn een aantal begrippen overbodig geworden, zoals: begintraject, aanloopschaal, hoogste aanloopschaal en maximumschaal. Dit betekent onder meer het volgende voor de begripsbepalingen in artikel I-P1:
  WAS WORDT INHOUDELIJK
b. salaris salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de betrokkene is vastgesteld aan de hand van de bijlagen 1A, 1B of 1C;
c. schaal salarisschaal: de bij een functie behorende schaal;
d. maximumschaal maximumsalaris: het hoogste salarisbedrag van de salarisschaal dan wel het hoogste salarisbedrag ingeval van een grotescholenuitloop;
e. aanloopschaal vervalt  
f. salarisnummer salarisnummer: een aanduiding binnen het carrièrepatroon bestaande uit een getal;
g. maximumsalaris vervalt (zie d.)  
j. carrièrepatroon carrièrepatroon: de wijze waarop de betrokkene via een reeks van salarisnummers op grond van het bepaalde van hoofdstuk I-P, I-Q, I-R of I-S het maximumsalaris van de salarisschaal bereikt;
m. begintraject vervalt  
o. aanlooptraject vervalt  

Aangezien alle carrièrepatronen zijn uitgeschreven komen de bijlage 1B (salarissen jeugdigen), 1D (begintrajecten) en 1F (aanlooptraject I-banen) te vervallen. Daarvoor in de plaats komt een nieuwe bijlage 1B (zie Bijlage 1 van deze publicatie) waarin alle carrièrepatronen staan vermeld, ingedeeld naar categorie. De volgende categorieën worden daarbij onderscheiden:
1 = directeuren
2 = adjunct-directeuren
3 = leraren
4 = OOP
5 = I/D-banen
Bijlage 1A zal gehandhaafd blijven met uitzondering van de daarin genoemde schalen 16 t/m 18, deze komen namelijk te vervallen, aangezien de schalen niet relevant zijn voor het PO.
Inschaling
Art. I-P7
Met inachtneming van de artikelen I-P8 tot en met I-P12 en I-S103a wordt het salaris van de betrokkene bij zijn benoeming vastgesteld volgens salarisnummer 1 van de salarisschaal die behoort bij de functie waarin hij wordt benoemd.Toelichting
Dit artikel beschrijft dat de inpassing minimaal plaatsvindt op salarisnummer 1 van het carrièrepatroon van de functie waarin betrokkene wordt benoemd. Als er sprake is van voorgaande werkzaamheden hetzij in het onderwijs hetzij buiten het onderwijs dan worden voor de inpassing de regels gevolgd zoals omschreven in artikel I-P8 tot en met I-P11. Voor een betrokkene die wordt benoemd een in functie van onderwijsondersteunend personeel en jonger is dan 22 jaar gelden de bepalingen in artikel I-P12. Voor een betrokkene die wordt aangesteld in een I-baan vindt de inpassing plaats op nummer a1 van schaal 1, zoals opgenomen in categorie, nummer 5, van Bijlage 1B bij het Rpbo .
1. Het salaris van de betrokkene die reeds eerder in een schooljaar gedurende ten minste 60 werkdagen in een onderwijsfunctie werkzaam en bezoldigd is geweest en die wordt benoemd in hetzij een functie met een lager maximumsalaris hetzij een functie met een zelfde maximumsalaris met een zelfde of ongunstiger carrièrepatroon dan die behoorde respectievelijk behoorden bij die vorige onderwijsfunctie, wordt in het carrièrepatroon van de nieuwe functie vastgesteld op hetzelfde salarisbedrag volgens welk hij in die vorige functie werd bezoldigd in dat schooljaar.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde betrokkene in enig aan zijn benoeming voorafgaand schooljaar reeds tenminste 60 werkdagen in zijn vorige onderwijsfunctie werkzaam en bezoldigd is geweest, wordt, voor zover de bij die vorige functie behorende salarisschaal dit mogelijk maakt, het salaris vastgesteld op een salarisbedrag dat één periodieke verhoging hoger is dan het salaris dat hij in die vorige functie genoot in dat voorafgaande schooljaar.
3. Het salaris van de betrokkene die reeds eerder in schooljaar gedurende ten minste 60 werkdagen in een onderwijsfunctie werkzaam en bezoldigd is geweest en die wordt benoemd in een functie met een hoger maximumsalaris of een zelfde maximumsalaris maar met een gunstiger carrièrepatroon wordt in het daarbij behorende carrièrepatroon vastgesteld op het salarisbedrag dat onmiddellijk gelegen is boven het salarisbedrag volgens welk hij in die vorige functie werd bezoldigd in dat schooljaar.
4. Indien de in het derde lid bedoelde betrokkene in enig aan zijn benoeming voorafgaand schooljaar reeds tenminste 60 werkdagen in zijn vorige onderwijsfunctie werkzaam en bezoldigd is geweest, wordt, voor zover het bij die vorige functie behorende carrièrepatroon dit mogelijk maakt, het salaris vastgesteld op het salarisbedrag dat onmiddellijk gelegen is boven het salarisbedrag dat volgens het bij die vorige functie behorende carrièrepatroon één periodieke verhoging hoger is dan het salaris dat hij in die vorige functie genoot in dat voorafgaande schooljaar.
5. ongewijzigd
6. Ongewijzigd met dien verstande dat onder b voor: de hoogst mogelijke maximumschaal, dezelfde maximumschaal en die gelijke maximumschaal, gelezen moet worden: het hoogst mogelijke maximumsalaris, hetzelfde maximumsalaris en dat gelijke maximumsalaris.
7. Ongewijzigd met dien verstande dat onder a voor: dezelfde maximumschaal en maximumschalen en de hoogste maximumschaal, gelezen moet worden: hetzelfde maximumsalaris en maximumsalarissen en het hoogste maximumsalaris.
8. Vaststelling van het salaris bij een benoeming als bedoeld in het eerste tot en met het zevende lid mag er niet toe leiden dat het vastgestelde salarisbedrag hoger is dan het maximumsalaris van de desbetreffende functie noch lager dan het laagste bedrag van de salarisschaal. Als het salaris dat de betrokkene in zijn vorige functie genoot hoger is dan het maximumsalaris in de bij zijn functie behorende salarisschaal wordt zijn salaris vastgesteld op dat maximumsalaris.
Als het salarisbedrag dat de betrokkene in zijn vorige functie genoot niet voorkomt in de salarisschaal dat behoort bij de functie waarin hij wordt benoemd, wordt het salaris vastgesteld op het naasthogere salarisbedrag in dat carrièrepatroon.Toelichting Algemeen
In het geval een betrokkene voor 1 maart 2001 voor het laatst ten minste 60 dagen werkzaam is geweest in een leraarsfunctie vindt de inpassing plaats nadat het laatstgenoten salaris is vastgesteld via de conversietabellen (zie artikel V-P17 van het Rpbo en de daarbij behorende bijlage I-H ) eventueel met in achtneming van het zesde lid van dit artikel.Eerste lid
De inpassing volgens het 1e lid wordt toegepast als een betrokkene in één en hetzelfde schooljaar voor meer dan 60 werkdagen (zie vijfde lid) werkzaam is geweest in een functie met een zelfde maximumsalaris met een zelfde of ongunstiger carrièrepatroon dan wel een functie met een lager maximumsalaris en in dat zelfde schooljaar opnieuw wordt benoemd in een functie met een zelfde maximumsalaris met een zelfde of ongunstiger carrièrepatroon dan wel een functie met een lager maximumsalaris. De inpassing vindt dan plaats op hetzelfde salarisbedrag als dat hij in de voorafgaande functie in dat zelfde schooljaar reeds aan salaris heeft genoten. Als dat salarisbedrag van de voorafgaande functie niet terug te vinden is in het carrièrepatroon van de nieuwe functie dan vindt de inpassing plaats op de naasthogere salarisbedrag van dat carrièrepatroon (zie achtste lid, laatste zin).
In de situatie dat betrokkene in het betreffende schooljaar nog geen 60 dagen werkzaam is geweest vindt de inpassing plaats vanuit het schooljaar waarin betrokkene voor het laatst 60 dagen werkzaam is geweest (zie tweede lid).Tweede lid
De inpassing volgens het 2e lid wordt toegepast als een betrokkene in het schooljaar waarin hij wordt benoemd niet dan wel nog geen 60 dagen werkzaam is geweest. Voor de inpassing wordt dan gekeken naar het schooljaar waarin hij voor het laatst 60 dagen werkzaam is geweest. Daarnaast wordt vastgesteld welk carrièrepatroon in het betreffende schooljaar van toepassing was en naar welk salarisnummer het salaris werd vastgesteld in dat carrièrepatroon. Volgens dat carrièrepatroon krijgt betrokkene een periodieke verhoging. Als betrokkene wordt benoemd in dezelfde functie met hetzelfde carrièrepatroon dan is het nieuw vastgestelde salarisnummer de positie waarnaar het salaris wordt vastgesteld. Is betrokkene werkzaam geweest in een betrekking met een zelfde maximumsalaris dan wel in een functie met een lager maximumsalaris en na de toepassing van de periodiekverhoging het dan vastgestelde salarisbedrag niet voorkomt in het carrièrepatroon van de nieuwe functie dan vindt de inpassing plaats op de naasthogere salarisbedrag van dat carrièrepatroon. Dit is geregeld in de laatste zin van het 8e lid van dit artikel.
Indien er sprake is van meerdere functies dient rekening gehouden te worden met het gestelde in het 6e lid van dit artikel.Derde lid
De inpassing volgens het 3e lid wordt toegepast als een betrokkene in één en hetzelfde schooljaar tenminste 60 werkdagen werkzaam is geweest in een functie met een lager maximumsalaris en in datzelfde schooljaar wordt benoemd in een functie met een hoger of zelfde maximumsalaris maar gunstiger carrièrepatroon. Van een hoger maximumsalaris is ook sprake als het een functie betreft waarvoor de grotescholenuitloop geldt. De inpassing in het nieuwe carrièrepatroon vindt plaats op het naasthogere salarisbedrag dan dat hij in die voorafgaande functie in datzelfde schooljaar aan salaris heeft genoten. Met de naasthogere inpassing is invulling gegeven aan de zogenaamde bevorderingperiodiek.Vierde lid
De inpassing volgens het 4e lid wordt toegepast als een betrokkene in het schooljaar waarin hij wordt benoemd niet dan wel nog geen 60 dagen werkzaam is geweest, maar in tegenstelling van het 2e lid benoemd wordt in een functie met een hogere maximumsalaris of met hetzelfde maximumsalaris maar gunstiger carrièrepatroon, met andere woorden: betrokkene wordt bevorderd. Voor de inpassing wordt dan gekeken naar het schooljaar waarin hij voor het laatst 60 dagen werkzaam is geweest. Daarnaast wordt vastgesteld welk carrièrepatroon in het betreffende schooljaar van toepassing was en naar welksalarisnummer het salaris werd vastgesteld in dat carrièrepatroon. Volgens dat carrièrepatroon krijgt betrokkene, voor zover dat mogelijk is, een periodieke verhoging. ”Met voor zover dat mogelijk is”, wordt bedoeld: betrokkene krijgt geen periodiek als hij bezoldigd wordt volgens maximumsalaris dan wel volgens het salarisnummer dat wordt aangegeven in artikel I-R103 en niet voldaan heeft aan de promotiecriteria. Vervolgens wordt betrokkene ingepast op het naasthogere salarisbedrag in het carrièrepatroon dat voor hem in die nieuwe functie is gaan gelden. Met de naasthogere inpassing is invulling gegeven aan de zogenaamde bevorderingperiodiek.Achtste lid
De eerste volzin gecombineerd met de tweede volzin geeft aan dat een betrokkene nooit hoger kan worden ingeschaald dan volgens het maximumsalaris van de functie waarin hij wordt benoemd en niet lager dan het laagste bedrag van de salarisschaal.
In de derde volzin wordt aangegeven dat als men een inpassingbedrag heeft vastgesteld dat niet voorkomt in het nieuwe carrièrepatroon dat voor betrokkene gaat gelden, de inpassing plaats vindt op het naasthogere salarisbedrag. Deze situaties kunnen zich voordoen bij de toepassing van het 1e, 2e en 6e lid.
1. Ongewijzigd
2. Het salaris van de in het eerste lid bedoelde betrokkene die wordt benoemd in een functie met een maximumsalaris dat gelijk is aan het maximumsalaris, dat bij de aangehouden zelfde functie respectievelijk bij één van de aangehouden zelfde functies behoort, wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, vastgesteld op hetzelfde salarisbedrag volgens welke hij wordt bezoldigd in de aangehouden functie met die gelijke salarisschaal.Toelichting
Het eerste lid bepaalt dat als betrokkene reeds een benoeming heeft binnen het onderwijs en daarnaast een nieuwe benoeming krijgt, het bepaalde in artikel I-P8 ook van toepassing is, maar dat hierbij de aangehouden betrekking gelijkgesteld wordt met een vorige functie.
Het tweede lid bepaalt dat als de betrokkene die wordt benoemd in een zelfde functie met een zelfde salarisschaal als de (één van de) aangehouden betrekking(en), ingepast wordt op het salarisbedrag waar hij in die aangehoudenbetrekking(en) naar wordt bezoldigd. In alle overige gevallen vindt inpassing plaats naar I-P8.
1. Het salaris van de betrokkene die een inkomen geniet of heeft genoten voor werkzaamheden die buiten het onderwijs al dan niet in dienstbetrekking zijn verricht en waarin hij relevante ervaring heeft opgedaan, wordt vastgesteld op een salarisbedrag dat ten hoogste één periodieke verhoging is dan even bedoeld inkomen per maand, in de bij zijn functie behorende salarisschaal.
2. ongewijzigd
1. waar staat: bedrag, wordt gewijzigd in: salarisbedrag, en na: één periodiek verhoging in het: begintraject of de laagst mogelijk schaal, wordt gewijzigd in: salarisschaal.
2. geldt hetzelfde als in 1 staat aangegeven.
3. ongewijzigd
4. ongewijzigd
1. wordt gewijzigd: schaal in bijlage 1B, in: salarisschaal in bijlage 1B, categorie 4.
2. Het salaris van de betrokkene die de leeftijd van 22 jaar bereikt, wordt, met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij die leeftijd heeft bereikt, vastgesteld op het salarisbedrag dat in de op hem toepassingzijnde salarisschaal staat vermeld bij salarisnummer 1.
1. Het salaris van de betrokkene van wie het dienstverband niet wordt onderbroken wordt binnen het carrièrepatroon, onverminderd artikel I-P14, jaarlijks op 1 augustus verhoogd tot het naasthogere salarisbedrag.
2. Vervalt per 1 januari 2001
3. Vervalt per 1 januari 2001Noot:
Het eerste lid is gewijzigd naar de nieuwe situatie; geeft geen andere uitwerking. Aangezien de U’tjes zijn komen te vervallen bij de salarisaanduidingen per 1 januari 2001 kunnen het 2e en 3e lid komen te vervallen. In de situatie dat betrokkene een laatst genoten salaris bezoldigd heeft gekregen volgens een U’tje, wordt bij de inpassing het daarbij behorende salaris gezocht. Het U’tje maakt derhalve geen deel meer uit van de inpassing.
1. Behoudens het tweede lid wordt het salaris van de betrokkene die reeds bij het bevoegd gezag benoemd is en die wordt benoemd in een functie met een hogere maximumsalaris of een zelfde maximumsalaris maar gunstiger carrièrepatroon vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen I-P8 en I-P9 met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden in die functie aanvangt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de betrokkene voor wie een functie met een hoger maximumsalaris ter beschikking komt uitsluitend ten gevolge van de grootte van de instelling. In dat geval wordt de bezoldiging vastgesteld op het naasthogere salarisbedrag van het salarisbedrag waarnaar hij bezoldigd werd in die vorige salarisschaal. Indien de uitkomst hiervan leidt tot een lager salarisbedrag dan hij in zijn vorige salarisschaal zou gaan genieten, dan wordt de bezoldiging vastgesteld op het naasthogere salarisbedrag van het salarisbedrag dat hij in zijn vorige salarisschaal zou gaan genieten.
3. Vervalt met ingang van 1 januari 2001.Toelichting
Het tweede lid heeft betrekking op de situatie dat door de wijziging van de grootte van de school een betrokkene binnen dezelfde functie aanspraak krijgt op een salarisschaal met een hoger maximumsalaris dan wel dezelfde salarisschaal maar met een hoger maximumsalaris in verbandmet de grotescholenuitloop. Op het moment dat zich dat voordoet, altijd met ingang 1 augustus van een jaar, gaat voor betrokkene die salarisschaal met dat hoger maximumsalaris gelden. In dat geval is er geen sprake van een bevordering of een benoeming in een andere functie. Betrokkene moet echter wel vanaf 1 augustus bezoldigd worden volgens de nieuwe salarisschaal. In dat geval wordt het salaris van de betrokkene in de nieuwe salarisschaal vastgesteld op het naasthogere salarisbedrag. Door het salaris op deze wijze vast te stellen is voldaan aan de 1 augustusperiodiek. Mocht echter blijken dat betrokkene volgens de salarisschaal die tot 1 augustus op hem van toepassing is, op 1 augustus van het betreffende jaar voor hem een hoger salarisbedrag zou zijn gaan gelden, dan vindt de bezoldiging in de nieuwe salarisschaal plaats naar dat naasthogere salarisbedrag.Voorbeeld
Betrokkene wordt op 31 juli van een jaar bezoldigd naar salarisschaal AA, salarisnummer 7 (f 5759,-, loonpeil 1 maart 2001). Op 1 augustus van het betreffende jaar gaat voor hem salarisschaal AB gelden. Het salaris wordt op 1 augustus van dat betreffende jaar vastgesteld volgens salarisschaal AB, salarisnummer 7 (f 5858,-). In salarisschaal AA, salarisnummer 8 zou op 1 augustus van dat jaar een hoger salarisbedrag gaan gelden (f 5906,-). Aangezien dit salarisbedrag hoger is dan het salarisbedrag dat in eerste instantie voor hem is vastgesteld, wordt het salaris van betrokkene op 1 augustus van het desbetreffende jaar alsnog in salarisschaal AB vastgesteld op salarisnummer 8 (f 6062,-, namelijk het naasthogere bedrag van f 5906,-).
Salarisschalen
Art. I-Q103
Wordt gewijzigd in:
In de paragrafen 2 en 3 wordt voor elke normfunctie en voor elke niet-normfunctie de bijbehorende salarisschaal aangegeven.
Inschaling
Art. I-Q104
Wordt gewijzigd in:
Bij een benoeming in een functie als bedoeld in dit hoofdstuk, wordt een extra periodiek toegekend indien blijkt, dat op het moment van de inpassing in een I-Q functie dan wel een andere I-Q functie met een hoger maximumsalaris, niet zijnde een inpassing op grond van I-Q106, door de toepassing van het bepaalde in de artikelen I-P7 tot en met I-P11 in het nieuwe carrièrepatroon een salarisbedrag wordt vastgesteld dat ten opzichte van het salarisbedrag dat betrokkene in de voorafgaande functie zou hebben genoten indien hij niet in een andere functie zou zijn benoemd, een verschil bestaat dat kleiner is dan het in bijlage 2, onderdeel 3, genoemde bedrag.Toelichting
In de situatie dat een leraar (categorie 3, bijlage 1B) benoemd wordt in een directiefunctie (categorie 1 of 2, bijlage 1B) dan wel dat een adjunct-directeur (categorie 2, bijlage 1B) benoemd wordt in een directeursfunctie (categorie 1, bijlage 1B) dient, als de inpassing heeft plaatsgevonden, bezien te worden of het verschil tussen het salarisbedrag dat volgens de inpassing is vastgesteld en het salarisbedrag dat voor betrokkene zou hebben gegolden als hij op de dag van de inpassing in de oude functie werkzaam zou zijn geweest, kleiner is dan het in bijlage 2, onderdeel 3, genoemde bedrag (loonpeil 1 maart 2001 bedraagt dit bedrag f 200,--). Als vastgesteld wordt dat dit verschil kleiner is dan krijgt betrokkene in het carrièrepatroon dat voor hem in de directiefunctie dan wel in de directiefunctie met een hoger maximumsalaris is gaan gelden, een extra periodiek. De extra periodiek geldt niet in de situatie dat een betrokkene benoemd wordt in functie met een hoger maximumsalaris op basis van I-Q106 (groei van het aantal leerlingen) dan wel ingeschaald is op het maximumsalaris van zijn nieuwe salarisschaal.
Carrièrepatronen
I-Q105
Wordt gewijzigd in:
De carrièrepatronen die gelden voor de directeur zijn opgenomen in bijlage 1B, categorie 1. De carrièrepatronen die gelden voor de adjunct-directeur zijn opgenomen in bijlage 1B, categorie 2.
Wijziging maximumschaal Wordt gewijzigd in: Wijziging salarisschaalArt. I-Q106
Wordt gewijzigd in:
Indien toepassing van één van de paragrafen 2 of 3 voor een betrokkene gedurende drie achtereenvolgende schooljaren tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris voor de desbetreffende functie bij de instelling leidt, geldt met ingang van het derde schooljaar die salarisschaal. Deze salarisschaal blijft van toepassing zolang de betrokkene in de desbetreffende functie aan dezelfde instelling of instellingen benoemd blijft.Toelichting
Het betreffende artikel houdt in dat een directeur of een adjunct directeur voor het eerst in een functie met een hoger maximumschaal kan worden benoemd als de in paragraaf 2 genoemde Y- waarde of de in paragraaf 3 genoemde Q-waarde 2 schooljaren lang voor de school gegolden heeft en in het derde schooljaar blijft gelden. Het betreffende directielid krijgt dus in het derde schooljaar aanspraak op de bezoldiging naar de hogere salarisschaal en het daarbij behorende carrièrepatroon. Dit geldt ook voor de betrokkene die voor het eerst aan de school benoemd wordt in een directiefunctie. Is het betreffende schooljaar waarin betrokkene wordt benoemd het derde schooljaar, dan vindt de bezoldiging afhankelijk van de functie plaats naar het gestelde in paragraaf 2 of 3.
Is de betrokkene eenmaal benoemd in de functie met de betreffende salarisschaal zoals die volgens paragraaf 2 of 3 wordt aangegeven, dan wijzigt die salarisschaal niet meer in de negatieve zin voor zolang hij in de betreffende functie benoemd blijft.
Overgang naar maximumschaal
Wordt gewijzigd in: Promotiecriteria
1. De betrokkene die is benoemd in een I-R functie dient te voldoen aan de door Onze minister dan wel het bevoegd gezag vastgestelde promotiecriteria. Indien een betrokkene die is benoemd in een functie volgens één van de salarisschalen LA, LB, LC, LD of LE en het salaris vastgesteld krijgt dan wel heeft gekregen volgens respectievelijk salarisnummer 19, 19, 15, 17 of 15,heeft deze betrokkene eerst aanspraak op een salaris, vastgesteld op het volgende salarisnummer met ingang van 1 augustus het schooljaar waarin voldaan is aan de promotiecriteria doch niet eerder dan 1 jaar na het bereiken van het desbetreffende salarisnummer.
2. Ongewijzigd
De artikelen I-R104 tot en met I-R107 komen in te vervallen.
Formatie onderwijsondersteunend personeel, maximumschaal en aanloopschaal Wordt gewijzigd in: Formatie onderwijsondersteunend personeel en de salarisschaal
1. Ongewijzigd
2. In de paragrafen 2, 3 en 16 wordt voor elke normbetrekking de bijbehorende salarisschaal aangegeven.
3. Vervalt
Vervulling functie in het kader van de Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 Wordt gewijzigd in: Vervulling functie in het kader van de Regeling in- en doorstroombanen
1. Bij de functie van de betrokkene die is benoemd in het kader van de Regeling in- en doorstroombanen, behoort schaal 1 zoals aangegeven in categorie 5 bij bijlage 1B van dit besluit.
2. Een betrokkene die voor 5 jaar of meer benoemd is geweest in functie als bedoeld in het eerste lid kan benoemd worden in functie met salarisschaal 2 of 3 zoals aangegeven in categorie 5 bij bijlage 2 van dit besluit.
3. Ongewijzigd.
Inschaling
Wordt gewijzigd in: Inschaling bij herwaardering van de functieArt. I-S103
Indien aan de functie waarin betrokkene werkzaam is, als gevolg van herwaardering een salarisschaal met een hoger maximumsalaris wordt verbonden, wordt het salaris vastgesteld op grond van artikel I-P8.
Vaststelling salaris bij benoeming in een I-functie in het kader van de Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 Wordt gewijzigd in: Vaststelling salaris bij benoeming in een functie in het kader van de Regeling in- en doorstroombanen.
1. Ongewijzigd.
2. Behoudens het derde lid wordt het salaris van de in het eerste lid bedoelde betrokkene bij zijn benoeming vastgesteld op nummer a1 van schaal 1 zoals opgenomen bij bijlage B1, categorie 5.
3. Ongewijzigd.
De artikelen I-S104 en I-S104a komen te vervallen
Inhoudsopgave
Inleiding
Aanpassing carrièrepatronen OOP met
Toepassing nieuwe carrièrepatronen in relatie tot het RPBO
Begripsbepalingen
Inschaling
Inschaling bij benoeming ingeval van onderbroken carrièrepatroon
Salaris voor jeugdigen
Periodieke verhoging
Salarisschalen
Inschaling
Carrièrepatronen
Overgang naar maximumschaal
Inschaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht