Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2008.

In- en uitvoerbesluit strategische goederen

Uitgebreide informatie
Besluit van 26 april 1963, houdende regelen ten aanzien van de uitvoer van bepaalde goederen, die van strategische betekenis zijn of kunnen zijn
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken van 18 april 1963, No. 663/465 W.J.A., gehoord de Sociaal-Economische Raad en de Commissie Regelingen In- en uitvoerwet, door die Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22);
Overwegende, dat het belang van de internationale rechtsorde naar Ons oordeel vereist regelen te stellen ten aanzien van de uitvoer van bepaalde goederen, die van strategische betekenis zijn of kunnen zijn;
Gelet op de artikelen 2 en 4 van de In- en uitvoerwet ( Stb. 1962, 295);
De Raad van State gehoord (advies van 10-24 april 1963, No. 71 d );
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 25 april 1963, No. 663/561 W.J.A.);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. verordening nr. 1334/2000: verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik (PbEG L 159);
b. niet-communautaire goederen: hetgeen daaronder wordt verstaan in Titel I, artikel 4, onder 8, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302);
c. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.
1.
De uitvoer van goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, zonder vergunning van Onze Minister, is verboden.
2.
De uitvoer van goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000, zonder communautaire algemene uitvoervergunning bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1334/2000, dan wel zonder vergunning van Onze Minister of zonder geldige, in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven vergunning, is verboden.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer van goederen, aangewezen krachtens artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.
4.
In afwijking van het tweede lid is de in- en uitvoer verboden van goederen op lijst 2 van onderdeel B van de bijlage inzake stoffen bij het op 13 januari 1993 te Parijs tot stand gekomen verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1993, 162) uit respectievelijk naar landen die niet partij zijn bij dit verdrag.
5.
De goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden aangemerkt als strategische goederen.
1.
De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn met betrekking tot de goederen, aangewezen in bijlage IV bij verordening nr. 1334/2000, en de goederen, aangewezen in de bijlage van dit besluit, van overeenkomstige toepassing op het doen uitgaan van die goederen uit Nederland met als bestemming een andere lidstaat van de Europese Unie, uitgezonderd België en Luxemburg.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het doen uitgaan van goederen als bedoeld in artikel 2, derde lid.
1.
De regels die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit, waarvoor aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182 van het Communautair douanewetboek is gedaan.
2.
Het eerste lid geldt niet voor goederen die tot op het moment van de aangifte tot wederuitvoer:
de status hadden van goederen in tijdelijke opslag als bedoeld in artikel 50 van het Communautair douanewetboek;
korter dan 45 dagen, indien de goederen over zee waren aangevoerd, en korter dan 20 dagen, indien zij anders dan over zee waren aangevoerd, hebben verbleven in de douane-entrepots typen B en C, als bedoeld in artikel 525 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende vaststelling van bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 253).
3.
Het eerste lid geldt voorts niet met betrekking tot de in dat lid bedoelde goederen die herkomstig zijn uit of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.
4.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de goederen, aangewezen in bijlage I bij verordening nr. 1334/2000.
Artikel 4
Onze Minister kan vrijstelling en op aanvrage ontheffing verlenen van de artikelen 2, eerste lid en 3a.
Artikel 5
Als categorie van strategische goederen, bedoeld in artikel 2a, vijfde lid, onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de goederen, aangewezen in de bijlage bij dit besluit.
1.
Indien de wapens, genoemd in de bijlage bij het Gemeenschappelijk optreden van 12 juli 2002 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de bestrijding van de destabiliserende accumulatie en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens en tot intrekking van gemeenschappelijk optreden 1999/34/GBVB (2002/589/GBVB, PbEG 2002 L 191) naar de tekst zoals deze bij dat gemeenschappelijk optreden is vastgesteld, dan wel de goederen aangewezen in de bijlage van dit besluit, Nederland worden binnen gebracht en vervolgens, zonder dat daartoe ingevolge dit besluit een vergunning benodigd is, weer uitgaan, vindt een melding plaats bij de Belastingdienst/Douane.
2.
Indien geen summiere aangifte behoeft te worden gedaan als bedoeld in artikel 43 van het Communautair douanewetboek vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
bij het binnenbrengen van de goederen,
door middel van het doen van de aanvraag om een consent tot binnenkomen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en
door degene die verplicht is de onder b bedoelde aanvraag te doen.
3.
In de gevallen, anders dan die bedoeld in het tweede lid, vindt de melding, bedoeld in het eerste lid, plaats:
op het tijdstip van de aangifte tot wederuitvoer als bedoeld in artikel 182, derde lid, van het Communautair douanewetboek, of de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douanevervoer als bedoeld in artikel 91 van dat wetboek,
op een tijdstip dat ten minste 12 kantooruren is gelegen voor het moment waarop de wederuitvoer dan wel het douanevervoer aanvangt, en
door degene die op grond van het Communautair douanewetboek verplicht is tot het doen van de aangifte, bedoeld onder a.
4.
In de situatie, bedoeld in het derde lid, geschiedt de melding schriftelijk en omvat deze een omschrijving van de goederen alsmede de vermelding van:
de hoeveelheid goederen;
de bestemming en, indien deze afwijkend is, de eindbestemming van de goederen;
het vervoermiddel waarin de goederen zich bevinden;
de voorziene plaats van uitgaan uit Nederland en
de naam van degene die de aangifte of kennisgeving doet en, indien dat een ander is dan degene die het beschikkingsrecht heeft over de goederen, de naam van laatstbedoelde persoon.
Artikel 7
Bij de verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 2 worden daaraan voor de houder van de vergunning de volgende voorschriften verbonden:
a. de vergunning bij de uitvoer van goederen, waarvoor zij is verleend, in handen te stellen van de daarbij betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane;
b. de vergunning, zodra vaststaat dat daarvan geen gebruik meer kan worden gemaakt, voor zover zij in verband daarmede niet is ingehouden door een ambtenaar als onder a bedoeld, terstond terug te zenden aan degene, die haar heeft verleend.
c. aan degene, die de vergunning heeft verleend, binnen de daartoe gestelde termijn alle gewenste inlichtingen te verstrekken omtrent het van de vergunning gemaakte gebruik.
1.
De regels, die in dit besluit zijn gesteld ten aanzien van de uitvoer van goederen, zijn van overeenkomstige toepassing op handelingen waarmee wordt beoogd die goederen, voor zover deze binnengekomen niet-communautaire goederen zijn, het Nederlandse grondgebied te doen verlaten, indien met betrekking tot die goederen een internationaal importcertificaat als bedoeld in het Besluit afgifte verklaringen strategische goederen is afgegeven.
2.
Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van de in het eerste lid bedoelde toepassing.
Artikel 8
Vergunningen en ontheffingen krachtens de Uitvoerbeschikking strategische goederen 1963 ( Stcrt. 1962, 222) verleend, worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn verleend op grond van dit besluit.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: In- en uitvoerbesluit strategische goederen.
Onze Ministers van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en Onze Minister van Financiën.
Soestdijk, 26 april 1963
De Minister van Economische Zaken,
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Uitgegeven de tweede mei 1963.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 3a
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 7b
Artikel 7c
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht