Luchtvaartovereenkomst tussen Nederland en Uruguay
(authentiek: nl)
De Nederlandsche Regeering en de Regeering van Uruguay hebben, gelet op de resolutie van 7 December 1944 van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Conferentie te Chicago, Illinois, U.S.A., tot het aanvaarden van een model voor een overeenkomst inzake luchtroutes en diensten, haar gevolmachtigden als volgt benoemd:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie Meester Floris Baron van Pallandt, Haren Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij de Republiek Uruguay, en
Zijne Excellentie de President van de Republiek Uruguay:
Zijn Minister van Buitenlandsche Zaken, Señor Don Mateo Marques Castro,
die, nu hun volmachten, welke in juisten en voorgeschreven vorm werden bevonden, te hebben uitgewisseld, tot overeenstemming kwamen omtrent de volgende artikelen:
Artikel I [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
De Overeenkomstsluitende Partijen verleenen elkaar de rechten, vermeld in de Bijlage, behoorende bij deze Overeenkomst, opdat de daarin omschreven geregelde luchtdiensten (hierna te noemen „de overeengekomen diensten”) kunnen worden ingesteld.
(1)
Elk van de overeengekomen diensten kan onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden geopend, zulks naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij, waaraan de rechten zijn verleend, doch niet, dan nadat:
a. de Overeenkomstsluitende Partij, waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de aangegeven route of routes heeft aangewezen;
b. de Overeenkomstsluitende Partij, die de rechten verleent, aan de betreffende luchtvaartmaatschappij(en) de benoodigde exploitatievergunning zal hebben verleend (hetgeen zij, in overeenstemming met de voorzieningen van lid 2 van dit Artikel en van Artikel VI, onverwijld zal doen).
(2)
Van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij, die de rechten verleent, aantoonen, dat zij in staat zijn de bepalingen na te komen, welke worden gesteld op grond van de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commercieele luchtvaartmaatschappijen worden gesteld.
Artikel III [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen, dat:
(1) Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan opleggen of doen opleggen, billijke en redelijke kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze kosten niet hooger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van zoodanige luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten.
(2) Ten aanzien van motorbrandstof, smeeroliën en reservedeelen, ingevoerd op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen of binnen haar grondgebied door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan boord genomen van luchtvaartuigen, hetzij voor haar eigen rekening dan wel voor de door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij(en), en uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, wordt, voor wat betreft douanerechten, inspectiekosten of andere rechten, geheven door eerstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij een behandeling toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de eigen luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer of aan de luchtvaartmaatschappijen van de meest begunstigde natie.
(3) Luchtvaartuigen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, gebezigd bij de exploitatie van de overeengekomen diensten en voorraden aan motorbrandstof, smeerolie, reservedeelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord van die luchtvaartuigen blijven, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs indien zoodanige voorraden door deze luchtvaartuigen worden verbruikt bij vluchten binnen dat grondgebied.
(4) De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot aan den wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.
Artikel IV [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Geldige bewijzen van luchtwaardigheid en van geschiktheid en vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, worden voor wat de exploitatie van de overeengekomen diensten betreft, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich echter het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid en vergunningen, door een anderen Staat uitgereikt aan zijn eigen onderdanen, te weigeren.
(1)
De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in of vertrek uit haar grondgebied door luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van zoodanige luchtvaartuigen binnen haar eigen grondgebied, zijn van toepassing op luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
(2)
De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in of vertrek uit haar eigen grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen (zooals voorschriften betreffende binnenkomst, het in- en uitklaren, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine) zijn van toepassing op passagiers, bemanningen en lading van luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij (en), aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, binnen het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel VI [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen behoudt zich het recht voor, de uitoefening door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, van de rechten, vermeld in de Bijlage, behoorende bij deze Overeenkomst, niet te verleenen of in te trekken, wanneer niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en de daadwerkelijke leiding van de betreffende luchtvaartmaatschappij(en) berust bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan wel in geval die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften, bedoeld in bovenstaand Artikel V, na te komen of de voorwaarden te vervullen, waaronder de rechten in overeenstemming met deze Overeenkomst en haar Bijlage worden verleend.
Artikel VII [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Deze Overeenkomst zal worden geregistreerd bij de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, in het leven geroepen bij de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, geteekend te Chicago op 7 December 1944, dan wel bij de organisatie, die daarvoor in de plaats zal treden.
Artikel VIII [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenschelijk acht de bepalingen van de Bijlage, behoorende bij deze Overeenkomst, te wijzigen, dan wel de rechten, bedoeld in Artikel VI uit te oefenen, kan zij verzoeken, dat tusschen de luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen overleg zal worden gepleegd, welk overleg zal moeten aanvangen binnen een termijn van 60 dagen na den datum van het verzoek. Wanneer deze autoriteiten overeenkomen, dat de Bijlage gewijzigd moet worden, of besluiten de rechten, vervat in Artikel VI, uit te oefenen, zal een zoodanige beslissing van kracht worden nadat zij door een notawisseling langs diplomatieken weg zal zijn bevestigd.
Artikel IX [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Indien in deze Overeenkomst of haar Bijlage niet anders wordt bepaald, zal eenig geschil tusschen de Overeenkomstsluitende Partijen, betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of haar Bijlage, welke niet door overleg kan worden geregeld (in overeenstemming met de bepalingen van Artikel VIII, sectie 6 (8) van de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, geteekend te Chicago op 7 December 1944) om advies worden voorgelegd aan den Tijdelijken Raad van de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie of van de organisatie, die daarvoor in de plaats zal treden, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomen, het geschil voor te leggen aan een in onderling overleg tusschen dezelfde Overeenkomstsluitende Partijen samengesteld Scheidsgerecht, dan wel aan eenig ander persoon of lichaam. De Overeenkomstsluitende Partijen zullen haar beste krachten aanwenden om het oordeel, neergelegd in eenig rapport van den Tijdelijken Raad of zijn opvolger na te leven; in geval een scheidsgerecht is aangewezen verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich, zich aan de gegeven beslissing te houden, voor zoover daardoor geen inbreuk wordt gemaakt op nationale wetten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel X [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Indien een algemeen multilateraal luchtverdrag, dat door beide Overeenkomstsluitende Partijen wordt aanvaard, van kracht wordt, zal deze Overeenkomst zoodanig worden gewijzigd, dat haar bepalingen met die van bedoeld verdrag in overeenstemming zullen zijn.
Artikel XI [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
In deze Overeenkomst en haar Bijlage, indien niet anders bepaald,
a. wordt verstaan onder „luchtvaartautoriteiten” voor wat Nederland betreft, de bevoegde Hoofden van de Burgerlijke Luchtvaart Administraties van Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao, en voor wat Uruguay betreft, de Minister van Defensie en eenig persoon of bureau, bevoegd om de functies uit te oefenen, welke thans door genoemd Ministerie worden uitgeoefend;
b. wordt verstaan onder „aangewezen luchtvaartmaatschappijen” die luchtvaartmaatschappijen, waarvan door de luchtvaartautoriteiten van een van de Overeenkomstsluitende Partijen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk is medegedeeld, dat zij de luchtvaartmaatschappijen zijn, welke door hen overeenkomstig Artikel II van deze Overeenkomst voor de routes, aangegeven in zoodanige aanwijzing, zijn aangewezen.
c. wordt verstaan onder „grondgebied” hetgeen daaronder wordt verstaan in Artikel 2 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, geteekend te Chicago op 7 December 1944.
d. zullen de definities, vervat onder a, b en d van Artikel 96 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, geteekend te Chicago op 7 December 1944, voor deze Overeenkomst van toepassing zijn.
Artikel XII [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan na een termijn van een jaar na het van kracht worden van deze Overeenkomst aan de andere mededeeling doen van haar wensch deze Overeenkomst te beëindigen. Een zoodanige mededeeling zal tegelijkertijd worden gezonden aan de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie. Indien een zoodanige mededeeling wordt gedaan, zal deze Overeenkomst ophouden te bestaan twaalf maanden na het tijdstip, waarop de mededeeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij werd ontvangen, tenzij de mededeeling van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken voordat die termijn is verstreken. Indien van de ontvangst van de mededeeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij geen bevestiging wordt ontvangen, wordt de mededeeling geacht te zijn ontvangen veertien dagen na de ontvangst van de mededeeling door de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie.
Artikel XIII [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Deze Overeenkomst vervangt iedere acte, vergunning, ieder voorrecht of iedere concessie, welke reeds bestond op het tijdstip van onderteekening en welke om een of andere reden door een van de twee Overeenkomstsluitende Partijen ten behoeve van luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij werd verleend.
Artikel XIV [Wordt voorlopig toegepast per 12-05-1947]
Deze Overeenkomst zal worden goedgekeurd door beide Regeeringen in overeenstemming met de nationale wetten van elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen, en de oorkonden, welke de goedkeuringen van beide Regeeringen inhouden, zullen zoo spoedig mogelijk te Montevideo worden uitgewisseld, op welken datum de Overeenkomst in werking zal treden.
Hangende de uitwisseling van deze oorkonden, nemen de Overeenkomstsluitende Partijen op zich, om, voor zoover haar wederzijdsche grondwettelijke bevoegdheden zulks toelaten, de bepalingen van deze Overeenkomst vanaf den datum van onderteekening toe te passen.
Ter oorkonde waarvan de ondergeteekende Gevolmachtigden deze Overeenkomst hebben onderteekend en daaraan hun onderscheidenlijke zegels hebben gehecht.
Gedaan te Montevideo, den twaalfden Mei 1947, in drievoud in de Spaansche, de Nederlandsche en de Engelsche taal, welke drie teksten gelijke kracht hebben.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden:
F. C. A. van Pallandt.
Voor de Republiek Uruguay:
Mateo Marques Gastro.
Inhoudsopgave
Luchtvaartovereenkomst tusschen Nederland en Uruguay.
Artikel I
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
Artikel VI
Artikel VII
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
Artikel XI
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht