Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2014.

Honden- en kattenbesluit 1999

Uitgebreide informatie
1.
De inrichting beschikt over binnenverblijven.
2.
Indien in de inrichting honden worden gehouden beschikt de inrichting over één of meerdere buitenverblijven of over een speelweide.
3.
Een binnen- of buitenverblijf voldoet aan de volgende eisen:
a. de vloer, de wanden, de hekken of de afrasteringen zijn vervaardigd van zodanige materialen dat de honden of katten zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen;
b. de vloer is van vloeistofdicht en stroef materiaal;
c. het heeft rechtopstaande wanden, waarvan tenminste één zodanig is geconstrueerd dat de honden of katten buiten het verblijf kunnen kijken, en het kan worden afgesloten.
4.
een binnenverblijf voldoet voorts aan de volgende eisen:
a. het is vorstvrij, tochtvrij alsmede droog;
b. het kan op afdoende wijze worden geventileerd;
c. het kan door middel van een elektrische lichtinstallatie worden verlicht;
d. het is gedurende de periode dat daglicht beschikbaar is voldoende verlicht door middel van daglicht, en de temperatuur in het verblijf bedraagt ten hoogste 30 graden Celsius.
5.
Tenzij een buitenverblijf in een open verbinding staat met een binnenverblijf, is een buitenverblijf gedeeltelijk overdekt met een overkapping, die afdoende schuilmogelijkheid biedt tegen neerslag en voldoende schaduw biedt.
6.
Een speelweide voldoet aan de volgende eisen:
a. zij maakt deel uit van de inrichting;
b. de omheining daarvan is van zodanig materiaal dat de honden zich er niet aan kunnen verwonden en zich er niet door kunnen vergiftigen, en zij kan worden afgesloten.
7.
Indien de inrichting beschikt over één of meer buitenverblijven waarin katten worden gehuisvest, is het vijfde lid op het buitenverblijf van overeenkomstige toepassing.
1.
Een inrichting beschikt over één of meer ziekenboegen waarin één of meer binnenverblijven zijn aangebracht, die in totaal tenminste ruimte kunnen bieden aan een tiende van het aantal honden of katten dat in die inrichting is gehuisvest.
2.
Een ziekenboeg kan, ter voorkoming van besmetting, worden afgescheiden van overige binnenverblijven.
1.
Een asiel beschikt over één of meer quarantaineruimten waarin binnenverblijven zijn aangebracht, die in totaal tenminste ruimte kunnen bieden aan een tiende van het aantal honden of katten dat in die inrichting is gehuisvest.
2.
De quarantaineruimte is zodanig ingericht dat onderlinge besmetting van de daarin gehuisveste honden of katten worden voorkomen.
1.
Honden en katten worden niet bij elkaar in één binnen- of buitenverblijf gehuisvest.
2.
Indien meer dan één hond in de inrichting aanwezig is, worden tenminste twee en ten hoogste 20 honden bij elkaar in één binnen- of buitenverblijf gehuisvest.
3.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de huisvesting van katten.
4.
Iedere hond of kat heeft in het binnen- of buitenverblijf, tenzij dit om gezondheidsredenen van de hond of kat niet verantwoord is, direct en voortdurend toegang tot een zindelijke drinkgelegenheid waar vers drinkwater voorradig is.
1.
Een binnen- of buitenverblijf waarin honden worden gehuisvest heeft een hoogte van tenminste 1,8 meter.
2.
De voor de honden beschikbare vloeroppervlakte in vierkante meters in het binnen- of buitenverblijf is voor honden met een schofthoogte:
a. tot 0,3 meter, tenminste gelijk aan het product van (1+n) en 1,0;
b. vanaf 0,3 meter tot 0,5 meter, tenminste gelijk aan het product van (1+n) en 1,2;
c. vanaf 0,5 meter, tenminste gelijk aan het product van (1+n) en 1,5,
d. waarbij de kortste zijde tenminste 1,0 meter is, voorzover het de honden als bedoeld in onderdeel a betreft, en tenminste 1,2 meter voorzover het de honden als bedoeld in de onderdelen b en c betreft en waarbij de letter n staat voor het aantal honden met de desbetreffende schofthoogte dat bij elkaar in het binnen- of buitenverblijf is gehuisvest. Indien honden van verschillende grootte bij elkaar worden gehuisvest, wordt voor de berekening van de beschikbare vloeroppervlakte de schofthoogte van de grootste hond gehanteerd.
3.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op:
a. de totale voor honden beschikbare vloeroppervlakte in een aan elkaar gekoppeld binnen- en buitenverblijf van een asiel of pension, indien er voor de honden een open verbinding is tussen het binnen- en buitengedeelte van het verblijf en de beschikbare vloeroppervlakte in het binnengedeelte van het verblijf tenminste 2,25 m 2 is;
b. de voor de honden beschikbare oppervlakte van de speelweide, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
1.
De voor de katten beschikbare ruimte in het binnen- of buitenverblijf is tenminste:
a. 0,85 m 2 aan vloeroppervlakte indien twee katten bij elkaar worden gehuisvest, waarbij de kortste zijde tenminste 0,65 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 0,6 meter is;
b. 3 m 2 aan vloeroppervlakte bij huisvesting van meer dan twee katten bij elkaar, vermeerderd met 0,6 m 2 voor iedere kat die het aantal van 5 in het verblijf te boven gaat, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
2.
In de binnenverblijven zijn vanaf 0,15 meter boven vloerniveau per kat afzonderlijke rustplanken met een lengte van tenminste 0,35 meter en een breedte van tenminste 0,20 meter aanbracht.
1.
In afwijking van artikel 11, tweede en derde lid, wordt:
a. een in een quarantaineruimte ondergebrachte hond of kat solitair gehuisvest;
b. een hond of kat solitair gehuisvest indien de gezondheid of het welzijn van de hond of kat of van de andere honden of katten dit vereist.
2.
In afwijking van artikel 12, tweede lid, is bij solitaire huisvesting de beschikbare ruimte voor een hond:
a. met een schofthoogte tot 0,3 meter tenminste 2 m 2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
b. met een schofthoogte vanaf 0,3 meter tot 0,5 meter tenminste 2,4 m 2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is;
c. met een schofthoogte vanaf 0,5 meter tenminste 3 m 2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 1,2 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
3.
Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kat tenminste 0,47 m 2 aan vloeroppervlakte, waarbij de kortste zijde tenminste 0,65 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 0,6 meter is.
4.
Bij solitaire huisvesting is de beschikbare ruimte voor een kater die voor fokdoeleinden gehouden wordt tenminste 6 m 2 , waarbij de kortste zijde tenminste 1 meter en de hoogte van het binnen- of buitenverblijf tenminste 1,8 meter is.
1.
Iedere drachtige of zogende hond of kat heeft in een binnenverblijf de beschikking over een nestruimte.
2.
De kortste zijde van de nestruimte, bedoeld in het eerste lid, heeft een lengte van tenminste 2 maal de schofthoogte van de hond of kat waarvoor de nestruimte bestemd is.
3.
Iedere hond heeft in een binnen- of buitenverblijf de beschikking over een schone en droge ligplaats die vanuit de bodem van het verblijf optrekkende kou isoleert.
Artikel 16
Voor de berekening van de beschikbare vloeroppervlakte voor de honden of katten, bedoeld in de artikelen 12 en 13, worden de niet gespeende honden of katten die zich bij hun moeder bevinden niet meegerekend.
Artikel 17
Een hond wordt in de gelegenheid gesteld om tenminste twee uur per dag in een buitenverblijf of op een speelweide als bedoeld in artikel 8, tweede lid, te vertoeven.
1.
Een inrichting wordt dagelijks gereinigd en regelmatig en deugdelijk ontsmet.
2.
In ruimten waarin honden en katten zijn ondergebracht worden geen kadavers bewaard.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Het bedrijfsmatig verkopen, afleveren, in bewaring nemen of fokken van honden katten
+ § 3. Aanmelding en registratie van de inrichting en vakbekwaamheid van de beheerder
- § 4. Huisvesting en verzorging
+ § 5. Fokken
+ § 6. Identificatie en inenting van in bedrijfsinrichtingen of asielen gehouden honden of katten
+ § 7. Voorschriften inzake verkoop en aflevering
+ § 8. Inbewaringneming in een pension
+ § 9. Overige bepalingen
+ § 10. Overgangsbepalingen
+ § 11. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht