Let op. Deze wet is vervallen op 14 maart 2012. U leest nu de tekst die gold op 13 maart 2012.

Mededeling m.b.t. India, meestbegunstingsclausules

Uitgebreide informatie
Mededeling m.b.t. India, meestbegunstingsclausules
De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Onlangs heeft een verkennende bespreking plaatsgevonden met een delegatie van het Indiase Ministerie van Financiën over de mogelijkheid tot het sluiten van een nieuw verdrag tussen Nederland en India ter voorkoming van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen, ter vervanging van het huidige belastingverdrag van 30 juli 1988 (Trb. 1988, 122). Tijdens deze bespreking is ook de werking van het huidige verdrag aan de orde gekomen.
In het huidige verdrag zijn meestbegunstigingsclausules opgenomen bij artikel 7, lid 3, en in het Protocol van het huidige verdrag bij de verdragsartikelen 10, 11 en 12. De meestbegunstigingsclausule in artikel 7, lid 3, dat ziet op een beperking van de aftrek van hoofdkantoorkosten door een vaste inrichting op grond van de nationale wetgeving van de staat waarin de vaste inrichting is gevestigd, is van toepassing indien die beperking wordt versoepeld of teniet gedaan in een verdrag tussen deze staat en een derde staat, dat in werking treedt na de datum van inwerkingtreding van het Nederlands-lndiase verdrag. De meestbegunstigingsclausule in het Protocol van het verdrag met betrekking tot de artikelen 10, 11 en 12 is zowel van toepassing indien India na de ondertekening van het Nederlands-lndiase belastingverdrag op 30 juni 1988 in een belastingverdrag met een andere OESO-lidstaat een beperktere reikwijdte overeenkomt voor deze bronheffingsbepalingen als indien een lager brontarief wordt overeengekomen. Deze beperktere reikwijdte of dit lagere tarief zal vanaf de datum van inwerkingtreding van dat verdrag automatisch ook van toepassing zijn in de relatie tot Nederland.
In de afgelopen jaren is India in enkele bilaterale belastingverdragen op voornoemde punten gunstigere bepalingen overeengekomen dan de eerdergenoemde bepalingen in het belastingverdrag tussen Nederland en India van 30 juli 1988. Tijdens de onlangs gehouden bespreking met India is gesproken over de gevolgen van deze gunstigere bepalingen voor het huidige Nederlands-lndiase belastingverdrag. Daarbij zijn, teneinde gerezen onduidelijkheden op dit punt teniet te doen, de bepalingen in artikel 7 lid 3, en de artikelen 10, 11 en 12 vastgesteld zoals deze nu zouden luiden als gevolg van de meestbegunstigingsclausules. In de bijlage zijn deze bepalingen (voor zover gewijzigd) opgenomen. Een ander punt dat met de delegatie uit India is besproken, is de kwalificatie onder het huidige Nederlands-Indiase belastingverdrag van de door India met ingang van 1 juni 1997 ingevoerde Income Tax on Distributed Profits. Deze belasting van 10% wordt geheven van Indiase lichamen over de uitdeling van winst. Van Indiase zijde is te kennen gegeven dat deze belasting moet worden gezien als een aanvullende heffing op de Indiase Income Tax. De Indiase Income Tax on Distributed Profits kan voor het huidige Nederlands-lndiase belastingverdrag daarom niet worden aangemerkt als een bronheffing, als bedoeld in artikel 10 (dividenden) van het belastingverdrag en komt niet in aanmerking voor verrekening en evenmin voor de faciliteit bij dooruitdeling.
Inhoudsopgave
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht