Let op. Deze wet is vervallen op 20 april 2016. U leest nu de tekst die gold op 19 april 2016.

Meetinstrumentenbesluit I

Uitgebreide informatie
Besluit van 22 mei 2006, houdende regels omtrent de eisen waaraan de in EU-nieuwe aanpak richtlijnen opgenomen meetinstrumenten voldoen, voordat zij in de handel worden gebracht, in gebruik worden genomen of worden gebruikt, alsmede omtrent overeenstemmingsbeoordelingen van meetinstrumenten (Meetinstrumentenbesluit I)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 3 maart 2006, nr. WJZ 6015750;
Gelet op richtlijn nr. 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004, betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135), richtlijn nr. 90/384/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen (PbEG L 189), en de artikelen 5, 9 en 26 van de Metrologiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 21 april 2006, nr. W10.06.0064/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 18 mei 2006, nr. WJZ 6036397;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Metrologiewet ;
b. richtlijn meetinstrumenten: richtlijn nr. 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004, betreffende meetinstrumenten (PbEU L 135);
c. richtlijn niet-automatische weegwerktuigen: richtlijn nr. 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 betreffende niet-automatische weegwerktuigen (PbEU L 122);
d. fabrikant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het meetinstrument met de bij of krachtens de wet gestelde eisen aan het instrument voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen, waarbij hij als doel heeft dat meetinstrument onder eigen naam in de handel te brengen of voor eigen doeleinden in gebruik te nemen;
e. CE-markering: markering, overeenkomstig het model van punt I.B.d) van de bijlage bij besluit nr. 93/465/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220);
f. instrumentspecifieke bijlage: bijlage MI-001, MI-002, MI-003, MI-004, MI-005, MI-006, MI-007, MI-008, MI-009 of MI-010 bij de richtlijn meetinstrumenten;
g. beoordelingsprocedurebijlage: bijlage A, A1, B, C, C1, D, D1, E, E1, F, F1, G, H of H1 bij de richtlijn meetinstrumenten;
h. niet-automatisch weegwerktuig: werktuig voor het bepalen van de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking van de zwaartekracht op dat lichaam, waarbij voor het wegen tussenkomst van een bedienaar noodzakelijk is, alsmede zodanige werktuigen die bovendien worden gebruikt voor het bepalen van met de massa verband houdende grootheden, hoeveelheden, parameters of kenmerken.
Artikel 2
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet is het bij het drijven van handel, bij levering uit hoofde van beroep of bedrijf en bij het vaststellen van belastingen of van andere heffingen:
a. meten van een stromende hoeveelheid gasvormige brandstof, al dan niet onder herleiding van de onder meetomstandigheden gemeten hoeveelheid naar een hoeveelheid onder basisomstandigheden, voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik of licht industrieel gebruik;
b. meten van binnen een stroomkring verbruikte actieve elektrische energie voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik of licht industrieel gebruik;
c. continu en dynamisch meten in volume of massa van stromende vloeistoffen met uitzondering van water, al dan niet onder herleiding van de onder meetomstandigheden gemeten hoeveelheid naar een hoeveelheid onder basisomstandigheden, binnen een gesloten leiding, ten behoeve van
1°. het vaststellen van een hoeveelheid brandstof, al dan niet in de vorm van een vloeibaar gas, bij het tanken van motorvoertuigen, kleine schepen en kleine vliegtuigen;
2°. het vaststellen van een hoeveelheid cryogene vloeistoffen;
3°. het vaststellen van een hoeveelheid vloeistoffen bij het laden van schepen, of
4°. het in andere gevallen vaststellen van een hoeveelheid vloeistoffen;
d. bepalen van de massa van een lichaam op grond van de werking van de zwaartekracht op dat lichaam, zonder tussenkomst van een bedienaar en volgens een vooraf bepaald programma van automatische processen, en in het bijzonder
1°. het bepalen van de massa van vooraf samengevoegde afzonderlijke lasten of enkelvoudige lasten los materiaal, al dan niet met onderverdeling van artikelen met een verschillende massa of ter controle van voorverpakkingen;
2°. het bepalen van de massa bij het vullen van houders met een vooraf bepaalde en vrijwel constante hoeveelheid bulkgoed;
3°. het bepalen van de massa van bulkgoed door het in afzonderlijke lasten te verdelen, vervolgens de massa van de afzonderlijke last te bepalen en tenslotte de massa van de afzonderlijke lasten bij elkaar op te tellen;
4°. het ononderbroken bepalen van de massa van bulkgoed op een continue bewegende transportband;
5°. het bepalen van de massa van treinen en spoorwegwagons;
e. op basis van een door een afstandssignaalgenerator afgegeven signaal berekenen van afstand en het meten van tijdsduur in verband met het vaststellen van vergoedingen voor taxivervoer;
f. bepalen van de lengte van de randen van het kleinste omhullende rechthoekige parallellepipedum van een product;
g. meten van warmte die door een vloeistof in een warmtewisselaar wordt afgegeven, voor huishoudelijk gebruik, handelsgebruik of licht industrieel gebruik.
Artikel 3
Een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet is het
a. bij het drijven van handel,
b. bij het berekenen van een recht, heffing, belasting, premie, boete, vergoeding of soortgelijke verschuldigde bedragen,
c. bij de toepassing van wettelijke regelingen of andere besluiten van bestuursorganen of voor gerechtelijke expertise,
d. bij het bepalen van de prijs op grond van de massa voor rechtstreekse verkoop aan het publiek en voor voorverpakte artikelen,
e. bij het bepalen van de massa in de medische praktijk voor het wegen van patiënten voor observatie, diagnose en medische behandelingen,
f. bij het bepalen van de massa voor de vervaardiging van medicijnen op voorschrift in de apotheek en het bepalen van de massa tijdens analyses die in medische en farmaceutische laboratoria worden uitgevoerd,
bepalen van de massa van een lichaam met gebruikmaking van de werking van de zwaartekracht op dat lichaam, waarbij voor het wegen tussenkomst van een bedienaar noodzakelijk is, al dan niet vergezeld gaand van het bepalen van met de massa verband houdende grootheden, hoeveelheden, parameters of kenmerken.
Artikel 4
Meetinstrumenten en onderdelen als bedoeld in de onderdelen a tot en met g voldoen voordat zij in de handel worden gebracht, in gebruik worden genomen of voor ingebruikneming verder worden verhandeld, aan de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten opgenomen essentiële eisen en aan de toepasselijke essentiële eisen in de hierna bij het meetinstrument vermelde instrumentspecifieke bijlage:
a. gasmeters en volumeherleidingsinstrumenten met een in artikel 2, onder a, vermelde taak: bijlage MI-002;
b. kilowattuurmeters met een in artikel 2, onder b, vermelde taak: bijlage MI-003;
c. vloeistofmeetinstallaties met een in artikel 2, onderdeel c, bedoelde taak: bijlage MI-005;
d. automatische weeginstrumenten met een in artikel 2, onderdeel d, bedoelde taak: bijlage MI-006;
e. taxameters met een in artikel 2, onderdeel e, bedoelde taak: bijlage MI-007;
f. multidimensionale meetinstrumenten met een in artikel 2, onderdeel f, bedoelde taak: bijlage MI-009, hoofdstukken I en IV;
g. warmtemeters met een in artikel 2, onderdeel g, bedoelde taak: bijlage MI-004.
1.
Een niet-automatisch weegwerktuig met een meettaak ten behoeve van een specifieke toepassing als bedoeld in artikel 3 voldoet voordat het in de handel wordt gebracht, in gebruik wordt genomen, voor in gebruikneming verder wordt verhandeld of wordt gebruikt aan de fundamentele voorschriften van bijlage I van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen.
2.
Indien het niet-automatische weegwerktuig inrichtingen bevat of is aangesloten op inrichtingen die niet voor de meettaak in een specifiek toepassingsgebied als bedoeld in artikel 3 bestemd zijn, gelden de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet voor die inrichtingen.
1.
Meetinstrumenten als bedoeld in de onderdelen a tot en met f en in voorkomend geval nader geduid in de hierna bij het meetinstrument vermelde instrumentspecifieke bijlage, voldoen ten behoeve van verkrijging van een CE-markering en de aanvullende metrologische markering aan de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten opgenomen essentiële eisen en aan de toepasselijke essentiële eisen in de desbetreffende instrumentspecifieke bijlage:
a. watermeters bestemd voor huishoudelijk, handels- en licht industrieel gebruik: bijlage MI-001;
b. lengtematen: bijlage MI-008, hoofdstuk I;
c. inhoudsmaten: bijlage MI-008, hoofdstuk II;
d. lengtemeetinstrumenten: bijlage MI-009, hoofdstukken I en II;
e. oppervlaktemeetinstrumenten: bijlage MI-009, hoofdstukken I en III;
f. uitlaatgasanalysatoren bestemd voor inspectie en professioneel onderhoud van in gebruik zijnde motorvoertuigen: bijlage MI-010.
2.
Het is verboden de in het eerste lid bedoelde meetinstrumenten voorzien van een CE- markering en de aanvullende metrologische markering, in de handel te brengen, in gebruik te nemen of voor ingebruikneming verder te verhandelen, indien zij niet aan de in het eerste lid bedoelde eisen voldoen.
1.
Een instrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 6 wordt vermoed overeen te stemmen met de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten en in de toepasselijke instrumentspecifieke bijlage opgenomen essentiële eisen, indien het voldoet aan:
a. de normen waarmee de in artikel 13, eerste lid, van die richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen voor het betrokken meetinstrument in Nederland ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers door Onze Minister in de Staatscourant zijn bekendgemaakt,
b. de normen waarmee de onder a bedoelde geharmoniseerde normen in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers in die lidstaat van de Europese Unie of andere staat zijn bekendgemaakt, of
c. de met de voor het betrokken meetinstrument gestelde essentiële eisen overeenkomende delen van normatieve documenten en lijsten als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de richtlijn meetinstrumenten waarvan de referenties zijn bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede zijn bekendgemaakt in de Staatscourant door Onze Minister of zijn bekendgemaakt in een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat als bedoeld onder b.
2.
Indien een meetinstrument slechts ten dele voldoet aan de in het eerste lid bedoelde normen of normatieve documenten wordt voor dat gedeelte overeenstemming vermoed met de essentiële eisen die overeenkomen met het deel van die normen of normatieve documenten waaraan het meetinstrument voldoet.
1.
Een niet-automatisch weegwerktuig als bedoeld in artikel 5 wordt vermoed overeen te stemmen met de in bijlage I van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen opgenomen fundamentele voorschriften, indien het voldoet aan:
a. de normen waarmee de in artikel 6, eerste lid, van die richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen in Nederland ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers door Onze Minister in de Staatscourant zijn bekendgemaakt, of
b. de normen waarmee de onder a bedoelde geharmoniseerde normen in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ten uitvoer zijn gelegd en waarvan de referentienummers in die lidstaat van de Europese Unie of andere staat zijn bekendgemaakt.
2.
Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
1.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de eisen waar de in de artikelen 4 en 5 bedoelde meetinstrumenten bij gebruik aan moeten voldoen.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van installatie en anderszins omtrent de omstandigheden waaronder een meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 5 wordt gebruikt.
Artikel 10
Een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of een meetinstrument als bedoeld in artikel 6 ondergaat, naar keuze van de fabrikant, één van de in de instrumentspecifieke bijlage voor dat instrument aangegeven overeenstemmingsbeoordelingen volgens de beoordelingsprocedurebijlagen.
1.
De fabrikant mag elke technische oplossing kiezen die voldoet aan de in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten en in de instrumentspecifieke bijlage opgenomen essentiële eisen.
2.
De fabrikant hoeft de overeenstemming van het instrument met de in het eerste lid bedoelde eisen niet aan te tonen wanneer hij:
a. de in de relevante geharmoniseerde Europese normen bedoelde oplossingen voor dat meetinstrument op juiste wijze toepast;
b. hij de oplossingen toepast die in de in artikel 7, eerste lid, bedoelde normen of normatieve documenten zijn weergegeven.
3.
Indien de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure voorziet in een test, wordt vermoed dat voldaan is aan die test wanneer het met die test overeenkomende testprogramma is uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 7, eerste lid, bedoelde normen of normatieve documenten en de testresultaten garanderen dat aan de essentiële eisen die zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn meetinstrumenten en in de toepasselijke instrumentspecifieke bijlage, is voldaan.
1.
Een niet-automatisch weegwerktuig als bedoeld in artikel 5 ondergaat naar keuze van de aanvrager een overeenstemmingsbeoordeling volgens één van de in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen bedoelde procedures.
2.
De bescheiden en briefwisseling met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde procedures zijn gesteld in de Nederlandse taal of in een andere taal die door de bij de procedure betrokken aangewezen instantie is aanvaard.
1.
De fabrikant verricht de werkzaamheden en komt de verplichtingen na die in verband met de overeenstemmingsbeoordeling volgens de desbetreffende beoordelingsprocedurebijlage of volgens de gekozen procedure van overeenstemmingsbeoordeling, bedoeld in artikel 12, aan hem zijn opgedragen.
2.
De fabrikant kan overeenkomstig de desbetreffende beoordelingsprocedurebijlage of overeenkomstig de gekozen procedure van overeenstemmingsbeoordeling, bedoeld in artikel 12, een in de Europese Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk machtigen namens hem op te treden ten aanzien van bepaalde verplichtingen en werkzaamheden.
3.
Indien de fabrikant niet in de Europese Gemeenschap is gevestigd en niet een machtiging als bedoeld in het tweede lid heeft verstrekt, komt degene die het instrument in de handel brengt, de verplichtingen na voor zover de beoordelingsprocedurebijlage dat voorschrijft.
1.
Voor een geregeld meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 5 dat in gebruik is genomen, bestaat de overeenstemmingsbeoordeling uit een keuring.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels ten aanzien van de keuring worden gesteld.
1.
De aangewezen instantie die toetsende werkzaamheden verricht in het kader van een overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 10 of artikel 12 draagt daarbij zorg voor de uitvoering van haar met die toetsende werkzaamheden samenhangende verplichtingen die in de beoordelingsprocedurebijlage of in de gekozen procedure van overeenstemming, bedoeld in artikel 12, zijn voorzien.
2.
Voor zover de beoordelingsprocedurebijlage voorziet in de verplichting tot het verstrekken van gegevens aan de lidstaat door wie de aangewezen instantie is aangewezen, dan wel aan andere lidstaten, geldt dat in Nederland de gegevens worden verstrekt aan de toezichthoudende instantie.
3.
Voor zover een procedure van overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 12 voorziet in het verstrekken van gegevens aan de Lid-Staten van de Europese Unie, geldt dat deze verstrekking geschiedt door tussenkomst van de toezichthoudende instantie.
4.
De in artikel 14 bedoelde keuring wordt verricht door een aangewezen instantie of door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 11 van de wet.
1.
De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik te nemen meetinstrument als bedoeld in artikel 4 of artikel 6 met de bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de CE-markering en de aanvullende metrologische markering, zoals beschreven in artikel 17, tweede lid, van de richtlijn meetinstrumenten.
2.
De in het eerste lid bedoelde markeringen alsmede andere opschriften worden aangebracht door de fabrikant of door een andere persoon onder verantwoordelijkheid van de fabrikant overeenkomstig de artikelen 7 en 17 van de richtlijn meetinstrumenten en de toepasselijke overeenstemmingsbeoordelingsprocedure.
1.
De overeenstemming van een in de handel te brengen of in gebruik te nemen weegwerktuig als bedoeld in artikel 5 met de bij of krachtens de wet gestelde eisen blijkt uit de CE-markering en de aanvullende gegevens zoals omschreven in bijlage IV, punt 1, van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen.
2.
De in het eerste lid bedoelde markering en gegevens worden duidelijk zichtbaar, gemakkelijk leesbaar en onuitwisbaar aangebracht. Op de werktuigen mogen andere markeringen worden aangebracht, mits de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering niet worden verminderd.
3.
Indien artikel 5, tweede lid, van toepassing is, moet op elk van die inrichtingen die niet aan een overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in artikel 12 zijn onderworpen het beperkend gebruikssymbool, als omschreven in bijlage IV, punt 3, van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen, duidelijk zichtbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht.
1.
Een niet-automatisch weegwerktuig dat niet bestemd is voor een specifieke toepassing als bedoeld in artikel 3 wordt voorzien van de in bijlage IV, punt 2, van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen bedoelde opschriften.
2.
Artikel 17, tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het is verboden niet-automatische weegwerktuigen als bedoeld in het eerste lid in de handel te brengen indien zij niet aan de in het eerste lid bedoelde vereisten voldoen.
1.
Wanneer een meetinstrument als bedoeld in artikel 4, 5 of 6 met betrekking tot andere aspecten valt onder bepalingen die zijn vastgesteld krachtens een andere richtlijn van de Raad van de Europese Unie of van de Raad en het Europees Parlement en die voorzien in het aanbrengen van de CE-markering, geeft deze markering aan dat het meetinstrument ook geacht wordt in overeenstemming te zijn met de vereisten van die andere richtlijn.
2.
De bij de toegepaste richtlijn voorgeschreven documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen die bij het meetinstrument zijn gevoegd, vermelden de verwijzing naar het Publicatieblad van de Europese Unie waarin de toegepaste richtlijn is bekendgemaakt.
1.
De overeenstemming van een in gebruik genomen geregeld meetinstrument dat ingevolge artikel 7 van de wet een overeenstemmingsbeoordeling heeft ondergaan, blijkt uit een merkteken waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de plaats en de wijze van aanbrengen van het merkteken.
2.
Het in het eerste lid bedoelde merkteken wordt aangebracht door een aangewezen instantie of een persoon die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 11 van de wet.
Artikel 21
Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van de toepassing van een bijlage van de richtlijn meetinstrumenten of van een bijlage van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen nadere regels worden gesteld.
Artikel 21a
Een wijziging van de richtlijn meetinstrumenten of van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 22
[Wijzigt het Besluit personenvervoer 2000.]
Artikel 23
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Meetinstrumentenbesluit I.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 mei 2006
De Minister van Economische Zaken ,
Uitgegeven de twintigste juni 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Meettaken ten behoeve van een specifieke toepassing
+ Hoofdstuk 3. Meetinstrumenten
+ Hoofdstuk 4. Overige en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken