Let op. Deze wet is vervallen op 4 april 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 april 2007.

Artikel 2.2 Inhaal en inkoop van pensioen door middel van beschikbare premies

Uitgebreide informatie
2.2. Berekening premieruimte
Indien de basisregeling is gebaseerd op een beschikbare-premiestelsel is de premieruimte gelijk aan het verschil tussen de premie die in het verleden fiscaal ten hoogste had mogen worden gestort en de premie die daadwerkelijk is gestort. Als de basisregeling is gebaseerd op een eindloon- of middelloonstelsel wordt de premieruimte bepaald door de niet benutte pensioenruimte in enig jaar te vertalen naar een voor dat jaar geldende beschikbare premie. Als de ruimte bestaat uit een niet benut deel van het maximale opbouwpercentage (2% in een eindloonstelsel en 2,25% in een middelloonstelsel) kan de premieruimte in het betreffende jaar bij een ongewijzigde pensioengrondslag als volgt worden berekend:
(niet benutte opbouwpercentage / maximale opbouwpercentage) × maximaal beschikbare-premiepercentage × pensioengrondslag
De maximale beschikbare premie kan worden bepaald met behulp van de staffels van het besluit van 4 november 2000. In alle gevallen – derhalve ook indien de basisregeling is gebaseerd op een beschikbare-premiestelsel – moeten de risicopremies voor de verzekering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid worden geëlimineerd bij de berekening van de inhaalpremies.
Basisregeling op basis van middelloonstelsel met ouderdomspensioen (OP) op 65 jaar en nabestaandenpensioen (NP) van 70%.
Opbouwpercentage OP: 2%.
Aanvullende module biedt mogelijkheid tot aanvulling tot 2,25% over dezelfde pensioengrondslag door middel van een beschikbare-premiestelsel.
Werknemer X wordt in jaar t 23 jaar oud; hij wenst de onbenutte ruimte van het voorgaande jaar (t-1) in te halen.
Partijen wensen de beschikbare premie te bepalen op basis van het besluit van 4 november 2000.Uitwerking:
De maximale beschikbare premie op basis van bijlage 1 van het besluit van 4 november 2000 is voor X in het jaar t-1: 8,1% (percentage behorend bij een leeftijd van 22 jaar). Dit percentage moet worden gecorrigeerd voor de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid van 8%. Dit geschiedt door vermenigvuldiging met de factor 0,92. De gecorrigeerde beschikbare premie wordt dan: 0,92 × 8,1% = 7,5%. Voor de aanvullende module is de premieruimte: (0,25 / 2,25) × 7,5% = 0,8% van de pensioengrondslag van jaar t-1.Opmerking:
Indien bij overigens gelijke gegevens de basisregeling zou zijn gebaseerd op een eindloonstelsel met een opbouwpercentage van 1,75% en een aanvullingsmogelijkheid tot 2%, zou de maximale ruimte bedragen: (0,25 / 2) × 7,5% = 0,9% van de pensioengrondslag van jaar t-1.
De op bovenstaande wijze bepaalde inhaalpremies mogen overeenkomstig onderdeel 3.8 van het besluit van 4 november 2000 worden opgerent door middel van vermenigvuldiging met een samengestelde factor van 1,04 voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de inhaal plaatsvindt.
In de aanvullende module kan behalve de niet gebruikte ruimte in het opbouwpercentage ook een niet benutte ruimte in de hoogte van de pensioengrondslag worden gebruikt voor de opbouw van pensioen door middel van beschikbare premies. Van dit laatste is bijvoorbeeld sprake indien variabele loonbestanddelen (bonussen, provisies e.d.) niet behoren tot het pensioengevend loon van de basisregeling of indien de basisregeling rekening houdt met een hogere AOW-inbouw dan artikel 18a, achtste lid, van de Wet LB vereist. De aanvullende module kan dan de mogelijkheid bieden om hierover aanvullend pensioen op te bouwen door middel van beschikbare premies. Ter illustratie van de wijze waarop dit kan worden uitgevoerd, volgt hierna een voorbeeld waarin ook de oprenting bij storting in een later jaar is verwerkt overeenkomstig onderdeel 3.8 van het besluit van 4 november 2000.
Basisregeling op basis van eindloonstelsel met ouderdomspensioen (OP) op 65 jaar en nabestaandenpensioen (NP) van 70%.
Pensioengevend loon in de basisregeling is hoger dan de gehanteerde AOW-franchise.
Aanvullende pensioenmodule met de mogelijkheid om door middel van beschikbare premies OP en NP op te bouwen over variabele loonbestanddelen.
Partijen wensen de beschikbare premie te bepalen op basis van het besluit van 4 november 2000.
De premiestaffel luidt als volgt (de vermelde percentages moeten worden toegepast op de variabele loonbestanddelen):
Leeftijdsklassen Premiepercentage 1
1 De staffel is gebaseerd op de eerste tabel van bijlage 1 van het besluit van 4 november 2000, geschoond van de opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid ter grootte van 8%.
20 tot en met 24 7,5
25 tot en met 29 9,1
30 tot en met 34 10,8
enz. enz.
Werknemer P is in 1999, 2000 en 2001 op het moment van betaling van de premie voor de basisregeling 24, resp. 25, resp. 26 jaar oud.
Variabele loonbestanddelen: 1999 € 10.000
  2000 € 10.000
  2001 € 20.000
P heeft in 1999 tot en met 2001 steeds 5% over deze variabele loonbestanddelen als beschikbare premie laten storten via inhouding op zijn loon.
P wenst in 2001 alsnog de niet gebruikte ruimte over de jaren 1999 tot en met 2001 te benutten.Uitwerking:
Jaar Leeftijd werknemer Variabel loon Premie gestort Maximum premie volgens staffel Niet gebruikte premie-ruimte Ruimte voor inhaalpremie (cumulatief)
1 Voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de aanvullende premie wordt gestort, mag de niet gebruikte premieruimte met 4% samengestelde intrest per jaar worden opgerent. De in 2001 maximaal te storten inhaalpremie over 1999 wordt derhalve: € 250 × 1,04 = € 260. De totale inhaalpremie over de 3 jaren bedraagt dus: € 260 + € 410 + € 820 = € 1.490.
1999 24 € 10.000 € 500 € 750 € 250 € 250
2000 25 € 10.000 € 500 € 910 € 410 € 660
2001 26 € 20.000 € 1.000 € 1.820 € 820 € 1.490 1

P mag dus in 2001 maximaal € 1.490 extra storten naast de € 1.000 die hij al heeft voldaan.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Inhaal van in het verleden niet opgebouwd pensioen
2.1. Grondslagen voor de berekening van de beschikbare premie
2.2. Berekening premieruimte
3. Inhaal van in het verleden niet opgebouwd pensioen over diensttijd gelegen in jaren vóór 2001 (overgangsregeling)
3.1. Probleem bij uitvoering grondslagen uit onderdeel 2.1
3.2. Fictief salaris als uitgangspunt
3.3. Uitwerking tabel voor fictieve salarissen
3.4. Peildatum
3.5. Oprenting bij betaling na 2001
3.6. Inhaal over 2001 en volgende jaren
4. Inkoop van in het verleden niet opgebouwd pensioen over diensttijd als bedoeld in artikel 10a, tweede lid, van het UBLB
4.1. Wanneer is sprake van een pensioentekort?
4.2. Grondslagen voor de berekening van de beschikbare premie
4.3. Tijdstip berekenen van pensioentekort
4.4. Oprenting bij betaling na het moment van indiensttreding
4.5. Stappenplan berekening beschikbare premie
5. Inkoop van pensioen over een tekort aan diensttijd na overdracht van pensioenkapitaal als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van het UBLB
5.1. Berekening van de beschikbare premie (koopsom) na overdracht van pensioenkapitaal vanuit een eindloon- of middelloonstelsel
5.2. Berekening van de beschikbare premie (koopsom) na overdracht van pensioenkapitaal vanuit een beschikbare-premiestelsel
5.3. Oprenting bij betaling na het moment van indiensttreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht