Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Duitse Bondsregering houdende een overeenkomst betreffende de bestrijding van veeziekten in de grensgebieden
(authentiek: nl)
AMBASSADE
DER
NEDERLANDEN
No. 387
De Koninklijk Nederlandse Ambassade biedt haar complimenten aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland aan en heeft de eer mede te delen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden bereid is met de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland de volgende overeenkomst te sluiten betreffende de bestrijding van veeziekten in de grensgebieden:
Artikel 1
Zodra in enige gemeente binnen de Bondsrepubliek Duitsland, welke in rechte lijn op een afstand van minder dan 15 km van de Nederlandse grens is gelegen, een geval of een verdacht geval van een der in artikel 2 genoemde ziekten vastgesteld of ter kennis van de autoriteiten is gekomen, is de Duitse veeartsenijkundige ambtenaar, tot wiens ambtsgebied de betreffende gemeente behoort, verplicht de door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen veeartsenijkundige ambtenaar hiervan onmiddellijk in kennis te stellen.
Zodra in enige Nederlandse gemeente, welke in rechte lijn op een afstand van minder dan 15 km van de Duitse grens is gelegen - tussen Mook en Geijsteren (gemeente Wanssum) echter uitsluitend in het gebied ten Oosten van de Maas -, een geval of verdacht geval van een der in artikel 2 genoemde ziekten vastgesteld of ter kennis van de autoriteiten is gekomen, is de Nederlandse veeartsenijkundige ambtenaar, tot wiens ambtsgebied de betreffende gemeente behoort, verplicht de door de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland aangewezen veeartsenijkundige ambtenaar hiervan onmiddellijk in kennis te stellen.
Bij het eerste optreden van een ziekte of een verdacht ziektegeval van een der in artikel 2 genoemde ziekten, dient de kennisgeving mondeling, telefonisch of telegrafisch binnen 24 uur na het vaststellen of het aan de autoriteiten bekend worden van het ziektegeval of het verdacht ziektegeval te geschieden.
Bij het optreden van volgende gevallen van dezelfde ziekte of van verdenking daarvan, kan de kennisgeving ook schriftelijk geschieden.
De schriftelijke kennisgeving moet binnen 24 uur na het vaststellen of het aan de autoriteiten bekend worden van de ziekte of na de verdenking van de ziekte worden verzonden.
Artikel 2
De kennisgeving dient te geschieden bij de volgende ziekten:
1) Hondsdolheid (Lyssa, Rabies, Hydrophobia);
2) Kwade droes (Malleus);
3) Mond- en Klauwzeer (Aphtae epizoöticae);
4) Schaapspokken (Variola ovina);
5) Besmettelijke longziekte bij rundvee (Pleuropneumonia contagiosa bovina);
6) Schurft bij eenhoevige dieren en schapen (Scabies);
7) Runderpest (Pestis bovina);
8) Hoenderpest (Pestis avium) met inbegrip van New Castle disease (Pseudo pestis avium);
9) Varkenspest (Pestis suum);
10) Teschener ziekte (Encephalomyelitis suum);
11) Dourine bij eenhoevige dieren (Dourine).
Artikel 3
Een lijst der op grond van artikel 1 in aanmerking komende Duitse en Nederlandse veeartsenijkundige ambtenaren is als bijlage aan de overeenkomst toegevoegd.
Deze lijst dient geregeld door middel van briefwisseling tussen de betrokken autoriteiten te worden bijgewerkt.
Artikel 4
Er bestaat overeenstemming, dat de Duits-Nederlandse overeenkomst van 9/12 juli 1890, houdende maatregelen voor een wederzijdse bestrijding van de aan de hondsdolheid verbonden gevaren, niet weer zal worden toegepast.
Artikel 5
De datum, waarop deze overeenkomst in werking treedt, wordt door een notawisseling vastgesteld.
Artikel 6
Elk der beide Regeringen kan de overeenkomst te allen tijde schriftelijk aan de andere Regering opzeggen; de overeenkomst treedt drie maanden na de opzegging buiten werking.
Indien de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland bereid is de bovenstaande regeling te aanvaarden, heeft de Ambassade de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor te stellen, dat deze nota en zijn antwoord als een overeenkomst tussen beide Regeringen zullen worden beschouwd. De in artikel 3 der overeenkomst bedoelde lijst van veeartsenijkundige ambtenaren is als bijlage aan deze nota toegevoegd.
De Koninklijk Nederlandse Ambassade maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken de hernieuwde verzekering van haar bijzondere hoogachting aan te bieden.
Bonn, 31 januari 1958.
Aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken
van de Bondsrepubliek Duitsland
te Bonn.
Lijst van Contactpersonen in het Nederlands-Duitse grensgebied overeenkomstig artikel 3 van de Nederlands-Duitse overeenkomst betreffende de bestrijding van veeziekten in de grensgebieden.
De volgende personen, Inspecteurs van de Veeartsenijkundige Dienst, zijn bevoegd voor de districten:
Liste von Kontaktpersonen im niederländisch-deutschen Grenzgebiet gemäss Artikel 3 der niederländisch-deutschen Vereinbarung betreffend die Bekämpfung von Tierseuchen in den Grenzgebieten.
Die folgenden Personen, Inspektoren des Veterinärdienstes sind zuständig für die folgenden Bezirken:
AUSWÄRTIGES AMT
502 - 81.SA/ 3Verbalnote
Das Auswärtige Amt beehrt sich, der Königlich Niederländischen Botschaft den Empfang ihrer Verbalnote Nr. 387 vom 31. Januar 1958, betreffend die Bekämpfung von Tierseuchen in den Grenzgebieten, zu bestätigen.
Das Auswärtige Amt entnimmt dieser Note, dass es in der Absicht der beiden Regierungen liegt, folgende Vereinbarung zu treffen:
Artikel 1
Sobald in einer Gemeinde der Bundesrepublik Deutschland, die in Luftlinie weniger als 15 km von der niederländischen Grenze entfernt gelegen ist, ein Fall oder ein Verdachtsfall der unter Artikel 2 aufgeführten Seuchen festgestellt oder zur amtlichen Kenntnis gelangt ist, hat der für die Gemeinde zuständige deutsche beamtete Tierarzt den von der Königlich Niederländischen Regierung benannten beamteten Tierarzt unmittelbar hiervon zu benachrichtigen.
Sobald in einer niederländischen Gemeinde, die in Luftlinie weniger als 15 km von der deutschen Grenze - zwischen Mook und Geijsteren (Gemeinde Wanssum) jedoch nur in der östlich der Maas gelegenen Zone - entfernt gelegen ist, ein Fall oder ein Verdachtsfall der unter Artikel 2 aufgeführten Seuchen festgestellt oder zur amtlichen Kenntnis gelangt ist, hat der für die Gemeinde zuständige niederländische beamtete Tierarzt den von der Regierung der Bundesrepublik Deutschland benannten beamteten Tierarzt unmittelbar hiervon zu benachrichtigen.
Beim ersten Auftreten einer Seuche oder eines Verdachtsfalles der unter Artikel 2 aufgeführten Seuchen hat die Benachrichtigung mündlich, telefonisch oder telegraphisch innerhalb 24 Stunden nach Feststellung oder amtlicher Kenntnisnahme der Seuche oder des Seuchenverdachts zu erfolgen.
Beim Auftreten weiterer Fälle der gleichen Seuche oder des gleichen Seuchenverdachts kann die Benachrichtigung auch schriftlich erfolgen.
Die Absendung der schriftlichen Benachrichtigung muss innerhalb 24 Stunden nach Feststellung oder amtlicher Kenntnisnahme der Seuche oder des Seuchenverdachts vorgenommen werden.
Artikel 2
Die Benachrichtigung hat bei folgenden Seuchen zu erfolgen:
1) Tollwut (Lyssa, Rabies, Hydrophobia);
2) Rotz der Einhufer (Malleus);
3) Maul- und Klauenseuche (Aphtae epizooticae);
4) Pockenseuche der Schafe (Variola ovina);
5) Lungenseuche des Rindviehs (Pleuropneumonia contagiosa bovum);
6) Räude der Einhufer und Schafe (Scabies);
7) Rinderpest (Pestis bovina);
8) Hühnerpest (Pestis avium) einschliesslich der New Castle disease (Pseudo pestis avium);
9) Schweinepest (Pestis suum);
10) Ansteckende Schweinelähme (Encephalomyelitis suum);
11) Beschälseuche der Einhufer (Dourine).
Artikel 3
Eine Liste der gemäss Artikel 1 in Frage kommenden beamteten deutschen und niederländischen Tierärzte ist dem Abkommen beigefügt.
Die Liste ist laufend durch Briefwechsel zwischen den zuständigen Behörden zu ergänzen.
Artikel 4
Es besteht Einverständnis darüber, dass die deutsch-niederländische Vereinbarung vom 9/12. Juli 1890 über die Massnahmen zur beiderseitigen Bekämpfung der sich aus der Tollwut ergebenden Gefahren nicht wieder angewendet wird.
Artikel 5
Der Tag, an dem dieses Abkommen in Kraft tritt, wird durch Notenwechsel vereinbart.
Artikel 6
Jede der beiden Regierungen kann das Abkommen gegenüber der anderen Regierung jederzeit schriftlich kündigen; es tritt drei Monate nach erfolgter Kündigung ausser Kraft.
Das Auswärtige Amt beehrt sich, der Königlich Niederländischen Botschaft mitzuteilen, dass der Inhalt dieser Note die Billigung der Regierung der Bundesrepublik Deutschland findet. Jene Note und diese vorliegende Antwortnote gelten demgemäss als eine Bestätigung der Vereinbarung, die gemäss Artikel 5 in Kraft treten wird.
Die in Artikel 3 der Vereinbarung erwähnte Liste der Veterinärbeamten ist dieser Note beigefügt.
Das Auswärtige Amt benutzt diesen Anlass, die Königlich Niederländische Botschaft erneut seiner ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.
Bonn, den 16. April 1958
An die
Königlich Niederländische Botschaft,
Bonn.
Liste von beamteten Tierärzten im deutsch-niederländischen Grenzgebiet gemäss Artikel 3 der deutsch-niederländischen Vereinbarung betreffend die Bekämpfung von Tierseuchen in den Grenzgebieten.
Inhoudsopgave
Nr. I
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Bijlage van de Nederlandse nota
Nr. II
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Bijlage van de Duitse nota
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht