Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake samenvoeging van de grenscontrole Wyler-Beek en Wyler-Berg en Dal
(authentiek: nl)
AUSWÄRTIGES AMT V3 - 81.SA47 Verbalnote
Das Auswärtige Amt beerht sich, der Königlich Niederländischen Botschaft unter Bezugnahme auf Artikel 1 Absatz 5 des Abkommens vom 30. Mai 1958 zwischen der Bundesrepublik Deutschland und dem Königreich der Niederlande über die Zusammenlegung der Grenzabfertigung und über die Einrichtung von Gemeinschafts- oder Betriebswechselbahnhöfen an der deutsch-niederländischen Grenze mitzuteilen, dass die Regierung der Bundesrepublik Deutschland das Schreiben des Bundesministers für Wirtschaft und Finanzen vom 31. Mai 1972 - F/lll B2-Z 1108 (Nie) 45/72 - und das Schreiben des Niederländischen Staatssekretärs der Finanzen vom 27. Juni 1972 - B 72/15411 - zur Kenntnis genommen hat, durch welche gemäss Artikel 1 Absatz 4 Buchstabe a des Abkommens folgende Vereinbarung getroffen wird:
I
An den Grenzübergängen Wyler-Beek und Wyler-Berg en Dal werden die deutsche und die niederländische Grenzabfertigung auf deutschem und niederländischem Gebiet zusammengelegt.
II
Die Zonen im Sinne des Artikels 3 des Abkommens umfassen die zur Durchführung der Grenzabfertigung erforderlichen Diensträume und Anlagen einschliesslich der Rampen und Parkplätze sowie
1. einen Abschnitt der Strasse von Wyler nach Beek von der gemeinsamen Grenze bis zu einer Entfernung
a) von 250 Metern, gemessen in Richtung Wyler, und
b) von 500 Metern, gemessen in Richtung Beek,
jeweils vom Schnittpunkt der gemeinsamen Grenze mit der Achse der Strasse,
2. einen Abschnitt der Strasse von Wyler nach Berg en Dal und jeweils einen Abschnitt der einmündenden Strassen von Groesbeek und Beek, und zwar bis zu einer Entfernung
a) von 50 Metern, gemessen in Richtung Berg en Dal,
b) von 50 Metern, gemessen in Richtung Groesbeek,
c) von 50 Metern, gemessen in Richtung Wyler, und
d) von 50 Metern, gemessen in Richtung Beek,
jeweils vom Schnittpunkt der gemeinsamen Grenze mit der Achse der Strasse von Wyler nach Berg en Dal.
III
Diese Vereibarung wird gemäss Artikel 1 Absatz 5 des Abkommens bestätigt und in Kraft gesetzt. Der Zeitpunkt des Inkrafttretens wird in den diplomatischen Noten festgelegt.
IV
Diese Vereinbarung kann jederzeit auf diplomatischem Wege gekündigt werden. Sie tritt sechs Monate nach ihrer Kündigung ausser Kraft.
V
Mit dem Inkrafttreten dieser Vereinbarung treten die Nummern 9 und 10 der Abschnitte I. und II. der Vereinbarung vom 18./25. Juni 1963 über die Zusammenlegung der Grenzabfertigung im Strassenverkehr nach Inkrafttreten des Ausgleichsvertrages vom 8. April 1960 ausser Kraft.
Die Regierung der Bundesrepublik Deutschland geht davon aus, dass die vorstehende Vereinbarung gemäss Artikel 1 Absatz 5 des Abkommens vom 30. Mai 1958 durch diese Verbalnote und die Antwortnote der Königlich Niederländischen Botschaft bestätigt wird und dass die Vereinbarung am 25. August 1972 in Kraft tritt.
Das Auswärtige Amt benutzt diesen Anlass, die Königlich Niederländische Botschaft erneut seiner ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.
Bonn, den 25. August 1972.
An die
Königlich Niederländische
Botschaft
Nr. 11.250Nota-verbaal
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden heeft de eer aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland de ontvangst te bevestigen van zijn nota-verbaal van 25 augustus 1972, no. V 3 - 81.SA 47, waarvan de inhoud, in de Nederlandse taal, als volgt luidt:
„Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de eer de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden onder verwijzing naar artikel 1, lid 5, van de overeenkomst van 30 mei 1958 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden nopens de samenvoeging van de grenscontrole en de instelling van gemeenschappelijke spoorwegstations of van grensaflosstations aan de Duits-Nederlandse grens, mede te delen, dat de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland kennis heeft genomen van het schrijven van de Bondsminister van Economische Zaken en Financiën van 31 mei 1972, F/III B 2 - Z 1108 (Nie) - 45/72, en van het schrijven van de Nederlandse Staatssecretaris van Financiën van 27 juni 1972, B 72/15411, waarbij in overeenstemming met artikel 1, lid 4, sub a van de Overeenkomst, de volgende regeling wordt getroffen.
I
Bij de grensovergangen Wyler-Beek en Wyler-Berg en Dal worden de Duitse en de Nederlandse grenscontrole samengevoegd.
II
De zones in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst omvatten de voor de uitvoering van de grenscontrole benodigde dienstvertrekken en installaties met inbegrip van laadperrons en parkeerruimtes:
1. een gedeelte van de weg van Wyler naar Beek van de gemeenschappelijke grens tot op een afstand van:
a. 250 meter, gemeten in de richting Wyler en
b. 500 meter, gemeten in de richting Beek telkens vanaf het snijpunt der gemeenschappelijke grens met de middellijn van de weg,
2. een gedeelte van de weg van Wyler naar Berg en Dal en telkens een gedeelte van de wegen waarvan de een in de ander uitmondt van Groesbeek en Beek tot op de afstand van:
a. 50 meter, gemeten in de richting Berg en Dal,
b. 50 meter, gemeten in de richting Groesbeek,
c. 50 meter, gemeten in de richting Wyler en
d. 50 meter, gemeten in de richting Beek
telkens vanaf het snijpunt der gemeenschappelijke grens met de middellijn van de weg van Wyler naar Berg en Dal.
III
Deze regeling wordt overeenkomstig artikel 1, lid 5, van de Overeenkomst bevestigd en in werking gesteld. Het tijdstip van het in werking treden wordt in de diplomatieke nota's vastgelegd.
IV
Deze regeling kan te allen tijde langs diplomatieke weg worden opgezegd. Zij treedt zes maanden na opzegging buiten werking.
V
Met het van kracht worden van deze overeenkomst treden de nummers 9 en 10 van de hoofdstukken I en II van de Overeenkomst van 18/25 juni 1963 inzake de samenvoeging van de grenscontrole in het wegverkeer na de inwerkingtreding van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van met de grens verband houdende vraagstukken en andere tussen beide landen bestaande problemen, van 8 april 1960 buiten werking.
De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland gaat ervan uit dat bovenstaande regeling overeenkomstig artikel 1, lid 5, van de Overeenkomst van 30 mei 1958 wordt bevestigd door deze nota-verbaal en de antwoord-nota van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden en dat deze regeling op 25 augustus 1972 in werking treedt.”
De Ambassade heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken mede te delen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden ermede instemt dat de nota-verbaal van het Ministerie en deze antwoord-nota de in artikel 1, lid 5, van de Overeenkomst bedoelde bevestiging vormen van de hierboven aangehaalde briefwisseling tussen de Bondsminister van Economische Zaken en Financiën en de Nederlandse Staatssecretaris van Financiën en dat de regeling op 25 augustus 1972 in werking treedt.
De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden maakt van deze gelegenheid gebruik het Ministerie van Buitenlandse Zaken Van de Bondsrepubliek Duitsland haar bijzondere hoogachting te betuigen.
Bonn, 25 augustus 1972.
An das Auswärtige Amt
Bonn
Inhoudsopgave
Nr. LVII
I
II
III
IV
V
Nr. LVIII
I
II
III
IV
V
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht