Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering tot wijziging van de Notawisseling van 10 februari 1956 betreffende de resterende intercustodiale geschillen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië
(authentiek: en)
EMBASSY OF THE NETHERLANDS
Canberra, 5th August, 1957.
Sir,
I have the honour to refer to the Notes exchanged between us dated October 14, 1955, and February 10, 1956, on the settlement of intercustodial conflicts between Australia and the Netherlands.
In conformity with these Notes the Netherlands Government was to release to the Australian Government inter alia U.S. $ 3.000.- 4½ % Australia 1956 Nrs. 4456 and 5222/3, which were supposed to have been deposited with a banking institution in the Netherlands. However, it has been found after our exchange of Notes that these securities had all the time been deposited with a correspondent of this banking institution in the United States of America, where the income received on the bonds and the proceeds of redemption have been vested in the Attorney-General of the U.S. According to the Brussels Agreement on Intercustodial Conflicts of December 5, 1947, to which the Netherlands as well as the U.S.A. are parties, 50 % of the income and proceeds will be released to the Netherlands.
Our Custodian of Enemy Property has asked the U.S. Office of Alien Property whether it would be possible for it to release 100 % of the income and of the proceeds of redemption to the Netherlands so that my Government would be able to release these amounts to your Government. However, the O.A.P. has answered that to its regret it is not authorized to comply with our request because there is no agreement on intercustodial conflicts between your Government and the Government of the U.S.A.
Therefore my Government proposes that it will release the 50 % of the income on and of the proceeds of redemption of the $ 3.000.- bonds concerned.
If your Government agrees, the following amounts will be released to the Australian Government:
I
1) 50 % of the proceeds of U.S. $ 3.000.- 4½ % Australia 1956: $ 1.990.23.
2) Proceeds of $ 1.000.- 5 % New South Wales Nr. 16845, redeemed in 1947: hfl. 5.080.15.
The £ 307.1.4 coupons 2¾ % Commonwealth of Australia 1941/ 43, mentioned in the Annex to your Note of February 3, 1950, have already been delivered to your Government through Westminster Bank Ltd., London, and the Commonwealth Bank of Australia, London.
I propose that this letter and your reply in the affirmative be deemed to constitute an integral part of the agreement between our two Governments on Netherlands-Australian intercustodial conflicts.
I have the honour to be,
Sir,
Your obedient servant,
(sd.) A. M. L. WINKELMAN
Ambassador of the Kingdom
of the Netherlands.
The Right Honourable R.G. Casey,
C.H., D.S.O., M.C.,
Minister of State for External Affairs,
Canberra, A.C.T.
MINISTER FOR EXTERNAL AFFAIRS
9th October, 1957.
Sir,
I have the honour to acknowledge receipt of the Note of His Excellency the Netherlands Ambassador dated 5th August, 1957, which reads as follows:
[Red: (zoals in nr. I)]
I have the honour to inform you that the Government of the Commonwealth of Australia is in agreement with the foregoing proposals and agrees also that His Excellency the Ambassador's Note of 5th August, 1957, and this reply, be deemed to constitute an integral part of the agreement between our two Governments on the final settlement of Netherlands-Australian intercustodial conflicts.
I have the honour to be,
Sir,
Your obedient servant,
(sd.) P. A. McBRIDE
Acting Minister of State for External Affairs
Mr. R. Fack,
Chargé d' Affaires ad interim,
Royal Netherlands Embassy,
Canberra, A.C.T.
II
(vertaling: nl)
AMBASSADE DER NEDERLANDEN
Canberra, 5 augustus 1957.
Excellentie,
Ik heb de eer te verwijzen naar de tussen ons gewisselde nota's van 14 oktober 1955 en 10 februari 1956, inzake de regeling van intercustodiale geschillen tussen Australië en Nederland.
Overeenkomstig deze nota's diende de Nederlandse Regering aan de Australische Regering onder andere vrij te geven US $ 3.000,- 4½ % Australia 1956 Nos. 4456 en 5222/3, van welke effecten werd aangenomen dat zij gedeponeerd waren bij een bankinstelling in Nederland. Na onze notawisseling is echter gebleken dat deze effecten steeds hebben berust bij een correspondent van deze bankinstelling in de Verenigde Staten van Amerika, waar de couponopbrengst van de obligaties alsmede de opbrengst uit hoofde van aflossing zijn geconfisqueerd door de „Attorney-General” van de Verenigde Staten. Volgens de Overeenkomst van Brussel inzake intercustodiale geschillen van 5 december 1947, waarbij zowel Nederland als de Verenigde Staten van Amerika partij zijn, zal 50 % van de couponopbrengst en het aflossingsbedrag aan Nederland worden vrijgegeven.
Het Nederlandse Beheersinstituut heeft het Amerikaanse „Office of Alien Property" gevraagd of het mogelijk zou zijn de couponopbrengst en het aflossingsbedrag volledig aan Nederland vrij te geven, zodat mijn Regering in staat zou zijn deze bedragen aan Uw Regering vrij te geven. Het „Office of Alien Property” heeft echter geantwoord dat het tot zijn spijt niet gemachtigd is, aan ons verzoek te voldoen omdat er tussen Uw Regering en de Regering van de Verenigde Staten geen overeenkomst inzake intercustodiale geschillen bestaat.
Mijn Regering stelt derhalve voor, dat zij 50 % van de couponopbrengst en van het aflossingsbedrag van de betreffende $ 3.000,- obligaties zal vrijgeven.
Indien Uw Regering hiermede instemt, zullen de volgende bedragen aan de Australische Regering worden vrijgegeven:
I
(1) 50 % van de opbrengst van US $ 3.000,- 4½ % Australia 1956: $ 1.990,23.
(2) Opbrengst van $ 1.000,- 5 % New South Wales No. 16845, afgelost in 1947: f 5.080,15 Ned. Crt.
De £ 307.1.4 coupons 2¾ % Commonwealth of Australia 1941/43, genoemd in de bijlage bij Uw nota van 3 februari 1950, zijn reeds aan Uw Regering uitgeleverd door bemiddeling van de Westminster Bank Ltd. te Londen, en de Commonwealth Bank of Australia te Londen.
Ik stel voor dat deze brief en Uw bevestigend antwoord geacht zullen worden een integrerend onderdeel te vormen van de overeenkomst tussen onze beide Regeringen inzake Nederlands-Australische intercustodiale geschillen.
Ik heb de eer te zijn,
Excellentie,
Uw dienstwillige dienaar,
(w.g.) A. M. L. WINKELMAN
Ambassadeur van het Koninkrijk
der Nederlanden
Zijner Excellentie R. G. Casey
C.H., DS.O., M.C.,
Minister van Buitenlandse Zaken,
Canberra, A.C.T.
MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
9 oktober 1957
Mijnheer,
Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van de nota van Zijne Excellentie de Nederlandse Ambassadeur, gedateerd 5 augustus 1957, welke als volgt luidt:
[Red: (zoals in n. I)]
Ik heb de eer U mede te delen dat de Regering van het Australische Gemenebest met voorgaande voorstellen instemt en er tevens mede instemt dat de nota van Zijne Excellentie de Ambassadeur van 5 augustus 1957 en dit antwoord geacht zullen worden een integrerend deel te vormen van de overeenkomst tussen onze beide Regeringen inzake de definitieve regeling van Nederlands-Australische intercustodiale geschillen.
Ik heb de eer te zijn,
Mijnheer,
Uw dienstwillige dienaar,
(w.g.) P. A. McBRIDE
Minister van Buitenlandse Zaken a.i.
De Heer R. Fack,
Tijdelijk Zaakgelastigde,
Koninklijke Nederlandse Ambassade,
Canberra, A.C.T.
II
Inhoudsopgave
I
II
I
II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht