Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2014.

Artikel 21 Honden- en kattenbesluit 1999

Uitgebreide informatie
1.
Binnen 5 werkdagen na ontvangst van een hond of kat in een bedrijfsinrichting of asiel wordt, voorzover dat nog niet is geschied, de hond ingeënt tegen parvovirusinfectie en hondenziekte (ziekte van Carré) en de kat tegen kattenziekte (infectieuze gastro-enteritis) en niesziekte.
2.
Binnen zeven weken na de geboorte van een hond of kat in een bedrijfsinrichting of asiel, doch in ieder geval 7 dagen vóór aflevering, wordt een hond of kat ingeënt tegen de in het eerste lid genoemde ziekten.
3.
In een asiel wordt een hond of kat waarvan het aannemelijk is dat deze niet tegen één of meerdere van de in het eerste lid genoemde ziekten is ingeënt, onmiddellijk na ontvangst in de quarantaineruimte geplaatst tot tenminste zeven dagen nadat de in het eerste lid bedoelde inentingen of ontbrekende inentingen hebben plaatsgevonden. De hond of kat mag het asiel gedurende die periode niet verlaten tenzij het de teruggave aan de eigenaar betreft.
4.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op honden of katten die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in een bedrijfsinrichting of asiel worden gehouden en niet tegen één of meerdere van de in dat lid genoemde ziekten zijn ingeënt.
5.
Een door een dierenarts opgemaakt en afgegeven schriftelijk bewijs van inenting dat betrekking heeft op de inentingen die overeenkomstig het eerste of tweede lid zijn aangebracht en waarop diens naam en praktijkadres en de inentingsdatum staan vermeld, wordt gedurende de periode dat desbetreffende hond of kat in de bedrijfsinrichting of in het asiel verblijft in de inrichting bewaard; op dit bewijs worden tevens het registratienummer van de inrichting en het identificatienummer van de hond of kat vermeld.
6.
Met het in het vijfde lid bedoelde bewijs van inenting wordt gelijkgesteld een dierenpaspoort dat ingevolge het Honden- en Kattenbesluit 1981 voor desbetreffende hond of kat is afgegeven en dat is aangevuld met de gegevens die ingevolge dat lid op het bewijs van inenting moeten worden vermeld, voorzover die gegevens geen deel uitmaken van het dierenpaspoort.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, in bewaring nemen of fokken van honden katten
+ § 3. Aanmelding en registratie van de inrichting en vakbekwaamheid van de beheerder
+ § 4. Huisvesting en verzorging
+ § 5. Fokken
- § 6. Identificatie en inenting van in bedrijfsinrichtingen of asielen gehouden honden of katten
+ § 7. Voorschriften inzake verkoop en aflevering
+ § 8. Inbewaringneming in een pension
+ § 9. Overige bepalingen
+ § 10. Overgangsbepalingen
+ § 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht