Besluit van 23 augustus 2007, houdende regels omtrent de hoogte en duur van de op te leggen administratieve maatregelen op grond van de socialezekerheidswetten (Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juli 2007, nr. SV/R&S/07/21943;
Gelet op de artikelen 27, tiende lid, van de Werkloosheidswet, 45, zesde lid, van de Ziektewet, 29, vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 90, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 47, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 39, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14, zesde lid, van de Toeslagenwet, 17b, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 38, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet, en 17, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 2007, nummer W12.07.0188/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 augustus 2007, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/07/26337;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Algemene begrippen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. maatregel: een besluit waarmee een uitkering op grond van een in onderdelen b tot en met m genoemde wet, onderscheidenlijk een remigratievoorziening op grond van de in onderdeel n genoemde wet, gedeeltelijk of geheel wordt onthouden wegens het niet naleven van een wettelijke verplichting;
b. WW: Werkloosheidswet ;
c. ZW: Ziektewet ;
d. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ;
e. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen ;
f. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ;
g. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten ;
h. Wazo: Wet arbeid en zorg ;
i. TW: Toeslagenwet ;
j. AOW: Algemene Ouderdomswet ;
k. Anw: Algemene nabestaandenwet ;
l. AKW: Algemene Kinderbijslagwet ;
m. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen ;
n. RW: Remigratiewet ;
o. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ;
p. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
q. SVB: Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI.
1.
De hoogte en duur van een, op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met n, genoemde wetten, op te leggen maatregel wordt, met dien verstande dat de hoogte van de maatregel ten minste € 25 bedraagt, vastgesteld op:
a. 5 procent van het uitkeringsbedrag, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het uitkeringsbedrag, gedurende ten minste een maand bij verplichtingen uit de eerste categorie, bedoeld in artikel 3;
b. 10 procent van het uitkeringsbedrag, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het uitkeringsbedrag, gedurende ten minste twee maanden bij verplichtingen uit de tweede categorie, bedoeld in artikel 4;
c. 25 procent van het uitkeringsbedrag, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het uitkeringsbedrag, gedurende ten minste vier maanden bij verplichtingen uit de derde categorie, bedoeld in de artikelen 5 en 6;
d. een blijvend gehele weigering van de uitkering bij verplichtingen uit de vierde categorie, bedoeld in artikel 7, tenzij het niet nakomen van de verplichting de belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten, in welk geval onderdeel c van toepassing is; of
e. een gehele of gedeeltelijke weigering van het uitkeringsbedrag gedurende ten hoogste drie maanden bij verplichtingen uit de vijfde categorie, bedoeld in artikel 7a, tenzij het niet nakomen van de verplichting de belanghebbende niet in overwegende mate kan worden verweten, in welk geval er geen maatregel wordt opgelegd.
2.
Onder uitkering als bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de Wajong de toeslag, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de TW, het ouderdomspensioen en de toeslag, bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de AOW, de kinderbijslag, bedoeld in artikel 7 van de AKW, en de remigratievoorzieningen, bedoeld in de RW .
3.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt het bedrag aan kinderbijslag in aanmerking genomen waarop op grond van artikel 12 van de AKW recht bestaat ten behoeve van het kind of de kinderen ten aanzien van wie de overtreding is begaan en wordt de periode van een maand vervangen door een periode van een kwartaal.
4.
Indien een verplichting op grond van artikel 30, eerste lid, onderdeel a, of derde lid van de Wet WIA of artikel 2:32, tweede lid, van de Wajong niet is nagekomen legt het UWV, voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d, de maatregel op over dat deel van het uitkeringsbedrag dat niet zou zijn uitbetaald indien die verplichting wel zou zijn nagekomen.
5.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 24, vijfde lid, van de WW, onder «blijvend gehele» verstaan:
a. de gehele uitkering voor de duur dat de verzekerde de aanspraak op loon zou hebben kunnen doen gelden, dan wel de dienstbetrekking zou hebben kunnen voortduren; of
b. dat deel van de uitkering dat niet tot uitbetaling zou komen, indien de benadelingshandeling niet had plaatsgevonden.
6.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW, onder «blijvend» verstaan: voor de duur dat de verzekerde aanspraak op loon zou kunnen doen gelden.
7.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, wordt bij overtreding van de verplichting, bedoeld in artikel 88, eerste lid, onderdeel d, van de Wet WIA, onder «blijvend» verstaan: voor de duur van het verlengde tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van die wet.
8.
Indien het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA, de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door de uitkering te halveren.
9.
Indien het niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de Wajong, de jonggehandicapte niet in overwegende mate kan worden verweten, weigert het UWV de uitkering over een periode van ten hoogste 26 weken gedeeltelijk door het bedrag aan uitkering te halveren.
Artikel 3. Eerste categorie
De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met o, genoemde wetten, worden ingedeeld in de eerste categorie voor zover zij betrekking hebben op:
b. het tijdig doen van aangifte van werkloosheid en het tijdig melden van ziekte, bedoeld in de artikelen 38a, eerste lid, en 38ab, eerste lid, van de ZW;
d. het binnen de vastgestelde termijn gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag dat wordt betaald, bedoeld in de artikelen 25 van de WW, 12, eerste lid, van de IOW, 31, eerste lid, en 49 van de ZW, 27, eerste lid, van de Wet WIA, 80 van de WAO, 70 van de WAZ, 2:7, eerste en vierde lid, en 3:74 van de Wajong, 12 van de TW, 49 van de AOW, 35 van de Anw en 15 van de AKW. Onder uitkering wordt tevens verstaan toeslag als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de TW, ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de AOW, alsmede kinderbijslag als bedoeld in artikel 7 van de AKW en onder feiten en omstandigheden wordt onder meer verstaan informatie in het kader van re-integratie;
e. het onverwijld op verzoek inzage verstrekken in een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet SUWI;
g. het opvolgen van voorschriften van het UWV in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering op grond van de WW , bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel j, van de WW en op grond van de IOW , bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel d, juncto artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de IOW;
h. het gevolg geven aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen of dit onverwijld uit eigen beweging te doen waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op remigratievoorzieningen, het geldend maken van het recht op remigratievoorzieningen, de hoogte van de remigratievoorzieningen, of het bedrag dat wordt betaald, bedoeld in de artikelen 2a, 2b, 4, 5, 6, 6a en 11 van de RW.
Artikel 4. Tweede categorie
De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met h, j, k, l en m, genoemde wetten, worden ingedeeld in de tweede categorie voor zover zij betrekking hebben op:
b. het voldoen aan een voorschrift, gegeven door het UWV of de door hem daartoe aangewezen deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting, bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, onderdeel c, van de WAO, 27, vijfde lid, van de Wet WIA, 45, eerste lid, onderdeel c, van de WAZ, en 2:7, zesde lid, en 3:37, eerste lid, onderdeel c, van de Wajong;
d. het, bij deelname aan een re-integratietraject, onmiddellijk mededelen van de reden van het niet naleven van re-integratieverplichtingen aan het re-integratiebedrijf, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdeel m, van de WW, 28, onderdeel k, van de WAO, 27, vierde lid, van de Wet WIA, 46, onderdeel j, van de WAZ, 2:7, vijfde lid, en 3:38, onderdeel j, van de Wajong en 12, vierde lid, van de IOW;
f. het vergezeld laten gaan van de aanvraag van de uitkering van een re-integratieverslag, bedoeld in artikel 34a, eerste lid, eerste zin, van de WAO en artikel 65, eerste zin, van de Wet WIA dan wel het voldoen aan het verzoek tot verstrekken van het re-integratieverslag aan het UWV, bedoeld in artikel 38, tweede lid, derde volzin van de ZW.
Artikel 5. Derde categorie algemeen
De verplichtingen, op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met d, f, g en m, genoemde wetten, worden ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
a. het meewerken aan scholing, opleiding of activiteiten, bedoeld in de hoofdstukken VI en XA van de WW , gericht op inschakeling in de arbeid, alsmede het beschikbaar zijn voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en het meewerken aan het verkrijgen van die voorzieningen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen e en f, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel l, van de ZW, 28, onderdeel g, van de WAO, 46, onderdeel g, van de WAZ, 3:38, onderdeel g, van de Wajong en 14, tweede lid, onderdeel b, van de IOW;
d. het binnen redelijke termijn geneeskundige hulp inroepen en het zich gedurende het gehele verloop van ziekte of arbeidsongeschiktheid onder behandeling blijven stellen of de voorschriften van de behandelend arts op volgen, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel a, van de ZW, 28, onderdeel b, van de WAO, 46, onderdeel b, van de WAZ, 2:8, tweede lid, onderdeel b, 2:31, tweede lid, onderdeel a, en 3:38, onderdeel b, van de Wajong en 14, tweede lid, onderdeel a, van de IOW;
e. het zich niet schuldig maken aan gedragingen waardoor de genezing wordt belemmerd of het meewerken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen, bedoeld in de artikelen 45, eerste lid, onderdeel b, van de ZW, artikel 28, onderdeel c, van de WAO, 46, onderdeel c, van de WAZ en 2:31, tweede lid, onderdeel a, en 3:38, onderdeel c, van de Wajong ; of
f. het opvolgen van door het UWV of de door hem daartoe aangewezen deskundige gegeven voorschriften in het belang van de behandeling of genezing of tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in de artikelen 28, onderdeel a, van de WAO, 46, onderdeel a, van de WAZ en 2:31, tweede lid, onderdeel a, en 3:38, onderdeel a, van de Wajong.
1.
Onverminderd artikel 5 worden de verplichtingen op grond van de WW en de IOW ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
a. het voorkomen werkloos te zijn of te blijven door in onvoldoende mate te trachten passende of algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of door in verband met de te verrichten arbeid eisen te stellen die het aanvaarden of verkrijgen van passende of algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, ten eerste en ten vierde, van de WW en artikel 15, onderdelen b en d, van de IOW; of
b. het nakomen van op grond van hoofdstuk VI van de WW opgelegde verplichtingen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel i, van die wet.
2.
Onverminderd artikel 5 worden de verplichtingen op grond van de ZW ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
a. het meewerken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, die erop gericht zijn de verzekerde in staat te stellen passende arbeid te verrichten, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel m, van die wet;
b. het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafgaand aan de aangifte door de werkgever van de ongeschiktheid tot werken van de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel m, van die wet; of
c. het trachten te verkrijgen van passende arbeid door de zieke werknemer, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet.
3.
Onverminderd artikel 5 wordt ingedeeld in de derde categorie de verplichting op grond van artikel 28, onderdeel h, van de WAO, die betrekking heeft op:
a. het meewerken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, die erop gericht zijn de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten; of
b. het verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen in de periode voorafgaand aan de aanvraag voor toekenning van WAO-uitkering.
4.
De verplichtingen op grond van de Wet WIA , de IOW en de ZW worden ingedeeld in de derde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
a. het voorkomen van het ontstaan en bestaan van een recht op uitkering, bedoeld in artikel 28 van de Wet WIA;
b. het vergroten van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, bedoeld in artikel 29 van de Wet WIA, artikel 14, tweede lid, onderdeel c, van de IOW en artikel 29g van de ZW; of
5.
Onverminderd artikel 5 wordt ingedeeld in de derde categorie de verplichting om het bestaan van arbeidsongeschiktheid of verminderde arbeidsgeschiktheid te beperken, bedoeld in artikel 2:8, eerste lid, van de Wajong.
Artikel 7. Vierde categorie
De verplichtingen op grond van de in artikel 1, onderdelen b tot en met h, genoemde wetten, worden ingedeeld in de vierde categorie voor zover zij betrekking hebben op:
a. het zich zodanig gedragen dat de belanghebbende door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds, het Uitvoeringsfonds voor de overheid of het Toeslagenfonds niet benadeelt of zou kunnen benadelen, bedoeld in de artikelen 24, vijfde lid, van de WW, 45, eerste lid, onderdeel j, van de ZW en 13, eerste lid, van de IOW;
c. het zich onthouden van verwijtbaar gedrag dat aangemerkt kan worden als een dringende reden in de zin van artikel 678 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of het op zijn verzoek laten beëindigen van de dienstbetrekking zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd, door een verzekerde die recht heeft op de loongerelateerde uitkering van de WGA-uitkering en die arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet WIA , of door een jonggehandicapte die recht heeft op arbeidsondersteuning en arbeid in dienstbetrekking verricht, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de Wajong; of
d. het, tijdens het tijdvak, bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA, zonder deugdelijke grond nalaten verweer te voeren tegen of instemmen met een beëindiging van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 88, eerste lid, onderdeel d, van de Wet WIA.
1.
Indien aan de belanghebbende een maatregel is opgelegd en binnen twee jaar na de bekendmaking daarvan opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen worden het percentage van de op te leggen maatregel alsmede het minimumbedrag, genoemd in artikel 2, eerste lid, met 50% verhoogd.
2.
Bij het niet nakomen van verplichtingen van de vijfde categorie, is het eerste lid niet van toepassing.
Artikel 9. Samenloop
Indien sprake is van het niet of niet behoorlijk nakomen van meer dan één verplichting, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8, en het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak wordt slechts één maatregel opgelegd, bij verschil die uit de hoogste categorie.
Artikel 10. Overgangsrecht
Het Maatregelenbesluit UWV , het Maatregelbesluit AOW , het Maatregelbesluit Anw en het Maatregelbesluit AKW , zoals die luidden op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing op de niet, niet behoorlijke of niet tijdige nakoming van de desbetreffende verplichtingen, die voorafgaat aan 1 mei 2008.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2008.
Artikel 12. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 23 augustus 2007
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,
Uitgegeven de dertigste augustus 2007
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Algemene begrippen
Artikel 2. Hoogte en duur van een maatregel
Artikel 3. Eerste categorie
Artikel 4. Tweede categorie
Artikel 5. Derde categorie algemeen
Artikel 6. Derde categorie aanvullend
Artikel 7. Vierde categorie
Artikel 7a. Vijfde categorie
Artikel 8. Recidive
Artikel 9. Samenloop
Artikel 10. Overgangsrecht
Artikel 10a. Grondslag
Artikel 11. Inwerkingtreding
Artikel 12. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht