6.3.3. Mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding ‘in belangrijke mate beperkt’
In de wettelijke omschrijving staat ‘onderneming of gedeelte daarvan’. Er is dus rekening gehouden met de situaties waarin een onderneming op meer dan één locatie actief is. Het kan daardoor zijn dat er voor de onderneming als geheel geen sprake is van een besluit dat de onderneming in belangrijke mate beperkt, maar dat daarvan wel sprake is voor een gedeelte van de onderneming, bijvoorbeeld een bepaalde vestiging. In dat geval is geen sprake van overheidsingrijpen voor de vervreemding van bedrijfsmiddelen van andere vestigingen.
Als een besluit als bedoeld in onderdeel b niet als gedeelte van een onderneming aan te merken bedrijfsmiddelen treft (bijvoorbeeld een aantal hectaren landbouwgrond), zal voor de onderneming als geheel moeten worden beoordeeld of sprake is van ‘in belangrijke mate beperkt’. In dat geval geldt voor de gehele onderneming dat een vervreemding (of staking) een gevolg is van overheidsingrijpen.
Als een besluit of regeling als bedoeld in onderdeel b voorziet in een vergoeding, impliceert dit veelal een (gedeeltelijke) schadeloosstelling voor de door de overheid beoogde beperking. In die gevallen kan ervan worden uitgegaan dat, tenzij de inspecteur het tegendeel aannemelijk maakt, sprake is van een beperking ’van de mogelijkheden om de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm voort te zetten of uit te breiden’. De belastingplichtige zal dan nog slechts aannemelijk moeten maken dat sprake is van ‘in belangrijke mate beperkt’ zijn.
Bij ‘in belangrijke mate’ beperkt, kan worden uitgegaan van een percentage van 30. Het ligt voor de hand dit, waar mogelijk, te beoordelen aan de hand van de productiefactoren waarvoor de beperking zich laat gelden, zoals bijvoorbeeld, hoeveelheid grond, aantal melkkoeien, aantal varkens, enz.
De belastingplichtige zal de beperking als gevolg van het besluit aannemelijk moeten maken. De onderneming ‘in de huidige vorm’ wordt beoordeeld aan de hand van de soort activiteiten. De belastingplichtige zal – door overlegging van relevante stukken – moeten onderbouwen dat sprake is van de in onderdeel b omschreven beperking. Een ondernemer die bijvoorbeeld 20 procent mocht uitbreiden en na het in onderdeel b bedoelde besluit nog slechts 10 procent, ziet zijn mogelijkheden tot uitbreiding voor de helft (dus meer dan in belangrijke mate) beperkt. Waar twijfel mogelijk is, zal de inspecteur dit met enige soepelheid beoordelen.
Een beperking in de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de onderneming kan voortvloeien uit een keuze van de belastingplichtige om gebruik te maken van een besluit of (sanerings)regeling op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur en milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon.Goedkeuring
Ik keur voor zoveel nodig goed dat ook die beperking wordt aangemerkt als een beperking als gevolg van dat besluit. In dat geval zal voor het antwoord op de vraag of sprake is van een ‘in belangrijke mate beperkt’, de situatie van na de gebruikmaking van bedoeld besluit moeten worden vergeleken met de situatie die daaraan voorafgaat.
Als een in onderdeel b bedoeld besluit niet leidt tot een ‘in belangrijke mate beperkt’, kan een dergelijke vervreemding mogelijk vallen onder de reikwijdte van onderdeel a (verkoop ter voorkoming van onteigening, zie onderdeel 6.2).
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Vorming van de HIR
2.1. Vergoedingen wegens verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel
2.2. Boekwinst bij onttrekking en inbreng in andere onderneming
2.3. Gedeeltelijk gebruik boekwinst
2.4. Geen vorming HIR als deze niet zal kunnen worden afgeboekt
2.5. Herinvesteringsvoornemen bij afstoten tak gemengd bedrijf
2.6. HIR en fiscale eenheid of juridische fusie
2.7. Pacht- of huurrecht bedrijfsmiddel
2.8. HIR bij beschadiging bedrijfsmiddel
2.9. Geen HIR en evenmin toepassing ruilarresten bij normale verkoop uit handelsvoorraad
3. Afboeking van een HIR
3.1. HIR en restwaarde
3.2. Beoordeling periode waarin pleegt te worden afgeschreven
3.3. Volgorde afboeking, keuze afboeking binnen kort-afschrijvingsregime
3.4. Volgorde afboeking, keuze voor verschillende investeringen
3.5. Volgorde afboeking, keuze uit verschillende (in meer jaren gevormde) HIR’s
3.6. Wanneer is sprake van herinvestering waarop een HIR wordt afgeboekt
3.7. De termijn waarbinnen een HIR uiterlijk kan worden afgeboekt
4. Boekwaarde-eis
4.1. Boekwaarde van investering in bedrijfsmiddel waarop niet kan worden afgeboekt
5. Eenzelfde economische functie
5.1. Twee keer vervangen niet mogelijk
5.2. Verkoop grond, investering in grond en opstal
5.3. Pand in aanbouw
5.4. Investering in het buitenland
5.5. Herinvestering: erfpachtrecht soms sterk verwant aan eigendom
5.6. Vervanging eigendom door erfpacht en opstalrecht en vice versa
5.7. Onvolledige vervanging; uitbreidingsinvesteringen
6. Overheidsingrijpen
6.1. Vormen van overheidsingrijpen
6.2. Onteigening, minnelijke onteigening en verkoop ter voorkoming van onteigening ( 3.54, twaalfde lid, onderdeel a)
6.2.1. Verkoop ter voorkoming van onteigening
6.2.2. Beoordeling ‘weet of redelijkerwijs kan verwachten’
6.3. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm in belangrijke mate beperkt ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel b)
6.3.1. Besluit van een publiekrechtelijke rechtspersoon
6.3.2. Besluit op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu
6.3.3. Mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding ‘in belangrijke mate beperkt’
6.3.4. Bewijsvermoeden bij vervreemding binnen drie jaar na een onderdeel b-besluit
6.4. Bij AMvB aangewezen communautaire of nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak ( artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel c)
6.5. Overheidsingrijpen en staking
6.6. Gevolgen van kwalificatie overheidsingrijpen voor pachtrecht
6.7. Vervanging ondergrond door grond
6.8. Bestemmingswijziging na verkoop
7. Overige onderwerpen
7.1. HIR bij juridische splitsing ( artikel 14a Wet Vpb)
7.2. Nabetaling en HIR
8. Ingetrokken besluit
9. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht