Notawisseling tussen de Nederlandse en de Noorse Regering inzake de vestiging van een gezondheidscentrum voor zeelieden in Rotterdam
(authentiek: en)
AMBASSADE ROYALE DE NORVEGE
The Hague, November 17, 1964.
Monsieur le Ministre,
With reference to previous negotiations, I have the honour to bring the following to the attention of Your Excellency:
The Government of the Kingdom of Norway, desirous of establishing in Rotterdam a health centre for seamen, has the honour to propose that an Agreement be concluded between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Norway worded as follows:
1.
(1) The Netherlands Government shall permit the establishment in Rotterdam of a health centre for seamen. This centre shall be directed by a Norwegian physician who may be assisted by the necessary medical, dental and administrative staff. The medical doctors and dentists engaged at this centre shall be in possession of a diploma in medicine or dentistry, recognized by the Netherlands Government and qualifying them to perform their duties within the framework of this Agreement.
(2) The role of the health centre shall be:
a) to carry out regular health examinations of seamen prior to their engagement on Norwegian ships,
b) to record the health situation of, and carry out preventive health work among, Norwegian seamen seeking employment while in the Netherlands, as well as among seamen engaged on board Norwegian ships lying in the Netherlands; further, to give the aforementioned seamen such medical and dental treatment and to prescribe such medicine as may be necessary. When an ailment or an injury calls for further treatment which cannot be given by the health centre, and, in any case, when treatment or observation in a hospital is considered necessary, either the seamen in question shall be repatriated or the case shall be referred to a physician, a dentist or a hospital in the Netherlands.
c) to keep a check on the supplies of medicine on board Norwegian ships berthing in the Netherlands.
(3) Neither the responsible doctor or dentist at the health centre nor their staff shall undertake activities outside the scope of those mentioned in the preceding paragraph; they shall not, therefore, lend their services to the Norwegians residing in Rotterdam.
2. The health centre shall observe the laws and regulations in force in the Netherlands as well as the international obligations of the Netherlands in respect of the International Sanitary Regulations (W.H.O.) and other international regulations relating to public health measures. The health centre shall co-operate fully with the Netherlands authorities, who shall have access to the premises of the centre at all times.
3. The Netherlands authorities are aware of the fact that all positions within the Norwegian medical service abroad are limited in time. Furthermore, temporary substitutes will often be needed in the various positions. This entails that new diplomas will have to be presented and accepted rather frequently and that the time interval between the appointment of a person to a position and the actual taking up of his duties is sometimes very short.
4. This Agreement shall enter into force on the first day of the month following the month in which the two Contracting Parties have informed each other that the approval constitutionally required in the two States has been obtained. It may be terminated by either of the Contracting Parties, provided that at least one year's prior notice of termination is given to the Ministry of Foreign Affairs of the other Party.
If the provisions proposed above are acceptable to the Government of the Kingdom of the Netherlands, I have the honour to suggest that this Note, together with Your Excellency's affirmative reply should be regarded as constituting an Agreement between the two Governments in this matter.
I avail myself of this opportunity to renew to Your Excellency the assurances of my highest consideration.
(sd.) OTTO KILDAL.
His Excellency
Mr. J. M. A. H. Luns,
Minister of Foreign Affairs
of the Kingdom of the Netherlands.
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Treaty Department
DVE/VB-169595
The Hague, November 17, 1964.
Monsieur l'Ambassadeur,
I have the honour to acknowledge receipt of Your Excellency's Note of this day which reads as follows:
[Red: (zoals in Nr. I)]
In reply I have the honour to inform you that the foregoing proposal is acceptable to the Government of the Kingdom of the Netherlands who therefore agree that Your Excellency's Note together with this reply shall constitute the Agreement reached between the two Governments in this matter, and that it shall enter into force on the first day of the month following the month in which the two Contracting Parties have informed each other that the approval constitutionally required in the two states has been obtained.
I avail myself of this opportunity to renew to Your Excellency the assurances of my highest consideration.
(sd.) J. LUNS.
His Excellency
Mr. Otto J. L. Kildal
Ambassador Extraordinary
and Plenipotentiary
of the Kingdom of Norway
at The Hague.
(vertaling: nl)
KONINKLIJKE AMBASSADE VAN NOORWEGEN
Den Haag, 17 november 1964.
Mijnheer de Minister,
Onder verwijzing naar eerder gevoerde onderhandelingen heb ik de eer het volgende onder de aandacht van Uwe Excellentie te brengen:
De Regering van het Koninkrijk Noorwegen, verlangende te Rotterdam een medisch centrum voor zeelieden te vestigen, heeft de eer voor te stellen dat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Noorwegen een overeenkomst wordt gesloten, die als volgt luidt:
1.
(1) De Nederlandse Regering hecht haar goedkeuring aan de vestiging van een medisch centrum voor zeelieden te Rotterdam. Dit centrum staat onder leiding van een Noorse arts, die zich kan doen bijstaan door het nodige geneeskundige, tandheelkundige en administratieve personeel. De bij dit centrum aangestelde artsen en tandartsen dienen in het bezit te zijn van een door de Nederlandse Regering erkend diploma in de geneeskunde of de tandheelkunde, dat hun de bevoegdheid geeft hun werkzaamheden binnen het kader van deze overeenkomst uit te oefenen.
(2) De taak van het medisch centrum omvat:
a) het regelmatig aan een geneeskundig onderzoek onderwerpen van zeelieden vóór hun aanmonstering op Noorse schepen;
b) het houden van aantekening inzake de gezondheidstoestand van, en het uitoefenen van de preventieve geneeskunde met betrekking tot, Noorse zeelieden die tijdens hun verblijf in Nederland werk zoeken, alsmede met betrekking tot zeelieden die op in Nederland liggende Noorse schepen werkzaam zijn; voorts het verlenen aan ovengenoemde zeelieden van de nodige geneeskundige en tandheelkundige hulp en het hun voorschrijven van de nodige geneesmiddelen. Wanneer een ziekte of letsel verdere behandeling die niet door het medisch centrum kan worden verschaft, nodig maakt en in al die gevallen waarin behandeling of observatie in een ziekenhuis nodig wordt geoordeeld, worden de betrokken zeelieden gerepatrieerd of verwezen naar een arts, tandarts of ziekenhuis in Nederland;
c) het uitoefenen van controle op de geneesmiddelenvoorraad aan boord van in Nederland liggende Noorse hepen.
(3) Noch de verantwoordelijke arts of tandarts van het medisch centrum, noch het hun ter beschikking staande personeel mogen werkzaamheden verrichten vallende buiten het bestek van de in het voorgaande lid omschreven taak; derhalve mogen zij geen hulp verlenen aan in Rotterdam woonachtige Noren.
2. Het medisch centrum neemt de in Nederland van kracht zijnde wetten en voorschriften in acht, en houdt voorts rekening met de internationale verplichtingen van Nederland ten aanzien van de Internationale Sanitaire Regelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie en andere met maatregelen op het gebied der volksgezondheid verband houdende internationale voorschriften. Het medisch centrum werkt ten nauwste samen met de Nederlandse autoriteiten, die te allen tijde toegang tot het centrum hebben.
3. Het is de Nederlandse autoriteiten bekend dat alle functies in de Noorse geneeskundige dienst in het buitenland aan een bepaalde tijdsduur zijn gebonden. Bovendien zullen de verschillende functies veelvuldig door waarnemers worden vervuld. Dit brengt mede dat vrij vaak nieuwe diploma's zullen moeten worden overgelegd en aanvaard en dat het tijdsverloop tussen de benoeming van een persoon in een bepaalde functie en het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheden aanvangt in sommige gevallen zeer kort is.
4. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de beide Overeenkomstsluitende Partijen elkander hebben medegedeeld dat de in de beide Staten grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen. Zij kan door elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen worden beëindigd, mits het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de andere Partij ten minste één jaar van tevoren van deze beëindiging in kennis wordt gesteld.
Indien de in deze Nota vervatte bepalingen voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aanvaardbaar zijn, heb ik de eer voor te stellen deze Nota en Uwer Excellenties bevestigend antwoord daarop, te beschouwen een overeenkomst ter zake tussen de beide Regeringen te vormen.
Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
(w.g.) OTTO KILDAL.
Zijner Excellentie
Mr. J. M. A. H. Luns,
Minister van Buitenlandse Zaken
van het Koninkrijk der Nederlanden.
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Directie Verdragen
DVE/VB-169595
Den Haag, 17 november 1964.
Mijnheer de Ambassadeur,
Ik heb de eer Uwer Excellentie de ontvangst te bevestigen van Haar nota dd. 17 november 1964, welke als volgt luidt:
[Red: (zoals in Nr. I)]
Ten antwoord heb ik de eer U mede te delen dat het bovenstaande voorstel voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aanvaardbaar is en dat zij er derhalve mede instemt dat Uwer Excellenties nota en het onderhavige antwoord de overeenkomst vormen die tussen de beide Regeringen ter zake is bereikt, en dat deze in werking zal treden op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de beide Overeenkomstsluitende Partijen elkander hebben medegedeeld dat de in de beide Staten grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.
Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.
(w.g.) J. LUNS.
Zijner Excellentie
de Heer Otto J. L. Kildal
Buitengewoon en Gevolmachtigd
Ambassadeur van het Koninkrijk Noorwegen
te 's-Gravenhage.
Inhoudsopgave
Nr. I
Nr. II.
Nr. I
Nr. II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht