Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2016. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2016.

Artikel 44 Monumentenwet 1988

Uitgebreide informatie
1.
Voor zover bij de vaststelling van geldende bestemmingsplannen onvoldoende rekening is gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten, kunnen provinciale staten binnen het grondgebied van de provincie gebieden die archeologisch waardevol zijn of naar verwachting archeologisch waardevol zijn, aanwijzen als archeologische attentiegebieden.
2.
De gemeenteraad stelt binnen een door provinciale staten te stellen termijn in verband met een aangewezen archeologisch attentiegebied een bestemmingsplan vast.
3.
Gedeputeerde staten melden een aanwijzingsbesluit als bedoeld in het eerste lid aan Onze minister.
4.
Provinciale staten houden bij de vaststelling of de herziening van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening rekening met aangewezen archeologische attentiegebieden.
5.
Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Beschermde monumenten
+ Hoofdstuk III. Subsidies en specifieke uitkeringen
+ Hoofdstuk IV. Beschermde stads- en dorpsgezichten
- Hoofdstuk V. Archeologische monumentenzorg
+ Hoofdstuk VI. Handhaving en strafbepalingen
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht