1.
Het bestuurscollege kan toestaan dat een doorlopende zekerheid wordt gesteld tot een door hem te bepalen bedrag voor de betaling van de verschuldigde loodsgelden.
2.
In geval van een zekerheidsstelling moeten de loodsgelden die in de loop van de maand vorderbaar zijn geworden, vóór de 10e dag van de daarop volgende maand worden betaald.
3.
Bij niet nakoming van de bepaling van het tweede lid kan door het bestuurscollege de gunst van zekerheidsstelling worden ingetrokken.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
+ Hoofdstuk II. Loodsen
+ Hoofdstuk III. Loodsplicht
- Hoofdstuk IV. Vergoedingen
+ Hoofdstuk V. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VI. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht