Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.

Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen

Uitgebreide informatie
Besluit van 20 oktober 2000, houdende bepalingen inzake de verdeling van de capaciteit van spoorweginfrastructuur (Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 22 mei 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-634, Centrale Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 27 en 32 van de Spoorwegwet en artikel 9 van de Wet infrastructuurfonds;
De Raad van State gehoord (advies van 7 juli 2000, nr. W09.00.0206/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 oktober 2000, nr. CDJZ/WVW/2000-1065, Centrale Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Railned: Railned B.V., gevestigd te Utrecht;
b. NS Verkeersleiding: NS Verkeersleiding B.V., gevestigd te Utrecht;
c. binnenlands gebruik: het gebruik van de spoorweginfrastructuur in Nederland door een spoorwegonderneming, anders dan voor het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 29, eerste tot en met derde lid, van de Spoorwegwet en anders dan voor het verrichten van openbaar vervoer per tram of metro, en het gebruik door de beheerder voor het beheer van spoorweginfrastructuur;
d. capaciteitstoewijzing: het beschikbaar stellen van naar plaats, omvang, tijd en duur omschreven spoorweginfrastructuur door de daartoe bevoegde instantie;
e. dienstregelingsperiode: de periode waarin een dienstregeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet personenvervoer 2000 geldt;
f. openbare-dienstcontract: een openbaar-dienstcontract als bedoeld in artikel 14 van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1969 betreffende het optreden van de lidstaten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PbEG L 156);
g. pad: de capaciteit die een trein tussen twee plaatsen tussen twee vastgestelde tijdstippen mag gebruiken;
h. reistijd: de volgens een dienstregeling benodigde tijd voor een reiziger van een vertrekstation naar een bestemmingsstation, inclusief de benodigde overstaptijd;
i. openbaar vervoer: openbaar personenvervoer per trein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet personenvervoer;
j. internationaal openbaar vervoer: grensoverschrijdend openbaar vervoer over lange afstanden, met uitzondering van het vervoer per nachttrein;
k. stadsgewestelijk openbaar vervoer: openbaar vervoer tussen een stadsgewestelijk station als bedoeld in bijlage A bij dit besluit, en een ander station in het gebied waarvan de uiterste stations worden gevormd door Uitgeest, Hoorn Kersenboogerd, Almere Buiten, Amersfoort Schothorst, Maarn, Rhenen, Geldermalsen, Gorinchem, Dordrecht Stadspolders, Hoek van Holland Strand;
l. streekgewestelijk openbaar vervoer: openbaar vervoer tussen een streekgewestelijk station als bedoeld in bijlage A bij dit besluit, en een ander station in Nederland;
m. nationaal openbaar vervoer: openbaar vervoer tussen stations in Nederland, anders dan stadsgewestelijk of streekgewestelijk openbaar vervoer;
n. besloten personenvervoer: personenvervoer per trein, niet zijnde openbaar vervoer;
o. conventioneel goederenvervoer: goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken die vergelijkbaar zijn met een pad voor een goederentrein met een bruto treingewicht van 1600 ton, een kruissnelheid van 85 kilometer per uur en een toegelaten maximumsnelheid van ten minste 100 kilometer per uur;
p. zwaar goederenvervoer: goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken die vergelijkbaar zijn met een pad voor een goederentrein met een bruto treingewicht van 5000 ton, een kruissnelheid van 80 kilometer per uur en een toegelaten maximumsnelheid van maximaal 100 kilometer per uur;
q. snel goederenvervoer: goederenvervoer per trein in een pad met karakteristieken die vergelijkbaar zijn met een pad voor een goederentrein met een bruto treingewicht van 400 ton en met een kruissnelheid van 130 kilometer per uur en een toegelaten maximumsnelheid van ten minste 140 kilometer per uur;
r. zeer snel goederenvervoer: goederenvervoer per trein die gebruik maakt van de spoorweginfrastructuur die is aangelegd ten behoeve van het vervoer per hogesnelheidstrein;
s. spits: de twee tijdvakken van elk ten hoogste 2,5 uur op maandag tot en met vrijdag in een dienstregeling waarop een hogere bedieningsfrequentie wordt geboden dan in de onmiddellijk daaraan voorafgaande en daarop volgende tijdvakken.
2.
De begripsbepalingen, bedoeld in artikel 28 van de Spoorwegwet, zijn op dit besluit van toepassing.
1.
Railned is de instantie die bevoegd is tot capaciteitstoewijzing ten behoeve van het binnenlands gebruik van de spoorweginfrastructuur waarvan Railinfrabeheer de beheerder is, telkens tot aan het ingevolge het tweede en derde lid bepaalde tijdstip voorafgaand aan de dag van dat gebruik. Na dat tijdstip is NS Verkeersleiding de instantie die bevoegd is tot capaciteitstoewijzing tot aan het gebruik van die spoorweginfrastructuur.
2.
De bevoegdheid van Railned tot capaciteitstoewijzing op paden gaat elke werkdag om 20.00 uur over op NS Verkeersleiding ten behoeve van de eerstvolgende aan die dag van overdracht gekoppelde verkeersdagen. De aan een dag van overdracht gekoppelde verkeersdagen zijn:
a. maandag is gekoppeld aan de verkeersdag donderdag;
b. dinsdag is gekoppeld aan de verkeersdag vrijdag;
c. woensdag is gekoppeld aan de verkeersdagen zaterdag en zondag;
d. donderdag is gekoppeld aan de verkeersdagen maandag en dinsdag;
e. vrijdag is gekoppeld aan de verkeersdag woensdag.
3.
De bevoegdheid van Railned tot capaciteitstoewijzing op rijwegen gaat elke werkdag om 16.00 uur over op NS Verkeersleiding ten behoeve van de eerstvolgende aan die dag van overdracht gekoppelde verkeersdagen. De aan een dag van overdracht gekoppelde verkeersdagen zijn:
a. maandag is gekoppeld aan de verkeersdag woensdag;
b. dinsdag is gekoppeld aan de verkeersdag donderdag;
c. woensdag is gekoppeld aan de verkeersdag vrijdag;
d. donderdag is gekoppeld aan de verkeersdagen zaterdag en zondag;
e. vrijdag is gekoppeld aan de verkeersdagen maandag en dinsdag.
4.
Indien een dag van overdracht een algemeen erkende feestdag is als bedoeld in artikel 3 van de Algemene termijnenwetof indien er tussen een dag van overdracht en een daarbij behorende verkeersdag een dergelijke feestdag is, kunnen Railned en NS Verkeersleiding gezamenlijk een besluit nemen waarin een ander tijdstip dan bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld.
5.
Bij besluit van Onze Minister kan in de plaats van het in het tweede of derde lid bepaalde tijdstip een ander tijdstip van overdracht worden vastgesteld.
6.
Dit artikel is niet van toepassing op bij besluit van Onze Minister aangewezen spoorweginfrastructuur.
7.
Van een besluit als bedoeld in het vijfde of zesde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
1.
NS Verkeersleiding is de instantie die bevoegd is tot de verkeersleiding ten behoeve van binnenlands gebruik van de spoorweginfrastructuur waarvan Railinfrabeheer de beheerder is.
2.
Dit artikel is niet van toepassing op bij besluit van Onze Minister aangewezen spoorweginfrastructuur.
Artikel 4
De artikelen 31a tot en met 31e van de Spoorwegwet zijn van overeenkomstige toepassing op de aan Railned en NS Verkeersleiding bij dit besluit opgedragen bevoegdheden en taken.
1.
Het is verboden zonder daarvoor toegewezen capaciteit met een spoorvoertuig te rijden over spoorweginfrastructuur waarvan Railinfrabeheer de beheerder is, daarop stil te staan of daarop werkzaamheden uit te voeren waardoor rijden of stilstaan met spoorvoertuigen wordt beperkt.
2.
Het in het eerste lid neergelegde verbod geldt niet ten aanzien van rijden of stilstaan:
a. bij ongevallen of incidenten op de spoorweginfrastructuur of andere onregelmatigheden in de afwikkeling van het spoorverkeer, voor zover de veiligheid van het spoorverkeer of van daarbij betrokken personen dit vereist;
b. ter uitvoering van een aanwijzing van NS Verkeersleiding op grond van artikel 18.
1.
Railned neemt zodanige besluiten tot capaciteitstoewijzing, dat ten minste:
a. voor internationaal openbaar vervoer tussen 6.00 en 24.00 uur paden gerealiseerd kunnen worden tussen:
1°. Amsterdam–Zevenaar grens, richting Keulen, met een frequentie van 9 paden per richting per dag;
2°. Amsterdam–Roosendaal grens, richting Brussel, met een frequentie van 1 pad per uur per richting;
3°. Amsterdam–Roosendaal grens, richting Parijs, met een frequentie van 7 paden per richting per dag;
b. voor binnenlands openbaar vervoer de bedieningsfrequenties in de spits op hetzelfde niveau als in de dienstregelingsperiode 2000/2001 worden behouden;
c. voor stadsgewestelijk openbaar vervoer de stations, vermeld in bijlage A bij dit besluit, buiten de spits bediend kunnen worden met de bijbehorende frequenties;
d. voor conventioneel goederenvervoer paden gerealiseerd kunnen worden in:
1°. de vervoersrelaties, vermeld in bijlage B bij dit besluit, met een daarbij genoemde frequentie en karakteristiek;
2°. de vervoersrelaties, anders dan vermeld in bijlage B bij dit besluit, met een frequentie en een karakteristiek die overeenkomt met de goederenpaden die gedurende de voorafgaande dienstregelingsperiode toegewezen zijn;
e. voor het zware goederenvervoer het aantal paden hetzelfde niveau heeft als in de dienstregelingsperiode 2000/2001.
2.
Ten behoeve van het bereiken van de niveaus, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan Railned capaciteit tot een bepaald tijdstip voorbehouden voor dat gebruik van de spoorweginfrastructuur.
Artikel 7
Railned neemt zodanige besluiten tot capaciteitstoewijzing dat de beheerder ten minste het noodzakelijke onderhoud van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur kan uitvoeren, waarbij de beheerder dat onderhoud ten minste kan realiseren gedurende perioden en dagdelen die voor minimaal 85% overeenkomen met de perioden en dagdelen die voor onderhoud zijn gebruikt in het kalenderjaar, voorafgaand aan het jaar waarin de capaciteit wordt aangevraagd.
1.
Een aanvraag om capaciteitstoewijzing kan bij Railned worden ingediend door:
a. een spoorwegonderneming;
b. Onze Minister, gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam voor een samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet bestuur in verandering;
c. de beheerder van spoorweginfrastructuur.
2.
Een aanvraag om capaciteitstoewijzing kan na het tijdstip, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij NS Verkeerleiding worden ingediend door de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c.
3.
Een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, draagt de toegewezen capaciteit over aan een spoorwegonderneming met het oog op de uitvoering van een openbare-dienstcontract.
Artikel 9
Railned maakt ten minste een maand voor de aanvang van de procedure tot capaciteitstoewijzing aan de aanvragers, bedoeld in artikel 8, bekend:
a. voor welke tijdstippen en op welke wijze een aanvraag om capaciteitstoewijzing bij Railned wordt ingediend;
b. op welke tijdstippen besluiten tot capaciteitstoewijzing zullen worden genomen;
c. op welke periode de besluiten tot capaciteitstoewijzing betrekking zullen hebben.
d. vanaf welk tijdstip de voorbehouden capaciteit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, kan worden aangevraagd voor ander gebruik.
1.
Railned neemt een besluit tot capaciteitstoewijzing overeenkomstig de aanvraag, tenzij:
a. de aanvraag niet verenigbaar is met de minimale niveaus van capaciteitstoewijzing die gelden ingevolge de artikelen 6 en 7;
b. de aanvraag niet verenigbaar is met andere aanvragen of
c. de spoorweginfrastructuur feitelijk niet beschikbaar is.
2.
Railned kan aan een besluit tot capaciteitstoewijzing beperkingen en voorschriften verbinden.
3.
Indien een besluit tot capaciteitstoewijzing ingevolge het eerste lid niet overeenkomstig de aanvraag toegewezen kan worden, treedt Railned in overleg met de betrokken partijen en stelt hen in de gelegenheid:
a. hun aanvraag te wijzigen of in te trekken;
b. in te stemmen met een wijziging van de aan hen toegewezen capaciteit of
c. in te stemmen met een afwijking van de gangbare planningsnormen, indien daardoor slechts de treindiensten van de betrokken aanvragers een hoger risico van verstoorde verkeersafwikkeling lopen.
1.
Indien het overleg, bedoeld in artikel 10, derde lid, niet tot verenigbaarheid van de aanvragen van spoorwegondernemingen of bestuursorganen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, heeft geleid, neemt Railned, met uitzondering van het geval van artikel 13, zo nodig in afwijking van de aanvragen en zoveel mogelijk op basis van vergelijking van meerdere toewijzingsvarianten, een besluit tot capaciteitstoewijzing met afweging van ten minste de volgende belangen:
a. het bereiken van de minimale niveaus van capaciteitstoewijzing, bedoeld in artikel 6;
b. het doelmatig gebruiken van de spoorweginfrastructuur;
c. het bedrijfseconomische nadeel van de ene aanvrager is niet onevenredig groot ten opzichte van het bedrijfseconomische voordeel van een andere aanvrager;
d. het zoveel mogelijk minimaliseren van de reistijd van de betrokken reizigers, gewogen naar reizigersaantallen, voor zover het slechts onverenigbare aanvragen voor het personenvervoer betreft;
e. het toewijzen van een aanvraag om capaciteitstoewijzing van spoorwegondernemingen die voor de eerste keer toetreden tot de markt van het goederenvervoer per spoor, waarbij dit belang voor die nieuwe spoorwegonderneming geldt tot een maximum van 15% van de totale capaciteit voor het goederenvervoer, voor zover het slechts onverenigbare aanvragen voor het goederenvervoer betreft.
2.
Indien Railned, in geval het capaciteit ten behoeve van het stilstaan van spoorvoertuigen betreft, met toepassing van het eerste lid geen besluit tot capaciteitstoewijzing kan nemen, neemt Railned een besluit tot capaciteitstoewijzing door loting.
Artikel 12
Bij de belangenafweging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, kent Railned een zwaarder gewicht toe aan de belangen van een treindienst in een marktsegment met een hogere prioritering dan aan die in een marktsegment met een lagere prioritering, overeenkomstig de onderstaande volgorde:
a. stadsgewestelijk openbaar vervoer;
b. internationaal openbaar vervoer;
c. conventioneel goederenvervoer;
d. nationaal openbaar vervoer;
e. zwaar goederenvervoer;
f. snel goederenvervoer;
g. streekgewestelijk openbaar vervoer;
h. zeer snel goederenvervoer;
i. besloten personenvervoer.
Artikel 13
Indien het voorgenomen besluit tot capaciteitstoewijzing betrekking heeft op het vaststellen van goederenpaden ten behoeve van het basisuurpatroon en indien het overleg, bedoeld in artikel 10, derde lid, niet tot verenigbaarheid van de aanvragen van spoorwegondernemingen heeft geleid voor zover het gaat om aanvragen binnen dezelfde deelmarkt, neemt Railned, zo nodig in afwijking van de aanvragen en zoveel mogelijk op basis van vergelijking van meerdere toewijzingsvarianten, een besluit tot capaciteitstoewijzing door het toepassen van een prioritering in onderstaande volgorde:
a. internationaal verkeer;
b. verkeer van en naar mainport Schiphol;
c. verkeer van en naar mainport Rotterdam–Rijnmond;
d. verkeer van en naar haven van Amsterdam–IJmond;
e. verkeer over het traject Rotterdam–Tilburg–Arnhem grens;
f. verkeer met overige bestemmingen.
Artikel 14
Indien het overleg, bedoeld in artikel 10, derde lid, niet tot verenigbaarheid van de aanvraag van de beheerder met de aanvragen van dan wel de toegewezen capaciteit aan spoorwegondernemingen of bestuursorganen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, heeft geleid, neemt Railned, zo nodig in afwijking van de aanvragen dan wel de toegewezen capaciteit, en zoveel mogelijk op basis van vergelijking van meerdere toewijzingsvarianten, een besluit tot capaciteitstoewijzing met afweging van ten minste de volgende belangen:
a. het bereiken van de minimale niveaus van capaciteitstoewijzing, bedoeld in de artikelen 6 en 7;
b. het uitvoeren van werkzaamheden door de beheerder gedurende bepaalde dagdelen overeenkomstig de bij of krachtens de Arbeidstijdenwet , Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer vastgestelde normen;
c. de bedrijfseconomische effecten voor de beheerder;
d. de effecten die de spoorwegondernemingen, aanbieders van lading of reizigers ondervinden van het niet beschikbaar zijn van de spoorweginfrastructuur gedurende bepaalde dagdelen;
e. de uitvoering van de werkzaamheden van derden die met een vergunning als bedoeld in artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen plaatsvinden.
Artikel 15
Indien een besluit tot capaciteitstoewijzing niet overeenkomstig de oorspronkelijke aanvraag dan wel de gewijzigde aanvraag is toegewezen, kan de aanvrager binnen twee weken na toezending van het besluit schriftelijk aan Railned te kennen geven dat hij geheel of gedeeltelijk van de toegewezen capaciteit geen gebruik wil maken. Door deze kennisgeving vervalt het besluit tot capaciteitstoewijzing, respectievelijk vervalt het besluit tot capaciteitstoewijzing voor zover het betrekking heeft op het in de kennisgeving aangegeven gedeelte.
1.
Railned of, indien het tijdstip, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gepasseerd, NS Verkeersleiding beslist op aanvragen om capaciteitstoewijzing door spoorwegondernemingen of bestuursorganen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, die betrekking hebben op een periode waarover reeds een besluit tot capaciteitstoewijzing is genomen, in volgorde van binnenkomst.
2.
Indien Railned een beslissing op een aanvraag krachtens het eerste lid neemt, is artikel 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien de beschikbare capaciteit niet toereikend is om overeenkomstig een aanvraag te beslissen, wijst Railned dan wel NS Verkeersleiding de aanvraag af.
1.
Railned kan een besluit tot capaciteitstoewijzing wijzigen of intrekken:
a. op aanvraag van de houder van capaciteit;
b. op aanvraag van de beheerder ten behoeve van functieherstel van de spoorweginfrastructuur;
c. indien dit voortvloeit uit een krachtens artikel 14 genomen besluit tot capaciteitstoewijzing aan de beheerder;
d. indien de houder van capaciteit binnen drie maanden nadat deze gerechtigd is van het besluit tot capaciteitstoewijzing gebruik te maken, 20% van de hem over die periode toegewezen capaciteit voor openbaar vervoer of 50% van de hem toegewezen capaciteit over die periode voor ander gebruik, niet heeft gebruikt;
e. indien de houder van capaciteit ingevolge artikel 8 niet meer gerechtigd is capaciteit aan te vragen;
f. indien een aan het besluit tot capaciteitstoewijzing verbonden voorschrift wordt overtreden;
g. indien redenen van openbare orde en veiligheid of andere dringende redenen dit noodzakelijk maken.
2.
Na het tijdstip, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kan NS Verkeersleiding een besluit tot capaciteitstoewijzing wijzigen of intrekken op basis van de gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, f en g.
Artikel 18
Met het oog op een goede uitoefening van de verkeersleiding kan NS Verkeersleiding aan de spoorwegondernemingen en de beheerder aanwijzingen geven inzake het gebruik van de spoorweginfrastructuur, zo nodig in afwijking van de toewijzingsbesluiten. Degene tot wie de aanwijzing is gericht, is verplicht daaraan onverwijld gevolg te geven.
Artikel 19
[Wijzigt het Besluit Infrastructuurfonds.]
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van de artikelen 1, derde lid, 5 en 19, en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2.
De artikelen 1, derde lid, en 19 treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
3.
Artikel 5 treedt in werking met ingang van 10 juni 2001.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 20 oktober 2000
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven negende november 2000
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Bevoegde instanties
+ § 3. Capaciteitstoewijzing algemeen
+ § 4. Minimumniveaus
+ § 5. Procedure van aanvraag en toewijzing van capaciteit
+ § 6. Intrekking en wijziging van capaciteit
+ § 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken