Besluit van 28 juni 1954, houdende instelling van een bedrijfschap voor het stucadoors-, het terrazzo- en het steengaasstellersbedrijf
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 April 1954, No. B. 1302, Directie voor Wetgeving en andere Juridische Aangelegenheden;
Overwegende, dat het wenselijk is overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 17 April 1953 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies en het desbetreffende door die Raad op 26 Februari 1954 uitgebrachte nadere advies over te gaan tot instelling van een bedrijfschap als bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd) voor ondernemingen op het gebied van het stucadoors-, het terrazzo- en het steengaasstellersbedrijf;
Gelet op genoemde wet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 Mei 1954, No. 28);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers en van voornoemde Staatssecretaris van 22 Juni 1954, No. B. 1467, Directie voor Wetgeving en andere Juridische Aangelegenheden;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Er is een Bedrijfschap voor het Stucadoors-, het Terrazzo- en het Steengaasstellersbedrijf.
2.
Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.
1.
Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin het stucadoorsbedrijf (waaronder begrepen het betonemaillebedrijf), het terrazzobedrijf (steen-, kunststeen- en houtgranietbedrijf) of het steengaasstellersbedrijf wordt uitgeoefend.
2.
Dit besluit verstaat onder wet de Wet op de Bedrijfsorganisatie ( Stb. 1950, K 22, sedert gewijzigd).
Artikel 2a
Het bestuur is bevoegd uit zijn midden voor elk lid van het dagelijks bestuur een plaatsvervanger te benoemen.
1.
Aan het bedrijfschap is overgelaten de regeling of nadere regeling van de navolgende onderwerpen:
a. de hoedanigheid van het te verrichten werk en de aanduiding daarvan;
b. de lonen en de andere arbeidsvoorwaarden;
c. de vakopleiding;
d. de vaststelling van de getalsverhouding in ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
e. de administratie van ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
f. de registratie van de ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
g. het verstrekken van de voor de vervulling van de taak van het bedrijfschap nodige gegevens;
h. de inzage van boeken en bescheiden en de bezichtiging en opneming van bedrijfsmiddelen en voorraden van ondernemingen, voor zover nodig voor het uitoefenen van toezicht op de naleving van verordeningen van het bedrijfschap of voor het verkrijgen van gegevens, welke in strijd met zodanige verordeningen niet zijn verstrekt.
2.
De overlating van de regeling of nadere regeling van de in het eerste lid, onder b, c en d , genoemde onderwerpen of van onderdelen daarvan neemt eerst een aanvang op een door de Sociaal-Economische Raad te bepalen en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie bekend te maken tijdstip, doch uiterlijk vier jaren na het in werking treden van het onderhavige besluit. Alvorens te besluiten hoort de Raad het bestuur van het bedrijfschap.
3.
[Vervallen.]
4.
Verordeningen betreffende de in het eerste lid, onder f , g en h , genoemde onderwerpen behoeven, instede van de in artikel 94 van de wet voorziene goedkeuring, die van de Sociaal-Economische Raad, tenzij reeds op grond van enige andere bepaling der wet de goedkeuring van Onze betrokken Ministers is vereist. In dit laatste geval beslissen dezen omtrent de goedkeuring niet dan na de Raad te hebben gehoord.
Artikel 5
Overtredingen van een op grond van artikel 93, eerste lid, van de wet vastgestelde verordening kunnen bij die verordening worden aangewezen als strafbare feiten.
1.
De door het bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen worden, onverminderd het tweede en derde lid, vastgesteld naar één van de volgende grondslagen:
a. het aantal in iedere onderneming waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, op in de heffingsverordening aan te wijzen tijdstippen werkzame personen, behorende tot bij deze verordening aan te wijzen categorieën, overeenkomstig bij die verordening vast te stellen maatstaven;
b. de omzet welke degene die een onderneming drijft waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, heeft bereikt in de bij de heffingsverordening omschreven tijdvakken.
2.
Een periodieke heffing kan ook, als basisheffing, worden opgelegd tot een bedrag, dat voor alle ondernemingen, waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3.
Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag, welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Stucadoors-, Terrazzo- en Steengaasstellersbedrijf.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk, 28 Juni 1954
De Minister voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie,
De Minister van Economische Zaken,
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Uitgegeven de zeven en twintigste Juli 1954.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 2a
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht