Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2008. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2008.

In- en uitvoerbesluit tabak 1982

Uitgebreide informatie
Besluit van 12 mei 1982, houdende regelen ten aanzien van de in- en uitvoer van tabak
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, W. Dik, van Onze Minister van Landbouw en Visserij en van de Staatssecretaris van Financiën van 3 februari 1982, no. 682/71 W. J. A., gehoord de Commissie Regelingen In- en uitvoerwet, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22);
Overwegende, dat naar Ons oordeel het belang van de volkshuishouding vereist nieuwe regelen te stellen ten aanzien van de in- en uitvoer van tabak ten einde in Nederland op basis van één maatregel zowel uitvoering te kunnen geven aan de op grond van de Verordening (EEG) no. 727/70 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 april 1970 houdende de totstandkoming van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak ( Pb. E.G. L 94) door de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen gestelde regelen met betrekking tot de toekenning van restituties als aan de regelen ter zake van de registratie van de invoer van tabak ingevolge Verordening (EEG) no. 3315/80 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen tot wijziging van Verordening no. 1188/77 van de Commissie van 19 december 1980 inzake de mededeling van gegevens door de Lid-Staten over de in- en uitvoer van bepaalde landbouwgoederen ( Pb. E.G. L 345);
Gelet op de artikelen 2, 2 a , 4 en 17 van de In- en uitvoerwet ( Stb. 1962, 295);
De Raad van State gehoord (advies van 14 april 1982, no. 2059/18/8214);
Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretarissen en van Onze voornoemde Minister van 4 mei 1982, no. 682/408 W. J. A.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
tabak: ruwe en niet tot verbruik bereide tabak; afvallen van tabak, van post "24.01" van het tarief, bedoeld in het Tariefbesluit 1960 ( Stb. 30);
Gemeenschap: de Europese Economische Gemeenschap;
Raad: de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen;
Commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
basisverordening: Verordening (EEG) no. 727/70 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 april 1970 houdende de totstandkoming van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak ( Pb. E.G. L 94);
uitvoeringsbepalingen: de door de Raad of de Commissie voor de toepassing van de basisverordening vastgestelde, in het Publikatieblad van de Gemeenschap bekendgemaakte verordeningen of beschikkingen;
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij.
1.
De invoer van tabak, zonder afgifte aan de bij die invoer betrokken ambtenaar van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, van een door of namens de importeur volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend formulier, is verboden.
2.
Het eerste lid geldt niet in de gevallen, waarin artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 ( Stb. 576) van toepassing is.
3.
Het eerste lid geldt voorts niet ten aanzien van tabak welke herkomstig is uit het vrije verkeer van een der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap.
Artikel 3
Onze Minister van Economische Zaken kan vrijstelling en, op aanvrage, ontheffing verlenen van het bij artikel 2 bepaalde.
Artikel 4
Als formulier bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient te worden gebruikt een formulier als bedoeld in artikel 4 van het In- en uitvoerbesluit industriële goederen 1963 ( Stb. 126), waarvan het model is vastgesteld ingevolge artikel 8 van dat besluit.
1.
Ter zake van de uitvoer van tabak wordt door Onze Minister op aanvrage een restitutie verleend in de gevallen, naar de onderscheidingen en volgens de regelen, gesteld in de basisverordening dan wel in de uitvoeringsbepalingen.
2.
Door Onze Minister worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de aanspraak op restitutie, de vaststelling van de grondslagen waarnaar de berekening van de uit te keren bedragen plaatsvindt en de wijze van verlening van de restituties.
3.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het tweede lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, geschiedt zulks in dier voege, dat Onze Minister in de aldaar bedoelde regelen tevens, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, de constatering van feiten of omstandigheden, op grondslag waarvan de restituties worden berekend, opdraagt aan de genoemde dienst.
1.
Bij de uitvoer van tabak moeten de regelen in acht worden genomen die Onze Minister, voor zover hij dat voor een goede toepassing van dit besluit noodzakelijk acht, stelt met betrekking tot:
a. het kennis geven van een voorgenomen uitvoer van tabak;
b. het aangeven van tabak ten uitvoer;
c. het aanbieden van de ten uitvoer aangegeven tabak voor onderzoek en monsterneming;
d. het onder toezicht stellen van tabak met het oog op de opslag of uitslag, voorafgaand aan de uitvoer ervan;
e. het kennis geven van de na uitvoer bereikte bestemming van tabak.
2.
Voor zover voor de toepassing van het ingevolge het eerste lid bepaalde de medewerking van de rijksbelastingdienst wordt ingeroepen, stelt Onze Minister de aldaar bedoelde regelen vast in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
1.
Onverminderd enig ander wettelijk voorschrift is hij, die tabak in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf uitvoert of doet uitvoeren, verplicht:
a. de door hem met betrekking tot die uitvoer en met betrekking tot de uitgevoerde tabak verrichte handelingen, op de in zijn beroep of bedrijfstak gebruikelijke wijze in zijn administratie te verantwoorden;
b. alle desbetreffende aantekeningen en bescheiden, zoals nota's, brieven, analyserapporten en andere bewijsstukken, boeken, registers of andere hulpmiddelen, waarin de gegevens inzake die handelingen zijn vastgelegd, vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip, waarop drie kalenderjaren zijn verlopen te rekenen van het einde van het jaar, waarin de uitvoer heeft plaatsgevonden, te bewaren.
2.
Overtreding van het gestelde in het eerste lid is een strafbaar feit.
Artikel 8
Onze Minister kan van het krachtens artikel 5, tweede lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid, bepaalde vrijstelling en, op aanvrage, ontheffing verlenen.
Artikel 11
Ontheffingen welke zijn verleend ingevolge de In- en uitvoerbeschikking tabak 1981 ( Stcrt. 205) worden, voor zover zij hun gelding nog niet hebben verloren, geacht te zijn verleend op grond van dit besluit.
1.
Dit besluit kan worden aangehaald als: In- en uitvoerbesluit tabak 1982.
2.
Het treedt in werking met ingang van de dag liggende twee maanden en één dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 12 mei 1982
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
De Minister van Landbouw en Visserij a.i.,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de zevenentwintigste mei 1982
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 8a
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht