Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de uitwijzing van personen per vliegtuig
(authentiek: de)
BOTSCHAFT DER BUNDESREPUBLIK DEUTSCHLAND
Den Haag
RK 516.50
Die Botschaft der Bundesrepublik Deutschland beehrt sich, dem Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten folgendes mitzuteilen:
Die Regierung der Bundesrepublik Deutschland schlägt vor, in Anwendung des Artikels 13 des Abkommens zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und den Regierungen des Königreichs Belgien, des Großherzogtums Luxemburg und des Königreichs der Niederlande über die Übernahme von Personen an der Grenze vom 17. Mai 1966 Grenzübergangsstellen auf Verkehrsflughäfen für die Übernahme von Personen zu vereinbaren. Dafür sollen die folgenden Regelungen gelten:
1. Die Abschiebung erfolgt nur mit Maschinen, die unmittelbar und ohne Zwischenlandung zwischen einem der in der Anlage I aufgeführten Verkehrsflughäfen und einem von der zuständigen Stelle des Justizministeriums des in Betracht kommenden Benelux-Staates genannten Flughafen verkehren.
2. Jede Abschiebung auf dem Luftwege ist der für die grenzpolizeiliehe Kontrolle auf dem Ankunftsflughafen zuständigen Dienststelle vorher fernschriftlich bzw. fernmündlich anzukündigen. Dabei sind die Nummer des Fluges sowie der Tag und die voraussichtliche Ankunftszeit mitzuteilen.
Eine Aufstellung der für die grenzpolizeiliche Kontrolle auf den Flughäfen zuständigen Dienststellen mit ihren Fernsprech- und FernschreibVerbindungen ist als Anlage II beigefügt.
3. Die Bundesrepublik Deutschland und die Benelux-Staaten verpflichten sich nach Maßgabe des Abkommens vom 17. Mai 1966, auf dem Luftwege abgeschobene Personen zurückzunehmen, wenn die anschließende Nachprüfung durch die Behörden des Aufnahmelandes ergeben hat, daß eine Übernahmeverpflichtung nicht bestand. Die Verpflichtung zur Zurücknahme des Schüblings besteht auch dann, wenn dieser bei der Ankunft im Aufnahmejand nicht mehr im Besitz seiner Reisedokumente ist, es sei denn, daß auch ohne Vorlage von Dokumenten in angemessener Frist der Nachweis geführt werden kann, daß der Schübling die Staatsangehörigkeit des Aufnahmelandes besitzt.
4. Die Reisedokumente des Schüblings sind in der Regel dem Flugkapitän der Maschine mit der Bitte zu übergeben, sie an die für die grenzpolizeiliche Kontrolle auf dem Ankunftsflughafen zuständigen Dienststelle weiterzuleiten. In Fällen, in denen der Flugkapitän sich weigert, die Dokumente an sich zu nehmen, sind diese - außer in Fällen der Begleitung durch Polizeibeamte - auf dem Postwege (als Luftpost-Eilbrief) zu übersenden.
Außer den persönlichen Reisedokumenten (Paß, Paßersatz etc.) sind Überstellungsvordrucke in zweifacher Ausfertigung zu übersenden. Die Zweitschriften der Überstellungsformulare sind von den zuständigen Beamten des Aufnahmelandes auf dem Ankunftsflughafen zu unterzeichnen, mit Datum zu versehen und danach der zuständigen Behörde des abschiebenden Landes so schnell wie möglich zurückzusenden.
5. Aggressive oder kriminelle Schüblinge sind während des Fluges von einem oder - soweit erforderlich - mehreren Polizeibeamten zu begleiten. Die Begleitbeamten übernehmen die Weiterleitung der in Nr. 4 aufgeführten Dokumente an die zuständige Dienststelle des Ankunftsflughafens.
6. Die Kosten der Abschiebung werden entweder von dem Schübling oder von der Seite getragen, die die Abschiebung vornimmt.
Die Regierung der Bundesrepublik Deutschland wäre dankbar, wenn die Regierung des Königreichs der Niederlande auch ihrerseits für AbSchiebungen auf dem Luftwege in Frage kommende Verkehrsflughäfen und die dort für die grenspolizeiliche Kontrolle zuständige Dienststelle mit ihren Fernsprech- und Fernschreibverbindungen benennen würde.
Die durch diesen Notenwechsel zustande gekommene Vereinbarung gilt auch für das Land Berlin, sofern nicht die Regierung der Bundesrepublik Deutschland gegenüber den Regierungen der Benelux-Staaten innerhalb von drei Monaten nach Inkrafttreten der Vereinbarung eine gegenteilige Erklärung abgibt.
Die Botschaft benutzt diesen Anlaß, das Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten erneut ihrer ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.
Den Haag, den 22. April 1983
An das
Ministerium der
Auswärtigen Angelegenheiten
Hamburg Bremen Düsseldorf Köln/Bonn Frankfurt/Main Stuttgart Hannover München-Riem Nürnberg Berlin (West) d.h. Berlin-Tempelhof Berlin-Tegel
(vertaling: nl)
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Directie Verdragen
DVE/VV-76112
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland zijn complimenten aan en heeft de eer, ten vervolge op zijn nota van 2 augustus 1983, DAZ/VZ-125242, als volgt te antwoorden op de nota van de Ambassade van 22 april 1983, RK 516.50, welke in de Nederlandse taal luidde:
„De Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken haar complimenten aan en heeft de eer Haar het volgende mede te delen:
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland stelt voor, ter toepassing van artikel 13 van de Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg enerzijds en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland anderzijds inzake het overnemen van personen aan de grens van 17 mei 1966, grensovergangsplaatsen op vliegvelden voor het overnemen van personen overeen te komen. Daarvoor zouden de volgende regelingen moeten gelden:
1. De uitwijzing geschiedt slechts met vliegtuigen, die direct en zonder tussenlanding tussen een van de in bijlage I vermelde verkeersvliegvelden en een door de bevoegde instantie van het Ministerie van Justitie van het in aanmerking komende Beneluxland genoemde luchthaven vliegen.
2. Van iedere uitwijzing per vliegtuig dient de instantie, die voor de grenscontrole door de politie op het vliegveld van aankomst bevoegd is, van te voren per telex respectievelijk per telefoon op de hoogte te worden gesteld. Daarbij moet het vluchtnummer alsmede de dag en de vermoedelijke aankomsttijd worden medegedeeld.
Een opstelling van de voor de grenscontrole door de politie op vliegvelden bevoegde instanties met hun telefoon- en telexnummers is als bijlage II bijgevoegd.
3. De Bondsrepubliek Duitsland en de Beneluxlanden verplichten zich op grond van de Overeenkomst van 17 mei 1966 tot het terugnemen van personen, die per vliegtuig werden uitgewezen, indien uit het onderzoek, dat in aansluiting daarop door de instanties van het ontvangende land werd verricht, gebleken is, dat geen verplichting tot overnemen bestond. De verplichting tot het terugnemen van de uitgewezen persoon bestaat ook dan, indien deze bij aankomst in het ontvangende land niet meer in het bezit is van zijn reisdocumenten, tenzij ook zonder overlegging van documenten binnen een redelijke termijn het bewijs kan worden geleverd, dat de uitgewezen persoon de nationaliteit van het ontvangende land bezit.
4. De reisdocumenten van de uitgewezen persoon dienen in de regel aan de gezagvoerder van het vliegtuig te worden overhandigd, met het verzoek deze door te geven aan de instantie die voor de grenscontrole door de politie op de luchthaven van aankomst bevoegd is. In gevallen, waarbij de gezagvoerder weigert, de documenten aan te nemen, dienen deze - behalve in gevallen, waarbij een politie-ambtenaar de uitgewezen persoon begeleidt per post (per luchtpostexpresse) te worden toegezonden.
Benevens de persoonlijke reisdocumenten (paspoort, tijdelijk paspoort enz.) moeten overdrachtsformulieren in tweevoud worden toegezonden. De duplicaten van de overdrachtsformulieren dienen door de bevoegde ambtenaren van het ontvangende land op de luchthaven van aankomst te worden ondertekend, van de datum te worden voorzien en vervolgens zo spoedig mogelijk aan de bevoegde instantie van het uitwijzende land te worden geretourneerd.
5. Agressieve of criminele uitgewezen personen dienen tijdens de vliegreis door één of - indien nodig - meer politieambtenaren te worden begeleid. De begeleidende ambtenaren belasten zich met het doorgeven van de in nr. 4 genoemde documenten aan de bevoegde instantie van de luchthaven van aankomst.
6. De kosten van de uitwijzing worden of door de uitgewezen persoon betaald of door de zijde, die de uitwijzing verricht.
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zou het zeer op prijs stellen, indien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ook van haar kant de voor uitwijzing per vliegtuig in aanmerking komende luchthavens alsmede de instantie, die aldaar voor de grenscontrole door de politie bevoegd is met telefoon- en telexnummers zou willen aanwijzen.
De door deze notawisseling tot stand gekomen overeenkomst geldt ook voor de deelstaat Berlijn, voorzover de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland niet binnen drie maanden na het van kracht worden van deze overeenkomst een tegengestelde verklaring tegenover de Regering van de Beneluxlanden aflegt.
De Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland maakt van deze gelegenheid gebruik de uitdrukking van haar bijzondere hoogachting te hernieuwen.
Hamburg Bremen Düsseldorf Köln/Bonn Frankfurt/Main Stuttgart Hannover München-Riem Nürnberg Berlin (West) d.w.z. Berlin-Tempelhof Berlin-Tegel
[Red: (Zoals in Nr. 1) ]
Naam v.d. instantie Telefoonnummer Telexnummer
Berlin Tempelhof (op het ogenblik geen civielluchtverkeer)".    

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stemt in met het in de hierboven aangehaalde nota vervatte voorstel van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland.
Naar aanleiding van de vraag gesteld in de op twee na laatste alinea van de nota wordt van Nederlandse kant de luchthaven Amsterdam (Schiphol) aangewezen als de luchthaven via welke de bedoelde verwijderingen zullen kunnen plaatsvinden.
De op de luchthaven ter zake controlerende instantie zal zijn de Brigade-commandant van de Koninklijke Marechaussee, telefoonnr. 020-176966, telexnr. KP-00123.
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stemt er tevens mee in dat de nota van 22 april 1983, RK 516.50, van de Ambassade en deze antwoordnota van het Ministerie te zamen een overeenkomst vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland.
De Nederlandse Regering gaat er daarbij van uit dat deze overeenkomst in werking treedt met ingang van 1 juli a.s.
's-Gravenhage, 22 juni 1984.
Aan de Ambassade van de
Bondsrepubliek Duitsland
Groot Hertoginnelaan 18,
's-Gravenhage
Inhoudsopgave
Nr. I
Anlage I. Für Überstellungen auf den Luftwege vereinbarte Flughäfen:
Anlage II. Mit der grenzpolizeilichen Kontrolle auf den Verkehrsflughäfen betraute Dienststelle:
Nr. II
Bijlage I. Voor uitwijzing per vliegtuig overeengekomen luchthavens:
Bijlage II. De met de grenscontrole door de politie op de luchthavens belaste instanties
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht