5.7. Onvolledige vervanging; uitbreidingsinvesteringen
Onvolledige vervanging van het vervreemde bedrijfsmiddel waarvoor de HIR is gevormd, betekent niet dat geen sprake kan zijn van eenzelfde economische functie. Het betekent dat het vervreemde bedrijfsmiddel niet geheel of nog niet geheel is vervangen.
In dat geval zal slechts een met de mate van vervanging evenredig deel van de gevormde HIR op die gedeeltelijke vervanging kunnen worden afgeboekt, waarbij voor de boekwaarde-eis dezelfde verhouding geldt. Bij een onafgebroken voornemen om de gehele opbrengst te herinvesteren, kan een resterende HIR worden afgeboekt op een vervolginvestering in bedrijfsmiddelen met eenzelfde economische functie of op een investering in kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen. Voor de boekwaarde-eis wordt die afboeking getoetst aan de resterende boekwaarde.
Als volledig wordt vervangen en daarenboven sprake is van een uitbreidingsinvestering, zal alleen het deel van de investering dat als vervanging is aan te merken eenzelfde economische functie kunnen vervullen. Dit betekent dat in geval van uitbreiding de totale investering zal moeten worden gesplitst in enerzijds een uitbreidingsdeel en anderzijds een vervangingsdeel waarop – met inachtneming van de boekwaarde-eis – de HIR kan worden afgeboekt.
In situaties van panden in eigen gebruik wordt de mate van vervanging veelal gerelateerd aan oppervlakte, inhoud of rendement (Hof Den Haag 5 september 1986, nr. 2388/85, HR 25 november 1998, nr. 34029 en HR 19 december 2003, nr. 39194). In de situatie van verhuurde panden daarentegen wordt de mate van vervanging gerelateerd aan de aankoopprijs ten opzichte van de verkoopopbrengst (HR 10 maart 2006, nr. 41465).
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Vorming van de HIR
2.1. Vergoedingen wegens verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel
2.2. Boekwinst bij onttrekking en inbreng in andere onderneming
2.3. Gedeeltelijk gebruik boekwinst
2.4. Geen vorming HIR als deze niet zal kunnen worden afgeboekt
2.5. Herinvesteringsvoornemen bij afstoten tak gemengd bedrijf
2.6. HIR en fiscale eenheid of juridische fusie
2.7. Pacht- of huurrecht bedrijfsmiddel
2.8. HIR bij beschadiging bedrijfsmiddel
2.9. Geen HIR en evenmin toepassing ruilarresten bij normale verkoop uit handelsvoorraad
3. Afboeking van een HIR
3.1. HIR en restwaarde
3.2. Beoordeling periode waarin pleegt te worden afgeschreven
3.3. Volgorde afboeking, keuze afboeking binnen kort-afschrijvingsregime
3.4. Volgorde afboeking, keuze voor verschillende investeringen
3.5. Volgorde afboeking, keuze uit verschillende (in meer jaren gevormde) HIR’s
3.6. Wanneer is sprake van herinvestering waarop een HIR wordt afgeboekt
3.7. De termijn waarbinnen een HIR uiterlijk kan worden afgeboekt
4. Boekwaarde-eis
4.1. Boekwaarde van investering in bedrijfsmiddel waarop niet kan worden afgeboekt
5. Eenzelfde economische functie
5.1. Twee keer vervangen niet mogelijk
5.2. Verkoop grond, investering in grond en opstal
5.3. Pand in aanbouw
5.4. Investering in het buitenland
5.5. Herinvestering: erfpachtrecht soms sterk verwant aan eigendom
5.6. Vervanging eigendom door erfpacht en opstalrecht en vice versa
5.7. Onvolledige vervanging; uitbreidingsinvesteringen
6. Overheidsingrijpen
6.1. Vormen van overheidsingrijpen
6.2. Onteigening, minnelijke onteigening en verkoop ter voorkoming van onteigening ( 3.54, twaalfde lid, onderdeel a)
6.2.1. Verkoop ter voorkoming van onteigening
6.2.2. Beoordeling ‘weet of redelijkerwijs kan verwachten’
6.3. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm in belangrijke mate beperkt ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel b)
6.3.1. Besluit van een publiekrechtelijke rechtspersoon
6.3.2. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu
6.3.3. Mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding ‘in belangrijke mate beperkt’
6.3.4. Bewijsvermoeden bij vervreemding binnen drie jaar na een onderdeel b-besluit
6.4. Bij AMvB aangewezen communautaire of nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c)
6.5. Overheidsingrijpen en staking
6.6. Gevolgen van kwalificatie overheidsingrijpen voor pachtrecht
6.7. Vervanging ondergrond door grond
6.8. Bestemmingswijziging na verkoop
7. Overige onderwerpen
7.1. HIR bij juridische splitsing ( artikel 14a Wet Vpb)
7.2. Nabetaling en HIR
8. Ingetrokken besluit
9. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht