Let op. Deze wet is vervallen op 22 december 2009. U leest nu de tekst die gold op 21 december 2009.

Lozingenbesluit WVO stedelijk afvalwater

Uitgebreide informatie
Besluit van 24 februari 1996, houdende regels voor het lozen van stedelijk afvalwater
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van 26 september 1995, nr. RH 203974, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 1, tweede en derde lid, 1 a , eerste en tweede lid, 2 a , eerste lid, 2 b , 2 c , eerste lid, 2 d , 14 a , derde lid, 15, 31, vierde lid, en 38 a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, alsmede op richtlijn nr. 91/271/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater ( PbEG L 135);
De Raad van State gehoord (advies van 14 december 1995, No. W09.95.0523);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 februari 1996, nr. RH 213682, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens;
b. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater;
c. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en afvloeiend hemelwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
d. rioolwaterzuiveringsinrichting: inrichting voor het zuiveren van stedelijk afvalwater;
e. bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting:
1°. die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd, of
2°. die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd;
f. nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting die geen bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting is;
g. beheerder: bestuursorgaan dat één of meer rioolwaterzuiveringsinrichtingen beheert;
h. totaal-stikstof: de som van totaal Kjeldahl-stikstof (organisch N + NH3), nitraat (NO3)-stikstof en nitriet (NO2)-stikstof;
i. zuiveringsrendement: percentage van het totaal-fosfaat onderscheidenlijk totaal-stikstof dat uit het, op de gezamenlijk bij dezelfde beheerder in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen aangevoerde, afvalwater wordt verwijderd;
j. lozen: het vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting in oppervlaktewateren brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, afkomstig van stedelijk afvalwater;
k. zuiveringsslib: slib dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van een rioolwaterzuiveringsinrichting;
l. i.e. (inwoner-equivalent): biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
m. waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is een vergunning te verlenen;
n. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 2
Vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt uitsluitend geloosd indien:
1. de inrichting is berekend op een in een jaar voorkomende maximale gemiddelde wekelijkse belasting, ongebruikelijke situaties daarbij buiten beschouwing gelaten, en
2. de doelmatige werking van de inrichting wordt gewaarborgd.
1.
Het is verboden zuiveringsslib te lozen.
2.
Het verbod, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing op geringe hoeveelheden zuiveringsslib in het te lozen stedelijk afvalwater, indien de grenswaarde voor de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen, genoemd in de bijlage 2 , behorende bij dit besluit, niet wordt overschreden.
Artikel 4
De beheerder bemonstert en analyseert het biochemisch zuurstofverbruik, het chemisch zuurstofverbruik, de concentraties onopgeloste bestanddelen, totaal-fosfaat en totaal-stikstof van zowel het inkomende als het behandelde stedelijk afvalwater, en beoordeelt de resultaten daarvan overeenkomstig de bijlage 1 , behorende bij dit besluit.
1.
De waterkwaliteitsbeheerder controleert lozingen van rioolwaterzuiveringsinrichtingen op de naleving van de eisen van de bijlagen 2 en 3 , behorende bij dit besluit, in ieder geval overeenkomstig de bijlage 1 .
2.
De waterkwaliteitsbeheerder controleert het oppervlaktewater waarin vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting wordt geloosd of waarin bedrijfsafvalwater wordt gebracht, afkomstig van een in de bijlage 4 , behorende bij dit besluit, bedoeld bedrijf of bedrijfsaktiviteit, in ieder geval wanneer mag worden verwacht dat de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater in betekenende mate zal worden beïnvloed.
1.
De beheerder stelt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar een overzicht op van de bij hem in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen en van de resultaten van de metingen, bedoeld in artikel 4.
2.
Het overzicht wordt in afschrift gezonden aan Onze Minister en aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 7
De waterkwaliteitsbeheerder stelt binnen vijf maanden na ontvangst van een verzoek daartoe de resultaten van de controles, bedoeld in artikel 5, aan Onze Minister ter beschikking.
1.
De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat het stedelijk afvalwater voorafgaand aan het lozen een zodanige behandeling ondergaat dat de op het ontvangende oppervlaktewater van toepassing zijnde kwaliteitsdoelstellingen, vastgesteld krachtens de Wet milieubeheer , de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet op de waterhuishouding , kunnen worden gerealiseerd. De behandeling vindt plaats uiterlijk met ingang van:
a. 31 december 1998 indien het betreft stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van meer dan 10 000 i.e., dan wel
b. 31 december 2005 indien het betreft stedelijk afvalwater met een vervuilingswarde van niet meer dan 10 000 i.e.
2.
De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat het stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van 2 000 i.e. of meer een zodanige behandeling ondergaat dat het voorafgaand aan het lozen ten minste voldoet aan:
a. de grenswaarden, genoemd in de bijlage 2 , en
b. met ingang van de in de bijlage 3 genoemde datum, aan de in die bijlage genoemde grenswaarden.
3.
De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning voor het lozen lagere grenswaarden dan bedoeld in de bijlagen 2 en 3 , indien dat noodzakelijk is opdat de op het ontvangende oppervlaktewater van toepassing zijnde kwaliteitsdoelstellingen bedoeld in het eerste lid kunnen worden gerealiseerd.
Artikel 9
Indien het zuiveringsrendement ten minste 75 procent bedraagt, kan de waterkwaliteitsbeheerder in de vergunning voor bestaande rioolwaterzuiveringsinrichtingen alsmede voor nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichtingen met een ontwerpcapaciteit van minder dan 20.000 i.e., hogere grenswaarden voor de betrokken parameter vaststellen dan bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b.
1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, kan de waterkwaliteitsbeheerder voor de hierna bedoelde rioolwaterzuiveringsinrichtingen, ten aanzien van totaal-stikstof een andere ingangsdatum dan de in de bijlage 3 genoemde datum bepalen. De ingangsdatum wordt niet later bepaald dan:
a. 31 december 2000, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Waterschap De Maaskant, Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch, Hoogheemraadschap van West-Brabant, Waterschap Regge en Dinkel, Zuiveringschap West-Overijssel of Waterschap Friesland, dan wel
b. 31 december 2002, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Zuiveringsschap Veluwe, Zuiveringsschap Rivierenland, Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier, Waterschap De Drie Ambachten, Waterschap Hulster Ambacht, Waterschap Zeeuwse Eilanden, Zuiveringschap Limburg, de Provincie Utrecht of de Provincie Groningen, dan wel
c. 31 december 2005, indien het betreft een rioolwaterzuiveringsinrichting gelegen binnen het verzorgingsgebied van Waterschap De Aa, Waterschap de Dommel, Hoogheemraadschap van Delfland, Zuiveringschap Hollandse Eilanden en Waarden, Zuiveringschap Amstel- en Gooiland of de Gemeente Amsterdam.
2.
Aan de vergunning wordt het voorschrift verbonden dat door de beheerder jaarlijks aan Onze Minister een rapport over de voortgang van een in zijn meerjarenbegroting vastgelegd plan van aanpak in zijn verzorgingsgebied wordt overgelegd, waarin is aangegeven op welke wijze en op welke termijn de grenswaarde dan wel het zuiveringsrendement van totaal-stikstof wordt gerealiseerd.
Artikel 11
Het koninklijk besluit van 13 juni 1990, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor fosfaat in door rioolwaterzuiveringsinrichtingen te lozen afvalwater ( Stb. 301), wordt ingetrokken.
Artikel 12
Het koninklijk besluit van 3 juli 1992, houdende regelen met betrekking tot grenswaarden voor totaal-stikstof in door rioolwaterzuiveringsinrichtingen te lozen afvalwater ( Stb. 383), wordt ingetrokken.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Lozingenbesluit Wvo stedelijk afvalwater.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 24 februari 1996
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Uitgegeven de negenentwintigste februari 1996
De Minister van Justitie a.i.,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Bepalingen omtrent de lozing van stedelijk afvalwater
+ Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken