5. Verhouding tussen vraag-vormen
Ongeveer 2/3 van de te behalen scorepunten zal worden toegekend aan de traditionele meerkeuzevragen enmeerkeuze-invulvragen. Ongeveer1/3 aan de andere vraagvormen.
Daarnaast zijn er ook opdrachten waarbij de kandidaten informatie moeten herordenen of in schema’s invullen. Dit zijn in zoverre open vragen dat er geen sprake is van een vraag bestaande uit een stam met3 of meer alternatieven ( de traditionele meerkeuzevraag). Het is vaak een kwestie van kruisjes zetten, namen of getallen invullen.
Er zijn zowel inhoudelijke (eindtermen) als toetstechnische overwegingen voor het kiezen voor bepaalde vraagvormen. Daarnaast zijn er ook pedagogisch-didactische overwegingen: gezien de invloed van de examenvorm op het voorafgaande onderwijs is een brede variatie aan vraag- en opdrachtvormen onontbeerlijk. Hieronder bespreken we de verschillende vraagvormen en geven daarbij aan voor welke eindtermen ze geschikt zijn. Ook worden enkele toetstechnische aspecten besproken.
Inhoudsopgave
1. Open vragen moderne vreemde talen in vwo en havo
2. Open vragen moderne vreemde talen in mavo en vbo
3. Gebruik van het Nederlands in open vragen
4. Gebruik van het Nederlands in de antwoorden
5. Verhouding tussen vraag-vormen
Toelichting bij de invoering van open vragen
Voorbeelden
6. Eerste en tweede correctie
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht