Let op. Deze wet is vervallen op 29 juni 2007. U leest nu de tekst die gold op 28 juni 2007.

Heffing van omzetbelasting ten aanzien van kantines van verenigingen en andere instellingen

Uitgebreide informatie
Heffing van omzetbelasting ten aanzien van kantines van verenigingen en andere instellingen De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit besluit is een herziene versie van het besluit van 27 juni 1980, nr. 080-1088. Het besluit is herzien in verband met de vervanging van de gulden door de euro per 1 januari 2002. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om punt 10 te actualiseren. Punt 12 heeft zijn belang verloren en is vervallen.
1. Vele verenigingen en andere instellingen die werkzaam zijn op het gebied van sport of recreatie dan wel op sociaal of cultureel gebied exploiteren als aanvulling op hun primaire activiteiten een kantine. Van verschillende kanten is gewezen op ongelijke toepassing van de omzetbelasting ten aanzien van deze kantines, vooral na de aanpassing van de wetgeving aan de Zesde EG-Richtlijn inzake omzetbelasting.
2. Naar aanleiding hiervan is overleg gevoerd zowel met een aantal overkoepelende organisaties van vorenbedoelde verenigingen en instellingen als met de horeca-organisaties. Bij dit overleg zijn de mogelijkheden onderzocht van een nieuwe regeling met een uniform en praktisch hanteerbaar criterium voor het al dan niet in de heffing betrekken van de kantine-activiteiten. Daarbij is binnen het kader van de bestaande wetgeving getracht om tegemoet te komen aan de problemen die voortvloeien uit de specifieke situatie van deze verenigingen en instellingen, waarbij echter de concurrentiepositie ten opzichte van de horecabedrijven in het oog moest worden gehouden.
3. Het in punt 2 bedoelde onderzoek heeft mij aanleiding gegeven ter zake een regeling (hierna: kantineregeling) te treffen, daarbij rekening houdend met de toepassing van de in artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (verder: de Wet) vervatte vrijstelling voor zgn. fondswervende activiteiten en jurisprudentie op het punt van die vrijstelling. De kantineregeling houdt in dat verenigingen en instellingen, voor zover hun primaire activiteiten niet zijn belast, ook voor hun kantine-activiteiten buiten de heffing van omzetbelasting blijven, indien aan de volgende drie voorwaarden is voldaan.
a. In de kantine mogen uitsluitend activiteiten plaatsvinden die als normale nevenactiviteit van de desbetreffende vereniging of instelling zijn aan te merken. De kantineregeling mist dan ook ten aanzien van alle kantine-activiteiten toepassing, in de gevallen waarin de kantine mede wordt gebruikt voor niet-normale nevenactiviteiten. Tot de niet-normale nevenactiviteiten worden gerekend het openstellen c.q. het ter beschikking stellen van de kantine voor activiteiten die geen direct verband – ook qua tijdsduur – houden met de eigenlijke activiteiten van de vereniging, waaronder in het bijzonder begrepen de in de persoonlijke sfeer van derden c.q. individuele leden gelegen evenementen, zoals bijvoorbeeld bruiloften, feesten en jubilea (zie in dit verband ook punt 11).
Het ontmoet geen bezwaar dat voor sportverenigingen het begrip ‘normale nevenactiviteit’ met ingang van 1 januari 1996 wordt verruimd in de zin dat daaronder ook vallen de activiteiten die in rechtstreeks verband staan (ook qua tijdsduur) met sportieve activiteiten van derden. Hierbij gelden evenwel de volgende restricties:
de sportieve activiteiten van derden komen overeen met de sport die pleegt te worden beoefend door de vereniging c.q. de sportaccommodatie is voor die sportieve activiteiten ingericht;
de openstelling vloeit rechtstreeks voort uit de door de vereniging jegens de eigenaar/verhuurder van de accommodatie aangegane verplichtingen. Dit houdt in dat de vereniging veelal verplicht is de kantine te openen op tijdstippen dat de accommodatie aan derden ter beschikking staat.
de openstelling vindt op ten hoogste 12 dagen per kalenderjaar plaats;
de openstelling begint niet eerder dan 1 uur voor de aanvang van de sportieve activiteiten van derden en eindigt niet later van 1 uur na het einde van die activiteiten.
b. De kantine-omzet, met inbegrip van de hiervoor bedoelde kantine-omzet die verband houdt met de sportieve activiteiten van derden, mag niet meer bedragen dan € 68.067 per jaar. De kantine-omzet wordt gevormd door alle opbrengsten voor leveringen en diensten welke in direct verband met de kantine-exploitatie worden gerealiseerd. Dit betekent dat niet alleen de omzet aan spijzen en dranken, doch ook de opbrengst van de verkoop van tabaksproducten en de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten e.d. tot die kantine-omzet behoren; de exploitatie van speelautomaten kan dan ook niet als een aparte fondswervende activiteit worden aangemerkt.
c. Eventuele exploitatie-overschotten van de kantine moeten worden aangewend voor de primaire activiteiten van de vereniging of instelling.
4. De niet-toepasselijkheid van de kantineregeling laat overigens onverlet dat de kantine-activiteiten op andere gronden van omzetbelasting kunnen zijn vrijgesteld. Kantine-activiteiten zijn immers in de regel aan te merken als activiteiten ter verkrijging van financiële steun – zgn. fondswervende activiteiten – als bedoeld in artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de Wet, en delen alsdan in de daarin opgenomen vrijstelling.
Uiteraard zal ook moeten zijn voldaan aan de overige aan de toepassing van deze vrijstelling gestelde voorwaarden, waaronder begrepen het niet overschrijden van de omzetgrens van € 22.689 (voor sportverenigingen: € 31.765) voor diensten en, voor zover van toepassing, van € 68.067 voor leveringen. De verstrekking van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse, ook in een kantine, wordt aangemerkt als een dienst. Zijn er naast de kantine-activiteiten nog andere fondswervende diensten, dan dienen beide voor de toepassing van de omzetgrens van € 22.689, respectievelijk € 31.765 tezamen te worden genomen. Voor verdere informatie over de toepassing van deze vrijstelling wordt – voor wat betreft fondswerving door sportorganisaties – gewezen op de aanschrijving van 12 oktober 1982, nr. 282-12955, BTW-81 (opgenomen in onderdeel 2.00.81).
5. De kantineregeling kan onder meer worden toegepast op:
sportverenigingen,
muziekverenigingen,
speeltuinverenigingen,
instellingen voor jeugdwerk,
bejaardensociëteiten,
hobbyclubs,
buurtverenigingen,
dorpshuizen en wijkcentra,
scholen voor basisonderwijs, lager en middelbaar beroepsonderwijs en algemeen voortgezet en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.
De kantineregeling is niet van toepassing op carnavalsverenigingen. In dit verband verwijs ik naar de brief van 2 februari 1996, nr. VB 96/328, opgenomen als bijlage bij dit besluit. In deze brief wordt als voorwaarde voor toepassing van de in de brief neergelegde goedkeuring gesteld, dat de totale omzet per jaar niet meer bedraagt dan f 50.000. Voor dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2002 gelezen: € 22.689.
6. Het komt voor, dat één instelling op verschillende plaatsen een accommodatie met een kantine heeft, bijvoorbeeld een stichting, die in verschillende wijken van een stad wijkcentra beheert. In dat geval kan het bedrag van € 68.067 per accommodatie worden toegepast.
7. Met betrekking tot kantine-activiteiten welke op grond van de kantineregeling buiten de heffing van omzetbelasting blijven, kan door de desbetreffende vereniging of instelling geen aanspraak op aftrek van de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting worden gemaakt. In samenhang daarmee zijn de artikelen 11 tot en met 14 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (verder: de Uitvoeringsbeschikking) van overeenkomstige toepassing. Zo is dit laatste van belang voor het geval dat kantine-activiteiten voor het eerst in de heffing moeten worden betrokken (bijv. wanneer het hiervoor vermelde bedrag van € 68.067 wordt overschreden of niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan), dan wel voor het geval dat meer omvangrijke kantine-activiteiten zodanig worden beperkt dat op grond van de kantineregeling heffing van omzetbelasting verder achterwege kan blijven.
8. De kantineregeling brengt mee, dat een vereniging of instelling in de heffing van omzetbelasting moet worden betrokken, indien de kantine-omzet in enig jaar het hiervoor vermelde bedrag van € 68.067 overschrijdt. Het ontmoet overigens geen bezwaar dat in gevallen waarin deze overschrijding niet redelijkerwijs te voorzien was de kantine-activiteiten eerst met ingang van het daarop volgende boekjaar (verenigingsjaar) in de heffing van omzetbelasting worden betrokken.
9. Naar mij is gebleken, bestaat er enige onduidelijkheid omtrent de situatie die ontstaat als een vereniging of instelling voor haar kantine-activiteiten in de heffing van omzetbelasting wil worden betrokken, terwijl niettemin de kantine-omzet op jaarbasis op dat moment lager is dan € 68.067. Ik merk hieromtrent op dat het een vereniging of instelling, zo zij dit wenst, uiteraard vrijstaat de wettelijke bepalingen toe te passen met voorbijgaan aan de kantineregeling. Ingeval een vereniging of instelling ervoor kiest de kantineregeling niet toe te passen, brengt doel en strekking van de regeling met zich dat op deze regeling naderhand geen beroep meer kan worden gedaan. De artikelen 11 tot en met 14 van de Uitvoeringsbeschikking zijn ook hier van overeenkomstige toepassing. Volledigheidshalve zij hierbij opgemerkt, dat het niet-toepassen van de kantineregeling niet zonder meer betekent dat ter zake van de kantine-activiteiten steeds omzetbelasting is verschuldigd. Zoals hiervoor in punt 4 is aangegeven, zijn kantine-activiteiten in de regel aan te merken als fondswervende activiteiten als bedoeld in artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de Wet en is terzake eerst omzetbelasting verschuldigd indien de daarin genoemde omzetgrens wordt overschreden.
10. Sportverenigingen die voor hun eigenlijke activiteiten aanspraak kunnen maken op toepassing van artikel 11, lid 1, onderdeel e, van de Wet kunnen, ingeval zij de kantineregeling niet wensen toe te passen of de omzetgrens van € 68.067 wordt overschreden en artikel 11, lid 1, onderdeel v, van de Wet niet van toepassing is, ter zake van de kantine-omzet als normale nevenactiviteit omzetbelasting voldoen naar een forfaitair percentage. Dit percentage bedraagt met ingang van 1 januari 2001: 11. De grondslag van de heffing is de totale kantine-omzet, derhalve niet alleen de omzet aan spijzen en dranken, maar ook de opbrengst van de verkoop van tabaksproducten, de opbrengst uit de exploitatie van speelautomaten e.d.
11. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder ‘kantine’ verstaan de vaste plaats waar of van waaruit de desbetreffende vereniging of instelling de kantine-activiteiten als normale nevenactiviteit (zie punt 3, onder a) verricht. In het geval dat de vereniging of instelling haar normale activiteiten incidenteel elders verricht (bijvoorbeeld in een gehuurde zaal) wordt de daarmee gepaard gaande verstrekking van spijzen en dranken, voor de toepassing van de € 68.067-grens, tezamen genomen met de kantine-omzet die vanuit de eigen kantine wordt behaald. Betreft het een evenement dat door de vereniging of instelling wordt georganiseerd voor een ruimere kring van bezoekers dan de (familie)leden van de vereniging of instelling of waarvoor artiesten worden aangetrokken om het evenement op te luisteren (bijvoorbeeld een dorpsfeest, een muziek- of volksdansfestival) dan geldt daarvoor de kantineregeling niet. De omstandigheid dat de desbetreffende vereniging of instelling alsdan belasting verschuldigd wordt ter zake van de verstrekking van spijzen en dranken leidt er overigens op zich niet toe dat de kantineregeling niet langer kan worden toegepast op de verstrekking van spijzen en dranken als normale nevenactiviteit.
12. (Vervallen)
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Vervallen besluit
Het besluit van 27 juni 1980, nr. 080-1088 vervalt per 1 januari 2002.
Inhoudsopgave
Inwerkingtreding
Vervallen besluit
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht