Artikel 36
Het tuchtcollege loodsen houdt zitting in de samenstelling als genoemd in artikel 29, derde lid.
1.
Een zaak betreffende een onderwerp als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale corporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
2.
Zodra een klacht is ingekomen stelt de voorzitter een voorlopig onderzoek in. De organen van de corporatie of een regionale corporatie verlenen daarbij desgevraagd medewerking.
3.
Blijkt dat de klacht is ingediend door iemand die daartoe niet ingevolge het eerste lid bevoegd is, dan verklaart de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klager zonder nader onderzoek bij met reden omklede beslissing schriftelijk niet ontvankelijk. Blijkt dat de klacht kennelijk ongegrond is in die zin, dat de feiten waarop zij berust niet tot toepassing van artikel 28, eerste lid, kunnen leiden, dan kan de voorzitter van het tuchtcollege loodsen zonder verder onderzoek de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk afwijzen. Blijkt dat het tuchtcollege loodsen onbevoegd is, dan wijst de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de klacht bij met reden omklede beslissing schriftelijk af.
4.
Intrekken van de klacht, nadat deze is ingekomen, of staking van de werkzaamheden door de persoon over wie geklaagd is, heeft op de verdere behandeling geen invloed, wanneer naar het oordeel van het tuchtcollege loodsen het algemeen belang dat vermoedelijk is geschonden vordert dat de behandeling wordt voortgezet of wanneer degene over wie geklaagd is, schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling van de klacht te verlangen.
1.
Zij die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt, indien te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.
Over wraking of verschoning wordt ten spoedigste beslist door hen die deel uitmaken van het tuchtcollege loodsen, met uitzondering van degene die wordt gewraakt of die verlangt zich te verschonen. Bij staking van stemmen wordt de wraking onderscheidenlijk de verschoning toegewezen.
1.
De behandeling van een zaak, betreffende een onderwerp als bedoeld in artikel 28, eerste lid, door het tuchtcollege loodsen geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt.
2.
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde ter zitting en kan daartoe de nodige maatregelen treffen.
3.
De beslissing in een door het tuchtcollege loodsen behandelde zaak wordt door de voorzitter in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de secretaris.
4.
Van tijd en plaats van een openbare zitting of van een openbare uitspraak wordt ten minste twee weken en ten hoogste vier weken tevoren in de Staatscourant mededeling gedaan.
1.
Behoudens in de gevallen, als bedoeld in artikel 37, derde lid, neemt het tuchtcollege loodsen geen beslissing aangaande een ingediende klacht dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping van de persoon over wie geklaagd is en van de klager.
2.
De persoon over wie geklaagd is kan, tenzij het tuchtcollege loodsen beveelt dat hij in persoon zal verschijnen, zich ter terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat of een daartoe schriftelijk gemachtigd persoon. Hij kan zich door een raadsman doen bijstaan.
3.
Het tuchtcollege loodsen kan weigeren bepaalde personen die geen advocaat zijn, als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt het tuchtcollege loodsen de zaak tot een volgende zitting aan.
4.
De persoon over wie geklaagd is en zijn raadsman worden in de gelegenheid gesteld ten minste veertien dagen voor de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting van de processtukken kennis te nemen.
1.
Het tuchtcollege loodsen kan, hetzij op verzoek van de persoon over wie geklaagd is, hetzij op verzoek van de klager, hetzij ambtshalve, getuigen en deskundigen oproepen en horen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven.
2.
Verschijnt een getuige of een deskundige op de oproeping niet, dan doet de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag op verzoek van het tuchtcollege loodsen hem dagvaarden.
3.
Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier, bedoeld in het vorige lid, op verzoek van het tuchtcollege loodsen hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging.
4.
Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
5.
De getuigen leggen in handen van de voorzitter van het tuchtcollege loodsen de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen hun diensten als zodanig te verlenen.
6.
Ten aanzien van de getuigen en deskundigen zijn de artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.
7.
De getuigen en deskundigen ontvangen desgevraagd op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken (Stb. 1963, 130).
1.
De beslissing van het tuchtcollege loodsen aangaande een ingediende klacht houdt de overweging in waarop zij steunt en wordt op schrift gesteld.
2.
De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt van de beslissing van het tuchtcollege loodsen onverwijld bij aangetekende brief afschrift:
a. aan de persoon over wie geklaagd is;
b. aan de klager;
c. aan de algemene raad.
3.
De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt van een beslissing van de voorzitter onverwijld bij aangetekende brief afschrift aan de klager.
4.
De secretaris van het tuchtcollege loodsen verstrekt desgevraagd aan de gerechten en het openbaar ministerie inlichtingen omtrent onherroepelijke beslissingen.
Artikel 43
Beslissingen van het tuchtcollege loodsen, genomen met een ander aantal personen of in een andere samenstelling dan is voorgeschreven, zijn nietig.
Artikel 44
De artikelen 1, onderdeel b, 3, 4, eerste lid, 5, 31 tot en met 43 en 44 eerste lid, van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop die wet werd ingetrokken zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. van artikel 4, eerste lid, slechts de minimumboete van overeenkomstige toepassing is;
b. onder «de voorzitter van het bedrijfslichaam» in die artikelen telkens moet worden verstaan: de algemene raad of het bestuur van een regionale corporatie.
Inhoudsopgave
- Artikel I
+ Artikel II
+ Artikel III
+ Artikel IV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht