Goedkeuring
Ik keur goed dat de bpm die de leasemaatschappij aan de lessee doorberekent onder de volgende voorwaarden als een doorlopende post wordt beschouwd:
a. het leasecontract heeft een looptijd van minimaal een jaar;
b. de leasemaatschappij heeft de bpm feitelijk afgedragen;
c. het kenteken van de personenauto is op naam van de lessee gesteld;
d. de leasemaatschappij berekent de bpm door volgens de methode beschreven in ad d;
e. de leasemaatschappij vermeldt de doorberekende bpm apart op de factuur.
Voor de onder a en onder d bedoelde voorwaarden geldt het volgende.Ad a
De goedkeuring geldt ook voor zgn. short-leasecontracten, onder voorwaarde dat uit deze contracten blijkt, dat zij na het verstrijken van de looptijd worden omgezet in een leasecontract met een looptijd van langer dan één jaar. De voorwaarden en de prijsopbouw van de short-leasecontracten moeten wel overeenkomen met die van leasecontracten die worden afgesloten voor een periode van langer dan één jaar. Short-leasecontracten worden bijvoorbeeld afgesloten bij de aanstelling van een nieuw personeelslid waarvoor een proefperiode geldt of bij nieuwe auto’s die niet direct leverbaar zijn.Ad d
Het door te berekenen bpm-bedrag wordt als volgt berekend. Bij het ingaan van het leasecontract wordt vastgesteld, welk bpm-bedrag op dat tijdstip bij de auto behoort en welk bpm-bedrag aan het eind van de overeengekomen looptijd bij de auto zal behoren. Voor de bepaling van het bpm-bedrag moet steeds worden uitgegaan van de (verminderings)tabel die is opgenomen in artikel 8, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992. Het verschil tussen beide bedragen wordt evenredig verdeeld over de in rekening te brengen leasetermijnen. Het aldus vastgestelde bpm-bedrag geldt voor de gehele leaseperiode, ook als deze afwijkt van de aanvankelijk overeengekomen looptijd. Bij de beëindiging van de lease moet het bpm-bedrag worden gecorrigeerd op basis van de gegevens over de werkelijke leaseperiode. Als uit de herberekening blijkt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode aan de lessee te veel bpm heeft doorberekend, moet de leasemaatschappij over het verschil alsnog omzetbelasting voldoen. Deze afrekening vindt plaats over het tijdvak van de laatste leasetermijn. Als uit de herberekening volgt dat de leasemaatschappij tijdens de (totale) leaseperiode te weinig bpm heeft doorberekend, geldt het volgende. De leasemaatschappij mag het bpm-verschil toevoegen aan de doorlopende post in de laatste leasetermijn, onder voorwaarde dat hij dit verschil aan de lessee in rekening brengt en apart op de factuur vermeldt.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Juridisch kader
3. Leasing
3.1. Begripsomschrijving; levering of dienst?
3.2. Leasesituaties waarbij sprake is van levering
3.2.1. Lessee kan als eigenaar over het goed beschikken
3.2.2. Huurkoop; lessee verkrijgt eigendom van het goed bij betaling van laatste leasetermijn
3.2.3. In het buitenland gevestigde lessor
3.3. Leasesituaties waarbij sprake is van dienst
3.4. Voldoening van omzetbelasting
3.4.1. Leasing als levering
3.4.2. Leasing als dienst
4. Doorberekening van bpm bij leasing van personenauto’s
Goedkeuring
5. Ingetrokken regelingen
6. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht