Kostprijs van aandelen indien de situatie van deelnemingsvrijstelling verandert in niet-deelnemingsvrijstelling en andersom
1. Inleiding
In het arrest van 22 januari 1997, nr. 31 748, BNB 1997/101c oordeelde de Hoge Raad het in overeenstemming met de strekking van de deelnemingsvrijstelling om, indien bepaalde aandelen op enig moment hun status van deelneming verliezen, de nadien behaalde winst te berekenen uitgaande van de waarde van de aandelen op het moment van statuswisseling, en daarbij deze waarde aan te merken als de kostprijs van die aandelen. Vervolgens, aldus de Hoge Raad, verzet goed koopmansgebruik zich niet ertegen voortaan bedoelde aandelen per balansdatum te waarderen op voormelde kostprijs of lagere beurskoers. De omstandigheid dat deze kostprijs afwijkt van de historische kostprijs van die aandelen, doet hieraan niet af. Voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling volgt uit dit arrest een volledige compartimentering; er vindt dus geen saldering plaats van vrijgestelde en niet-vrijgestelde voordelen. Wel bestaan er nog vragen over het tijdstip waarop de verschillende resultaten in aanmerking dienen te worden genomen. Moet de op het moment van een dergelijke statuswisseling in de aandelen besloten liggende winst op dat moment als genoten worden beschouwd, of heeft de belastingplichtige op dit punt een keuze?
2. Standpunt
Het in het arrest vervatte oordeel van de Hoge Raad dat goed koopmansgebruik toelaat bij een wisseling van status een ander waarderingsstelsel te kiezen beantwoordt nog niet de vraag of een herziening van de kostprijs is toegelaten, dan wel verplicht is. Beide opvattingen zijn verdedigbaar. Afrekening over de op het moment van de statuswisseling in de aandelen besloten liggende winst en herziening van de kostprijs dient de eenvoud en houdt de winstbepaling comptabel. Anderzijds valt er uit een oogpunt van voorzichtigheid wel wat af te dingen op een verplichte winstneming vanwege de enkele omstandigheid dat de fiscale behandeling van toekomstige winsten verandert.
Handhaving kostprijs onder voorwaarde Indien de belastingplichtige aandelen bezit, waarop gedurende enig tijdvak de deelnemingsvrijstelling van toepassing is en gedurende een volgend tijdvak niet, of omgekeerd, keur ik goed dat de belastingplichtige bij het einde van het eerstbedoelde tijdvak de kostprijs van de aandelen handhaaft onder de voorwaarde dat de belastingplichtige schriftelijk verklaart wat de waarde in het economische verkeer op dat moment is en tevens verklaart zich niet later op het standpunt te zullen stellen dat de kostprijs had moeten worden herzien bij het einde van het eerstbedoelde tijdvak en dat het resultaat uit dien hoofde eerder in de heffing had moeten worden betrokken. In reactie op de schriftelijke verklaring van de belastingplichtige stelt de inspecteur de herziene kostprijs vast en doet de belastingplichtige hiervan mededeling.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Standpunt
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht