Artikel iiiArtikel 63 Loodsenwet

Uitgebreide informatie
1.
Op hun verzoek worden in het register ingeschreven degenen die, zonder te voldoen aan het bepaalde krachtens artikel 22, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum:
a. hetzij loods zijn als bedoeld in artikel 3 van de Loodswet 1957;
b. hetzij gemeentelijke havenloods zijn als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Loodswet 1957.
2.
Op hun verzoek worden degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum adspirant-loods zijn als bedoeld in artikel 6 van het Algemeen Loodsreglement (Stb. 1932, 433), of als zodanig zijn aangesteld, aangemerkt als adspirant-loods als bedoeld in artikel 19, eerste lid. Zij hebben het recht op een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 19, eerste lid,onderdeel b,met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen regionale corporatie, ingaande op de overgangsdatum.
3.
Degenen die op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum behoren tot het personeel van de loodsdienst als bedoeld in artikel 4 van het Algemeen Loodsreglement, en op wie het eerste of tweede lid niet van toepassing is, hebben het recht om in dienst te treden bij een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, ingaande op de overgangsdatum. Dit geldt eveneens voor het personeel in dienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk van een gemeente die een functie vervullen ten behoeve van de uitoefening van de loodsdienst en waarvan de functie als zodanig is aangewezen door Onze Minister. Voor het personeel in dienst van een gemeente vindt die aanwijzing plaats in overeenstemming met het bestuur van die gemeente. Aanwijzing van de rechtspersoon vindt plaats in overeenstemming met het bestuur van die rechtspersoon.
4.
De arbeidsovereenkomst als bedoeld in het derde lid, geldt voor onbepaalde tijd indien het personeelslid was aangesteld in vaste dienst of voor onbepaalde tijd in tijdelijke dienst, dan wel werkzaam was voor onbepaalde tijd op arbeidsovereenkomst. Indien het personeelslid was aangesteld of werkzaam was op arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd, geldt de arbeidsovereenkomst voor de niet verstreken tijd van de tijdelijke dienst of de arbeidsovereenkomst.
5.
De arbeidsovereenkomst betreft een funktie welke overeenkomt met de funktie welke het personeelslid laatstelijk vervulde in dienst van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk in dienst van de gemeente, behoudens ten aanzien van de door Onze Minister nader te bepalen funkties.
6.
De voorwaarden van de arbeidsovereenkomst zullen in het geheel ten minste overeenkomen met die welke voor het personeelslid golden uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit geldt op overeenkomstige wijze voor het personeel van de gemeente. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ter zake nadere regels vaststellen.
7.
De krachtens het derde lid aangewezen rechtspersoon is gehouden de arbeidsovereenkomst aan te gaan zonder nadere selectie of keuring.
8.
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, ter uitvoering van het eerste, tweede en derde lid, nadere regels vaststellen.
Inhoudsopgave
- Artikel I
- Artikel II
- Artikel III
+ Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht