1.
Van de verplichting, bedoeld in artikel 5, zijn uitgezonderd:
a. Nederlandse oorlogsschepen;
b. schepen met een bruto inhoud van 50 ton of daarbeneden, mits deze vaartuigen geen ander vaartuig op sleeptouw hebben;
c.
1°. schepen met een bruto inhoud van 300 ton of daarbeneden van petroleummaatschappijen of bij deze maatschappijen in gebruik, wanneer deze schepen dezelfde haven uit- en invaren teneinde binnen drie zeemijlen buiten die haven werkzaamheden te verrichten in verband met het bedrijf dier maatschappijen en dan terug te keren;
2°. schepen met een bruto inhoud van 300 ton of daarbeneden van petroleummaatschappijen of bij deze maatschappijen in gebruik, wanneer de havens van hetzelfde eiland worden in- en uitgevaren om materialen, gereedschappen en werktuigen of baggerspecie langs de kust te vervoeren of teneinde in een andere haven van hetzelfde eiland werkzaamheden te verrichten in verband met het bedrijf dier maatschappijen;een en ander voor zover deze schepen niet meer dan één vaartuig op sleeptouw hebben of niet meer dan twee vaartuigen op sleeptouw hebben met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 135 ton;
d. schepen die hun thuishaven hebben op Bonaire met een bruto-inhoud van meer dan 50, doch minder dan 250 ton, mits door het bestuurscollege van Bonaire voor het binnenvaren van, uitvaren van, of verhalen in die thuishaven een vergunning is afgegeven.
2.
Bij eilandsverordening van Bonaire wordt de hoogte van het jaarlijks te betalen vergunningsrecht, alsmede de overige voorwaarden tot het verkrijgen ener vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, vastgesteld.
3.
Het bestuurscollege van Bonaire kan bij een met redenen omkleed besluit, gelezen het advies van de Havenmeester, weigeren een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, te verlenen, indien het daartoe een gegronde reden aanwezig acht.
4.
Het bestuurscollege van Bonaire kan bij een met redenen omkleed besluit, gehoord het advies van de Havenmeester, een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, intrekken, indien:
a. één of meer bepalingen van deze wet of de eilandsverordening, bedoeld in het tweede lid, door de vergunninghouder wordt overtreden;
b. een of meer bepalingen van het Havenreglement Bonaire door de vergunninghouder wordt overtreden;
c. een of meer van de aan de vergunning door het bestuurscollege verbonden vergunningsvoorwaarden door de vergunninghouder wordt overtreden;
d. het bestuurscollege daartoe een gegronde reden aanwezig acht.
5.
Tegen weigering of intrekking der vergunning staat beroep open bij de eilandsraad van Bonaire binnen 14 dagen na dagtekening van de betreffende beschikking. De eilandsraad beslist op het beroep binnen 28 dagen na het vervallen van de beroepstermijn.
6.
In geval van intrekking der vergunning, wordt, op daartoe gedaan verzoek en tegen overlegging van het schriftelijk bewijs van de vergunning, het reeds over het lopende jaar betaalde vergunningsrecht gerestitueerd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de beslissing tot intrekking der vergunning door het bestuurscollege is genomen.
1.
Onverminderd artikel 5a kan bij eilandsverordening vrijstelling worden verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 5, voor:
a. daarbij aangewezen categorieën van schepen;
b. schepen, indien de kapitein of een aan boord zijnde stuurman tijdens de vaart op de desbetreffende scheepvaartweg in het bezit is van een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 9 en de leiding over de navigatie voert.
2.
Door het bestuurscollege kan aan een schip dat gebruik maakt van een loodsplichtige scheepvaartweg, in bij eilandsverordening aan te geven gevallen, ontheffing worden verleend. Aan ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Eveneens kunnen deze onder beperkingen worden verleend.
Artikel 7
Bij eilandsverordening, kan worden bepaald in welke gevallen en omstandigheden, en op welke wijze:
a. de kapitein die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de loodsplicht is vrijgesteld, niettemin worden verplicht om tijdens de vaart van het schip op een loodsplichtige scheepvaartweg gebruik te maken van de diensten van een loods;
b. de kapitein worden verplicht om tijdens de vaart van het schip op een scheepvaartweg die niet een loodsplichtige is, gebruik te maken van de diensten van een loods; en
c. de kapitein worden verplicht ten behoeve van het loodsen aanwijzingen op te volgen met betrekking tot:
1°. het gebruik van meer dan één loods;
2°. het gebruik maken van de diensten van een loods aan boord van het schip, dan wel vanaf de wal of vanaf een ander schip.
Artikel 8
Het bepaalde in deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een schip dat geen zeeschip is alsmede ten aanzien van degene die daarover de feitelijke leiding heeft, indien dit schip zich op zee bevindt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen
+ Hoofdstuk II. Loodsen
- Hoofdstuk III. Loodsplicht
+ Hoofdstuk IV. Vergoedingen
+ Hoofdstuk V. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk VI. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht