Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980

Uitgebreide informatie
Besluit van 9 december 1980, houdende regelen ten aanzien van de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, K. H. Beyen, van Onze Minister van Landbouw en Visserij en van de Staatssecretaris van Financiën, van 23 september 1980, no. 680/772 W. J. A., gehoord de Commissie Regelingen In- en uitvoerwet, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22);
Overwegende, dat naar Ons oordeel het belang van de volkshuishouding vereist nieuwe regelen te stellen ten aanzien van de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen, ten einde in Nederland uitvoering te kunnen geven aan in het kader van het communautair landbouwbeleid daaromtrent door de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen gestelde regelen;
Gelet op de artikelen 2, 2 a , 4 en 17 van de In- en uitvoerwet ( Stb. 1962, 295);
De Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 1980, no. 801022/21);
Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretarissen en van Onze voornoemde Minister van 2 december 1980, no. 680/1014 W.J.A.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Gemeenschap: de Europese Economische Gemeenschap;
Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ( Trb. 1957, 91);
Raad: de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen;
Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
derde land: een land, dat geen lid is van de Europese Economische Gemeenschap;
communautaire regeling: een door de Raad of de Commissie vastgestelde verordening of beschikking, houdende maatregelen voor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en derde landen of tussen de Lid-Staten der Gemeenschap onderling van een of meer goederen;
invoercertificaat: een document, dat ingevolge een communautaire regeling bij de invoer van een in die regeling omschreven of aangeduid goed moet worden overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het invoeren van het in het document omschreven of aangeduide goed tijdens de geldigheidsduur van dat document;
uitvoercertificaat: een document, dat ingevolge een communautaire regeling bij de uitvoer van een in die regeling omschreven of aangeduid goed moet worden overgelegd en dat het recht en de plicht meebrengt tot het uitvoeren van het in het document omschreven of aangeduide goed tijdens de geldigheidsduur van dat document;
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij.
1.
De invoer van goederen, aangewezen in deel I van de bij dit besluit behorende bijlage, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden.
2.
Het eerste lid geldt niet in de gevallen, waarin artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 ( Stb. 576) van toepassing is.
1.
De uitvoer van goederen, aangewezen in de bij dit besluit behorende bijlage, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden.
1.
Ingeval bij de invoer van een goed ter voldoening aan een communautaire regeling een binnen de Gemeenschap bevoegdelijk afgegeven geldig invoercertificaat wordt overgelegd, geldt dit certificaat voor die invoer als een vergunning als bedoeld in artikel 2.
2.
Ingeval bij de uitvoer van een goed ter voldoening aan een communautaire regeling een binnen de Gemeenschap bevoegdelijk afgegeven geldig uitvoercertificaat wordt overgelegd, geldt dit certificaat voor die uitvoer als een vergunning als bedoeld in artikel 3.
3.
Onze Minister wijst het orgaan aan, dat bevoegd is tot het afgeven van invoer- en uitvoercertificaten in Nederland, en kan, voor zover zulks voor een goede uitvoering van een communautaire regeling nodig is, regelen stellen met betrekking tot het afgeven van deze certificaten. Daarbij kan hij onder meer bepalen, dat een waarborgsom moet worden gestort.
1.
Onze Minister is bevoegd tot de vaststelling van rechten bij invoer, andere dan douanerechten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Douanewet.
2.
Het bedrag van een krachtens het eerste lid vastgesteld recht kan onder meer verschillen naar gelang van het land van herkomst of oorsprong van het in te voeren goed, het tijdstip waarop de importeur van zijn voornemen tot invoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de importeur een invoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de invoer.
3.
Bij het vaststellen van een recht kan voorts worden bepaald dat een recht verschuldigd is vóór het tijdstip van invoer van het betrokken goed.
1.
Onze Minister is bevoegd tot de vaststelling van rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Douanewet.
2.
Het bedrag van een krachtens het eerste lid vastgesteld recht kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer.
3.
Bij het vaststellen van het recht kan voorts worden bepaald, dat een recht verschuldigd is vóór het tijdstip van uitvoer van het betrokken goed.
1.
Onze Minister kan:
a. op aanvrage een restitutie verstrekken ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen, dan wel ter zake van de uitvoer van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op restitutie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verstrekking van de restituties;
c. sancties opleggen als bedoeld in artikel 11 van verordening (EEG) nr. 3665/87 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1987 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwprodukten ( PbEG L 351).
2.
Het bedrag ener krachtens het eerste lid te verstrekken restitutie kan onder meer verschillen naar gelang van het land van bestemming van het uit te voeren goed, het tijdstip waarop de exporteur van zijn voornemen tot uitvoer heeft doen blijken, het tijdstip waarop aan de exporteur een uitvoervergunning is verstrekt en het tijdstip van de uitvoer.
3.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder b bedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de restituties worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.
1.
Restituties ter zake van de uitvoer van in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goederen of van daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen, die Nederland ingevolge een communautaire regeling gehouden of gerechtigd is te verstrekken, worden als restituties in de zin van artikel 8 verstrekt. Op zodanige restituties zijn alle andere ten aanzien van krachtens dit besluit te verstrekken restituties geldende wettelijke regelingen eveneens van toepassing.
2.
Onder restitutie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als restitutie, als subsidie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de uitvoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt.
1.
In de gevallen, waarin ingevolge een communautaire regeling bij de invoer van een in de bij dit besluit behorende bijlage aangewezen goed of een daaruit of met behulp daarvan verkregen goed in een Lid-Staat van de Gemeenschap, die Lid-Staat gehouden of gerechtigd is een subsidie te verstrekken, kan Onze Minister:
a. op aanvrage ter zake van de invoer van het in de aanhef bedoelde goed een subsidie verstrekken;
b. regelen stellen met betrekking tot de aanspraak op subsidie, de bij het aanvragen daarvan te verstrekken gegevens of over te leggen bewijsstukken, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt, de wijze van verstrekking van de subsidie en al hetgeen voorts nodig is voor de uitvoering van de communautaire regeling in Nederland.
2.
Onder subsidie als bedoeld in de aanhef van het eerste lid is te verstaan elk bedrag, dat ingevolge een communautaire regeling als subsidie, als restitutie, als compenserend bedrag of onder welke andere benaming ook bij de invoer van een goed als in het eerste lid bedoeld moet of mag worden verstrekt.
3.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar onder b bedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de subsidies worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.
1.
Bij de uitvoer van een goed, waarvoor artikel 8 of 10 is toegepast, moeten de regelen in acht worden genomen die Onze Minister, voor zover hij dat voor een goede toepassing van dit besluit noodzakelijk acht, stelt met betrekking tot:
a. het kennis geven van een voorgenomen uitvoer van de in aanhef bedoelde goederen;
b. het aangeven van zodanige goederen ten uitvoer;
c. het aanbieden van die ten uitvoer aangegeven goederen voor onderzoek en monsterneming;
d. het onder toezicht stellen van in de aanhef bedoelde goederen met het oog op hun opslag, uitslag, be- of verwerking, voorafgaand aan de uitvoer van - al naar het geval - de desbetreffende of de daaruit of met behulp daarvan verkregen goederen;
e. de verantwoording van de rendementen die zijn behaald bij de onder d bedoelde be- of verwerking;
f. het kennis geven van de na uitvoer bereikte bestemming van in de aanhef bedoelde goederen.
2.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, stelt Onze Minister de aldaar bedoelde regelen vast in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
1.
Onverminderd enig ander wettelijk voorschrift is hij, die een goed ten aanzien waarvan krachtens artikel 8 of 10 regelen zijn gesteld, in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf invoert, doet invoeren, uitvoert of doet uitvoeren, verplicht:
a. de door hem met betrekking tot die invoer of uitvoer en met betrekking tot het ingevoerde of uitgevoerde goed verrichte handelingen, de vervaardiging van het goed daaronder begrepen, op de in zijn beroep of bedrijfstak gebruikelijke wijze in zijn administratie te verantwoorden;
b. alle desbetreffende aantekeningen en bescheiden, zoals nota's, brieven, analyserapporten en andere bewijsstukken, boeken, registers of andere hulpmiddelen, waarin de gegevens inzake die handelingen zijn vastgelegd, vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip, waarop drie kalenderjaren zijn verlopen te rekenen van het einde van het jaar, waarin de invoer of de uitvoer heeft plaatsgevonden, te bewaren.
2.
Overtreding van het gestelde in het eerste lid is een strafbaar feit.
1.
Onze Minister kan van het bij artikel 2, eerste lid, 3, eerste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, dan wel van het krachtens artikel 2, derde lid, 3, tweede lid, 4, derde lid, 8, eerste lid, onder b , of 10, eerste lid, onder b , bepaalde vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen.
2.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan de genoemde dienst opdraagt op aanvragen om ontheffing te beslissen of vrijstellingsregelen uit te voeren.
Artikel 18
Waarborgsommen als bedoeld in artikel 4, derde lid, die ingevolge de communautaire regeling op grond waarvan zij zijn gestort geheel of ten dele niet kunnen worden vrijgegeven en evenmin ingevolge enig communautair voorschrift in mindering dienen te worden gebracht op de ten laste van de Gemeenschap komende uitgaven, vervallen aan de Staat en maken deel uit van de ontvangsten van afdeling A van het Landbouw-Egalisatiefonds.
1.
Onze Minister stelt het model vast van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde vergunningen.
2.
Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2 of 3 worden daaraan voor de houder de volgende voorschriften verbonden:
a. zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, moet de vergunning terstond teruggezonden worden aan degene die haar heeft verleend;
b. aan degene, die de vergunning heeft verleend, moeten binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen worden verstrekt omtrent het daarvan gemaakte gebruik.
Artikel 20
Dit besluit berust mede op de Kaderwet LNV-subsidies .
1.
Het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 ( Stb. 125) wordt ingetrokken.
2.
Vergunningen, invoer- en uitvoercertificaten en ontheffingen, die zijn verleend ingevolge het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn verleend op grond van dit besluit.
1.
Dit besluit kan worden aangehaald als: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980.
2.
Het treedt in werking met ingang van de dag liggende twee maanden en één dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad , waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.
Lage Vuursche, 9 december 1980
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
De Minister van Landbouw en Visserij,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de zestiende januari 1981
De Minister van Justitie a.i.,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 13a
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht