Let op. Deze wet is vervallen op 4 juli 2013. U leest nu de tekst die gold op 3 juli 2013.

Instellingsbesluit Coördinatiecollege Waddengebied

Uitgebreide informatie
Besluit van 21 juni 1980, houdende instelling van een Coördinatiecollege Waddengebied
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 juni 1980 nr. 0611929, Centrale Afdeling Juridische Zaken en van Binnenlandse Zaken van 18 juni 1980, nr. B80/K1817, Dir.-Gen. B.B./B.B./B.O.;
Overwegende dat het wenselijk is ten behoeve van het bestuurlijk overleg over het Waddengebied tussen het rijk en de bij dat gebied betrokken provincies en gemeenten een Coördinatiecollege Waddengebied in te stellen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. het college: het Coördinatiecollege Waddengebied;
b. de provincies onderscheidenlijk de gemeenten: de bij het Waddengebied betrokken provincies onderscheidenlijk gemeenten;
c. het Waddengebied: het in de planologische kernbeslissing over de Waddenzee (1.2.) omschreven gebied, inclusief het aangrenzende gebied voorzover daar ontwikkelingen plaatsvinden die van directe betekenis zijn voor de Waddenzee zelf.
Artikel 2
Er is een Coördinatiecollege Waddengebied.
1.
Het college heeft tot taak het in onderling overleg bevorderen van een samenhangend bestuur en een gecoördineerd beleid van het rijk, de provincies en de gemeenten ten aanzien van het Waddengebied.
2.
Het college pleegt overleg over werkzaamheden en ontwikkelingen in en om de Waddenzee waarbij het rijk, de provincies en de gemeenten betrokken zijn en waarvan vaststaat of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij gevolgen hebben voor of doorwerken in de Waddenzee.
3.
Het college kan op verzoek van de Interdepartementale Waddenzeecommissie, de Stuurgroep Waddenprovincies of de vereniging "Contact Waddenzeegemeenten" dan wel uit eigen beweging aan deze organen aanbevelingen doen omtrent het inzake de Waddenzee te voeren beleid of omtrent de nadere uitwerking van dat beleid.
1.
Het rijk, de provincies en de gemeenten worden in het college elk door ten hoogste zes leden vertegenwoordigd.
2.
De vertegenwoordiging van het rijk bestaat uit Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.
3.
De vertegenwoordiging van de provincies bestaat uit de voorzitter van de Stuurgroep Waddenprovincies en ten minste een door elk van deze provincies aangewezen lid van die stuurgroep.
4.
De vertegenwoordiging van de gemeenten bestaat uit de voorzitter van de vereniging "Contact Waddenzeegemeenten" en ten hoogste vijf door deze vereniging aangewezen leden.
1.
Voor elk lid van het college wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
2.
Als plaatsvervangende leden van Onze in het tweede lid van artikel 4 genoemde ministers treden op de door deze ministers aangewezen leden van de Interdepartementale Waddenzeecommissie.
Artikel 6
Aan elke vertegenwoordiging kunnen een of meer leden met raadgevende stem worden toegevoegd indien de aard van de op de agenda geplaatste onderwerpen zulks naar het oordeel van een vertegenwoordiging wenselijk maakt. Van deze toevoeging wordt voor de aanvang van de vergadering mededeling gedaan aan de vice-voorzitter.
1.
De vergaderingen van het college worden voorgezeten door Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening of door Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2.
Indien geen van beide in het eerste lid bedoelde ministers de vergadering bijwoont, berust de leiding daarvan bij de vice-voorzitter, dan wel, bij diens ontstentenis, bij de voorzitter van de vereniging "Contact Waddenzeegemeenten".
1.
De voorzitter van de Stuurgroep Waddenprovincies is vice-voorzitter van het college. Hij is belast met de voorbereiding van de vergaderingen en de uitvoering van de besluiten van het college.
2.
De vice-voorzitter wordt voor de uitoefening van zijn taak bijgestaan door een secretaris, die tevens belast is met de leiding van het secretariaat.
Artikel 9
Elke vertegenwoordiging kan zich ter vergadering doen vergezellen door deskundigen. Met toestemming van de fungerend voorzitter kunnen deze deskundigen bepaalde ter bespreking staande onderwerpen in de vergadering toelichten.
Artikel 10
Het college vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls een der vertegenwoordigingen de vice-voorzitter daarom met opgave van redenen verzoekt. In het laatste geval vergadert het college binnen een maand na het desbetreffende verzoek.
Artikel 11
Het college stelt een reglement van orde voor de vergaderingen en een instructie voor de secretaris vast.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Binnenlandse Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan mededeling zal worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant .
Lage Vuursche, 21 juni 1980
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de achtste juli 1980
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Begripsomschrijvingen
+ Instelling en taak
+ Samenstelling
Artikel 10
Artikel 11
+ Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht