1.
De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om in ruil voor een belastingvrije vergoeding voor of verstrekking van een of meer in het tweede lid genoemde bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk af te zien van een of meer van de volgende aanspraken:
a. maximaal 10% van het jaarsalaris;
b. de vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 3;
c. de vergoeding voor de vermindering van de jaarlijkse aanspraak op vakantie, bedoeld in artikel 5;
d. de vakantie-uitkering;
e. de eindejaarsuitkering, mits deze wordt ingezet voor de bestemmingsmogelijkheid, genoemd in het tweede lid, onder h.
2.
Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken zijn de belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:
a. bedrijfsfitness;
b. een fiets voor het woon-werkverkeer en een fietsverzekering;
c. de inrichting van een telewerkruimte;
d. vakliteratuur;
e. een studie/opleiding voor een beroep;
f. openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt;
g. vakbondscontributies;
h. een aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer bij of krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989 tot maximaal het verschil tussen het bedrag van de tegemoetkoming en het bedrag dat voor de in het zevende lid bedoelde kilometers belastingvrij mag worden vergoed.
3.
Van een aanspraak als genoemd in het eerste lid kan slechts worden afgezien als deze aanspraak nog niet tot uitbetaling is gekomen.
4.
Voor zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken kan de gevraagde belastingvrije vergoeding in een keer worden uitbetaald voorafgaande aan het moment waarop de ingezette aanspraken tot uitbetaling zouden zijn gekomen.
5.
De ambtenaar dient bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag, maar uiterlijk binnen een maand na ontvangst van de belastingvrije vergoeding, bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de kosten waarvoor die vergoeding is verstrekt daadwerkelijk zijn gemaakt.
6.
In afwijking van het eerste lid, vergoedt het bevoegd gezag automatisch de belastingvrije bestemmingsmogelijkheid, genoemd in artikel 6, tweede lid, onderdeel h, en zet daartoe de eindejaarsuitkering, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, en indien nodig maximaal 10% van het jaarsalaris, genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, in.
7.
Indien de ambtenaar geheel of gedeeltelijk afziet van de automatische vergoeding als bedoeld in artikel 6, zesde lid, dan meldt hij dit, voor 1 november van het kalenderjaar waarin wordt overgegaan tot uitkering van deze belastingvrije bestemmingsmogelijkheid bij het bevoegd gezag. De melding wordt gedaan op een door het bevoegd gezag aan te geven wijze.
8.
De in het tweede lid, onder h, genoemde vergoeding wordt gebaseerd op de kilometers berekend overeenkomstig artikel 12, zesde lid, van de Verplaatsingskostenregeling 1989. De reisafstand, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Verplaatsingskostenregeling 1989 komt uitsluitend in aanmerking als deze meer dan een kilometer is.
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Algemene bepalingen
Artikel 3. Meer uren werken
Artikel 4. Minder uren werken
Artikel 5. Vermindering van de aanspraak op vakantie
Artikel 6. Afzien van aanspraken ten behoeve van vastgestelde bestemmingsmogelijkheden
Artikel 7. Opschorting als gevolg van het niet verrichten van arbeid
Artikel 8. Inhouding, verrekening of uitbetaling
Artikel 9. Meldingsplicht en verhaal loonheffing
Artikel 10. Hardheidsclausule
Artikel 11. Vervallen voorschriften
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht