Interne Overeenkomst inzake het Financiële Protocol
(authentiek: nl)
De Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, in het kader van de Raad bijeen,
Gelet op het Financiële Protocol gehecht aan de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije,
Overwegende, dat de interne voorwaarden voor de toepassing van genoemd Financieel Protocol dienen te worden vastgesteld,
Hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:
Artikel 1
De leningen bedoeld in artikel 3 van het Financiële Protocol worden verstrekt door de Europese Investeringsbank die optreedt krachtens een opdracht van de Lid-Staten.
Artikel 2
De verrichtingen van de Bank die verband houden met deze opdracht, geschieden voor rekening en risico van de Lid-Staten, ongeacht de oorsprong van de gebruikte middelen. Het risico bij iedere lening wordt tussen de Lid-Staten verdeeld naar evenredigheid van hun onderscheiden in artikel 4 vastgestelde aandelen.
Artikel 3
De financiering van de in deze Overeenkomst bedoelde leningen geschiedt:
a) hetzij door middel van gelden die met name gedurende een aanvangsperiode van twee jaar direct of indirect door de Lid-Staten ter beschikking van de Bank worden gesteld;
b) hetzij door middel van gelden die de Bank bijeen kan brengen door:
1. het geheel of gedeeltelijk mobiliseren van de leningen;
2. het opnemen van onderhandse leningen bij overheids- of semi-overheidsinstellingen.
Artikel 4
Het bedrag van 242 miljoen rekeneenheden genoemd in het bij artikel 8 van het Complementaire Protocol gewijzigde artikel 3, lid 2, van het Financiële Protocol wordt als volgt over de Lid-Staten omgeslagen:
  miljoen rekeneenheden
-België -Denemarken -Bondsrepubliek Duitsland -Frankrijk -Ierland -Italië -Luxemburg -Nederland -Verenigd Koninkrijk 14,3 5 65,2 65,2 1 35,7 0,3 14,3 41

Iedere Lid-Staat verplicht zich de Bank overeenkomstig de in artikel 5 gestelde voorwaarden de voor het toekennen van de leningen benodigde middelen te verstrekken tot een bedrag evenredig aan bovengenoemd aandeel.
Artikel 5
Wanneer een Lid-Staat zijn aandeel in rekeneenheden van de gelden nodig voor de financiering van de toegekende leningen aan de Bank verstrekt, totdat deze leningen worden terugbetaald, kan op hem geen beroep worden gedaan om extra-bijdragen te storten of andere lasten of risico's op zich te nemen.
Wanneer een Lid-Staat de gelden nodig voor de financiering van de toegekende leningen niet verstrekt aan de Bank, totdat deze leningen worden terugbetaald, is hij verplicht de lasten te dragen voor het verschaffen van de middelen die overeenkomen met zijn aandeel in rekeneenheden. Deze verplichting kan met name de volgende vormen aannemen:
a) het verstrekken aan de Bank van de gelden nodig voor de financiering van de toegekende leningen, totdat de Bank op de in artikel 3, sub b), genoemde wijzen andere middelen heeft verworven;
b) het verstrekken aan de Bank, bij wijze van overbrugging, van de gelden nodig om de op de in artikel 3, sub b), genoemde wijzen verkregen middelen terug te betalen, wanneer deze terugbetaling voor die van de toegekende leningen moet plaatsvinden;
c) het verstrekken van de nodige garanties om de Bank in staat te stellen bij derden middelen te verkrijgen;
d) vereffening van het verschil tussen de kosten van de door de Bank gebruikte middelen en de opbrengst van de rente der toegekende leningen.
Voor het bedrag en de voorwaarden van de in artikel 3, sub b), bedoelde verrichtingen is de voorafgaande instemming vereist van de Lid-Staat op wiens aandeel deze verrichtingen in mindering worden gebracht.
Artikel 6
Naarmate de leningen worden verstrekt, stelt de Bank de Lid-Staten in kennis van het vermoedelijke ritme van de ten behoeve van de geldnemers te verrichten stortingen.
Over deze prognoses wordt ieder jaar op 30 juni en op 31 december een halfjaarlijks verslag uitgebracht.
Artikel 7
De bedragen die door iedere Lid-Staat worden verstrekt of voor zijn rekening worden bijeengebracht, komen ten laste van het aandeel van deze Staat op de grondslag van de pariteit ten opzichte van de rekeneenheid geldende op de dag waarop de middelen met het oog op de betaling aan de geldnemers worden opgevraagd.
De overmaking van gelden tussen de Bank en de Lid-Staten geschiedt naar keuze van deze laatste, hetzij door middel van ontlening aan hun schatkist, hetzij via rekeningen die door iedere Lid-Staat bij zijn nationale schatkist of bij door hem aangewezen instellingen worden geopend.
Het opvragen van gelden door de Bank geschiedt naarmate deze daadwerkelijk worden gebruikt.
Artikel 8
De bedragen van de kredieten die overeenkomen met elke door de Bank toegestane lening, worden uitgedrukt in rekeneenheden en worden op de dag van ondertekening van de leenovereenkomst in mindering gebracht op het totale bedrag van de financiële bijstand, dat in artikel 3 van het Financiële Protocol is vastgesteld.
Wanneer een krediet wordt geannuleerd voordat de hieraan verbonden betalingen geheel of gedeeltelijk hebben plaatsgevonden, wordt het niet betaalde gedeelte als niet toegekend beschouwd.
De betalingen aan de geldnemers vinden plaats in de munteenheden waarover de Bank krachtens artikel 3 beschikt; de betaalde gelden worden in mindering gebracht op de kredieten op de grondslag van de pariteit tussen de rekeneenheid en de gestorte munteenheid op de dag van storting.
De leningen moeten worden terugbetaald in de gestorte munteenheid ten belope van het in elke munteenheid gestorte bedrag; de rente moet worden betaald in de munteenheid waarin de hoofdsom van de lening moet worden terugbetaald.
De door de Bank geïnde bedragen aan kapitaal en rente op iedere lening worden tussen de Lid-Staten verdeeld in de verhouding waarin het kapitaal van deze lening op hun aandeel in mindering is gebracht. Deze bedragen worden op tussen de Bank en iedere Lid-Staat overeen te komen wijze terugbetaald.
Artikel 9
Voor zover zij niet in het Financiële Protocol zijn neergelegd worden de algemene beginselen inzake de keuze van de projecten en de voorwaarden voor de leningen vastgesteld in de aan de Europese Investeringsbank gegeven opdracht.
De Raad van Gouverneurs van de Bank stelt de richtlijnen vast voor het door de Bank te volgen beleid, met name gelet op de doelstellingen van de Associatieovereenkomst .
Artikel 10
De leningen worden verstrekt door de Bank volgens dezelfde procedure als die welke voor haar normale verrichtingen door haar statuten is vastgesteld, behoudens de volgende bepalingen:
De verzoeken om een lening waarover door de Turkse Regering een gunstig advies is uitgebracht, worden, vergezeld van alle ter zake dienende opmerkingen, door de Bank aan de Lid-Staten en aan de Commissie doorgezonden.
Het verzoek om een lening wordt geacht niet op bezwaren te stuiten, indien de Bank binnen vier weken na het doorzenden van de documenten geen verzoek van een Lid-Staat om overleg tussen de Lid-Staten ontvangt.
In het tegenovergestelde geval onderzoekt een Comité waarin een vertegenwoordiger van iedere Lid-Staat zitting heeft en waaraan een vertegenwoordiger van de Commissie deelneemt, de ontvankelijkheid van het verzoek.
Het Comité nodigt deskundigen van de Bank uit zijn vergaderingen bij te wonen.
Het Comité spreekt zich uit met een gekwalificeerde meerderheid van 101 stemmen volgens de volgende verdeling:
-België -Denemarken -Bondsrepubliek Duitsland -Frankrijk -Ierland -Italië -Luxemburg -Nederland -Verenigd Koninkrijk 8 5 33 33 1 17 1 8 33
Artikel 11
De Lid-Staten verplichten zich ertoe om zich, naar verhouding van hun deelneming in het kapitaal van de Bank, jegens de Bank borg te stellen, daarbij afziend van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële en geldelijke verplichtingen die voor haar geldnemers voortvloeien uit haar hulp in de vorm van krachtens artikel 9 van het Financiële Protocol verstrekte leningen uit eigen middelen, zulks tot een bedrag waarvan de hoofdsom gelijkwaardig is aan 25 miljoen rekeneenheden.
De uit het voorgaande lid voortvloeiende verplichtingen zullen het voorwerp zijn van borgovereenkomsten tussen elk der Lid-Staten en de Bank.
Artikel 12
Deze Overeenkomst dient door elke Lid-Staat te worden goedgekeurd overeenkomstig zijn eigen grondwettelijke voorschriften. De Regering van elke Lid-Staat doet het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen mededeling van de beëindiging der procedures die voor het in werking treden van deze Overeenkomst zijn vereist. Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de laatste Regering deze mededeling doet.
Artikel 13
Deze Overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen, dat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan elk der ondertekenende Regeringen.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.
GEDAAN te Brussel, de drieëntwintigste november negentienhonderdzeventig.
Inhoudsopgave
Interne Overeenkomst inzake het Financiële Protocol
+ HOOFDSTUK I. Leningen tegen bijzondere voorwaarden
+ HOOFDSTUK II. Gewone leningen
+ HOOFDSTUK III. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht