Let op. Deze wet is vervallen op 1 maart 2012. U leest nu de tekst die gold op 28 februari 2012.

Inkomensbesluit Wet WIA

Uitgebreide informatie
Besluit van 5 december 2005, houdende vaststelling van een inkomensbesluit voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Inkomensbesluit Wet WIA)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 13 juli 2005, directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/F&W/05/52295;
Gelet op de artikelen 52, vijfde lid, 60, vijfde lid, en 61, tiende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 2005, no. W12.05.0319/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 28 november 2005, directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/AL/05/61774;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Algemeen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Wet WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ;
b. loondervingsuitkeringen:
1°. uitkeringen op grond van de Werkloosheidswet ;
2°. uitkeringen op grond van de Ziektewet ;
3°. hetgeen wordt genoten op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of de bezoldiging op grond van artikel 76a van de Ziektewet;
5°. uitkeringen bij ziekte of werkloosheid op grond van een regeling welke geldt voor personen die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Ziektewet onderscheidenlijk artikel 6, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, van de Werkloosheidswet, niet ingevolge die wet verzekerd zijn;
6°. uitkeringen op grond van een regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964, op grond van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964, op grond van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 of op grond van een prepensioenregeling als bedoeld in artikel 38a van de Wet op de loonbelasting 1964 zoals dat artikel luidde op 31 december 2004;
7°. uitkeringen op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie die naar aard en strekking overeenkomen met de uitkeringen, bedoeld onder 1° tot en met 6°;
c. aangiftetijdvak: het tijdvak van vier weken dan wel een maand waarop de aangifte waarop de ingehouden loonbelasting wordt afgedragen betrekking heeft;
d. verlof: een tussen de werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht.
1.
Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 61, achtste lid, van de Wet WIA wordt onder inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven verstaan:
a. het loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de werknemer in de zin van die wet met uitzondering van degenen waarvan op grond van artikel 21 van die wet geen premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven;
b. het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 , voorzover de verzekerde geen werknemer is als bedoeld in onderdeel a;
c. het belastbaar loon of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 3.3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.4.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, voor zover de verzekerde geen werknemer is als bedoeld in de onderdeel a en b en behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en 3.92 van die wet;
d. de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet, met dien verstande dat de bestanddelen van de winst, bedoeld in artikel 3.78, derde lid, onderdelen a, b en c, van die wet, niet geacht worden te behoren tot die winst.
2.
Indien de berekening van het resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, of de winst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, leidt tot een negatief bedrag, wordt het resultaat onderscheidenlijk de winst op nihil gesteld.
1.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, wordt niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd:
a. het loon uit vroegere dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 ;
b. loondervingsuitkeringen en uitkeringen op grond van de Wet WIA , alsmede aanvullingen op die uitkeringen.
2.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd:
a. een vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
artikelen 52, vierde lid, en 61, achtste lid, van de Wet WIA van Inkomensbesluit Wet WIA">
Artikel 4. Inkomen uit arbeid voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, en 61, achtste lid, van de Wet WIA
1.
Voor de toepassing van de artikelen 52, vierde lid, en 61, achtste lid, van de Wet WIA wordt in aanvulling op of in afwijking van artikel 2, eerste lid:
a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven wordt beschouwd het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op loondervingsuitkering of aan het verlof;
b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt.
2.
Bij het bepalen van de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt, indien sprake is van een verkorte wachttijd als bedoeld in artikel 23, zesde lid, van de Wet WIA, geen rekening gehouden met het loon dat door de werkgever wordt betaald.
artikel 60, eerste lid, van de Wet WIA van Inkomensbesluit Wet WIA">
Artikel 5. Inkomen uit arbeid voor de toepassing van artikel 60, eerste lid, van de Wet WIA
Voor de toepassing van artikel 60, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet WIA wordt in aanvulling op of in afwijking van artikel 2, eerste lid:
a. als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd:
1°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op uitkering in verband met vorstwerkloosheid als bedoeld in artikel 18 van de Werkloosheidswet of in verband met werkloosheid die uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend;
2°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3°, 5° en 7°, voor zover deze ziet op loonderving als gevolg van ziekte;
3°. het loon of de inkomsten die werden genoten in de kalendermaand voorafgaand aan een recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, of aan het verlof, bedoeld in de Wet arbeid en zorg ;
b. niet als inkomen uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven beschouwd het loon of de inkomsten die door de verzekerde worden genoten indien hij tegelijkertijd uit hoofde van dezelfde arbeidsrelatie loon of inkomsten als bedoeld in onderdeel a ontvangt.
1.
Het inkomen uit arbeid uit het bedrijfs- en beroepsleven is het tot een bedrag per kalendermaand herleide inkomen.
2.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt voorzover sprake is van loon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, het loon door de werknemer geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan.
3.
Bij de toepassing van het eerste lid kan op basis van een geschat inkomen een gemiddeld genoten inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf kalendermaanden een herberekening plaatsvindt.
4.
Het UWV kan bij de bepaling van het inkomen artikel 3, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen overeenkomstig toepassen, waarbij in plaats van een refertejaar, kalendermaand wordt gelezen.
5.
Indien een loondervingsuitkering wordt geweigerd in verband met enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, of het recht op een loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3° gedeeltelijk ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek onderscheidenlijk artikel 76b, eerste tot en met derde lid, of 76c van de Ziektewet, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze niet geweigerd.
6.
Indien een loondervingsuitkering niet tot uitbetaling komt omdat deze niet is aangevraagd, wordt voor de toepassing van dit besluit de uitkering in aanmerking genomen als ware deze genoten.
7.
Het UWV kan dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang dat dit besluit beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
1.
De bij de toepassing van artikel 6 noodzakelijke omrekening in euro’s van een niet in euro’s uitgedrukt inkomen uit arbeid geschiedt met behulp van de door de Europese Centrale Bank geadviseerde wisselkoersen.
2.
Een wijziging van een koers als bedoeld in het eerste lid beïnvloedt het op grond van artikel 6 vastgestelde inkomen niet, met dien verstande dat:
a. bij wijziging van het inkomen uit arbeid, anders dan ten gevolge van de koersmutaties, een omrekening plaatsvindt; en
b. ten minste eens per jaar een omrekening plaatsvindt.
artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 van Inkomensbesluit Wet WIA">
Artikel 7a. Overgangsrecht in verband met keuzeregime artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964
1.
Ingeval ter zake van het belastbare loon artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, wordt voor de toepassing van artikel 3, tweede lid, onderdeel b, onder eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964 verstaan eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b tot en met h, van die wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010.
2.
Dit artikel vervalt met ingang van de dag waarop artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 vervalt.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 29 december 2005.
Artikel 9. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Inkomensbesluit Wet WIA.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 5 december 2005
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
Uitgegeven de achtste december 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Inkomen uit arbeid
+ § 3. Bepaling van het inkomen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken