Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op -.

Instellingsbesluit Productschap Dranken

Uitgebreide informatie
Besluit van 6 mei 2002, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de productie van en de handel in frisdranken, siropen, waters en alcoholhoudende dranken, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Productschap voor Bier en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken (Instellingsbesluit Productschap Dranken)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 december 2001, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/A&M/2001/87992, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, tweede lid, 88a eerste lid, 102 tweede lid en 126 derde lid van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 22 februari 2002, nr. W12.02.0008/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 mei 2002, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2002/15468, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie ;
b. de raad: de Sociaal-Economische Raad;
c. commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet;
d. het productschap: het Productschap Dranken.
1.
In dit besluit wordt verstaan onder handel: de werkzaamheid van tussenpersonen, de importhandel en de groothandel.
2.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder groothandel: het bedrijf van het al dan niet binnenlands kopen van frisdranken, siropen, waters of alcoholhoudende dranken, exclusief wijn en ethylalcohol, of van bestanddelen daarvan en het verkopen daarvan aan in het binnenland gevestigde wederverkopers, personen die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, of instellingen.
3.
In dit besluit wordt onder groothandel niet de levensmiddelengroothandel verstaan.
1.
Er is een Productschap Dranken.
2.
Het productschap is ingesteld voor:
a. ondernemingen waarin wordt uitgeoefend het bedrijf van het vervaardigen van frisdranken, siropen of waters of de groothandel in frisdranken, siropen, waters of bier, al dan niet tezamen met:
1°. het bottelen of afleveren van frisdranken, siropen of waters;
2°. de groothandel in horecabenodigdheden;
3°. het kopen en verkopen van vruchtendranken, gearomatiseerde melkdranken, limonadesiroop, koolzuur of ruw ijs;
4°. de uitvoerhandel in bier, frisdranken, siropen of waters;
b. ondernemingen waarin bier wordt bereid of de binnenlandse handel in bier wordt uitgeoefend;
c. ondernemingen waarin ethylalcohol of gedistilleerde dranken worden bereid of gebotteld; de handel, met uitzondering van de doorvoerhandel, wordt uitgeoefend in ethylalcohol of gedistilleerde dranken;
d. ondernemingen met maximaal vijf verkoopplaatsen, waarin wordt uitgeoefend de detailhandel in sterkalcoholhoudende dranken, al dan niet gezamenlijk met zwakalcoholhoudende en alcoholvrije dranken.
3.
Het productschap is gevestigd te Rotterdam.
Artikel 4
Het bestuur van het productschap bestaat uit 10 leden. Hiervan worden:
1°. voor ondernemingen op het gebied van de frisdranken-, siropen-, en waterindustrie, de brouwindustrie, de ethylalcoholindustrie en de gedistilleerde drankenindustrie, 3 leden door organisaties van ondernemers en 3 leden door organisaties van werknemers benoemd;
2°. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel, de importhandel en de werkzaamheden van tussenpersonen in frisdranken, siropen, waters, bier en gedestilleerde dranken 1 lid door organisaties van ondernemers en 1 lid door organisaties van werknemers benoemd; en
3°. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in sterkalcoholhoudende dranken, al dan niet gezamenlijk met zwakalcoholhoudende en alcoholvrije dranken, 1 lid door organisaties van ondernemers en 1 lid door organisaties van werknemers benoemd.
1.
Het productschap heeft commissies voor aangelegenheden in de:
a. frisdranken-, siropen- en watersector, te weten de Commissie voor frisdranken en waters;
b. biersector, te weten de Commissie voor bier;
c. gedistilleerdsector, te weten de Commissie voor gedistilleerd;
d. slijtersector, te weten de Commissie voor slijters.
2.
De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.
3.
De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden benoemen van de in artikel 7 tot en met artikel 10 genoemde commissies, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4.
De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.
5.
De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap.
6.
De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.
1.
Onder de werkingssfeer van de Commissie voor frisdranken en waters vallen de ondernemingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a.
2.
De commissie bestaat uit 12 leden, waarvan worden:
1°. voor ondernemingen op het gebied van de frisdranken-, siropen en waterindustrie door organisaties van ondernemers 4 leden en door organisaties van werknemers 4 leden; en
2°. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in bier, frisdranken, siropen en waters door organisaties van ondernemers 2 leden en door organisaties van werknemers 2 leden benoemd.
1.
Onder de werkingssfeer van de Commissie voor bier vallen de onder-nemingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b en die waarin de detailhandel in bier wordt uitgeoefend.
2.
De commissie bestaat uit 12 leden, waarvan worden:
voor ondernemingen op het gebied van de brouwindustrie door organisaties van ondernemers 3 leden en door organisaties van werknemers 3 leden;
2°. voor ondernemingen op het gebied van de binnenlandse handel in bier door organisaties van ondernemers 2 leden en door organisaties van werknemers 2 leden; en
3°. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in bier door organisaties van ondernemers1 lid en door organisaties van werknemers 1 lid benoemd.
1.
Onder de werkingssfeer van de Commissie voor gedistilleerd vallen de ondernemingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c en onder d voor zover betrekking hebbend op gedistilleerde dranken.
2.
De commissie bestaat uit 10 leden, waarvan worden:
1°. voor ondernemingen op het gebied van de ethylalcohol- en gedistilleerde drankenindustrie door organisaties van ondernemers 3 leden en door organisaties van werknemers 3 leden;
2°. voor ondernemingen op het gebied van de handel in gedistilleerde dranken door organisaties van ondernemers 1 lid en door organisaties van werknemers 1 lid; en
3°. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in gedistilleerde dranken door organisaties van ondernemers 1 lid en door organisaties van werknemers 1 lid benoemd.
1.
Onder de werkingssfeer van de Commissie voor slijters vallen de ondernemingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder d.
2.
De commissie bestaat uit 4 leden. Daarvan worden op het gebied van detailhandel in sterkalcoholhoudende dranken door organisaties van ondernemers 2 leden en door organisaties van werknemers 2 leden benoemd.
Artikel 10
Bij een besluit tot opheffing van een van de commissies worden de kosten van opheffing van de commissie toegerekend aan de onder de werkingssfeer van die commissie vallende ondernemingen.
Artikel 11
Het productschap is bevoegd tot regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan, met uitzondering van de onderdelen:
d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden;
f. arbeidsmarktvoorzieningen.
Artikel 12
Een verordening als bedoeld in artikel 93, artikel 119 , artikel 123 of artikel 126 van de wet die naar het oordeel van het bestuur ligt op het werkgebied van een commissie, stelt het bestuur vast na advies van die commissie.
1.
Bij een op grond van artikel 11 vastgestelde verordening kan worden bepaald dat de bij die verordening gestelde regelen mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen binden, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
2.
Een bepaling als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 14
De door het productschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te leggen heffingen, worden vastgesteld naar een grondslag welke het bestuur passend acht waarbij het tarief voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.
1.
Het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, het Bedrijfschap Frisdranken en Waters, het Produktschap voor Bier en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken, zijn opgeheven.
2.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bedrijfslichamen verstaan de in het eerste lid genoemde bedrijfslichamen.
3.
Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in de bijlage A vermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten, voor de in het tweede lid van artikel 3 genoemde ondernemingen, van kracht tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten ter zake in werking zullen treden.
4.
De rechten, lasten en verplichtingen van de in het eerste lid vermelde bedrijfslichamen ten opzichte van hun personeel, gaan over naar het productschap.
5.
De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de in het eerste lid genoemde bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6.
Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het productschap.
1.
Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van de vermogens van de bedrijfslichamen bij het productschap.
2.
Rechtsvorderingen welke tot de vermogens van de bedrijfslichamen behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door of tegen het productschap.
1.
Het productschap is belast met de vereffening van de vermogens van de bedrijfslichamen. Het kan daartoe de tot de vermogens van de bedrijfslichamen behorende roerende en onroerende zaken vervreemden.
2.
Het productschap maakt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Het stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van de bedrijfslichamen vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van de bedrijfslichamen is vastgesteld, en eindigend op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.
3.
De boedelbeschrijvingen en de rekeningen van inkomsten en uitgaven, zoals bedoeld in het tweede lid, behoeven de instemming van de raad.
4.
De instemming van de raad met de rekeningen van inkomsten en uitgaven strekt tot décharge van de dagelijkse besturen van de bedrijfslichamen, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
1.
Het productschap maakt het tijdstip van de aanvang van de vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging van dit besluit.
2.
In de bekendmaking worden degenen die een vordering op een of meer van de bedrijfslichamen hebben, opgeroepen die vorderingen binnen een daarbij aangegeven termijn bij het productschap in te dienen. Deze termijn wordt niet korter gesteld dan zes maanden, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking.
1.
De opheffing van de bedrijfslichamen tast de rechtskracht van de door deze lichamen wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2.
Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de bedrijfs-lichamen oefent de voorzitter van het productschap zo nodig de in artikel 127 van de wet toegekende bevoegdheden uit.
3.
Het productschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam gehanteerde maatstaven.
4.
Ten aanzien van een heffingsverordening als in het derde lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126 en 127 van de Wet op de bedrijfsorganisatie van overeenkomstige toepassing.
1.
De door het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken gevormde fondsen voor het verlenen van toeslagen op ingegane pensioenen en premievrije pensioen-aanspraken, blijven in stand. Uit deze fondsen kunnen volgens door het dagelijks bestuur van het productschap, uitgaande van het door de dagelijkse besturen van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken gevoerde beleid, te stellen regelen toeslagen worden verleend op pensioenen en premievrije pensioenaanspraken van gewezen werknemers van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken of hun nabestaanden.
2.
Het productschap voldoet uit de in het eerste lid bedoelde fondsen geen andere vorderingen dan die welke strekken tot nakoming van de verplichtingen waarvoor deze fondsen zijn ingesteld.
3.
De over de middelen van een fonds verkregen rente wordt aan het desbetreffende fonds toegevoegd.
4.
Het productschap verantwoordt het beheer van de fondsen door middel van een bijzondere functie in zijn begroting.
1.
Zo spoedig mogelijk nadat het productschap het vermogen van de bedrijfslichamen heeft vereffend, brengt het daarover aan de raad verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door het productschap vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.
2.
De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van het productschap voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij het productschap geen bezwaren zijn ingekomen.Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.
3.
Elk ingekomen bezwaar wordt door het productschap onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, dan zet het productschap de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het productschap nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt het productschap het verslag en de rekening alsnog vast.
4.
De rekening behoeft instemming van de raad. De instemming strekt tot decharge van het productschap. Het productschap doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.
Artikel 22
Indien de fondsen, zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid, niet toereikend zijn, wordt hetgeen blijkens de rekening als bedoeld in artikel 21 aan vermogen van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en het Produktschap voor Gedistilleerde Dranken over is door het productschap, voorzover noodzakelijk, aangewend ter dekking van het verwachte tekort.
Artikel 23
Vermogen dat blijkens de rekening als bedoeld in artikel 21 van de bedrijfslichamen over is, wordt, nadat zo nodig toepassing is gegeven aan het gestelde in artikel 22, door het productschap verantwoord in naar de bedrijfslichamen verbijzonderde functies in zijn begroting en rekening van inkomsten en uitgaven.
Artikel 24
Hetgeen na afwikkeling van de verplichtingen jegens het gewezen personeel van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en het Productschap voor Gedistilleerde Dranken van de in artikel 20, eerste lid, bedoelde fondsen over is, wordt door het productschap, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.
1.
De opheffing van de bedrijfslichamen heeft geen gevolg voor de ontvankelijkheid van bezwaren als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht of beroepen ingevolge de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie . In plaats van de bedrijfslichamen treedt het productschap als partij op.
2.
Gerechtelijke uitspraken, gedaan tegen een van de bedrijfslichamen of, op grond van het eerste lid, tegen het productschap, worden door het productschap uitgevoerd, voorzover nodig ten laste van het vermogen van het betrokken opgeheven bedrijfslichaam.
Artikel 26
Het productschap draagt in de zin van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden van de bedrijfslichamen.
Artikel 27
De Instellingswet Bedrijfschap Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken , de Instellingsverordening Bedrijfschap Frisdranken en Waters, de Instellingsverordening Produktschap Bier en de Instellingsverordening Produktschap Gedistilleerde Dranken worden ingetrokken.
Artikel 28
Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 29
Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Productschap Dranken.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
's-Gravenhage, 6 mei 2002
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
De Minister van Economische Zaken,
Uitgegeven de zesde juni 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I: Instelling productschap
+ Hoofdstuk II: Opheffing bedrijfslichamen
+ Hoofdstuk III: Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken