Let op. Deze wet is vervallen op 28 oktober 2015. U leest nu de tekst die gold op 27 oktober 2015.

Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen

Uitgebreide informatie
Loonheffingen, inkomstenbelasting, internationale aspecten van pensioenen
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit bevat een samenvoeging en actualisering van zes eerdere beleidsbesluiten over de pensioenen van werknemers die grensoverschrijdend wonen of werken of allebei. Dit besluit bevat de aanwijzing van een aantal regelingen als pensioenregeling.
1. Algemene inleiding
Dit besluit behandelt enige situaties van pensioenopbouw en pensioenafwikkeling met internationale aspecten. De eerste situatie komt in onderdeel 2 aan de orde. Het betreft daar inkomende werknemers. De tweede situatie betreft uitgaande werknemers. Hierover gaat onderdeel 3.
In dit besluit wijs ik enkele regelingen aan als pensioenregeling. Die aanwijzingen vinden plaats in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie artikel 19d van de Wet op de loonbelasting 1964).
Dit besluit bevat enkele beleidswijzigingen. Ik geef de voornaamste daarvan aan in de tekst van het besluit.
a. Dit beleidsbesluit is een samenvoeging en actualisatie van:
het besluit van 20 december 2000 , nr. CCP2000/3178M over overdracht van pensioenkapitaal aan EU/ECB;
het besluit van 17 januari 2002 , nr. CPP2001/3181M, over overdracht van pensioenkapitaal vanuit het buitenland;
het besluit van 16 juli 2002 , nr. CPP2002/192M, over overdracht van pensioenkapitaal aan een buitenlandse verzekeraar;
het besluit van 6 augustus 2002 , nr. CPP2002/784M, over in het buitenland opgebouwde zuivere pensioenen waarvoor tijdens de opbouw geen tegemoetkoming is genoten;
het besluit van 24 september 2002 , nr. CPP2002/1640M, over aanwijzing van onzuivere buitenlandse pensioenregelingen;
het besluit van 22 januari 2004 , nr. CCP2003/200M over overdracht van pensioenkapitaal aan een pensioenfonds van een internationale organisatie.
b. De volgende besluiten zijn niet in dit besluit overgenomen omdat de inhoud daarvan rechtstreekse wetstoepassing betreft:
het besluit van 16 april 2001 , nr. RTB2001/1325M, over beperkte pensioenopbouw gedurende salarissplitsing;
het besluit van 24 juli 2002 , nr. CPP2002/1073M, over voortzetting van een Nederlandse pensioenregeling bij uitzending naar het buitenland in concernverband.
De inhoud van deze besluiten is of wordt voor zoveel nodig geactualiseerd en verplaatst naar de voorlichtingssite van de kennisgroep pensioenen van de Belastingdienst: www.belastingdienstpensioensite.nl (op termijn te raadplegen via www.belastingdienst.nl).
c. Ook trek ik het besluit in van 21 december 2000 , nr. CPP2000/2971M, over de toepassing van de artikelen 19b en 36 (tekst tot 28 december 2000) van de Wet op de loonbelasting 1964 in internationaal verband. Dat besluit heeft zijn belang verloren door jurisprudentie.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
Verordening (EEG) 1408/71 Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 3.83, eerste of tweede lid artikel 7.2, achtste lid, van de Wet IB 2001 artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Verordening (EEG) 1408/71 hoofdstuk II van de Wet LB Zorgverzekeringswet artikel 19a van de Wet LB Pensioenwet Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 Verordening (EEG) 1408/71 Wet LB Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964
aanvullend pensioen een pensioen dat is overeengekomen tussen werkgever en werknemer en dat niet valt onder of onder een verdrag inzake de sociale zekerheid
AWR
BSN Burgerservicenummer
buitenlandse pensioen- uitvoerder een pensioenuitvoerder die in het buitenland is gevestigd of een pensioenuitvoerder van een internationale organisatie
conserverende aanslag een aanslag inkomstenbelasting als bedoeld in , of , inclusief de daarop verschuldigde revisierente als bedoeld in .
detachering tijdelijke uitzending voor werkzaamheden op het grondgebied van een andere lidstaat; de werknemer blijft op grond van de artikelen 14, eerste lid, en 17 van voor de sociale verzekeringen verzekerd in de lidstaat van uitzending
DNB De Nederlandsche Bank N.V.
ECB Europese Centrale Bank
EU Europese Unie (hieronder worden alle Europese Gemeenschappen begrepen)
inkomende werknemer werknemer die vanuit het buitenland in Nederland komt wonen of werken
loon loon in de zin van
loonheffingen loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage
pensioenuitvoerder een instelling of organisatie die een pensioenregeling uitvoert in overeenstemming met de fiscale, sociale en arbeidswetgeving van de staat van vestiging of met internationale regelgeving
pensioenverzekeraar een pensioenfonds of een lichaam in de zin van
PW
UBLB
tewerkstelling tijdelijke uitzending voor werkzaamheden vanuit een staat naar het grondgebied van een andere staat, daaronder begrepen een detachering die valt onder de artikelen 14, eerste lid, en 17 van
uitgaande werknemer werknemer die in het buitenland gaat werken of die in Nederland gaat werken voor een internationale organisatie
vervolgoverdracht elke overdracht van pensioenkapitaal (waardeoverdracht) aan een fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder die volgt op de (eerste) waardeoverdracht vanuit een Nederlandse pensioenregeling aan een fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder
voorzitter de voorzitter van het managementteam van Belastingdienst/Limburg/kantoor Buitenland te Heerlen
waardeoverdracht overdracht van pensioenkapitaal aan een andere pensioenuitvoerder
werkgever – inhoudingsplichtige ingevolge de of – degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat
Wet IB 2001
Wet LB
2.1. Inleiding
Als een werknemer in Nederland komt wonen of werken is er wat zijn pensioen betreft een aantal situaties mogelijk. In dit besluit ga ik in op drie situaties:
a. De werknemer zet bij een tewerkstelling in Nederland de bestaande deelneming in een buitenlandse pensioenregeling voort ( onderdeel 2.2).
b. Er vindt een overdracht plaats van het buitenlandse pensioenkapitaal aan de pensioenverzekeraar van een Nederlandse pensioenregeling ( onderdeel 2.3).
c. De (ex-)werknemer gaat in Nederland pensioen genieten uit een naar Nederlandse maatstaven zuivere pensioenregeling, die deels of geheel buiten Nederland is opgebouwd zonder fiscale faciliëring ( onderdeel 2.4).
In de situaties onder a en b kan sprake zijn van een pensioenregeling die in strijd is of komt met de Wet LB . In dat geval zou de regeling niet onder de fiscale faciliteit vallen. Vanwege het mogelijk negatieve effect daarvan op de arbeidsmobiliteit vind ik dat ongewenst. Daarom wijs ik deze regelingen hierna voor zover nodig en onder voorwaarden aan als pensioenregeling. In situatie c kan sprake zijn van een ongewenste economische dubbele heffing.
2.2. Voortzetting buitenlandse pensioenregeling bij inkomende werknemers
Inkomende werknemers die hebben gewerkt bij een in het buitenland gevestigde niet-inhoudingsplichtige werkgever kunnen tijdelijk werknemer worden in de zin van de Wet LB . Meestal is dan sprake van uitzending naar en tewerkstelling in Nederland. Zij willen vaak de buitenlandse pensioenregeling voortzetten in de periode dat ze in Nederland belastingplichtig zijn. Een buitenlandse pensioenregeling zal in het algemeen niet aan de bepalingen van de Wet LB voldoen. De regeling zal dan moeten worden aangewezen.
In dit onderdeel geef ik twee aanwijzingen. Bij de eerste aanwijzing ( onderdeel 2.2.1) gaat het om pensioenen van werknemers die vanuit een lidstaat van de EU in Nederland worden tewerkgesteld. De tweede aanwijzing ( onderdeel 2.2.2) betreft de pensioenen van werknemers in geval van tewerkstelling in Nederland vanuit een niet-lidstaat.
Beide aanwijzingen laten onverlet een eventuele collectieve aanwijzing als pensioenregeling van buitenlandse ouderdomsvoorzieningen in andere besluiten. Voorts laten de aanwijzingen onverlet de bepalingen in verdragen die een voor de werknemer gunstiger fiscale behandeling van betaalde pensioenbijdragen toestaan.
2.2.1. Aanwijzing en voorwaarden bij uit een andere EU-lidstaat tewerkgestelde werknemers
Deze aanwijzing betreft tijdelijke tewerkstellingen vanuit een andere EU-lidstaat. De aanwijzing sluit aan bij de bepalingen van richtlijn 98/49/EG betreffende de bescherming van rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen. Deze aanwijzing komt neer op een fiscale erkenning door Nederland van alle regelingen voor aanvullend pensioen in de EU in geval van een tewerkstelling in Nederland. De fiscale erkenning houdt in dat Nederland vrijstelling van pensioenaanspraken en aftrek van pensioenpremies verleent in dezelfde mate en tot hetzelfde bedrag als hetgeen de fiscale wetgeving in de lidstaat van uitzending voorschrijft. Nederland accepteert hiermee een tijdelijke inbreuk op de fiscale autonomie bij tewerkstellingen en handhaaft hiermee, in overeenstemming met Europese regelgeving, zo veel mogelijk de gelijkheid tussen uitgezonden en niet-uitgezonden werknemers uit de uitzendstaat. Hiervoor wijkt tijdelijk en binnen zekere grenzen het gebruikelijke uitgangspunt van gelijkheid van behandeling van alle werknemers op het grondgebied van de werkstaat (territorialiteitsbeginsel). De begrenzing van de fiscale behandeling tot wat in de andere lidstaat fiscaal is toegestaan houdt hiermee rechtstreeks verband. Deze begrenzing strekt ertoe tegen te gaan dat de werknemer gedurende de detachering in Nederland een hogere aftrek of vrijstelling van pensioenpremies of -aanspraken krijgt dan in de lidstaat van uitzending.
De fiscale erkenning heeft als achtergrond de bevordering van een zo veel mogelijk ongewijzigde opbouw van het aanvullende pensioen van mobiele werknemers alsmede het voorkomen van complicaties in de uitvoering ten gevolge van het stellen van aanvullende voorwaarden en het verminderen van administratieve lasten voor werkgever en werknemer. Deze aanwijzing vindt plaats op grond van artikel 19d, onderdeel c, van de Wet LB.
Voor deze aanwijzing gelden de voorwaarden die zijn opgenomen in bijlage I . Een van de voorwaarden voor de aanwijzing als fiscaal erkende pensioenregeling is dat de regeling wordt uitgevoerd door een pensioenverzekeraar in de zin van artikel 19a, eerste lid, onderdeel c of onderdeel f, van de Wet LB. Voor de toepassing van deze aanwijzing versta ik met toepassing van artikel 63 van de AWR onder pensioenverzekeraar ook de werkgever die op grond van de wetgeving van de andere lidstaat bevoegd is zelf als pensioenuitvoerder van een collectieve regeling op te treden. Zie voorwaarde d van bijlage 1 . Deze uitbreiding betreft met name de pensioentoezeggende onderneming die de pensioenverplichting opneemt op de balans. Dit noemt men wel het systeem van boekreserves. Een voorbeeld van de toepassing van het boekreservesysteem is te vinden bij de Duitse Direktzusage-pensioenen. In dat systeem is de werkgever zelf de pensioenuitvoerder.
De aanwijzing betreft werknemers die tijdelijk vanuit een andere EU-lidstaat in Nederland worden tewerkgesteld. In de meeste gevallen zal tevens sprake zijn van een detachering. De werknemer blijft dan onderworpen aan de sociale-verzekeringswetgeving van de lidstaat van oorsprong krachtens de artikelen 14, eerste lid, en 17 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 (PbEG L 149). Deze verordening betreft de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen die zich binnen de gemeenschap verplaatsen. Omwille van de eenvoud in de uitvoering geldt de aanwijzing ook voor werknemers die worden tewerkgesteld vanuit een andere EU-lidstaat zonder dat sprake is van een formele detachering in de zin van Verordening (EEG) nr. 1408/71.
Wellicht ten overvloede merk ik op dat het bij de toepassing van dit besluit moet gaan om reële tewerkstellingen. De Belastingdienst zal misbruik en oneigenlijk gebruik van de aanwijzing van de buitenlandse pensioenregeling bestrijden. Voorbeeld: een werknemer is eerst in Nederland in dienst bij een Nederlandse concernmaatschappij. Hij treedt vervolgens in dienst van een buitenlandse concernmaatschappij en wordt direct ‘teruggedetacheerd’ naar de Nederlandse concernmaatschappij. Het doel is om de Nederlandse fiscale begrenzingen aan pensioenregelingen voor 5 jaar te omzeilen met een ruimere pensioenregeling uit een andere lidstaat. Indien partijen de realiteitswaarde van een dergelijke constructie niet aannemelijk kunnen maken, is dit besluit niet van toepassing. De Belastingdienst zal de pensioenaanspraak in dat geval aanmerken als belast loon.Mandaatverlening van de aanwijsbevoegdheid
Ik mandateer hierbij (met de bevoegdheid van ondermandaat) aan de voorzitter de bevoegdheid om pensioenregelingen van vanuit een andere EU-lidstaat inkomende werknemers aan te wijzen als pensioenregeling in de zin van de Wet LB . Bij een dergelijke aanwijzing gelden de voorwaarden en bijzonderheden die zijn vermeld in bijlage I van dit besluit.
2.2.2. Aanwijzing en voorwaarden in andere situaties van tewerkstelling in Nederland
Deze aanwijzing betreft alle gevallen van tijdelijke tewerkstelling in Nederland van werknemers vanuit een staat die geen lid is van de EU. Voor deze aanwijzing gelden deels andere voorwaarden. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het voorheen geldende besluit zijn:
de introductie van een gedeeltelijke aanwijzing;
een uitdrukkelijk voorbehoud voor wijzigingen van de regeling op meer dan ondergeschikte punten en voor wetswijzigingen.Mandaatverlening van de aanwijsbevoegdheid
Ik mandateer hierbij (met de bevoegdheid van ondermandaat) aan de voorzitter de bevoegdheid om pensioenregelingen van inkomende werknemers als in dit onderdeel bedoeld aan te wijzen als pensioenregeling in de zin van de Wet LB . Bij een dergelijke aanwijzing gelden de voorwaarden en bijzonderheden die zijn vermeld in bijlage II van dit besluit.
2.3. Waardeoverdracht vanuit het buitenland
Inkomende werknemers die in Nederland voor langere tijd een dienstbetrekking aangaan, willen soms het in het buitenland opgebouwde pensioenkapitaal naar Nederland overdragen. Het gaat hier om andere waardeoverdrachten dan die zijn geregeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel f, van het UBLB. De buitenlandse pensioenuitvoerder is doorgaans een volgens de Nederlandse regels niet-toegelaten verzekeraar. Op grond van de pensioenovereenkomst kent de Nederlandse werkgever aan de werknemer pensioenaanspraken toe in de Nederlandse pensioenregeling als tegenprestatie voor het ontvangen kapitaal. Dit zijn aanspraken die worden verleend over dienstjaren die de Nederlandse regelgeving fiscaal niet erkent. Ze worden immers niet genoemd in artikel 10a van het UBLB. De gehele pensioenaanspraak komt daardoor mogelijk in strijd met de algemene regels voor fiscale faciliëring. Dit acht ik in een aantal gevallen ongewenst. Daarom volgt hierna voor die gevallen een aanwijzing als pensioenregeling.Aanwijzing
Voor zover nodig wijs ik de volgende pensioenregelingen aan als pensioenregeling in de zin van de Wet LB . Het betreft pensioenregelingen van werknemers die pensioenkapitaal vanuit het buitenland laten overdragen aan de pensioenverzekeraar van hun Nederlandse pensioenregeling. Aan deze aanwijzing verbind ik de volgende voorwaarden:
a. De buitenlandse pensioenuitvoerder draagt het pensioenkapitaal rechtstreeks over aan de pensioenverzekeraar.
b. De Nederlandse werkgever kent niet meer pensioenrechten toe dan hetgeen overeenkomt met het overgedragen kapitaal.
c. Na de waardeoverdracht blijft de regeling in alle overige opzichten voldoen aan de van toepassing zijnde bepalingen van de Wet LB .
d. De werknemer pleegt in verband met de waardeoverdracht geen enkele aftrek op enig in Nederland belastbaar inkomen van hem of zijn partner.Toelichting op voorwaarde b
Als men het kapitaal inbrengt in een pensioenregeling die is gebaseerd op een eindloonstelsel kan de werkgever aan de werknemer fictieve dienstjaren toekennen, overeenkomend met het bedrag van het kapitaal. Is sprake van een middelloonstelsel dan kan de werknemer voor het kapitaal een extra pensioenbedrag inkopen. Bij een beschikbare-premiestelsel dient het overgedragen kapitaal als premie voor een toekomstig pensioen.
2.4. Uitkeringen ingevolge Nederlandse pensioenaanspraken waarvoor de werknemer tijdens de opbouw in het buitenland geen fiscale tegemoetkoming heeft genoten
Pensioenuitkeringen uit een Nederlandse pensioenregeling die voldoet aan de regels voor fiscale faciliëring zijn belast volgens artikel 10, eerste lid, van de Wet LB. Daar staat tegenover dat de verworven aanspraken tijdens de opbouw zijn vrijgesteld en dat de premies aftrekbaar zijn. Het komt voor dat werknemers in het buitenland pensioen (blijven) opbouwen in een Nederlandse pensioenregeling die wel voldoet aan de Nederlandse fiscale regels, maar niet aan de buitenlandse. Deze situatie kan zich voordoen als een werknemer tijdelijk in het buitenland gaat werken onder voortzetting van zijn Nederlandse pensioenregeling bij de pensioenverzekeraar van die regeling. Het gevolg hiervan kan zijn dat de werknemer in het buitenland geen vrijstelling en geen premieaftrek krijgt tijdens de opbouw. De uitkeringen uit die regeling worden evenwel na terugkeer in Nederland normaal belast volgens artikel 10, eerste lid, van de Wet LB. Er is in dat geval dus sprake van economische dubbele heffing. Dit geeft mij aanleiding het volgende goed te keuren.Goedkeuring
Met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen keur ik goed dat in deze situatie een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Het betreft het bedrag van de voor en door de werknemer betaalde bijdragen terzake van de buitenlandse arbeid. Voorwaarde is dat de werknemer voor deze bijdragen in het buitenland geen fiscale tegemoetkoming heeft ontvangen. Ik verbind aan deze wetstoepassing de voorwaarde dat belanghebbende desgevraagd aannemelijk maakt dat in verband met de verkrijging van de pensioenaanspraken in het buitenland daadwerkelijk belasting is geheven die naar aard en strekking overeenkomt met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Onder een daadwerkelijke heffing versta ik ook het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer.Uitwerking en voorbeelden
Een cijfermatige uitwerking met voorbeelden van toepassing bij verschillende pensioenstelsels is te vinden op www.belastingdienstpensioensite.nl.
3.1. Inleiding
In dit onderdeel ga ik in op twee situaties die op pensioengebied kunnen voorkomen als een werknemer in het buitenland gaat werken (uitgaande werknemer):
a. De werknemer wenst de deelneming in de Nederlandse pensioenregeling tijdens zijn verblijf in het buitenland voort te zetten ( onderdeel 3.2).
b. Op verzoek van de werknemer vindt een overdracht van het pensioenkapitaal (waardeoverdracht) plaats van de pensioenverzekeraar aan een buitenlandse, fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder ( onderdeel 3.3).
In situatie a kan de vraag ontstaan in welke gevallen Nederland de voortgezette regeling nog fiscaal facilieert. Bij situatie b is van belang dat de wet de mogelijkheid biedt voorwaarden te stellen aan de overdracht. Van deze mogelijkheid maak ik in dit besluit gebruik. Indien de betrokkenen bij een overdracht niet aan die voorwaarden voldoen, kan de overdracht een belaste afkoop vormen.
3.2. Voortzetting Nederlandse pensioenregeling in het buitenland
Ik heb in de besluiten van 16 april 2001 , nr. RTB2001/1325M, en 24 juli 2002 , nr. CPP2002/1073M, antwoord gegeven op vragen over de mogelijkheden van voortzetting. Deze antwoorden betreffen rechtstreekse wetstoepassing. Zie onderdeel 1, onder b, van dit besluit.
3.3. Waardeoverdracht aan een fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder
Dit onderdeel behandelt de waardeoverdrachten op verzoek van een werknemer door een pensioenverzekeraar aan een fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder. Het gaat om overdrachten vanuit een Nederlandse pensioenregeling aan een buitenlandse pensioenuitvoerder of aan een in Nederland gevestigde uitvoerder van de pensioenregeling van een internationale organisatie. De overnemende pensioenuitvoerder is geen toegelaten pensioenverzekeraar als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de Wet LB.
In bepaalde gevallen kan een dergelijke overdracht zonder loonheffingen plaatsvinden op grond van artikel 19b, zesde lid, van de Wet LB. De bepaling betreft de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten Nederland of bij een internationale organisatie in Nederland. Dit onderdeel bevat de uitwerking van de in het artikel bedoelde voorwaarden. Onderdeel 3.3.1 behandelt de voorwaarden voor de overdrachten in het algemeen van pensioenkapitaal aan buitenlandse, fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerders. Daarna volgen twee soorten overdrachten waarvoor afwijkende, specifieke regels gelden. Het gaat in de eerste plaats om de overdrachten van pensioenkapitaal aan (de pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB ( onderdeel 3.3.2). Daarna volgen in onderdeel 3.3.3 de overdrachten aan (de pensioenuitvoerders van) internationale organisaties, zowel die in Nederland als die in het buitenland.
Ter vermindering van de administratieve lasten heb ik de voorwaarde van akkoordverklaring met de hoogte van het over te dragen pensioenkapitaal beperkt. Die voorwaarde geldt nu alleen nog voor overdrachten door een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet LB. Het gaat dan om een lichaam dat een pensioenovereenkomst met een directeur-grootaandeelhouder uitvoert. Voor zover nodig heb ik voorts de voorwaarden voor overdracht aangepast aan de wet- en regelgeving rond de PW . Daarbij beoog ik een gelijke fiscale behandeling van pensioenverzekeraars die wel en pensioenverzekeraars die niet onder de PW vallen.
3.3.1. Waardeoverdracht in het algemeen
Op grond van artikel 19b, zesde lid, van de Wet LB, verleen ik de voorzitter de bevoegdheid ermee in te stemmen dat een waardeoverdracht aan een buitenlandse pensioenuitvoerder zonder loonheffingen geschiedt. Daarbij gelden de voorwaarden en bijzonderheden van bijlage III van dit besluit.
3.3.2. Waardeoverdracht aan (een pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB
Ik ben met de Europese Commissie en de ECB zogenoemde ‘working arrangements’ overeengekomen. Deze arrangements zijn mede tot stand gekomen in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 20 maart 1986, zaak 72/85 (gepubliceerd in Jurisprudentie van het Hof van Justitie, 1986-3, blz. 1219 e.v.). De arrangements regelen de fiscale consequenties van waardeoverdrachten aan (een pensioenuitvoerder van) de Europese Unie of de ECB. Daarbij gelden de voorwaarden en bijzonderheden van bijlage IV van dit besluit. Deze voorwaarden en bijzonderheden zijn grotendeels overgenomen uit de arrangements. Indien een pensioenverzekeraar een waardeoverdracht pleegt aan (een pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB dient deze overdracht te voldoen aan de voorwaarden en bijzonderheden uit die bijlage . In dat geval kan de waardeoverdracht zonder loonheffingen geschieden. Instemming van de voorzitter is dan niet noodzakelijk.
3.3.3. Waardeoverdracht aan (een pensioenuitvoerder van) een internationale organisatie
Een uitgaande werknemer kan een dienstbetrekking aanvaarden bij een internationale organisatie die al dan niet in Nederland is gevestigd. Ik verleen de voorzitter de bevoegdheid ermee in te stemmen dat een waardeoverdracht aan (de pensioenuitvoerder van) die internationale organisatie zonder loonheffingen geschiedt. Daarbij gelden de voorwaarden en bijzonderheden van bijlage V van dit besluit.
Voor de goede orde merk ik op dat overdrachten aan (de pensioenuitvoerders van) de EU of de ECB niet onder dit onderdeel vallen maar onder onderdeel 3.3.2.
4. Overgangsrecht
Inkomende werknemers als bedoeld in onderdeel 2.2 kunnen een rechtstreeks beroep doen op dit besluit als hun detachering of tewerkstelling begint bij of na de inwerkingtreding van dit besluit. Als hun detachering of tewerkstelling eerder begon, geldt het volgende.
Bestaande aanwijzingen blijven als hoofdregel van kracht. Bestaande aanwijzingen zijn aanwijzingen op grond van het besluit van 24 september 2002 , nr. CPP2002/1640M (zie ook onderdeel 5). Als DNB de ontheffing heeft verleend als bedoeld in voorwaarde 2.3 van dat besluit, eindigt de aanwijzing 5 jaar na de aanvangsdatum van de ontheffing. Anders dan voorwaarde 2.4 van dat besluit vermeldt, geldt dit derhalve ook als DNB slechts ontheffing heeft verleend voor de periode tot 1 januari 2007.
Werknemers die dat wensen kunnen de voorzitter verzoeken om een bestaande aanwijzing te wijzigen in een nieuwe aanwijzing op grond van dit besluit. De nieuwe aanwijzing geldt met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit tot aan de datum waarop de bestaande aanwijzing zou vervallen.
Het is ook mogelijk dat werknemers bij de inwerkingtreding van dit besluit (nog) geen verzoek hebben gedaan om aanwijzing volgens besluit CPP2002/1640M. Ook zij kunnen desgewenst de voorzitter verzoeken om toepassing van dit besluit. In dat geval geldt de aanwijzing met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit tot aan het einde van de termijn van 5 jaar van hun detachering of tewerkstelling.
5. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
besluit van 20 december 2000 , nr. CPP2000/3178M;
besluit van 21 december 2000 , nr. CPP2000/2971M;
besluit van 16 april 2001 , nr. RTB2001/1325M;
besluit van 17 januari 2002 , nr. CPP2001/3181M;
besluit van 16 juli 2002 , nr. CPP2002/192M;
besluit van 24 juli 2002 , nr. CPP2002/1073M;
besluit van 6 augustus 2002 , nr. CPP2002/784M;
besluit van 24 september 2002 , nr. CPP2002/1640M;
besluit van 22 januari 2004 , nr. CCP2003/200M.
6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 31 januari 2008
De
Staatssecretaris
directeur-generaal Belastingdienst
Inhoudsopgave
1. Algemene inleiding
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Inkomende werknemers
2.1. Inleiding
2.2. Voortzetting buitenlandse pensioenregeling bij inkomende werknemers
2.2.1. Aanwijzing en voorwaarden bij uit een andere EU-lidstaat tewerkgestelde werknemers
2.2.2. Aanwijzing en voorwaarden in andere situaties van tewerkstelling in Nederland
2.3. Waardeoverdracht vanuit het buitenland
2.4. Uitkeringen ingevolge Nederlandse pensioenaanspraken waarvoor de werknemer tijdens de opbouw in het buitenland geen fiscale tegemoetkoming heeft genoten
3. Uitgaande werknemers
3.1. Inleiding
3.2. Voortzetting Nederlandse pensioenregeling in het buitenland
3.3. Waardeoverdracht aan een fiscaal niet-toegelaten pensioenuitvoerder
3.3.1. Waardeoverdracht in het algemeen
3.3.2. Waardeoverdracht aan (een pensioenuitvoerder van) de EU of de ECB
3.3.3. Waardeoverdracht aan (een pensioenuitvoerder van) een internationale organisatie
4. Overgangsrecht
5. Ingetrokken regelingen
6. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht