Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Oostenrijkse Bondsregering inzake de afschaffing van de paspoortplicht
(authentiek: nl)
ÖSTERREICHISCHE BOTSCHAFT
2321-A/58
Den Haag, am 30. Mai 1958.
Exzellenz,
Ich beehre mich, Eurer Exzellenz mitzuteilen, dass die österreichische Bundesregierung, von dem Wunsche geleitet, den Reiseverkehr zwischen Oesterreich und den Niederlanden zu erleichtern, bereit ist, mit der Königlich-Niederländischen Regierung ein Abkommen über die Aufhebung des Passzwanges abzuschliessen, das wie folgt lautet:
1.
Oesterreichische Staatsbürger können mit einem gültigen oder seit weniger als 5 Jahren abgelaufenen Reisepass, Sammelreisepass (Sammelliste), Kinderausweis oder Personalausweis der Republik Oesterreich ohne Sichtvermerk an allen amtlich zugelassenen Grenzübergangsstellen in das Gebiet des Königreiches der Niederlande in Europa einreisen und von dort ausreisen.
2.
Kinder unter 15 Jahren, die die österreichische Staatsbürgerschaft besitzen und in einem österreichischen Reisepass oder Personalausweis eingetragen sind, benötigen für den Grenzübertritt keinen besonderen Ausweis, wenn sie in Begleitung des Ausweisinhabers reisen.
3.
Bei Gruppenreisen mit Sammelreisepass (Sammelliste) müssen der Reiseleiter einen gültigen Österreichischen Reisepass und sämtliche Reiseteilnehmer einen Lichtbildausweis besitzen. Die österreichische Staatsbürgerschaft sämtlicher Reiseteilnehmer muss auf dem Sammelreisepass (Sammelliste) amtlich vermerkt sein.
1.
Niederländische Staatsangehörige können mit einem gültigen oder seit weniger als 5 Jahren abgelaufenen Reisepass oder mit einer gültigen oder seit weniger als 5 Jahren abgelaufenen Touristenkarte ohne Sichtvermerk an allen amtlich zugelassenen Grenzübergangsstellen in das Gebiet der Republik Oesterreich einreisen und von dort ausreisen.
2.
Kinder unter 16 Jahren, die die niederländische Staatsangehörigkeit besitzen und in einem niederländischen Reisepass oder in einer niederländischen Touristenkarte eingetragen sind, benötigen für den Grenzübertritt keinen besonderen Ausweis, wenn sie in Begleitung des Ausweisinhabers reisen.
1.
Österreichische Staatsburger, die gemass Artikel 1 in das Gebiet des Königreiches der Niederlande in Europa einreisen, sind berechtigt, sich 3 Monate nach der Einreise in dem Gebiet des Königreiches der Niederlande in Europa aufzuhalten. Ein darüber hinausgehender Aufenthalt kann Inhabern gultiger österreichischer Reisepasse durch die zustandige niederlandische Behörde bewilligt werden, falls sie binnen 8 Tagen nach ihrer Einreise einen diesbezüglichen Antrag stellen.
2.
Niederlandische Staatsangehörige, die gemass Artikel 2 nach Österreich einreisen, sind berechtigt, sich 3 Monate nach der Einreise in Österreich aufzuhalten. Diese Aufenthaltsdauer kann Inhabern guitiger niederlandischer Reisepasse durch die zustandige österreichische Sicherheitsbehörde verlangert werden.
3.
Österreichische Staatsbürger, die im Besitze einer niederländischen Aufenthaltsberechtigung sind, bzw. niederländische Staatsangehörige, deren Aufenthaltsberechtigung in Österreich verlängert worden ist, können während der Gültigkeitsdauer der Aufenthaltsberechtigung jederzeit auf Grund eines gültigen österreichischen bzw. niederländischen Reisepasses in das Gebiet des Königreiches der Niederlande in Europa bzw. der Republik Österreich einreisen.
Artikel 4
Das Recht der österreichischen Bundesregierung und der Regierung des Königreiches der Niederlande, Personen die Einreise oder den Aufenthalt zu untersagen, wird durch dieses Abkommen nicht eingeschränkt.
Artikel 5
Der Staat, dessen Behörden einen der in den Artikeln 1 und 2 erwähnten Ausweise ausgestellt haben, wird den Inhaber eines dieser Ausweise formlos auf sein Gebiet übernehmen, selbst wenn die Staatsangehörigkeit bestritten werden sollte.
Artikel 6
Jede der beiden Regierungen kann aus Gründen der öffentlichen Sicherheit, Ordnung oder Gesundheit die Durchführung dieses Abkommens vorübergehend aussetzen. Die Aussetzung ist der anderen Regierung unverzüglich auf diplomatischem Wege mitzuteilen. Das gleiche gilt, wenn diese Massnahme wieder aufgehoben wird.
1.
Diese Abkommen tritt am heutigen Tage in Kraft und gilt für die Dauer eines Jahres. Es wird stillschweigend auf unbestimmte Zeit verlängert, falls nicht eine der beiden Regierungen spätestens zwei Monate vor Ablauf dieses Jahres der anderen Regierung eine gegenteilige Mitteilung zukommen lässt.
2.
Nach dieser stillschweigenden Verlängerung kann das Abkommen jederzeit mit einer Frist von sechs Monaten gekündigt werden.
Artikel 8
Das zwischen der Republik Oesterreich und dem Königreich der Niederlande geschlossene Abkommen vom 24. Mai 1951 über die Aufhebung des Sichtvermerkszwanges und das am 15. Juni 1951 in Den Haag abgeschlossene Uebereinkommen, betreffend Reisen mit Sammelpässen, werden durch dieses Abkommen aufgehoben.
Falls die Königlich-Niederländische Regierung mit den vorstehenden Bestimmungen einverstanden ist, beehre ich mich vorzuschlagen, dass der Austausch dieser Note und der Antwortnote Eurer Exzellenz als Abschluss eines Abkommens zwischen unseren beiden Regierungen angesehen wird.
Ich benütze die Gelegenheit, um Eurer Exzellenz den Ausdruck meiner ausgezeichneten Hochachtung zu erneuern.
(gez.) Dr. GEORG AFUHS
Seiner Exzellenz
Herrn Dr. J. M. A. H. Luns,
Minister für die Auswärtigen Angelegenheiten,
Den Haag.
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
's-Gravenhage, 30 mei 1958.
Excellentie,
Met verwijzing naar Uw nota No. 2321-A/58, d.d. 30 mei 1958, heb ik de eer U mede te delen, dat de Nederlandse Regering eveneens bereid is met de Oostenrijkse Bondsregering een overeenkomst over de afschaffing van de paspoortplicht te sluiten welke als volgt luidt:
1.
Oostenrijkse onderdanen kunnen met een geldig of minder dan 5 jaar verlopen paspoort, een geldig of minder dan 5 jaar verlopen collectief paspoort (collectieve lijst), een geldig of minder dan 5 jaar verlopen Kinderausweis of Personalausweis van de Republiek Oostenrijk zonder visum aan alle officieel erkende doorlaatposten het gebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa in- en uitreizen.
2.
Kinderen beneden 15 jaar, die de Oostenrijkse nationaliteit bezitten en in een Oostenrijks paspoort of persoonsbewijs zijn bijgeschreven, behoeven voor de grensoverschrijding geen afzonderlijk identiteitspapier indien zij in gezelschap van de houder van genoemd reisdocument reizen.
3.
Bij reizen in groepsverband op een collectief paspoort (collectieve lijst) moet de reisleider in bezit zijn van een geldig Oostenrijks paspoort en de gezamenlijke reisdeelnemers in bezit van een Lichtbildausweis.
De Oostenrijkse nationaliteit van de gezamenlijke reisdeelnemers moet op het collectief paspoort (collectieve lijst) officieel zijn aangegeven.
1.
Nederlandse onderdanen kunnen met een geldig of minder dan 5 jaar verlopen paspoort of met een geldige of minder dan 5 jaar verlopen toeristenkaart zonder visum aan alle officieel erkende doorlaatposten het gebied van de Republiek Oostenrijk in- en uitreizen.
2.
Kinderen beneden 16 jaar, die de Nederlandse nationaliteit bezitten en in een Nederlands paspoort of in een Nederlandse toeristenkaart zijn bijgeschreven, behoeven voor de grensoverschrijding niet in het bezit te zijn van een afzonderlijk identiteitspapier, indien zij in gezelschap van de houder van genoemd reisdocument reizen.
1.
Oostenrijkse onderdanen die ingevolge artikel 1 het gebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa binnenreizen, zijn gerechtigd, 3 maanden na de inreis op het gebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa te verblijven. Een langer verblijf kan houders van geldige Oostenrijkse paspoorten door de betreffende Nederlandse autoriteiten worden toegestaan, indien zij binnen 8 dagen na hun inreis een daartoe strekkend verzoek indienen.
2.
Nederlandse onderdanen die ingevolge artikel 2 Oostenrijk binnenreizen, zijn gerechtigd 3 maanden na de inreis in Oostenrijk te verblijven. De duur van dit verblijf kan voor houders van geldige Nederlandse paspoorten door de betrokken Oostenrijkse veiligheidsautoriteiten worden verlengd.
3.
Oostenrijkse onderdanen die in bezit van een Nederlandse verblijfsvergunning zijn, onderscheidenlijk Nederlandse onderdanen wier verblijfsvergunning in Oostenrijk is verlengd, kunnen gedurende de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning te allen tijde, mits in het bezit van een geldig Oostenrijks onderscheidenlijk Nederlands paspoort, het gebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa onderscheidenlijk de Republiek Oostenrijk binnenreizen.
Artikel 4
Het recht van de Oostenrijkse Bondsregering en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden personen de inreis of het verblijf te weigeren, wordt door deze overeenkomst niet beperkt.
Artikel 5
De Staat, door wiens autoriteiten een der in artikel 1 en 2 genoemde identiteitspapieren zijn uitgegeven, is gehouden de houder van een dezer documenten zonder formaliteiten op zijn gebied terug te nemen, zelfs wanneer de nationaliteit bestreden wordt.
Artikel 6
Ieder der beide Regeringen kan om redenen van openbare veiligheid, orde of gezondheid de toepassing van deze overeenkomst voorlopig opschorten.
Deze opschorting dient de andere Regering onverwijld langs diplomatieke weg te worden medegedeeld.
Hetzelfde geldt, wanneer deze maatregel wederom wordt opgeheven.
1.
Deze overeenkomst treedt heden in werking en geldt voor de duur van een jaar. Zij wordt stilzwijgend voor onbepaalde tijd verlengd, indien niet een der beide Regeringen uiterlijk twee maanden voor het einde van dit jaar een tegengestelde mededeling aan de andere Regering doet toekomen.
2.
Na deze stilzwijgende verlenging kan de overeenkomst op ieder moment met een termijn van 6 maanden worden opgezegd.
Artikel 8
De tussen de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk der Nederlanden gesloten overeenkomst van 24 mei 1951 betreffende de opheffing van de visumplicht en de op 15 juni 1951 in den Haag gesloten overeenkomst betreffende het reizen op collectieve paspoorten, worden door deze overeenkomst opgeheven.
Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen dat ik er mij mede kan verenigen dat Uwer Excellenties nota alsmede mijn antwoordnota zullen worden geacht een overeenkomst tussen onze beide Regeringen te vormen.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwer Excellentie de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te betuigen.
(w.g.) J. LUNS
Aan:
Zijne Excellentie Dr Georg Afuhs,
Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur
van Oostenrijk,
te:
's-Gravenhage.
Inhoudsopgave
Nr. I
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Nr. II
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht