Besluit van 23 april 1956, houdende instelling van een bedrijfschap voor de binnenlandse groothandel en de bedrijven van commissionair en van tussenpersoon in bloemkwekerijprodukten en het bedrijf van het exporteren van bloemkwekerijprodukten
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 6 maart 1956, no. B. 3985, Dir. W.J.A.;
Overwegende, dat het wenselijk is overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 14 oktober 1955 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies over te gaan tot instelling van een bedrijfschap als bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22) voor ondernemingen op het gebied van de binnenlandse groothandel en de bedrijven van commissionair en van tussenpersoon in bloemkwekerijprodukten en het bedrijf van het exporteren van zodanige produkten;
Gelet op genoemde wet;
De Raad van State gehoord (advies van 27 maart 1956, no. 44);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 18 april 1956, no. B. 4164, Dir. W.J.A.;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Er is een Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijprodukten.
2.
Het bedrijfschap heeft zijn zetel te Aalsmeer.
1.
Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de binnenlandse groothandel of het bedrijf van commissionair of van tussenpersoon in bloemkwekerijprodukten, of het bedrijf van het exporteren van bloemkwekerijprodukten wordt uitgeoefend.
2.
Dit besluit verstaat onder:
binnenlandse groothandel in bloemkwekerijprodukten: het bedrijf van het kopen van bloemkwekerijprodukten en het verkopen daarvan aan in Nederland gevestigde wederverkopers, personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, of instellingen;
bedrijf van tussenpersoon in bloemkwekerijprodukten: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten met betrekking tot bloemkwekerijprodukten of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van zodanige overeenkomsten;
wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22).
3.
Dit besluit verstaat onder bloemkwekerijprodukten mede kerstbomen, in het wild gegroeide gewassen, welke met het oog op de sierwaarde in het economisch verkeer worden gebracht, en op eenvoudige wijze gedroogde bloemkwekerijprodukten.
4.
Dit besluit verstaat onder uitoefening van de binnenlandse groothandel in bloemkwekerijprodukten niet het verkopen van zodanige produkten aan in Nederland gevestigde instellingen, indien dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren.
Artikel 3
In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de wet kan het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het bedrijfschap geringer zijn dan het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal, met dien verstande dat eerstbedoeld aantal niet minder dan de helft van het laatstbedoelde kan bedragen.
1.
Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a. de bevordering van de gezondheidstoestand, de zuiverheid en de kwaliteit van bloemkwekerijprodukten;
b. de verzorging en de verpakking van bloemkwekerijprodukten;
c. de aanduiding van ten verkoop aangeboden bloemkwekerijprodukten;
d. de verkoops-, leverings- en betalingsvoorwaarden bij de uitvoer van bloemkwekerijprodukten;
e. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
f. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
g. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens;
h. de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige inzage van boeken en bescheiden en bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen.
2.
Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder e-h , genoemde onderwerpen behoeven niet de in artikel 94 van de wet voorziene goedkeuring.
Artikel 8
Bij een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening betreffende een der in artikel 7, eerste lid, onder a-d, genoemde onderwerpen kan worden bepaald, dat de daarbij gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voor zover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, plegen te worden verricht. Een dergelijke bepaling geldt niet met betrekking tot ondernemingen, waarvoor een hoofdbedrijfschap of een ander bedrijfschap is ingesteld, indien dit ten aanzien van het onderwerp der verordening eveneens bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 9
Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten.
Artikel 10
Op overtreding van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening door de personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, kunnen, ook indien de overtreding als strafbaar feit is aangewezen, bij die verordening tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld.
1.
De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen kunnen voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend zijn.
2.
Onverminderd het in het vierde lid bepaalde worden de heffingen vastgesteld naar de grondslag van de in de betrokken ondernemingen bij de uitoefening van de in artikel 2 bedoelde bedrijven bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet; boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven, dat voor alle betrokken ondernemingen gelijk is.
3.
[Vervallen.]
4.
Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur in verband met die bestemming passend acht.
Artikel 12
Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Groothandel in Bloemkwekerijprodukten.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 23 april 1956
De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
De Minister van Economische Zaken,
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Uitgegeven de vijftiende mei 1956.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht