Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië
(authentiek: nl)
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
De Regering van de Federatieve Republiek Brazilië,
Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten inzake geregeld luchtvervoer tussen hun beide landen, hebben te dien einde hun deugdelijk gemachtigde vertegenwoordigers aangewezen, die overeenstemming hebben bereikt inzake de hieronder volgende bepalingen:
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig de rechten, opgesomd in deze Overeenkomst en de ter uitvoering daarvan opgestelde Bijlage daartoe, teneinde de daarin vermelde internationale luchtdiensten, die hierna zullen worden aangeduid als „overeengekomen diensten”, in te stellen.
1.
Ieder van de overeengekomen diensten mag onmiddellijk worden ingesteld, of op een latere datum, naar keuze van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, maar niet voordat:
a. de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten zijn verleend een luchtvaartmaatschappij van haar nationaliteit heeft aangewezen voor de omschreven route of routes;
b. de Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent de benodigde exploitatievergunning heeft uitgereikt aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in overeenstemming met de bepalingen van lid 2 van dit Artikel en met die van Artikel 6.
2.
Van de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd, dat deze tegenover de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij bewijst, in staat te zijn te voldoen aan de eisen, voorgeschreven door de wetten en voorschriften, welke normaal door deze autoriteiten ten aanzien van de werkwijze van internationale luchtvaartmaatschappijen worden toegepast.
3.
De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor de aanvankelijk aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door andere nationale luchtvaartmaatschappijen, na voorafgaande kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. Alle bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlage zullen van toepassing zijn op de nieuw aangewezen luchtvaartmaatschappij.
1.
Teneinde bevoorrechting te voorkomen, en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:
I. De heffingen en andere rechten die ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij oplegt of doet opleggen voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten, zullen niet hoger zijn dan de heffingen en rechten welke door haar eigen, op soortgelijke internationale diensten gebezigde luchtvaartuigen worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten.
II. De motorbrandstoffen, smeeroliën, normale uitrustingsstukken, boordproviand en reservedelen, ingevoerd binnen het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of op dit grondgebied ingeladen in luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, hetzij rechtstreeks door een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij, hetzij voor rekening van bedoelde luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor het gebruik door haar eigen luchtvaartuigen op de overeengekomen luchtdiensten, genieten een zelfde behandeling als de nationale luchtvaartmaatschappijen die internationaal vervoer verrichten, voor zover het betreft de heffing van douanerechten, inspectie-kosten en/of andere nationale rechten en belastingen.
III. De luchtvaartuigen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen gebezigd bij de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten, en motorbrandstoffen, smeeroliën, normale uitrustingsstukken en reservedelen voor onderhoud en herstel van de luchtvaartuigen, evenals de boordvoorraden met inbegrip van voedsel, drank en tabak, welke aan boord blijven, zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke rechten of kosten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien zij worden verbruikt of geconsumeerd bij vluchten boven dat grondgebied.
2.
De in het vorige lid vermelde goederen, die de daarin bedoelde vrijstelling genieten, mogen niet uit het luchtvaartuig worden geladen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zonder toestemming van diens douane-autoriteiten en zullen, indien zij niet door de luchtvaartmaatschappijen zelf worden gebruikt, onderworpen zijn aan het toezicht van die autoriteiten.
3.
Passagiers, bagage en vracht in transito-verkeer via het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, die het daarvoor bestemde gebied van de luchthaven niet verlaten, worden, behoudens met betrekking tot veiligheidsmaatregelen voor het veiligstellen van de Internationale Burgerluchtvaart, ten hoogste onderworpen aan de voor dat gebied geldende controle. Bagage en vracht in direct transito-verkeer zijn vrijgesteld van douane-rechten, heffingen en rechten.
Artikel 4
De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid en vergunningen uitgereikt of geldig verklaard door de luchtvaartautoriteiten van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, die nog geldig zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten als geldig erkend. De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich evenwel het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, uitgereikt aan haar eigen onderdanen door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij of door een andere Staat, te weigeren voor het binnenvliegen van en het vliegen boven haar eigen grondgebied.
1.
De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebezigd in internationaal luchtverkeer, of betreffende exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen.
2.
De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht en betreffende binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zijn van toepassing op de passagiers, de bemanning en de vracht van luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gedurende het verblijf op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.
1.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen niet te verlenen of in te trekken zolang deze niet te haren genoegen heeft aangetoond dat een aanzienlijk deel van de eigendom berust bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
2.
De aangewezen luchtvaartmaatschappij kan door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden beboet ingevolge de bepalingen van haar wettelijke bedrijfsvergunning, of haar exploitatievergunning kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort voor een periode van een tot drie maanden:
a) in geval van niet naleving van de in artikel 5 van deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften en van andere van overheidswege gegeven richtlijnen voor het functioneren van aangewezen luchtvaartmaatschappijen;
b) wanneer de stuurhutbemanningen op de overeengekomen diensten geen onderdanen zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, behoudens wanneer het betreft de opleiding van stuurhutpersoneel door instructeurs die daartoe deugdelijk bevoegd zijn verklaard door de verantwoordelijke instellingen van de Overeenkomstsluitende Partij welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en gedurende de opleidingsperiode, of indien bijzondere vergunning is verleend.
3.
Bij herhaling van de in het vorige lid bedoelde inbreuken kan de vergunning worden ingetrokken.
4.
Tot intrekking van de exploitatie-vergunning als bedoeld in lid 1 en lid 3 van dit Artikel wordt eerst overgegaan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Het overleg moet binnen zestig (60) dagen gerekend van de datum van de betreffende kennisgeving worden aangevangen.
Artikel 7
De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen onderhouden nauw contact teneinde een hechte samenwerking te verzekeren ten aanzien van alle in deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden, met het oog op de bevredigende naleving daarvan.
a. In overeenstemming met hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen nogmaals dat hun verplichting jegens elkander om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke belemmering ervan een integrerend deel van deze Overeenkomst vormt. Zonder de algemeenheid van hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht te beperken, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsmede van enige andere multilaterale overeenkomst ter zake van de veiligheid van de luchtvaart die bindend is voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.
b. De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander op verzoek alle nodige bijstand om het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en voorzieningen voor de luchtvaart, en elke andere bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, te voorkomen.
c. De Partijen handelen in hun onderlinge betrekkingen overeenkomstig de beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en zijn aangewezen als Bijlagen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor zoverre deze beveiligingsbepalingen op de Partijen van toepassing zijn; zij verlangen dat exploitanten van luchtvaartuigen die hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of hun vaste woon- of verblijfplaats op hun grondgebied hebben, en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart.
d. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermede in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat zij de onder c hierboven bedoelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die de andere Overeenkomstsluitende Partij voorschrijft voor de binnenkomst in, het vertrek uit of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij naleven. Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat op haar grondgebied daadwerkelijk toereikende maatregelen worden getroffen om de luchtvaartuigen te beschermen en om de passagiers, de bemanning, handbagage, bagage, vracht en boordproviand aan controle te onderwerpen vóór en tijdens het aan boord gaan of het inladen. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt tevens elk verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om redelijke bijzondere veiligheidsmaatregelen tegen een specifieke bedreiging welwillend in overweging.
e. Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen, of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens of voorzieningen voor de luchtvaart,of dreigt zich voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen en andere passende maatregelen die bedoeld zijn om op snelle en veilige wijze aan zulk een voorval of de dreiging daarvan een einde te maken, te vergemakkelijken.
1.
Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van de Bijlage bij deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij om overleg tussen luchtvaartautoriteiten van beide partijen verzoeken, hetwelk dient aan te vangen binnen zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van de betreffende kennisgeving.
2.
De resultaten van het overleg treden in werking na bevestiging middels notawisseling langs diplomatieke weg.
1.
Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage, welke niet door onderhandeling of onmiddellijk overleg kunnen worden opgelost, worden onderworpen aan arbitrage overeenkomstig de procedure voorzien in Artikel 85 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, gesloten te Chicago in 1944, voorzover het betreft de samenstelling en de werkwijze van het betreffende tribunaal. De kosten van het scheidsgerecht worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen
2.
De Overeenkomstsluitende Partijen zullen al het mogelijke doen om de scheidsrechterlijke uitspraak na te komen.
Artikel 10
Zodra een multilateraal Verdrag, aanvaard door beide Overeenkomstsluitende Partijen, in werking treedt wordt deze Overeenkomst zodanig gewijzigd dat haar bepalingen aan die van het nieuwe Verdrag voldoen.
Artikel 11
Deze Overeenkomst en haar Bijlage en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 12
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij kennisgeven van haar voornemen deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijker tijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Deze Overeenkomst eindigt twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij: de kennisgeving in onderling overleg tussen de Partijen wordt ingetrokken vóór het verstrijken van deze periode. Indien de ontvangst van de kennisgeving niet door de Overeenkomstsluitende Partij tot welke deze is gericht wordt bevestigd, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen Veertien (14) dagen na haar ontvangst door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 13
Deze Overeenkomst treedt in de plaats van alle vergunningen, voorrechten en concessies betreffende aangelegenheden waarin zij voorziet en die op de datum van inwerking treden bestaan en die uit enigerlei hoofde door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn verleend aan de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 14
Met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage:
a. de uitdrukking „Luchtvaartautoriteit” betekent in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister van Verkeer en Waterstaat en in het geval van de Federatieve Republiek Brazilië, de Minister van Luchtvaart of, in beide gevallen, iedere persoon of instelling die wettig bevoegd is de functies te vervullen die thans door hen worden vervuld;
b. de uitdrukking „overeengekomen diensten” betekent geregelde luchtdiensten voor het vervoer van passagiers, vracht en post op de omschreven route;
c. de uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij” betekent een luchtvaartmaatschappij welke een van de Overeenkomstsluitende Partijen heeft gekozen om de overeengekomen diensten te exploiteren en betreffende dewelke schriftelijk mededeling is gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, als voorzien in Artikel 2 lid 1 onder b, van deze Overeenkomst;
d. de uitdrukking „tarief” betekent de prijs die moet worden betaald voor het vervoer van passagiers en vracht en de voorwaarden waaronder deze prijs van toepassing is, met inbegrip van prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en aanverwante diensten, echter met uitsluiting van vergoeding en voorwaarden voor het vervoer van post;
e. de uitdrukking „grondgebied” heeft de betekenis die daaraan is toegekend in Artikel 2 van het Verdrag inzake Internationale Burgerluchtvaart gesloten te Chicago in 1944, met dien verstande dat, voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, deze Overeenkomst slechts van toepassing is op het Koninkrijk in Europa;
f. de betekenis van „luchtvaartmaatschappij”, „nachtdienst”, „internationale luchtdienst” en „landing voor andere dan verkeersdoeleinden” is dezelfde als daaraan toegekend in artikel 96 van het hoger vermelde Verdrag inzake Internationale Burgerluchtvaart.
Artikel 15
Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van haar ondertekening binnen de administratieve bevoegdheid van de luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen en treedt in werking door kennisgeving langs diplomatieke weg nadat voldaan is aan de constitutioneel vereiste procedures van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vanaf de datum van de laatste zodanige kennisgeving.
GEDAAN te Brasília, de zesde juli negentienhonderd zesenzeventig, in twee originelen, in de Nederlandse, Portugese en Engelse taal, alle teksten gelijkelijk authentiek zijnde. In geval van enige tegenstrijdigheid is de Engelse tekst beslissend.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:
(w.g.) L. QUARLES VAN UFFORD
Voor de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië:
(w.g.) A. F. AZEREDO DA SILVEIRA
Inhoudsopgave
Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7 (bis). Beveiliging van de luchtvaart
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht