Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2014.

Artikel 21 lid 3 Honden- en kattenbesluit 1999

Uitgebreide informatie
3.
In een asiel wordt een hond of kat waarvan het aannemelijk is dat deze niet tegen één of meerdere van de in het eerste lid genoemde ziekten is ingeënt, onmiddellijk na ontvangst in de quarantaineruimte geplaatst tot tenminste zeven dagen nadat de in het eerste lid bedoelde inentingen of ontbrekende inentingen hebben plaatsgevonden. De hond of kat mag het asiel gedurende die periode niet verlaten tenzij het de teruggave aan de eigenaar betreft.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, in bewaring nemen of fokken van honden katten
+ § 3. Aanmelding en registratie van de inrichting en vakbekwaamheid van de beheerder
+ § 4. Huisvesting en verzorging
+ § 5. Fokken
- § 6. Identificatie en inenting van in bedrijfsinrichtingen of asielen gehouden honden of katten
+ § 7. Voorschriften inzake verkoop en aflevering
+ § 8. Inbewaringneming in een pension
+ § 9. Overige bepalingen
+ § 10. Overgangsbepalingen
+ § 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht