Let op. Deze wet is vervallen op 1 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 september 2010.

Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer

Uitgebreide informatie
1.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting waarop paragraaf 3 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is, gaat zij vergezeld van die onderdelen van het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 10 van dat besluit, die betrekking hebben op de risico's voor personen buiten de inrichting en voor het milieu.
2.
In een geval als bedoeld in het eerste lid vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag, per stof, genoemd in bijlage I, deel 1, bij dat besluit en per categorie van stoffen en preparaten, genoemd in bijlage I, deel 2, bij dat besluit, de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd.
3.
Het bevoegd gezag zendt uiterlijk twee weken na ontvangst van een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, een exemplaar daarvan en van de stukken, bedoeld in het eerste lid, aan:
a. de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen;
c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied de inrichting geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen;
d. voor zover de onderdelen van het veiligheidsrapport betrekking hebben op de risicos voor een oppervlaktewaterlichaam: het bestuursorgaan dat tot het verlenen van de vergunning krachtens artikel 6.2 van de Waterwet bevoegd is, behoudens in een geval als bedoeld in artikel 8.28 van de Wet milieubeheer.
4.
Het bevoegd gezag zendt, indien tijdens de behandeling van de aanvraag een aanvulling op het veiligheidsrapport is ontvangen, deze aanvulling uiterlijk twee weken na ontvangst aan de in het derde lid genoemde bestuursorganen en aan de daar bedoelde toezichthouder.
1.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting waarop paragraaf 2 en niet tevens paragraaf 3 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is, vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag, de volgende gegevens:
a. het adres van de inrichting;
b. de naam of de handelsnaam van degene die de inrichting drijft en zijn adres;
c. de naam en de functie van de met de feitelijke leiding van de inrichting belaste persoon, indien deze een ander is dan degene die de inrichting drijft;
d. de aard van de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen;
e. per stof, genoemd in bijlage I, deel 1, bij dat besluit, en per categorie van stoffen en preparaten, genoemd in bijlage I, deel 2, bij dat besluit:
1°. de maximale hoeveelheid waarvoor vergunning wordt gevraagd;
2°. de hoeveelheid die bij een normale bedrijfsvoering in de inrichting aanwezig is;
3°. de fysische vorm van de betrokken gevaarlijke stof of stoffen;
f. met het oog op de vaststelling van domino-effecten: voor gevaarlijke stoffen behorend tot de categorie ontplofbaar, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij dat besluit:
1°. een aanduiding van het grootste insluitsysteem;
2°. de maximale hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke stof die daarin aanwezig kan zijn;
3°. een aanduiding van de betrokken gevaarlijke stof alsmede een aanduiding van de categorie waartoe die stof behoort;
4°. de plaats van het insluitsysteem in de inrichting;
5°. de druk en de temperatuur van de betrokken stoffen en preparaten in het insluitsysteem;
g. de activiteiten die in de inrichting worden uitgeoefend;
h. de met de onmiddellijke omgeving van de inrichting samenhangende omstandigheden die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen daarvan ernstiger kunnen maken.
2.
Artikel 5.15, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regels stellen met betrekking tot de gegevens bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5.15b
Indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting waarop artikel 10c van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A van toepassing is, vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag de volgende gegevens:
a. de resultaten van het onderzoek naar de technische en economische haalbaarheid van warmtekrachtkoppeling;
b. indien van toepassing: de maatregelen of voorzieningen ten behoeve van warmtekrachtkoppeling.
1.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 3, onderdelen b, e, f, g en h, of artikel 4, onder b, e en f, van het Registratiebesluit externe veiligheid vermeldt de aanvrager in of bij de aanvraag de volgende gegevens:
a. de ligging van zowel de 10 -5 per jaar contour als de 10 -6 per jaar contour van het plaatsgebonden risico en, indien beschikbaar, de 10 -8 per jaar contour van het plaatsgebonden risico, dan wel de afstanden die overeenkomen met deze waarden voor het plaatsgebonden risico indien deze afstanden door Onze Minister zijn voorgeschreven;
b. de grootte van het groepsrisico, uitgedrukt in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de cumulatieve kansen per jaar op ten minste dat aantal slachtoffers, dan wel voor inrichtingen waarvoor geen veiligheidsrapport verplicht is gesteld op grond van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 , indien bekend de op grond van de oriënterende waarde voor het groepsrisico gemiddeld toelaatbare dichtheid van personen binnen het invloedsgebied rond de inrichting.
2.
Voor inrichtingen waarop het Besluit LPG-tankstations milieubeheer of het Vuurwerkbesluit van toepassing zijn, blijft het eerste lid buiten toepassing.
3.
Bij de berekening van de in de onderdelen a en b van het eerste lid bedoelde gegevens wordt uitgegaan van de in de aanvraag genoemde maximale hoeveelheid gevaarlijke stof.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Aanwijzing van categorieën van inrichtingen
+ Hoofdstuk 3. Bevoegd gezag
+ Hoofdstuk 4. De wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden
- Hoofdstuk 5. Gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 5a. Bepaling beste beschikbare technieken
+ Hoofdstuk 6. Openbare kennisgeving van een verklaring, als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de wet
+ Hoofdstuk 7. Adviseurs en betrokken bestuursorganen
+ Hoofdstuk 8. Bijzondere gevallen
+ Hoofdstuk 8a. Actualisering van vergunningen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht