Wet van 22 maart 2007, houdende regels omtrent een basisregister van ondernemingen en rechtspersonen (Handelsregisterwet 2007)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van een goede vervulling van publiekrechtelijke taken wenselijk is om het handelsregister uit te breiden en om te vormen tot een basisregister van ondernemingen en rechtspersonen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
b. onderneming: een onderneming als bedoeld in artikel 5;
c. rechtspersoon: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6;
d. publiekrechtelijke rechtspersoon: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
e. kerkgenootschap: een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
f. basisregister: een verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze authentieke gegevens bevat;
g. authentiek gegeven: een in een basisregister opgenomen gegeven dat bij of krachtens wet als authentiek wordt aangemerkt;
h. handelsregister: het register, bedoeld in artikel 2;
i. Kamer: de Kamer van Koophandel, genoemd in artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel;
j. vestiging: een gebouw of complex van gebouwen waar duurzame uitoefening van de activiteiten van een onderneming of rechtspersoon plaatsvindt;
k. hoofdvestiging: een door een onderneming of een rechtspersoon als zodanig aangemerkte vestiging;
l. nevenvestiging: een vestiging niet zijnde de hoofdvestiging;
m. hoofdnederzetting: een in Nederland gelegen nevenvestiging van een buiten Nederland gevestigde onderneming of rechtspersoon of, indien er meer nevenvestigingen zijn, de door een onderneming of rechtspersoon als hoofdnederzetting aangemerkte nevenvestiging;
n. verordening 2137/85: verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV) (PbEG L 199);
o. verordening 2157/2001: verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van de Europese Unie van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap (SE) (PbEG L 294).
2.
Onder publiekrechtelijke rechtspersoon wordt mede verstaan een Europese groepering voor territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PbEU L 210).
Artikel 2
Er is een handelsregister van ondernemingen en rechtspersonen:
a. ter bevordering van de rechtszekerheid in het economisch verkeer;
b. voor de verstrekking van gegevens van algemene, feitelijke aard omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen ter bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening;
c. voor het registreren van alle ondernemingen en rechtspersonen als onderdeel van de gegevenshuishouding die bijdraagt aan het efficiënt functioneren van de overheid.
1.
Het handelsregister wordt gehouden door de Kamer.
2.
Ten aanzien van verwerkingen ten behoeve van het handelsregister is de Kamer verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
3.
De Kamer kan met machtiging van Onze Minister werkzaamheden laten verrichten door een bewerker die voldoet aan eisen omtrent de deugdelijke uitvoering van zijn werkzaamheden, de beveiliging van de gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
1.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling een systeembeschrijving vast. De systeembeschrijving geeft de inrichting en werking van het handelsregister aan.
2.
De Kamer draagt zorg voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van het handelsregister.
Artikel 5
In het handelsregister worden de volgende ondernemingen ingeschreven:
a. een onderneming die in Nederland is gevestigd en die toebehoort aan een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een maatschap, een rederij, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij, een vereniging, een stichting, een kerkgenootschap of een publiekrechtelijke rechtspersoon;
b. een onderneming die in Nederland gevestigd is en die toebehoort aan een natuurlijke persoon;
c. een onderneming die toebehoort aan een Europese naamloze vennootschap, een Europese coöperatieve vennootschap of een Europees economisch samenwerkingverband die volgens haar statuten haar zetel in Nederland heeft;
d. een onderneming die toebehoort aan een buitenlandse rechtspersoon die een hoofd- of een nevenvestiging in Nederland heeft;
e. een onderneming die in Nederland is gevestigd en die toebehoort aan een ander dan genoemd in onderdeel a tot en met d.
1.
In het handelsregister worden de volgende rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben ingeschreven:
a. een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een Europese naamloze vennootschap, een Europees economisch samenwerkingsverband, een Europese coöperatieve vennootschap, een coöperatie en een onderlinge waarborgmaatschappij;
b. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, een vereniging van eigenaars, een stichting en overige privaatrechtelijke rechtspersonen;
c. een publiekrechtelijke rechtspersoon, met dien verstande dat in plaats van de Staat de ministeries, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Comptabiliteitswet 2001 en de dienstonderdelen van een ministerie die op basis van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001 de begroting en de verantwoording inrichten op basis van een stelsel van baten en lasten worden ingeschreven.
2.
Een vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid kan worden ingeschreven.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze de organisatie waarvan een of meer kerkgenootschappen deel uitmaken, wordt ingeschreven in het handelsregister en tevens kan worden bepaald of en in hoeverre zelfstandige onderdelen of lichamen waarin zij zijn verenigd moeten worden ingeschreven in het handelsregister.
4.
De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 7
Indien aan een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6 een onderneming toebehoort die als zodanig overeenkomstig artikel 5 moet worden ingeschreven, geldt de inschrijving van de onderneming tevens als inschrijving van de rechtspersoon.
Artikel 8
Bij algemene maatregel van bestuur:
a. kunnen andere rechtspersonen worden aangewezen die worden ingeschreven in het handelsregister indien dit noodzakelijk is voor het toereikend functioneren van het handelsregister;
b. kan nader worden bepaald wanneer sprake is van een onderneming.
Artikel 9
In het handelsregister worden over een onderneming opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer;
b. de handelsnaam of de handelsnamen;
c. de datum van aanvang, voortzetting of beëindiging;
d. degene aan wie de onderneming toebehoort;
e. de vestigingen.
1.
In het handelsregister worden over degene aan wie een onderneming toebehoort, indien deze een rechtspersoon is, de in artikel 12 genoemde gegevens opgenomen.
2.
In het handelsregister worden over degene aan wie een onderneming toebehoort, indien deze een natuurlijke persoon is, opgenomen:
a. het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, het geslacht, de geboorteplaats en het geboorteland;
b. de naam;
c. het adres;
d. de geboortedatum;
e. de datum van overlijden.
3.
In het handelsregister worden over degene aan wie een onderneming toebehoort, die geen rechtspersoon en geen natuurlijke persoon is, opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer;
b. de naam;
c. de datum van aanvang, voortzetting of beëindiging;
d. de rechtsvorm;
e. de leden, maten of vennoten, met uitzondering van de commanditaire vennoten, en:
1°. indien deze natuurlijke personen zijn,
het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, het geslacht, de geboorteplaats en het geboorteland,
de naam,
het adres,
de geboortedatum,
de datum van overlijden;
2°. indien deze geen natuurlijke personen zijn,
een door een kamer toegekend uniek nummer;
de naam;
de rechtsvorm en de statutaire zetel,
de datum van aanvang of beëindiging.
1.
In het handelsregister worden over een vestiging van een onderneming opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer;
b. de handelsnaam of handelsnamen;
c. het post- en bezoekadres;
d. de datum van ingebruikname en beëindiging.
2.
Indien een onderneming meerdere vestigingen heeft, wordt in het handelsregister opgenomen welke vestiging de hoofdvestiging of de hoofdnederzetting is.
Artikel 12
In het handelsregister worden over een rechtspersoon opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer;
b. de naam;
c. de rechtsvorm en de statutaire zetel;
d. de datum van aanvang of beëindiging.
Artikel 13
In het handelsregister worden over een activiteit van een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer voor de activiteiten van de rechtspersoon, tenzij er sprake is van een publiekrechtelijke rechtspersoon;
b. de datum van aanvang, voortzetting of beëindiging;
c. de vestigingen.
1.
In het handelsregister worden over een vestiging van een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort opgenomen:
a. een door de Kamer toegekend uniek nummer;
b. de naam;
c. het post- en bezoekadres;
d. de datum van ingebruikname of beëindiging.
2.
Indien een rechtspersoon meerdere vestigingen heeft, wordt in het handelsregister opgenomen welke vestiging de hoofdvestiging of de hoofdnederzetting is.
Artikel 15
De in artikel 9 tot en met 14 genoemde gegevens zijn authentieke gegevens.
1.
In het handelsregister worden gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn voor een goede vastlegging en verstrekking van de in artikel 9 tot en met 14 bedoelde gegevens en gegevens omtrent de herkomst van die gegevens.
2.
In het handelsregister wordt indien een authentiek gegeven in onderzoek is, een aantekening opgenomen dat het gegeven in onderzoek is.
1.
In het handelsregister wordt de door een publiekrechtelijke rechtspersoon verleende volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen opgenomen.
2.
Artikel 25 is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde gegevens.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald:
a. dat andere gegevens dan de in artikel 9 tot en met 14 genoemde gegevens in het handelsregister worden opgenomen of dat bescheiden bij het handelsregister worden gedeponeerd voor zover dit van belang is voor de in artikel 2, onderdeel a en b, genoemde doelen en er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten;
b. dat in het handelsregister opgenomen gegevens worden overgenomen uit een ander basisregister;
c. dat voor de in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, en artikel 6, derde lid bedoelde rechtspersonen bepaalde in artikel 12, 13 en 14 bedoelde gegevens niet behoeven te worden ingeschreven.
2.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1.
Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister is verplicht degene aan wie een onderneming toebehoort, of, indien het de inschrijving betreft van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a en b, het tweede lid en derde lid, ieder der bestuurders van de rechtspersoon.
2.
Indien het eerste lid niet van toepassing is, is tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister verplicht degene die belast is met de dagelijkse leiding van een onderneming of rechtspersoon.
3.
Indien geen van de in het eerste lid bedoelde personen in Nederland is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die in Nederland belast is met de dagelijkse leiding van een onderneming of rechtspersoon.
4.
Indien een onderneming of rechtspersoon buiten Nederland is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die belast is met de dagelijkse leiding van de hoofdnederzetting of, indien die er niet is, de door de onderneming of rechtspersoon aangewezen gevolmachtigde handelsagent.
5.
Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister is een publiekrechtelijke rechtspersoon verplicht.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere personen worden aangewezen die verplicht of bevoegd zijn tot het doen van daarbij aangewezen opgaven.
1.
De daartoe verplichte personen doen, met inachtneming van het bij algemene maatregel van bestuur bepaalde, de opgaven die de Kamer nodig heeft om ervoor te zorgen dat de in artikel 9 tot en met 14 en 16a, eerste lid, genoemde en de in artikel 17, onderdeel a, bedoelde gegevens te allen tijde juist en volledig in het handelsregister ingeschreven zijn.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het deponeren van bescheiden.
3.
Op berichtenverkeer met betrekking tot enige inschrijving of doorhaling in het handelsregister tussen de Kamer en een onderneming, niet zijnde een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet die onder de reikwijdte van die wet valt, zijn de paragrafen 3.3, 3.4 en artikel 5, tweede lid, van de Dienstenwet van overeenkomstige toepassing.
4.
Regels die op grond van artikel 5, derde lid, van de Dienstenwet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn gesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op berichtenverkeer als bedoeld in het derde lid.
5.
Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op:
a. uitwisseling van gegevens of bescheiden die betrekking hebben op procedures van bezwaar, beroep of andere rechterlijke procedures of vormen van geschilbeslechting;
b. het verrichten van betalingen.
1.
De opgave voor de eerste inschrijving van een onderneming wordt gedaan binnen een periode van twee weken, die begint een week vóór en eindigt een week ná de aanvang van de bedrijfsuitoefening. De opgave voor de eerste inschrijving van een rechtspersoon wordt gedaan binnen één week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot inschrijving ontstaat.
2.
De andere voorgeschreven opgaven worden gedaan uiterlijk een week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot de opgave ontstaat.
3.
De verplichting tot het doen van een opgave eindigt zodra die opgave is gedaan door iemand anders die daartoe verplicht of bevoegd was of, voor zover de Kamer bevoegd is tot het wijzigen van gegevens, zodra de Kamer de desbetreffende wijziging heeft ingeschreven.
4.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de wijze waarop gegevens in het handelsregister worden opgenomen;
b. de termijnen voor het opnemen van gegevens in het handelsregister;
c. de actualiteit van het overnemen van een gegeven uit een ander basisregister.
5.
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een opgave ter inschrijving in het handelsregister.
1.
De in artikel 9, 10, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a en het derde lid, onderdeel e, onder 1°, eerste gedachtestreepje, 11, 12, 13, 14, 16, tweede lid, en 16a, eerste lid, genoemde gegevens, de in artikel 17, onderdeel a, bedoelde gegevens, en de krachtens wettelijk voorschrift gedeponeerde bescheiden kunnen door een ieder worden ingezien.
2.
Een handtekening kan niet in elektronische vorm worden ingezien.
1.
De Kamer verstrekt op elektronisch verzoek, indien gewenst in elektronische vorm, een afschrift van of uittreksel uit de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 21.
2.
De Kamer verstrekt op elektronisch verzoek gegevens van algemene, feitelijke aard omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen uit het handelsregister ter bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening. Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen worden deze gegevens niet gerangschikt naar natuurlijke personen.
3.
Een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt mede door een kamer in behandeling genomen indien het op andere dan elektronische wijze is gedaan.
4.
In afwijking van het eerste lid verstrekt de Kamer een handtekening niet in elektronische vorm.
Artikel 23
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in het handelsregister staan ingeschreven voor daarbij aangewezen gegevens of bescheiden of categorieën van gegevens of bescheiden, beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 21, 22 en 28.
1.
Heeft de opgave van een gegeven ter inschrijving in het handelsregister betrekking op een naamloze vennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een Europese naamloze vennootschap, een Europees economisch samenwerkingsverband, een Europese coöperatieve vennootschap of een andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersoon of vennootschap, dan draagt de Kamer er zorg voor dat daarvan zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad of een ander, even doeltreffend instrument, dat ten minste het gebruik van een systeem omvat dat in chronologische volgorde via een centraal elektronisch platform toegang tot de openbaar gemaakte informatie biedt.
2.
Het eerste lid is mede van toepassing op een wijziging van het ingeschrevene en op een deponering van bescheiden.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gegevens en bescheiden worden aangewezen waarvoor het eerste of tweede lid niet geldt.
1.
Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 24 bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden.
2.
Indien de derde aantoont dat hij onmogelijk kennis heeft kunnen nemen van een mededeling als bedoeld in artikel 24 kan hij zich erop beroepen dat hij van het bekendgemaakte feit onkundig was, mits dit beroep betrekking heeft op hetgeen heeft plaatsgevonden binnen vijftien dagen nadat de mededeling was geschied. De Algemene Termijnenwet is op deze termijn niet van toepassing.
3.
Degene aan wie een onderneming toebehoort, de ingeschreven rechtspersoon of degene die enig feit heeft opgegeven of verplicht is enig feit op te geven, kan aan derden die daarvan onkundig waren niet de onjuistheid of onvolledigheid van de inschrijving of van de in artikel 24 bedoelde mededeling tegenwerpen. Met de inschrijving wordt de deponering van bescheiden gelijkgesteld.
4.
Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van:
a. artikel 811, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. opgaven betreffende aangelegenheden die ingevolge enig wettelijk voorschrift – niet zijnde Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek , verordening 2137/85 of verordening 2157/2001 – ook op andere wijze worden bekend gemaakt;
c. de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens.
Artikel 26
De Kamer draagt zorg voor mededeling aan het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, van verordening 2137/85 en artikel 14, derde lid, van verordening 2157/2001.
1.
De volgende in het handelsregister ingeschreven ondernemingen of rechtspersonen zorgen ervoor dat op alle van die onderneming of die rechtspersoon uitgaande brieven, orders, facturen, offertes en andere aankondigingen, met uitzondering van reclames, is vermeld onder welk nummer deze in het handelsregister is ingeschreven:
a. de in artikel 5 en 6, eerste lid, onderdeel a, genoemde ondernemingen en rechtspersonen;
b. de in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, genoemde rechtspersonen, tenzij stukken uitgaan van een rechtspersoon waaraan geen onderneming toebehoort.
2.
Het in het eerste lid bedoelde nummer is het nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, of in artikel 13, onderdeel a.
3.
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het in het eerste lid bepaalde. Een vrijstelling kan niet worden verleend:
a. aan Europese economische samenwerkingsverbanden;
b. voor zover het betreft brieven en orders, aan naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en Europese naamloze vennootschappen.
2.
Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing op verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid.
3.
Bij het verstrekken van gegevens omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen aan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur worden deze gegevens uitsluitend gerangschikt naar natuurlijke personen indien het verzoek daartoe wordt gedaan door:
a. Onze Minister van Veiligheid en Justitie ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet controle op rechtspersonen of ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 ;
b. een officier van justitie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten;
c. de rijksbelastingdienst voor de uitvoering van zijn taken;
d. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen , of Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de uitvoering van hun bij of krachtens wet opgedragen taken;
e. burgemeesters en wethouders voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke schulphulpverlening , Participatiewet , de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ;
f. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ten behoeve van het geven van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur en een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht of rechtspersoon met een overheidstaak als bedoeld in artikel 1, onder a, van die wet, in het geval waarin hij bevoegd is tot toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ;
g. de Autoriteit Consument en Markt voor de uitvoering van haar taken;
h. de raad van bestuur van de Autoriteit Financiële Markten voor de uitvoering van zijn taken;
i. [vervallen;]
j. [vervallen;]
k. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de colleges van burgemeester en wethouders voor hun taak, bedoeld in de artikelen 1.47a en 2.4a van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Artikel 29
Vervallen
1.
Een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een onderneming of rechtspersoon nodig heeft die in de vorm van een authentiek gegeven beschikbaar is in het handelsregister, gebruikt voor die informatie dat gegeven.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. in het handelsregister is opgenomen dat een gegeven in onderzoek is;
b. het bestuursorgaan een melding doet als bedoeld in artikel 32, eerste lid;
c. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald;
d. een goede vervulling van de taak van het bestuursorgaan door de onverkorte toepassing van het eerste lid wordt belet.
Artikel 31
Een onderneming of rechtspersoon aan wie door een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 30, eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen, behoudens voor zover het gegeven noodzakelijk wordt geacht voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de onderneming of rechtspersoon.
1.
Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven dat hij verstrekt heeft gekregen uit het handelsregister, doet hiervan melding aan een kamer.
2.
Een bestuursorgaan dat gerede twijfel heeft over de juistheid van het ontbreken van een authentiek gegeven in het handelsregister, doet hiervan melding aan een kamer.
Artikel 33
Indien de melding betrekking heeft op een gegeven dat ingevolge artikel 17, onderdeel b, uit een ander register is overgenomen, zendt de kamer deze melding aan de beheerder van het register waaruit dit gegeven afkomstig is.
1.
Indien een melding als bedoeld in artikel 32, eerste lid, niet is doorgezonden naar de beheerder van een ander register, tekent de Kamer binnen een bij ministeriële regeling vastgestelde termijn aan dat het gegeven in onderzoek is, tenzij de Kamer binnen deze termijn beslist over de wijziging van dat gegeven.
2.
Indien een gegeven in onderzoek is, beslist de Kamer over wijziging van dat gegeven.
3.
Indien een beslissing, bedoeld in het eerste of tweede lid, leidt tot wijziging van de gegevens, doet de Kamer onverwijld schriftelijk mededeling aan een tot opgave verplichte persoon.
4.
De Kamer verwijdert de aantekening dat een gegeven in onderzoek is indien een besluit als bedoeld in het tweede lid niet tot wijziging van gegevens leidt.
Artikel 35
De beslissing, bedoeld in artikel 34, tweede lid, geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht .
1.
Indien tegen een beslissing, bedoeld in artikel 34, eerste en tweede lid, bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, tekent, voor zover dit nog niet het geval is, de Kamer in het handelsregister aan dat een gegeven in onderzoek is.
2.
Nadat op het bezwaar of beroep onherroepelijk is beslist, schrijft de Kamer indien nodig een wijziging in het handelsregister in en verwijdert de Kamer de aantekening dat een gegeven in onderzoek is.
Artikel 37
Op een melding als bedoeld in artikel 32, tweede lid, zijn de artikelen 33, 34, tweede en derde lid, 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.
1.
Indien de Kamer gerede twijfel heeft over de juistheid van authentieke gegevens, zijn de artikelen 33 tot en met 36 van overeenkomstige toepassing.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen niet-authentieke gegevens worden aangewezen waarop het eerste lid van overeenkomstige toepassing is.
3.
Op een verzoek als bedoeld in artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens, zijn de artikelen 33 tot en met 36 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 39
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de melding, bedoeld in artikel 32;
b. de doorzending van de melding, bedoeld in artikel 33;
c. het plaatsen van de aantekening in onderzoek, bedoeld in artikel 34, eerste lid;
d. het besluit over de melding, bedoeld in artikel 34, tweede lid;
e. de gegevens die over de terugmelding en het onderzoek in het register worden opgenomen ingevolge artikel 16, eerste lid;
f. de criteria om een inschrijving te weigeren.
Artikel 40
De Kamer treft maatregelen die ertoe strekken te waarborgen dat het handelsregister juist, actueel en volledig is.
1.
De Kamer laat eens per drie jaar de uitvoering van deze wet alsmede de juistheid van de in het handelsregister opgenomen gegevens controleren door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels betreffende de controle worden gesteld, waaronder regels omtrent de elementen die de controle moet bevatten.
3.
De Kamer zendt aan Onze Minister een afschrift van de controleresultaten en maakt deze controleresultaten openbaar. Onze Minister zendt een uittreksel van deze controleresultaten aan het College bescherming persoonsgegevens.
4.
Indien uit de controle, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat niet voldaan wordt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, laat de Kamer binnen een jaar een hercontrole uitvoeren op die onderdelen die bij de eerdere controle niet voldeden aan de gestelde voorwaarden. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
5.
De in het eerste lid bedoelde accountant heeft ten behoeve van een controle als bedoeld in het eerste of derde lid inzage in het handelsregister. De Kamer verleent hiertoe de nodige medewerking.
6.
Eenieder die is betrokken bij een controle als bedoeld in het eerste of vierde lid is verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij de beschikking heeft gekregen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
7.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vergoeding van de kosten van de controle. Een hercontrole als bedoeld in het vierde lid wordt niet vergoed.
1.
De Kamer stelt een protocol op, dat betrekking heeft op:
a. de beschikbaarheid, werking en beveiliging van het handelsregister, bedoeld in artikel 4, tweede lid;
b. de juistheid, actualiteit en volledigheid van het handelsregister, bedoeld in artikel 40, eerste lid;
c. de controle, bedoeld in artikel 41, eerste lid;
d. de procedure voor de behandeling van klachten, bedoeld in artikel 48.
2.
Het protocol behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
3.
De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 47
Het is verboden te handelen in strijd met dan wel niet te voldoen aan een bij of krachtens deze wet gestelde verplichting tot het doen van een opgave ter inschrijving in het handelsregister.
Artikel 48
De Kamer draagt zorg voor een procedure voor de behandeling van klachten over de uitvoering van deze wet. Bij de behandeling van klachten wordt de procedure, bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een onderneming of rechtspersoon die een opgave doet tot eerste inschrijving in het handelsregister daarvoor eenmalig een vergoeding verschuldigd is (inschrijfvergoeding). De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld voor het bepalen van de hoogte van de inschrijfvergoeding waarbij rechtsvorm van de onderneming of rechtspersoon en de wijze waarop opgave wordt gedaan in aanmerking kunnen worden genomen.
3.
Zelfstandige onderdelen van een kerkgenootschap en lichamen waarin zij zijn verenigd zijn de inschrijfvergoeding, bedoeld in het eerste lid, niet verschuldigd bij een opgave ter inschrijving ingevolge artikel 6, derde lid.
4.
De inschrijfvergoeding is verschuldigd zonder dat deze bij beschikking is vastgesteld.
5.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt de betalingstermijn vastgesteld.
1.
Voor de inzage of de verstrekking van gegevens is een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen vergoeding verschuldigd, welke kan variëren naar de wijze van inzage of verstrekking van gegevens en de hoeveelheid gegevens.
2.
Artikel 9, derde lid, van de Wet hergebruik van overheidsinformatie is van toepassing op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.
3.
De verplichting tot betaling van een vergoeding als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien het verzoek om gegevens wordt gedaan door de directeur-generaal van de statistiek op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.
4.
De in het eerste lid bedoelde vergoeding is verschuldigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
5.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt de betalingstermijn vastgesteld.
Artikel 50a
Een kamer is bevoegd de betaling van een vergoeding of bijdrage af te dwingen door het uitvaardigen van een dwangbevel.
Artikel 51
Indien in deze wet geregelde of daarmee verband houdende onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet of in het belang van de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen regeling of nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.
Artikel 52
Onze Minister overlegt periodiek met een representatieve vertegenwoordiging van de gebruikers van het handelsregister over de inhoud, de inrichting, de werking en de beveiliging van het handelsregister.
Artikel 53
[Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.]
Artikel 54
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel 55
[Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie.]
Artikel 55a
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2 en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen.]
Artikel 55b
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 6.]
Artikel 55c
[Wijzigt het Wetboek van Koophandel.]
Artikel 55d
[Wijzigt de Wet documentatie vennootschappen.]
Artikel 55e
[Wijzigt de Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap, de Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap en de Uitvoeringswet Verordening tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden.]
Artikel 55f
[Wijzigt de Kieswet.]
Artikel 55g
[Wijzigt de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting.]
Artikel 55h
[Wijzigt de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967.]
Artikel 55i
[Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet werk en bijstand en de Wet werk en inkomen kunstenaars.]
Artikel 56
De Handelsregisterwet 1996 vervalt.
1.
Opgaven ter inschrijving in het handelsregister en deponering van bescheiden waartoe de verplichting ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet, worden gedaan binnen 18 maanden na inwerkingtreding van deze wet.
2.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet in het handelsregister gegevens staan ingeschreven die niet op grond van een wettelijk voorschrift behoeven te worden ingeschreven, haalt de Kamer die gegevens binnen drie maanden na het eerder genoemde tijdstip door.
Artikel 58
Bij ministeriële regeling kunnen, in overeenstemming met Onze betrokken Ministers, gegevens worden aangewezen die eenmalig worden gebruikt om ondernemingen en rechtspersonen die thans niet in het handelsregister zijn opgenomen, in te schrijven in het handelsregister.
1.
In afwijking van artikel 30 kunnen gedurende zes jaar na de inwerkingtreding van artikel 30 bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze betrokken Ministers, bestuursorganen worden aangewezen voor wie de in artikel 30 genoemde verplichting uitsluitend geldt.
2.
In afwijking van artikel 32 kunnen gedurende zes jaar na de inwerkingtreding van artikel 32 bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze betrokken Ministers, bestuursorganen worden aangewezen voor wie de in artikel 32 genoemde verplichting uitsluitend geldt.
Artikel 60
In afwijking van artikel 41 geschiedt de controle, bedoeld in artikel 41, gedurende zes jaar na de inwerkingtreding van artikel 41, eens per twee jaar.
Artikel 61
Bij algemene maatregel van bestuur kan gedurende vier jaar na inwerkingtreding van artikel 2, met het oog op een goede invoering van deze wet regels stellen waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het bepaalde bij en krachtens deze wet.
Artikel 62
[Wijzigt deze wet.]
Artikel 62a
[Wijzigt de Postwet.]
Artikel 62b
[Wijzigt kamerstuk 30536.]
Artikel 63
Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 64
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 65
Deze wet wordt aangehaald als: Handelsregisterwet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
's-Gravenhage, 22 maart 2007
De Staatssecretaris van Economische Zaken ,
Uitgegeven de eerste mei 2007
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Het handelsregister
+ Hoofdstuk 3. De inschrijving in het handelsregister
+ Hoofdstuk 4. De verstrekking en het gebruik van gegevens
+ Hoofdstuk 5. Verstrekking van gegevens aan bestuursorganen en gebruik van gegevens door bestuursorganen
+ Hoofdstuk 6. Wijziging van de in het handelsregister opgenomen gegevens
+ Hoofdstuk 7. Kwaliteitscontrole van het handelsregister
+ Hoofdstuk 8. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk 9. Financiën
+ Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk 11. Wijziging andere wetten
+ Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken