Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de samenvoeging van de grenscontrole Gronau-Enschede
(authentiek: nl)
Bonn, 22 maart 1962
Nr. XIII
AUSWÄRTIGES AMT
502-81. SA 47/III
Das Auswärtige Amt beehrt sich, der Botschaft des Königreichs der Niederlande unter Bezugnahme auf Artikel 1 Absatz 5 des Abkommens vom 30. Mai 1958 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die Zusammenlegung der Grenzabfertigung und über die Einrichtung von Gemeinschafts- oder Betriebswechselbahnhöfen an der deutsch-niederländischen Grenze mitzuteilen, dass die Regierung der Bundesrepublik Deutschland das Schreiben des Bundesministers der Finanzen vom 18. Januar 1962 — III A/5 — Z 1108 (Nie) — 20/62 — und das Schreiben des niederländischen Staatssekretärs der Finanzen vom 22. Februar 1962 — B 2/3507 — zur Kenntnis genommen hat, mit denen gemäss Artikel 1 Absatz 4 Buchstabe a des Abkommens folgende Vereinbarung getroffen wird:
I
An der Strasse von Gronau nach Enschede wird bei der Brücke über die Glane (Grenzstein 848) die deutsche und niederländische Grenzabfertigung zusammengelegt.
II
Die Zonen im Sinne des Artikels 3 des Abkommens umfassen:
a) die zur Durchführung der Grenzabfertigung erforderlichen Diensträume und Anlagen einschliesslich der Rampen,
b) einen Abschnitt der Strasse von Gronau nach Enschede auf deutschem und niederländischem Gebiet von der gemeinsamen Grenze bis zu einer Entfernung von jeweils 350 Metern, gemessen in beiden Richtungen, vom Schnittpunkt der gemeinsamen Grenze mit der Achse der Strasse.
Die Regierung der Bundesrepublik Deutschland betrachtet den Austausch dieser Verbalnote und der Antwortnote der Botschaft des Königreichs der Niederlande nach Artikel 1 Abs. 5 des Abkommens als Bestätigung dieser Vereinbarung.
Diese Vereinbarung tritt am 3. April 1962 in Kraft. Diese Vereinbarung kann jederzeit auf diplomatischem Wege gekündigt werden. Sie tritt sechs Monate nach Kündigung ausser Kraft.
Das Auswärtige Amt benutzt diesen Anlass, die Botschaft des Königreichs der Niederlande erneut seiner ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.
Bonn, den 22. März 1962.
An die
Königlich Niederländische
Botschaft
AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN
Nr. 3597
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt haar complimenten aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van de Nota van het Ministerie van heden nr. 502-81. SA 47 III, waarvan de inhoud als volgt luidt:
„Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de eer onder verwijzing naar artikel 1 lid 5 van de Overeenkomst tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden nopens de samenvoeging van de grenscontrole en de instelling van gemeenschappelijke spoorwegstations of van grensaflosstations aan de Duits-Nederlandse grens, dd. 30 Mei 1958, mede te delen, dat de Regering van de Bondsrepubliek kennis heeft genomen van de brief van de Bondsminister van Financiën, kenmerk III A/5 - Z 1108 (Nie) - 20/62 van 18 Januari 1962, en van de brief van de Nederlandse Staatssecretaris van Financiën, kenmerk B 2/3507 van 22 Februari 1962, waarbij in onderling overleg conform artikel 1, lid 4, sub a der Overeenkomst de volgende regeling werd getroffen:
I
Bij Glanerbrug (grenssteen 848) wordt de grenscontrole op de weg van Gronau naar Enschede samengevoegd.
II
De zones krachtens artikel 3 van de Overeenkomst omvatten:
a) de voor de uitvoering van de grenscontrole noodzakelijke dienstvertrekken en installaties; daaronder begrepen de bij de dienstgebouwen behorende platforms („Rampen”);
b) een gedeelte van de weg van Gronau naar Enschede op Duits en Nederlands grondgebied vanaf de gemeenschappelijke grens tot op een afstand van 350 meter, gemeten in beide richtingen vanaf het snijpunt van de gemeenschappelijke grens met de as van de weg.
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland beschouwt door de uitwisseling van deze Nota met de Antwoordnota van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden deze regeling overeenkomstig artikel 1, lid 5 van de Overeenkomst, als bevestigd.
Deze regeling treedt in werking op 3 April 1962. De regeling kan ten alle tijde langs diplomatieke weg worden opgezegd. Zij treedt zes maanden na opzegging buiten werking.”
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken ervan in kennis te stellen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ermede instemt, dat de Nota van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en deze Antwoordnota de bevestiging overeenkomstig artikel 1, lid 5 van de Overeenkomst vormen van de in het voorgaande aangehaalde briefwisseling tussen de Minister van Financiën van de Bondsrepubliek Duitsland en de Staatssekretaris van Financiën van het Koninkrijk der Nederlanden en dat de regeling in werking treedt op 3 April 1962.
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik om het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland de hernieuwde verzekering van haar bijzondere hoogachting te geven.
Bonn, 22 maart 1962.
Aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken
van de Bondsrepubliek Duitsland
te Bonn
Inhoudsopgave
I
II
Nr. XIV
I
II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht