3.2.1. Lessee kan als eigenaar over het goed beschikken
Er is sprake van de levering van een goed, als uit de voorwaarden van het leasecontract blijkt dat de lessor de macht om als eigenaar over het goed te beschikken heeft overgedragen aan de lessee. Dit is het geval als de lessee ten aanzien van het geleasde goed dezelfde bevoegdheden heeft, als de eigenaar van het goed normaliter zou hebben. Aanwijzingen hiervoor zijn dat het economisch belang van het goed bij de lessee berust en dat de lessee de bevoegdheid heeft om het goed op elk door hem gewenst moment aan een derde over te dragen. In de praktijk wordt deze vorm van leasing vaak aangeduid als ‘financial leasing’.
Ik ben van mening dat leasing is te beschouwen als de levering van een goed als aan de volgende vijf voorwaarden is voldaan:
5. met uitzondering van de situatie beschreven bij punt 4, kan de leaseovereenkomst gedurende de looptijd niet eenzijdig worden beëindigd.Ad 1
De voorwaarde dat het goed feitelijk/blijvend aan de lessee ter beschikking staat, houdt niet in dat de lessee het goed steeds onder zich houdt. Aan deze voorwaarde wordt ook voldaan als de lessee het goed bijvoorbeeld op grond van een overeenkomst van onderlease aan een derde ter beschikking stelt. De lessor mag het gebruik van het goed door de lessee beperken voorzover dat noodzakelijk is om te waarborgen dat hij zijn vordering uit de leaseovereenkomst op het goed kan verhalen als de lessee in gebreke blijft. Hierbij valt te denken aan het verbod voor de lessee om het goed zonder toestemming van de lessor te bezwaren of te verhuren, een verplichting om het goed in stand te houden, te onderhouden en in geval van schade te herstellen, etc.Ad 2
Deze voorwaarde geeft aan, dat partijen de bedoeling hebben om het goed in economische zin aan de lessee over te dragen. De juridische eigendom van het goed vormt voor de lessor alleen een zekerheid voor de voldoening van de leasetermijnen. Dat de kosten van onderhoud en verzekering voor rekening van de lessee komen sluit niet uit dat de lessor bepaalde kosten (bijvoorbeeld assurantiepremies) betaalt. De lessor moet de kosten die hij heeft betaald wel afzonderlijk aan de lessee doorberekenen. Met het ‘risico van terugname’ wordt gedoeld op het voor- of nadeel dat de lessor lijdt als hij het goed vóór het verstrijken van de leaseperiode terugneemt omdat de lessee niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. Dat voor- of nadeel moet ten bate of ten laste van de lessee komen. Dit is onder meer het geval als de verkoopopbrengst van het goed 1 aan de lessee wordt uitgekeerd.Ad 3
Aan deze voorwaarde is voldaan, als de optieprijs zo laag is dat deze de lessee in economisch opzicht als het ware dwingt om de optie uit te oefenen. Een optieprijs is economisch ‘dwingend’ als deze prijs is vastgesteld op niet meer dan 10% van de waarde van het goed in het economische verkeer aan het eind van de leaseperiode. De optieprijs moet op het moment van het aangaan van de leaseovereenkomst zijn geschat. Als na het aangaan van de leaseovereenkomst blijkt dat de restwaarde van het goed aan het einde van de leaseperiode zodanig laag uitvalt dat de optieprijs niet langer economisch dwingend is, heeft dit geen gevolgen voor de kwalificatie van de leaseprestatie (als een levering of een dienst). Dit is alleen anders als de daling van de restwaarde van het goed al bij het aangaan van leaseovereenkomst was te voorzien.Ad 4
Om de mogelijkheid te hebben het goed op elk gewenst moment aan een ander over te dragen, moet de lessee – evenals de huurkoper – het recht hebben om op elk gewenst moment de juridische eigendom van het goed te verkrijgen op de bij voorwaarde 4 beschreven wijze. Aan de uitoefening van het recht om de juridische eigendom van het goed te verwerven mag een boeteclausule zijn verbonden of de voorwaarde dat kosten in rekening worden gebracht. Het door de lessee te betalen boete- of kostenbedrag mag niet zo hoog zijn, dat dit het verwerven van de juridische eigendom door de lessee verhindert.Ad 5
Deze voorwaarde staat niet in de weg aan de mogelijkheid van de lessor om de overeenkomst te ontbinden als de lessee niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Juridisch kader
3. Leasing
3.1. Begripsomschrijving; levering of dienst?
3.2. Leasesituaties waarbij sprake is van levering
3.2.1. Lessee kan als eigenaar over het goed beschikken
3.2.2. Huurkoop; lessee verkrijgt eigendom van het goed bij betaling van laatste leasetermijn
3.2.3. In het buitenland gevestigde lessor
3.3. Leasesituaties waarbij sprake is van dienst
3.4. Voldoening van omzetbelasting
3.4.1. Leasing als levering
3.4.2. Leasing als dienst
4. Doorberekening van bpm bij leasing van personenauto’s
Goedkeuring
5. Ingetrokken regelingen
6. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht