Besluit van 16 augustus 1960, houdende vaststelling van een nieuw reglement op het geneeskundige onderzoek omtrent de geschiktheid voor de militaire dienst
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze minister van defensie van 4 juni 1960, no. 659797/657959;
Overwegende:
dat het - onder meer in verband met de omstandigheid, dat de Koninklijke luchtmacht een afzonderlijk deel van de krijgsmacht is geworden - noodzakelijk is enige wijzigingen aan te brengen in het Militair keuringsreglement (Koninklijk besluit van 24 augustus 1949, Stb. J 404), terwijl ook de lijst, welke bij dat reglement behoort, herziening behoeft;
dat het wenselijk is het gehele reglement opnieuw vast te stellen;
Gelet op:
de Dienstplichtwet ( Stb. 1922, 43);
de Militaire Ambtenarenwet 1931 ( Stb. 1931, 519);
de Wet bevordering en ontslag beroepsofficieren ( Stb. 1954, 575);
de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht ( Stb. 1954, 576);
de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 ( Stb. 1922, 65);
de Pensioenwet voor de landmacht 1922 ( Stb. 1922, 66)
de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marinereserve 1923 ( Stb. 1923, 355);
de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923 ( Stb. 1923, 356);
de Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm ( Stb. 1925, 278);
De Raad van State gehoord (advies van 5 juli 1960, no. 42);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van defensie van 10 augustus 1960, no. 750710/657959;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
De geschiktheid of ongeschiktheid voor de militaire dienst in verband met ziekten of gebreken wordt onderzocht en beoordeeld naar de bepalingen van dit besluit.
2.
Zij, die bij het geneeskundige onderzoek niet ongeschikt worden bevonden, worden geacht geschikt te zijn.
3.
Zij, die de vereiste geschiktheid missen, doch te wier aanzien een heelkundige kunstbewerking uitzicht zou geven op het verkrijgen of herkrijgen van de geschiktheid, worden ongeschikt geacht, indien zij er niet in toestemmen die kunstbewerking te ondergaan.
Artikel 2
Dit besluit verstaat onder:
a. Onze minister: Onze minister van defensie;
b. afwijking: een der ziekten of gebreken, vermeld in de bijlage van dit besluit.
1.
Voor de toepassing van dit besluit worden de te onderzoeken personen onderscheiden in twee groepen, te weten:
groep A: ingeschrevenen voor de dienstplicht en dienstplichtigen;
groep B: zij, die krachtens een vrijwillige verbintenis of een benoeming bij de krijgsmacht dienen of wensen te dienen, daaronder begrepen zij, die een verbintenis hebben aangegaan als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Dienstplichtwet, en zij, die een zodanige verbintenis wensen aan te gaan.
2.
Zij, die zowel tot groep A als tot groep B behoren, worden gerangschikt:
onder groep A: indien het gaat om de geschiktheid voor de dienstplicht;
onder groep B: indien het gaat om de geschiktheid als vrijwilliger.
1.
Personen van groep A worden ongeschikt geacht, indien zij:
a. een afwijking hebben, waarvan herstel binnen korte tijd niet mogelijk moet worden geacht; of
b. geen afwijking hebben, doch hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niettemin doet verwachten, dat zij niet zullen voldoen aan de eisen van de dienst of niet bestand zullen zijn tegen de vermoeienissen, verbonden aan de dienst.
2.
Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest, dan worden zij, ondanks de aanwezigheid van een afwijking als bedoeld in het eerste lid onder a , niet ongeschikt geacht, indien moet worden verwacht, dat de afwijking hen niet zal verhinderen de dienst naar behoren te verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
3.
In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de luchtmacht.
1.
Personen van groep B worden ongeschikt geacht voor de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij in aanmerking wensen te komen, indien zij:
a. een afwijking hebben of verkeren in een toestand, die een afwijking doet vermoeden; of
b. geen afwijking hebben, doch hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid niettemin doet verwachten, dat zij niet zullen voldoen aan de eisen van de dienst of niet bestand zullen zijn tegen de vermoeienissen, verbonden aan de dienst; of
c. niet voldoen aan de bijzondere eisen, welke door of vanwege Onze minister voor de dienst, bedoeld in de aanhef van dit artikel, mochten zijn gesteld.
2.
Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest, dan kunnen zij, ondanks de aanwezigheid van een afwijking, onderscheidenlijk ondanks het feit, dat zij niet voldoen aan de bijzondere eisen, bedoeld in het eerste lid, onder c , geschikt worden geacht voor de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij in aanmerking wensen te komen, indien moet worden verwacht, dat die afwijking, onderscheidenlijk het niet voldoen aan die eisen, hen niet zal verhinderen die dienst naar behoren te verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
3.
In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de luchtmacht.
1.
Onze minister kan bepalen, dat een gegadigde kan volstaan met een door Onze minister aan te geven lagere graad van geschiktheid dan zou worden geëist volgens artikel 5, eerste lid, mits moet worden verwacht, dat de beperkte geschiktheid de gegadigde niet zal verhinderen de aldaar bedoelde dienst naar behoren te verrichten zonder zijn gezondheid of die van anderen te schaden.
2.
De beslissing omtrent de geschiktheid of ongeschiktheid van de gegadigde berust bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de luchtmacht.
1.
Personen van groep B, wier dienstverband niet tot doorlopende werkelijke dienst verplicht, worden ongeschikt geacht voor de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich hebben verbonden of waarbij zij zijn benoemd, indien zij zijn komen te verkeren in een der gevallen, bedoeld in het eerste lid van artikel 5, tenzij herstel van de tekortkoming, welke die ongeschiktheid zou veroorzaken, binnen korte tijd mogelijk moet worden geacht.
2.
Zijn zij in werkelijke dienst of in werkelijke dienst geweest, dan worden zij ondanks de aanwezigheid van een afwijking, onderscheidenlijk ondanks het feit, dat zij niet voldoen aan de bijzondere eisen, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c, niet ongeschikt geacht, indien moet worden verwacht, dat die afwijking, onderscheidenlijk het niet voldoen aan die eisen, hen niet zal verhinderen de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich hebben verbonden of waarbij zij zijn benoemd, naar behoren te verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
3.
In het geval, bedoeld in het tweede lid, berust de beslissing bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de luchtmacht.
1.
Personen van groep B, wier dienstverband tot doorlopende werkelijke dienst verplicht, worden, ongeacht of zij al of niet reeds in werkelijke dienst zijn of zijn geweest, ongeschikt geacht voor de dienst bij het korps, het wapen, de dienstgroep, het dienstvak - of onderdeel daarvan - of dergelijke, waarvoor zij zich hebben verbonden of waarbij zij zijn benoemd, indien zij een afwijking hebben, welke moet worden geoordeeld ongeneeslijk te zijn of waarvan de genezing vruchteloos is beproefd, onderscheidenlijk indien zij, ook na geneeskundige behandeling, niet meer voldoen aan de bijzondere eisen, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder c, tenzij moet worden verwacht, dat die afwijking, onderscheidenlijk het niet voldoen aan die eisen, hen niet zal verhinderen die dienst naar behoren te verrichten zonder hun gezondheid of die van anderen te schaden.
2.
In het geval, bedoeld in het eerste lid, berust de beslissing bij de hoogste geneeskundige autoriteit voor de zee-, de land- of de luchtmacht.
Artikel 9
Regelen ter uitvoering van dit besluit worden gegeven door of vanwege Onze minister.
1.
Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel van "Militair keuringsreglement" of onder de verkorte titel "MKR".
2.
De bijlage van dit besluit kan worden aangehaald onder de titel van "Lijst MKR".
Artikel 11
Ons besluit van 24 augustus 1949 ( Stb. J 404) wordt ingetrokken.
Onze minister van defensie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende bijlage in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Taormina, 16 augustus 1960
De Minister van Defensie,
Uitgegeven de twintigste september 1960.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Keuring van groep A (dienstplichtigen enz.)
+ Hoofdstuk 3. Keuring van groep B (vrijwilligers enz.) vóór het aangaan van de verbintenis of vóór de benoeming
+ Hoofdstuk 4. Keuring van groep B (vrijwilligers enz.) na het aangaan van de verbintenis of na de benoeming
+ Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht