Let op. Deze wet is vervallen op 30 december 2010. U leest nu de tekst die gold op 29 december 2010.

Artikel 5.2.2 Groen beleggen

Uitgebreide informatie
5.2.2. Overgangsperiode
Voor bestaande instellingen is een overgangsperiode onontkoombaar. Op grond van artikel 28, derde lid, van de URIB, mag er in een bestaande instelling geen zuivere winst aanwezig zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van de aanwijzing. Dit betekent dat een bestaande instelling een balans dient op te stellen waarbij alle bezittingen en schulden worden opgenomen naar de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. Tevens dienen de fiscale reserves tot de winst te worden gerekend. Tussen het tijdstip waarop de zuivere winst wordt bepaald en het tijdstip waarop deze wordt uitgekeerd zal enige tijd verstrijken. In deze periode (de overgangsfase) kan op een tweetal punten niet aan alle voorwaarden zijn voldaan. In de eerste plaats betreft dit de voorwaarde dat de zuivere winst moet zijn uitgekeerd.
In de tweede plaats betreft dit het zogenoemde hoofdzakelijkheidsvereiste, omdat de zuivere winst die zal moeten worden uitgedeeld niet in projecten kan worden belegd. Voor dit soort gevallen wordt daarom het volgende goedgekeurd.
De instelling wordt pas met ingang van de datum dat alle zuivere winst is uitgekeerd aangemerkt als groen fonds; vanaf dat moment kan de waarde van de belegging in het fonds vallen onder de vrijstelling van de Wet. De instelling dient dit ten genoegen van de inspecteur aan te tonen. De gedurende de overgangsfase behaalde resultaten behoeven niet te worden uitgedeeld vóór het aanwijzingstijdstip, maar kunnen vanaf de aanwijzing eveneens onder de noemer vallen van artikel 5.13 van de Wet. Het fonds dient gedurende de overgangsfase aan alle overige voorwaarden te voldoen en ten aanzien van het hoofdzakelijkheidsvereiste dient het vermogen dat niet onder de hiervóór bedoelde uitdelingsverplichting valt, hoofdzakelijk te worden aangewend ten behoeve van groenprojecten. Gelet op de ratio van het vrijstellen van (forfaitair) rendement behaald op maatschappelijke beleggingen dient deze overgangsfase van beperkte duur te zijn, omdat anders gedurende een te lange periode niet-groene bezittingen vrijgesteld zouden kunnen worden. De hier bedoelde overgangsfase mag daarom niet langer duren dan drie maanden. In het geval een fonds voorziet dat de driemaandstermijn niet kan worden gehaald, kan onder voorwaarden worden gekozen voor een ingroeiperiode van twee jaren. Deze ingroeiperiode wordt beschreven in onderdeel 7.1.1 van dit besluit.
Inhoudsopgave
1. Algemeen
1.1. Begripsomschrijvingen
2. Achtergrond van de wettelijke regeling
2.1. Groenfondsen
3. Aanwijzing als groenfonds
4. Afhandeling van verzoeken
4.1. Indienen van een verzoek en de over te leggen gegevens en bescheiden
4.1.1. Buitenlandse instellingen
4.2. Behandeling door de inspecteur
4.3. Aandachtspunten bij de beoordeling van de verzoeken
4.4. Afdoeningstermijn
4.5. Vervallen van de aanwijzing
5. Aanwijzing, overgangperiode en beëindiging
5.1. Inleiding
5.2. Aanwijzing van het fonds, ingangs- en beëindigingdatum
5.2.1. ingangsdatum
5.2.2. Overgangsperiode
5.2.3. Beëindigingdatum
5.2.3.1. Uitzondering
6. Standaardvoorwaarden
7. Toelichting op de standaardvoorwaarden en ingroeiregeling
7.1. Beleggingen (voorwaarde 1)
7.1.1. Ingroeiregeling
7.1.2. Lumpsum
7.2. Afbakening van de pré-groene periode (voorwaarde 2)
7.3. Verliesverrekening: carry-back van groene verliezen (voorwaarde 3)
7.4. Informatieverstrekking (voorwaarden 4 en 5)
8. Ingangsdatum besluit
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht